Jaarplan 2016 werkgroep Cultuurhistorie

Sprengenbeken zijn eeuwenoude wateren op de Veluwe, die door de mens gegraven zijn. Het doel van de sprengenbeken was om water naar watermolenraderen te leiden om deze te kunnen laten draaien ten behoeve van productie van onder andere olie, koren, wol en papier.

Wij hebben als Bekenstichting veel interesse in het ontstaan en de ontwikkeling van de sprengenbeken. De sprengenbeken worden door ons beschouwd als cultuurhistorische elementen. Sinds enkele jaren bestaat binnen de Bekenstichting een ‘Werkgroep Cultuurhistorie’ die zich richt op de geschiedenis van de sprengenbeken. De werkgroep heeft zich ten doel gesteld om historisch onderzoek te doen, cultuurhistorische waarden van sprengenbeken te beschermen en dit erfgoed (opnieuw) te benutten.

Vanaf 2016 heeft de werkgroep een jaarplan waarin de projecten staan beschreven waar ze aan werken. De werkgroep heeft de projecten ingedeeld binnen vastgestelde kerndoelen. In 2016 zal de werkgroep zich onder andere met de volgende projecten bezig houden:

1.  Uitvoeren en publiceren van onderzoek

a.   Leveren van artikelen met cultuurhistorische wandelroutes aan het blad ‘De Wijerd’;

b.  Schrijven van een hoofdstuk over sprengen en beken in een boek van het Waterschap Vallei en Veluwe;

c.   Projectvoorstel voorbereiden voor de uitvoer van het project ‘Oral History’, waarbij verhalen over sprengenbeken en watermolens worden ‘gevangen’ door middel van interviews;

d.   Jaarexcursie in Putten voorbereiden;

2. Verzekeren behoud cultuurhistorische waarden sprengenbeken

a.  Door haar speciale ontstaanswijze behoeven sprengenbeken een apart onderhoudsregime waar volgens de werkgroep binnen vigerend beleid van het Waterschap onvoldoende rekening mee wordt gehouden. Door middel van beleidsbeïnvloeding en het uitvoeren van onderzoek probeert de werkgroep dit te verbeteren;

b.  Het gebrek aan watervoerendheid van de Puttense beken wordt onder de aandacht gebracht tijdens de jaarexcursie;

3. Cultuurhistorisch waardevol erfgoed benutten

a.  In de Seelbeek is een bijzondere waterfilterkelder die de werkgroep door middel van fondsenwerving wil restaureren en voor publiek zichtbaar wil maken;

b.  Aan de Oorsprongbeek en de Slijpbeek hebben ooit watermolens gestaan. Aan de Oorsprongbeek is een molengoot aanwezig. De werkgroep gaat zich inzetten om het watermolen gerelateerde verleden samen met Geldersch Landschap en Kasteelen nog beter zichtbaar te maken;

In gesprek met Mathin Jaspers

(dit artikel is ook verschenen in de Wijerd van maart 2016)

Een gesprek met de voormalig eigenaar van molenplaats de Rollekoot in Vaassen

Door Henri Slijkhuis

Mathin Jaspers is geen onbekende binnen de Bekenstichting. Hij heeft in de jaren tachtig en negentig jarenlang in het bestuur meegedraaid. Hij is geboren en getogen op de Rollekoot in Vaassen. Zijn opa, zijn vader en hijzelf zijn decennia op deze molenplaats aan de Hattemse Molenbeek aan de slag geweest in hun wasserij. In Vaassen is wasserij Jaspers daardoor een begrip geworden. Hij en zijn broer Gerard hebben het bedrijf van vader Jan in 1961 overgenomen en in 2004 verkocht aan een grote wasserij-organisatie. In 2012 is de wasserij op de Rollekoot gesloten en staat sindsdien leeg. Mathin voelt zich nog steeds betrokken bij het wel en wee van deze voormalige molenplaats.

Ombouw stoomketel van kolen naar olie met de 23 jarige Mathin Jaspers (foto Mathin Jaspers)

Ombouw stoomketel van kolen naar olie met de 23 jarige Mathin Jaspers.
(foto Mathin Jaspers)

Inmiddels is hij 77 jaar. Woont niet meer op de Rollekoot en maakt een vitale indruk. Het vastleggen van een afspraak is nog niet eenvoudig. Hij heeft een volle agenda.

Tijdens mijn eerste gesprek word ik, na in de kamer een bakje koffie te hebben gedronken, meegenomen naar de kelder. Wat ik daar zie, overtreft mijn stoutste verwachtingen. Een groot deel van de kelderverdieping wordt in beslag genomen door een enorme tafel, die vol ligt met boeken en papieren over de wasserij. Naast de tafel ontwaar ik enkele, goed gevulde boekenkasten. Mathin begint me allerlei documenten en heel veel foto’s te laten zien en al spoedig breekt me het zweet uit. Het is teveel om in één keer te verwerken

Mathin geeft aan het moeilijk te vinden om ordening in alle papieren aan te brengen. Tijdens het gesprek wordt me dat ook duidelijk. Hij weet heel veel te vertellen over de Rollekoot. Vanaf het graven van de eerste spreng in 1542 tot aan de dag van vandaag. Zet dat maar eens goed op een rijtje!

Bij de Rode Beek (foto: Henri Slijkhuis)

Bij de Rode Beek (foto: Henri Slijkhuis)

We spreken af, dat ik een handje ga helpen om het materiaal te ordenen en artikelen zal schrijven voor het historisch tijdschrift Ampt-Epe en de Wijerd. De klap op de vuurpijl moet een boekje over de  bedrijfsgeschiedenis van wasserij Jaspers worden.

Mooi is zijn verhaal over het drinken van sprengenwater. Hij neemt regelmatig mensen mee naar het brongebied van de Hattemse Molenbeek, de Motketel. Daar springt hij in de sprengkop met een lege fles in de hand en vult die met helder bronwater. Vervolgens nemen alle aanwezigen een slok van dit mooie, heldere water. Hij verkneukelt zich van tevoren al over de reacties. Want wat heeft hij gedaan? In de bewuste sprengkop is van tevoren een gelijke fles met witte wijn verstopt. Hij steekt de lege fles in het water en haalt de fles met witte wijn ongezien tevoorschijn. Die gaat dan rond. Hilariteit alom. Wat een geweldige smaak heeft dat Veluwse bronwater!

Na de MTS is Mathin gaan werken in de wasserij. Door deze achtergrond is hij vooral gericht op de techniek.  Al snel worden dan ook de eerste technische vernieuwingen in de wasserij aangebracht. De stoommachine, die nog tot 1960 in gebruik was, gaat eruit en er wordt overgeschakeld op elektriciteit. Enorme spijt heeft hij van het afvoeren van de prachtige stoommachine. In die dagen was zijn historisch besef echter nog te gering. Gelukkig zijn er verschillende andere voorwerpen wel “gered”, zodat er naast foto’s en documenten ook nog tastbare herinneringen aan de wasserij over zijn.

Sanatorium Sonnenvanck in Harderwijk komt in ons gesprek ook verschillende keren aan de orde. Het is de eerste grote klant in 1908 en meer dan 100 jaar zal Jaspers de was doen voor dit instituut. In de beginjaren wordt de vuile en schone was met paard en wagen over de Veluwe getransporteerd.

Mathin heeft de schaalvergroting en fusies in de wasserijbranche van nabij meegemaakt. In 2004 is wasserij Jaspers (heette toen Rentex Interlin Jaspers b.v) verkocht aan een groot concern uit Koudekerk aan de Rijn. Aan de directe betrokkenheid met de wasserij is toen voor hem een eind gekomen. Wel heeft hij nog een aantal jaren een adviesrol vervuld.

Hij volgt de ontwikkelingen op de Rollekoot nauwkeurig. Het is hem een doorn in het oog, dat de wasserij al drie jaar leeg staat en de verloedering begonnen is. Hij hoopt, dat veranderingen in de toekomst recht zullen doen aan de eeuwenlange historie van de locatie en wil hieraan zo mogelijk nog graag een steentje bijdragen.

Molenplaats de Rollekoot in Vaassen

(dit artikel is verschenen in de Wijerd van maart 2016)

door Henri Slijkhuis

Gelegen in Vaassen aan de Gortelseweg, ver buiten de bebouwde kom, was de wasserij van Jaspers gevestigd. Bij de oudere inwoners van dit dorp is Jaspers een bekend begrip. Het bedrijf is in 2012 gesloten. Sindsdien staat het leeg. De wasserij heeft een eeuwenlange geschiedenis. De locatie aan de Hattemse Molenbeek staat bekend onder de naam “de Rollekoot” (1). De toekomst van deze historische molenplaats is onzeker. Er zijn plannen gemaakt, waar ook de Bekenstichting bij betrokken is. Maar of die plannen ooit tot uitvoering zullen komen? In dit artikel zal ik ingaan op deze oude molenplaats aan de Hattemse Molenbeek in Vaassen. De molenplaats is een onderdeel van een uniek sprengenlandschap.

Kaart Rollekoot en omgeving (Henri Slijkhuis)

Kaart Rollekoot en omgeving (Henri Slijkhuis)

De geschiedenis

Maarten van Rossem is de stichter van twee molens op de Rollekoot. Hij koopt in 1542 kasteel de Cannenburch met molen en beken. Hij wil in hetzelfde jaar nog een molen met een wijerd bouwen en vraagt daarvoor toestemming aan hertog Willem van Gelre. De hertog vindt het prima. De omwonenden hebben aanvankelijk geen bezwaar, maar als ze in de gaten krijgen, dat Maarten twee molens wil bouwen met een grote wijerd, vrezen ze dat hun gronden onder water kunnen komen te staan en gaan ze protesteren. Maarten wuift echter alle bezwaren weg en bouwt een koren- en een oliemolen inclusief wijerd. De molens op Rollekoot zijn een feit geworden (2).

De oliemolen is geen succes en zal weer snel afgebroken worden, want in de archieven wordt tot eind zeventiende eeuw steeds gesproken over één enkele molen. Wanneer de oliemolen precies is verdwenen is niet bekend.

Evert Jansen is de eerste molenaar op de korenmolen. Hij wordt in 1566 opgevolgd door Hermen Timmerman (3). Deze molen blijft de eerste 100 jaar in gebruik voor het malen van graan.

In 1640 wordt de korenmolen door de pachters Poull Peelen en Jonas Pouwelsen omgebouwd tot volmolen. Vollen is het vervilten van wollen stoffen met behulp van hulpstoffen. Zo’n hulpstof is urine. Het is dan ook niet prettig toeven in de buurt van een volmolen. De te vollen lakens worden aangevoerd uit de Overijsselse IJsselsteden en ook uit Amsterdam. In 1647 ontstaat er een strijd met de stad Hattem. Hattem eist tol voor de doorvoer van deze lakens van en naar Kampen. Daar zijn beide pachters het natuurlijk niet mee eens, omdat het volgens hen niet gaat om echte koopwaar, maar om goederen, die na bewerking weer naar de eigenaars terug gaan. De Gelderse Rekenkamer stelt de beide heren echter in het ongelijk en er moet betaald gaan worden(4).

Aan het eind van de zeventiende eeuw wordt de molen omgebouwd tot papiermolen. Er wordt ook een tweede molen bijgebouwd, want in 1697 wordt gesproken over “twe pampiremolens waervan pagters sijn Jan de Goye en Jacob Jacobs”.  Beide molens hebben vervolgens een reeks van pachters tot 1761. In dat jaar worden Heijmen Kamphuis en Jannetien Herms  de pachters van beide molens (5). De molens zijn eigendom van de Heren van de Cannenburch (Van Isendoorns à Blois). Als de laatste telg uit dit geslacht in 1865 kinderloos sterft, worden alle molens, die onder de Cannenburch vallen, verkocht. In de verkoopcatalogus van de Cannenburcher goederen van 1872 worden de beide Rollekootse papiermolens aangeduid als “Papierfabriek de Rollekoot, thans gedeeltelijk ingericht tot Zagerij”. Hendrik Pannekoek koopt de molens en betaalt er 3400 gulden voor. Hendrik bouwt de papiermolen om tot wasserij/blekerij.  Zijn weduwe verkoopt in 1896 deze wasserij aan Evert van Delden. Deze  Evert is getrouwd met Hendriks dochter. In 1904 verkoopt Evert de wasserij voor f. 14.000,- . Eigenaar wordt een bleker uit Gouda, Lambertus Jaspers. We zijn dan aangeland bij de naam, waaronder veel Vaassenaren de molenplaats nu nog kennen, “wasserij Jaspers”.

De wasserij in 1904 (foto: Mathin Jaspers)

De wasserij in 1904 (foto: Mathin Jaspers)

Lambertus Jaspers laat op de Rollekoot een nieuw gebouw neerzetten . Het wordt een hoog gebouw met een mansardedak , waarin een stoommachine wordt geplaatst. Deze stoommachine is overigens twee jaar eerder al door Evert van Delden gekocht (6).

 Draaiton gebruikt in de voormalige papiermolens. archief CODA

Draaiton gebruikt in de voormalige papiermolens. (archief CODA)

De familie Jaspers zal 100 jaar aan de Rollekoot verbonden blijven. In de beginperiode wordt nog gebruik gemaakt van waterkracht. In een lijst van 1933 staat echter, dat in stoomwasserij “De Rollekoot” geen waterkracht meer wordt gebruikt (7). In de jaren daarvoor is een nieuwe 15 pk stoommachine en een kolen gestookte stoomketel aangeschaft. De wasmachine en centrifuge worden vanaf dat moment door de stoommachine aangedreven. De kolen worden per trein aangevoerd naar het station in Vaassen en vandaar naar de wasserij gebracht. De klanten van de wasserij zijn in de beginperiode vooral particulieren. In 1908  wordt de eerste grote klant binnengehaald, sanatorium Sonnenvanck in Harderwijk. Het is dan nog de tijd van paard en wagen en via het Vierhouter Bos wordt de vuile en schone was heen en weer gereden.

Foto uit 1908 met personeel voor de wasserij. Op de achtergrond paard en beladen wagen (foto: Mathin Jaspers).

Foto uit 1908 met personeel voor de wasserij. Op de achtergrond paard en beladen wagen (foto: Mathin Jaspers).

In de oorlogsjaren 1940-1945 wordt een nieuw waterrad geplaatst voor de opwekking van elektriciteit en voor de aandrijving van een raspmachine voor bieten. Veel buren aan de Gortelseweg hebben hier gebruik van gemaakt. Overigens is in de oorlogsjaren doorgewerkt.  In de jaren zestig van de twintigste eeuw worden technische veranderingen aangebracht. De kolen gestookte ketel wordt omgebouwd naar olie en de tot dan gebruikte stoommachine wordt vervangen door elektromotoren. De uitbreiding van de wasserij begint vanaf 1969 vorm te krijgen. Het tijdvak van samenwerking en fusies  breekt aan. Door de samenwerking met een wasserij in Nijkerk is Jaspers in staat om de grote zorginstelling ’s Heerenloo uit Ermelo binnen te halen. Daarom wordt in 1974 een moderne wasserijstraat geïnstalleerd. Gebouwen worden toegevoegd en het aantal personeelsleden wordt uitgebreid tot circa 50. Vanaf 1974 wordt geen beekwater meer ingezet als waswater. Gebruik wordt gemaakt van opgepompt grondwater, dat na behandeling in een zandfilter en een onthardings- en ontijzeringsinstallatie als waswater dient. Ook komt in dat jaar een einde aan de lozing van het gebruikte waswater in de Hattemse molenbeek. Het bedrijf zorgt samen met de gemeente voor de aanleg van riolering. In 1980 wordt ook een nieuwe stomerij gebouwd, omdat de bestaande stomerij te klein is geworden. Het zal niet de laatste uitbreiding zijn. In 1989 fuseert Jaspers met Poppe uit Vaassen en Ten Bokkel Huinink uit Nijkerk. De naam wordt veranderd in Rentex Interlin Jaspers B.V. In de villa op de Rollekoot vestigt zich de directie van de Rentex Interlin organisatie.  In 1996 werken er 70 mensen op de Rollekoot (8). In 2004 wordt Rentex Interlin Jaspers B.V. overgenomen door een grote wasserij-organisatie uit Koudekerk aan de Rijn. In een grote organisatie als Clean Lease draait het om efficiëntie. Dit betekent schaalvergroting en minder vestigingslocaties. In 2012 wordt  “De Rollekoot” gesloten. Sindsdien staat het leeg.

De omgeving

De molenplaats Rollekoot ligt in een prachtige omgeving. Het maakt deel uit van het mooist bewaarde sprengenlandschap op de Veluwe. Op oude kaarten is goed te zien, dat het dorp Vaassen onder aan de helling van de stuwwal ligt. Niersen ligt westelijker en een stuk hoger. De omgeving van het buurtschap Niersen was daardoor heel geschikt voor het aanboren van grondwater. En dat is in de zeventiende eeuw ook op grote schaal gebeurd. Het gebied, dat bekend staat onder de naam “de Motketel”, is een wirwar van sprengen, die de Hattemse Molenbeek en Geelmolense Beek voeden. De Rollekoot wordt bij de oprichting in 1542 van water voorzien door de toen nog natuurlijke Rode Beek. Deze Rode Beek wordt daarvoor om- en opgeleid.  Aan het eiind van de zeventiende eeuw wordt de molenplaats aangesloten op de Hattemse Molenbeek. Door de vele sprengen en de beken die ontstaan, kunnen uiteindelijk zeventien molens in Vaassen van waterkracht voorzien worden.

Ook voor onze jaartelling wordt het gebied al bewoond. Daarvan getuigen de Celtic fields  in de nabije omgeving van de Rollekoot. Deze akkertjes zijn zevenhonderd jaar in gebruik geweest, van 500 voor Christus tot 200 na Christus. Het complex aan de Gortelseweg van meer dan 75 hectare bestond uit akkers, boerderijen en begraafplaatsen. De omwalde akkertjes hadden een omvang van 30 bij 30 meter en worden ook wel raatakkers genoemd. Ze zijn bebouwd met verschillende gewassen (9).

Celtic fields (foto Henri Slijkhuis).

Celtic fields (foto Henri Slijkhuis).

Deze Celtic fields zijn toch niet de oudste tekenen van menselijk ingrijpen in het landschap. Nog ouder zijn de grafheuvels uit de steen- en bronstijd. We hebben het dan over de periode 5300-800 voor Christus. In de omgeving van de Rollekoot zijn er veel te vinden.

Grafheuvel (foto: Henri Slijkhuis).

Grafheuvel (foto: Henri Slijkhuis).

De toekomst

Molenplaats de Rollekoot is aan het verloederen. De gebouwen staan al een paar jaar leeg. Van onderhoud is nauwelijks sprake. Het is een industrieel complex in een natuurlijke omgeving. Het is een grote uitdaging om functies te vinden voor de gebouwen, die recht doen aan het verleden, de omgeving en die ook nog eens economisch rendabel zijn.

Architectenbureau SDAA  heeft hierover nagedacht. Zij hebben plannen ontwikkeld voor dit bedrijfsterrein. Voor de Bekenstichting zijn de gedachten om in een deel van de gebouwen een informatie- en bezoekerscentrum met een wasserij- en watermolenmuseum te maken bijzonder interessant.  Het plan zit echter nog in een heel pril stadium. SDAA is in overleg met de huidige eigenaar. Hopelijk ziet die er wat in.

Noten

  1. De Hattemse molenbeek kent verschillende namen. De beek wordt ook Hartense molenbeek en Hattumsche molenbeek genoemd. Zie ook W.Terwel, molens op de Hattemsemolenbeek, in: De Wijerd 4e jaargang, nr 1, 1983, p. 8-11 en G.D. Cornelissen de Beer, De Hattumsche molenbeek, in: De Wijerd, 4e jaargang, nr. 3, 1983, p.13-15
  2. Hagens, p. 202, Th. Te Riele-ter Laak, p. 57
  3. Idem
  4. Hagens, p. 202
  5. idem
  6. Hagens, p. 203
  7. idem
  8. De Pers, p.1
  9. Simons, p. 11, Van Baarle, p.39

Geraadpleegde literatuur

  • Baarle, Cor van, Handel en wandel op de Veluwe, Zwolle 2009
  • Buurman, D.J.G. red., De Cannenburch en zijn bewoners, Zutphen 1990
  • Cornelissen de Beer, G.D,  De Hattumsche molenbeek, in: De Wijerd, 4e jaargang, nr. 3, 1983, p.13-15
  • De Pers, april 1996, derde jaargang (personeelsblad van Rentex Nederland)
  • Hagens, H., Op kracht van stromend water. Negen eeuwen watermolens op de Veluwe, Hengelo, 1998
  • Hardonk, R., Koornmullenaers, Pampiermaekers en Coperslaghers. Korte historie der waterradmolens van Apeldoorn, Beekbergen en Loenen, Apeldoorn 1968
  • Honderd jaar Epe. Grepen uit de geschiedenis van de gemeente Epe van 1878 tot 1978, Epe 1978
  • Menke. H, e.a., Veluwse beken en sprengen. Een uniek landschap, Utrecht 2007
  • Renes. J, e.a., het Veluwse sprengenlandschap; een cultuurmonument, Wageningen 2002
  • Simons, Veerle, Vaassen. Een cultuurhistorische wandeling, Utrecht 2012
  • Slijkhuis. Henri, De Kopermolen in Zuuk, z.p. 2015
  • Te Riele-ter Laak, Th., De Vaassense watermolens, in: Ampt Epe, nr.94-95, juli 1991, p. 55-68
  • Terwel, W., molens op de Hattemsemolenbeek, in: De Wijerd 4e jaargang, nr 1, 1983, p. 8-11

 

 

 

 

 

 

Landgoed Tongeren verbindt het heden met het verleden

Door Henri Slijkhuis

Inleiding

In dit artikel wordt ingegaan op het verleden en heden van landgoed Tongeren. Dit landgoed ligt vlak bij Epe. Mevrouw Ch. Rauwenhoff is directeur en één van de nazaten van de grondleggers van dit landgoed. Zij heeft een duidelijk beeld waar het met het landgoed heen moet. Dat is me duidelijk geworden in een vraaggesprek met haar. Het verleden koesteren, maar wel gebruik maken van de kansen en mogelijkheden van deze tijd om de financiën op orde te houden. Veel aandacht besteed ik aan het waterbeheer. Op landgoed Tongeren beginnen namelijk drie beken en water is daarom een belangrijke aspect.

Eper bekensysteem (bron website bekenstichting)

Eper bekensysteem (website bekenstichting)

Het verleden

Het Landgoed is gesticht in de tweede helft van de achttiende eeuw. Nicolaas Wilhelm de Meester, burgemeester van Harderwijk, is dan de eigenaar van vijf boerderijen en een hoeveelheid bouwland en heide in de buurschap Tongeren. Als  hij in 1768 overlijdt, wordt zijn dochter Cornelia Maria en haar man Jan Hendrik Rauwenhoff  eigenaar van dit Tongerense bezit.  Het echtpaar breidt het landgoed uit door de aankoop van nog twee boerderijen, waarvan één met een spijkertje*, dat Jan Hendrik  verbouwt tot herenkamer.  In 1805 bouwt  hij tegen de boerderij en spijkertje een herenhuis.  Rauwenhoff legt lanen aan,  plant bomen en ontwerpt een begraafplaats, die tot aan de dag van vandaag als familiebegraafplaats dienst doet. Jan Hendrik overlijdt in 1815. Zijn kleinzoon Jan Hendrik (1799-1833), koopman in Amsterdam, wordt na boedelscheidingen en transacties uiteindelijk eigenaar van het gehele bezit. Hij trouwt in 1825 met Anna van Heurn. Zij krijgen vier kinderen. Jan Hendrik overlijdt echter al  op 11 september 1833. Charles le Chevalier, vriend van de familie, wordt dan toeziend voogd van de kinderen. Hij is koopman in Amsterdam en getrouwd met Jeanne Dorothea de la Fontaine Schluiter, die in 1842 overlijdt. Drie jaar later trouwt Charles met Anna van Heurn en neemt het beheer van Tongeren op zich. Vanuit Amsterdam bestuurt hij het bezit. Hij koopt enkele boerderijen, laat er twee bouwen en koopt een grote hoeveelheid heidegrond van de gemeente. Hij doet zijn best  om de boeren van deze arme zandgronden aan een beter bestaan te helpen. Hij experimenteert met mest en nieuwe gewassen,  ontgint en legt weidegrond en bossen aan, maar het bekendst is hij geworden door het stichten van een school voor de kinderen van Tongeren  en directe omgeving in 1868. Het schooltje staat nu nog bekend als de Chevalierschool, maar is sinds 1996 niet meer in gebruik als school. Na zijn dood in 1881 gaat  het beheer over naar zijn stiefzoons Nicolaas en Willem en stiefdochter Anna.  Nicolaas richt in 1907 met de kinderen  van Willem de Naamloze Vennootschap “Maatschappij tot Exploitatie van het landgoed Tongeren onder Epe” op. De aandeelhouders van de huidige BV Landgoed Tongeren zijn allen nazaten van Willem. In de jaren dertig van de vorige eeuw is het landgoed verkleind. Door de crisisjaren en geldgebrek heeft de toenmalige landgoeddirecteur Charles Rauwenhoff  meer dan 200 ha grond moeten verkopen (a).

historische foto van landgoed Tongeren (bron: Lohuizerbrink)

historische foto van landgoed Tongeren (bron: Lohuizerbrink)

Op Tongeren liggen de sprengen van de Vlasbeek, Tongerense Beek en de Witte Beek. De Paalbeek en Dorpse Beek ontstaan net buiten het landgoed. De Tongerense Beek, de Witte Beek, De Paalbeek en Vlasbeek vormen samen de KLaarbeek. Aan deze laatste beek waren tijdens de hoogtijdagen van de watermolens de Wisselse molens, de Wisselse korenmolen, de Zuuker Kopermolen en de Zuuker korenmolen in bedrijf. Aan de bovenloop van de Tongerense Beek stond de Achterste molen. Deze molens waren allen afhankelijk van de watertoevoer vanaf het landgoed en dat leverde nog wel eens conflicten op. Het is goed om te beseffen dat tot de invoering van het kadaster in 1832 het lang niet altijd duidelijk was, waar de grenzen precies liepen in de heide en het veen. In 1821 vond een botsing plaatsing in dit grensgebied  tussen de moleneigenaars en het landgoed. In 1811 had Jacob ’t Hoen zowel de Zuuker koper- als korenmolen gekocht. De vier molens in Wissel waren in 1821 alle eigendom van Henricus Poll. Het conflict ging over het toevoegen van extra sprengen om meer water op de beken te krijgen. Deze sprengen waren in opdracht van Poll gegraven en de toenmalige landgoedeigenaar Jan Hendrik Rauwenhoff kon geen waardering opbrengen voor dit gegraaf. Hij stapte op 25 augustus 1821 af op Poll en riep hem ter verantwoording. Poll gaf in dat gesprek aan dat de zijdelingse sprengen niet nieuw waren en gehandhaafd moesten worden. Dat kon Jan Hendrik niet overtuigen, omdat hij zelf gezien had, dat er voor het uitgraven ijzeren schoppen waren gebruikt, terwijl voor het onderhoud en graafwerk aan de beken altijd houten schoppen waren gebruikt om de bodem niet te beschadigen en “lek” te stoten. Hij gaf zijn opzichter opdracht om de “uitgravingen” weer dicht te gooien en dat te blijven te doen als ze weer opnieuw uitgegraven zouden worden. De burgemeester van Epe probeerde nog om te bemiddelen om een rechtszaak te voorkomen, maar dat was geen succes. Het probleem van de moleneigenaars en de landgoedeigenaar was, dat er geen bewijzen voor handen waren, die het recht, dat men meende te bezitten, konden ondersteunen. Uiteindelijk na veel “memories” lukte het in 1828 een derde partij n.l. de “Registratie en Domeinen in Gelderland” om een oplossing te bereiken. Rauwenhoff erkende Domeinen als eigenaar van de Vlasbeek, Paalbeek, Tongerense en Witte Beek en liet aan hen de zorg over om de beken aan de sprengenkoppen met rijstwerk of andere middelen tegen het inzakken van de grond te beschermen en om tweemaal per jaar na een behoorlijke schouw met houten schoppen de beken te ruimen. Rauwenhoff verbond zich verder aan de bepaling om boven de sprengenkoppen geen graafwerkzaamheden te gaan uitvoeren, waardoor het water zou kunnen worden weggeleid. Domeinen erkenden Rauwenhoff als eigenaar van het Tongerense veen. Als afscheiding werd een sloot gegraven op kosten van Rauwenhoff. Hij kreeg echter de helft van de graafkosten terug toen van het andere deel van het veen de bestemming was bepaald (b).

Het heden

Het ruimen van het vee in 2001 als gevolg van de mond en klauwzeeruitbraak (MKZ) heeft grote betekenis voor het landgoed. De 5 agrariërs op Tongeren die dan al boven de 50 jaar zijn en de landgoedeigenaren worden geconfronteerd met een onzekere toekomst. Overigens volgt de landbouw op het landgoed al geruime tijd de landelijke trend van snelle afname van het aantal agrarische bedrijven.

In 2006 verschijnt een ontwikkelingsvisie voor het landgoed. In deze visie worden vier aspecten uitgewerkt . Behouden van de landbouw, uitbreiden en herstel natuur, vergroten woonfunctie in de vrijkomende agrarische gebouwen en recreatie . Hoewel water geen eigen plaats in de ontwikkelingsvisie heeft gekregen, zal het bij de uitvoering van de plannen een hoofdrol vervullen. In het gebied van het Tongerense veen ligt het accent op cultuurhistorie en in het Wisselse veen op de natuur.  De plannen zijn in 2013 vastgelegd in het bestemmingsplan van de gemeente Epe.

Wat zijn de voornemens? 

De landbouw zal geconcentreerd worden op 1 nieuw te bouwen rundveebedrijf. Dit bedrijf neemt alle landbouwgronden in beheer en zal tevens een zorgfunctie gaan vervullen. Aan de zuidkant van het landgoed vindt natuurontwikkeling plaats. 20 ha landbouwgrond wordt nieuwe natuur. Daarbij zal het accent op veenvorming komen te liggen. Dit gebied sluit aan bij het Wisselse veen, dat door het Gelders Landschap wordt beheerd. Door het creëren van onder meer nieuwe wooneenheden in vrijkomende agrarische gebouwen moet de economische draagkracht van het landgoed versterkt worden. Een ander deel van het ‘rood’ zoals stallen, schuren, wagenloodsen, kuilplaten en mestsilo’s die niet meer gebruikt worden, zal gesaneerd worden. Dit levert een ‘rood’ reductie op van ruim 50% en zal tot verdere verfraaiïng van het landgoed leiden. Op de hoek van de Molenweg en Van Manenspad wordt een schaapskooi gebouwd. Deze schaapskooi zal een educatief-recreatieve functie gaan krijgen.

Wat is er nu al te zien?

Rijdend over de Tongerense weg is de bouw van het nieuwe agrarische bedrijf goed te volgen. De boerderij en stallen staan er al en de ingebruikname zal niet lang meer duren.

Bouw nieuw agrarisch bedrijf (bron:auteur)

Bouw nieuw agrarisch bedrijf (H. Slijkhuis)

Ook de natuurontwikkeling aan de zuidkant is begonnen. De eerste bomen zijn gerooid in het weggetje (Beekallee) tegenover de Anna’s Hoeve (die ook verbouwd wordt en een andere functie krijgt). Het gebied wordt natter gemaakt door het weghalen van een deel van de allee, het  dempen van sloten en de Witte Beek te “verondiepen tot aan het maaiveld” (c). De landbouwfunctie zal gaan verdwijnen.

War betekent dit nu voor de beken op Tongeren?

Door het afgraven van de verrijkte graszode en het dempen van sloten en verondiepen van de beekloop in het Wisselse Veen gebied zal de grondwaterstand hoger komen te liggen. Hierdoor wordt de situatie gecreerd voor het herstel van veenvorming in dit gebied.

Consequentie van de maatregelen is dat er minder water afgevoerd wordt via de Tongerense beek. De molenplaatsen aan de Tongerense beek en verderop de Klaarbeek zullen minder water ontvangen. Daar staat wel wat tegenover. Aan de noordzijde van het landgoed, in het gebied van het Tongerense Veen waar het accent  op cultuurhistorie en landbouw ligt, krijgt het landgoed te maken met een hogere grondwaterstand als gevolg van het infiltratieproject van Vitens. Dit is gezien de functie landbouw een ongewenste situatie. Om de grondwater peil op de juiste hoogte te brengen zal er meer water afgevoerd moeten gaan worden via de Vlasbeek. Het is dan ook de bedoeling om de Vlasbeek verder naar het westen toe te gaan verdiepen. Deze oorspronkelijke beek is in de loop der jaren verdroogd en daardoor is de sprengkop naar het oosten verschoven. Tevens worden andere watergangen verdiept. Alle watergangen komen uit op de Vlasbeek.  Aangezien de Vlasbeek ook de Klaarbeek voedt, is het de verwachting dat de verminderde afvoer van de Tongerense beek gecompenseerd gaat worden door de vergrote afvoer via de Vlasbeek.  Ook de grotere infiltratie door Vitens aan de noordkant van Epe zal effect hebben op de grondwaterstand in het Tongerense veen en zal er op termijn mede voor zorgen dat de Vlasbeek meer water gaat afvoeren. De Bekenstichting vindt het van groot belang dat de waterafvoer via de Klaarbeek niet verkleind gaat worden. In Zuuk staat de Zuuker molen. Deze voormalige koper-, papier- en korenmolen is een bijzonder waardevol cultuurhistorisch object. De molen is nog vrijwel compleet en het is mogelijk om de laatste functie van korenmolen weer op te starten. Die unieke molen zou daarom gerestaureerd moeten worden. Maar er moet dan wel voldoende water uit de Klaarbeek op het rad komen. De stichting probeert dat voor elkaar te krijgen.

Tongeren Vlasbeekdeel zonder water (H. Slijkhuis)

Tongeren Vlasbeekdeel zonder water (H. Slijkhuis)

Vlasbeek op overgang droog- en watervoerend deel (H. Slijkhuis)

Vlasbeek op overgang droog- en watervoerend deel (H. Slijkhuis)

Dde wijerd bij de kopermolen te Zuuk (H. Slijkhuis)

De wijerd bij de kopermolen te Zuuk (H. Slijkhuis)

* spijker: (ook wel spieker) is de benaming voor een voorraadschuur waar graan opgeslagen wordt. Spieker is afgeleid van het woord spicarium; spicae is  Latijn voor korenaren

** In het najaar zal symbolisch de eerste spa in de grond worden gezet in de bovenloop van de Vlasbeek om het voornemen van het uitdiepen te markeren

Noten
a. Henri Slijkhuis, de cultuurhistorie van de Tongerense beken, verschijnt in de Wijerd 2014, nr 4
b. J.C.Kreffer, Tongeren. Ontstaan en groei van een landgoed, Vaassen 1997, p.71-81
c. Mondeling Charlotte Rauwenhoff 25 juni 2014
Literatuur

1. J.C.Kreffer, Tongeren. Ontstaan van een landgoed, Vaassen 1997

2. R.Wartena, Tongeren de geschiedenis van een Veluwse buurschap, Zutphen 1979

3. H.B. Demoed, Mandegoed Schandegoed, de Markeverdelingen in Oost-Nederland in de 19e eeuw, Zutpen 1987
4. S.W. Verstegen, Gegoede ingezetenen. Jonkers & geërfden op de Veluwe 1650-1830

Aarden wallen op de Noordberg, mogelijk een Franse schans?

In het boek van Ruud Schaafsma over de Renkumse en Heelsumse beekdalen trok één passage mijn aandacht; een citaat van een dagboek van Bas Noppen. Hij schreef hier over de Heelsumse beek en de Noordberg:

“Toen in de laatste jaren der 18e eeuw de fransche Republiek den oorlog had verklaard aan den stadhouder Willem V, trokken de franschen tijdens een zware winter over den Rijn. Zij gingen in het Hetersche rek, waar de Rijn grotendeels bij zwaren vorst droog ligt, over het zand en ijs dat sterk genoeg was om de kanonnen en wagens te dragen. toen hebben ze dadelik den Noordberg bezet en schansen aangelegd bij de beek; want het prinselijke leger lag achter Wolphese en verder op de heide. De schansen zijn nog te zien van den opmerker. Toen hadden zij last van het beekwater en hebben dezelve naar den Rijn geleid door ene geul in het weiland te graven. Wat hadden de Hollanders, indien zij den Noordberg bezet hadden, de overtocht over den Rijn makkelik kunnen verhinderen”. Noppen schreef dit als zeventigjarige naar aanleiding van zijn dagboeken uit zijn jeugd van rond 1850. Het is bekend dat de Fransen op 25 januari 1795 bij Wageningen (Lexkesveer) en Renkum de bevroren rivier overstaken. Denk ook aan de beroemde schoolplaat van Isings “De fransen trekken over de Lek”.

Noordberg locatie aarden wal

Noordberg locatie aarden wal

Toen ik het citaat uit het dagboek van Noppen las moest ik direct denken aan een locatie ten zuiden van Renkum, langs de Nederrijn. Hier heb ik aarden wallen aangetroffen op de Noordberg als ik vanuit Renkum de Jufferswaard in trek, de Heelsumse beek oversteek en de heuvel oploop. Deze wallen liggen precies op de bovenrand van de heuvel, in een vierkant van ca. 50 x 50 meter met daarom heen aan de hoge zijden een droge greppel, zie foto.

Foto aarden wal op de Noordberg. Bron: J. Habraken, gemeentelijk archeoloog Renkum

Foto aarden wal op de Noordberg. Bron: J. Habraken, gemeentelijk archeoloog Renkum

Omdat ik graag wilde weten of deze wallen mogelijk die franse schans konden zijn, ben ik gaan speuren in het veld en naar historisch materiaal. Ik vond op de kadastrale minuutplan van 1833 een rechthoekig lijntje maar op topografische kaarten van die tijd stond dit niet meer. Ook bemachtigde ik een luchtfoto uit 1939 waar eveneens een wal in de heide is waar te nemen. Uit andere bronnen was bekend dat op de Noordberg (verbastering van Den Oortberg) een galgeheuvel had gestaan. Deze plek ligt precies naast het ‘vierkant’.

Historische kadastrale minuutplan Renkum Heelsum. 1833.  Bron: watwaswaar.nl

Historische kadastrale minuutplan Renkum Heelsum. 1833.
Bron: watwaswaar.nl

Mijn interesse was gewekt. Stiekem heb ik een boring gezet waaruit bleek dat de greppel tenminste 70 cm diep geweest moest zijn; ongeveer zo diep als de wal hoog was. Ook zochten we naar vondsten maar konden het materiaal niet goed dateren dat we hadden aangetroffen.

In de Geschiedenis kroniek van Wageningen 750 jaar kunnen we lezen waarom de Fransen juist hier de Rijn overstaken. De Rijn botste hier eerst tegen de Noordberg aan en vervolgens ter hoogte van het Lexkesveer tegen de Wageningse stuwwal. De onbedijkte rivier zonder kribben erodeerde de helling waardoor grote ladingen zand in de rivier belandden. Hierdoor werd de rivier zeer ondiep en dus doorwaadbaar, met allerlei eilandjes en zandbanken.

Lufo_1939_Renkum uitsnede

Historische luchtfoto Grebbelinie 1939 van het gebied. Omcirkeld is de plek met de wallen. Bron: WUR collectie.

Ook het citaat over de beek trok mijn aandacht. Waarom zou de beek vergraven zijn en waar precies? Ik vermoed dat de beek toen als enige niet of gedeeltelijk bevroren was omdat kwelwater minder snel bevriest. Hadden de Fransen behoefte aan stromend water bij hun schansen of hadden ze mogelijk behoefte om zich te verdedigen tegen een vijandelijk leger of om water in de buurt te hebben?

Nu de nieuwe hoogtekaart, de AHN2, sinds vorige maand vrijelijk beschikbaar is, heb ik een reliëfkaart kunnen maken waarop de aarden wallen goed zichtbaar zijn. Op de afbeelding ziet u het reliëf van de Noordberg, met de rivier de Rijn net ten zuiden van de kaart. Heel duidelijk is een vierkante wal te zien met daarnaast een heuvel. Deze laatste is de galgeheuvel van Kasteel Doorwerth (aldus Ruud Schaafsma). Op de hoogtekaart zijn zelfs de ingangen van de aarden wallen te herkennen. Mensenwerk dus.

AHN2 aarden wal Noordberg kleur

Aarden wallen op het hoogtebestand AHN2 0,5 x 0,5 m pixels.
Bron: nationaal georegister.

Als u met mij mee rekent; stel dat de wal vroeger 3 m breed was en 1 m hoog. Dan komt dit overeen met 2 m3 grondverzet per strekkende meter. Uitgaande van één m3 grondverzet per soldaat per uur en een lengte van 4 maal 50 is 200 meter, heeft een legereenheid van 500 man dit hier in ca 1 uur (!) uit de grond gestampt. Natuurlijk is de bevroren grond, het gemis aan kruiwagens en het doen van overige werkzaamheden hier niet bij inbegrepen.

Ik ben benieuwd of bij archeologisch onderzoek er paalgaten op de wal worden aangetroffen die bewijs leveren voor de functie van de schans. Ook kunnen er zelfs twee of drie ingangen in de wal waargenomen worden op de hoogtekaart. Tot slot vraag ik mij af wat de zuidwestelijke cirkel betrof van de wal. Hier is duidelijk een kuil waar te nemen. Een verdedigings- of uitkijktoren?

Na een uitnodiging aan Ruud en de gemeentelijk archeoloog zijn we vorige nazomer gaan kijken op locatie. De archeoloog zag de mogelijke schans maar we konden niet vaststellen dat het daadwerkelijk om deze Franse schans ging.

Sindsdien ben ik nauwelijks verder gekomen. In het gebied kan niet zomaar archeologisch onderzoek worden verricht met proefsleuven omdat er geen bodemverstorende activiteiten gaan plaatsvinden. Daarom blijft dit mysterie voor mij onopgelost en ik kan hier niet mee leven.

Wie heeft meer informatie over de legering van de franse troepen bij Renkum, wie heeft of kent vondsten of andere informatie die dit verhaal ondersteunen dan wel ontkrachten? Wie wil mij helpen om het raadsel op te lossen?

Johan de Putter (johandeputter@yahoo.com)

 

Papierfabriek Middelste Molen gaat duurzame energie opwekken

Papierfabriek Middelste Molen gaat duurzame energie opwekken

Door redactie op maandag 2 juni 2014 om 16:17 uur

MiddelsteMolenDuurzaam

deA heeft papierfabriek de Middelste Molen uitgekozen als het project voor haar nieuwe campagne. Doel is om met het waterrad van de molen stroom op te wekken. deA voert het project uit zodra zich 500 nieuwe klanten hebben aangemeld.

Het waterrad van de molen draait op dit moment alleen als de molen in bedrijf is. De overige tijd staat het waterrad stil. deA wil het waterrad continu laten draaien en daar stroom mee opwekken. De stroom wordt in eerste instantie geleverd aan de Middelste Molen. Als de Middelste Molen de stroom zelf niet nodig heeft, is deze beschikbaar voor de klanten van deA. deA start het project bij 500 nieuwe klanten. Op die manier ontstaat een extra reden om klant te worden van deA.

Energie uit waterkracht

De Middelste Molen rolde uit de bus na een uitvraag van deA voor de campagne. Vraag was om een project aan te dragen dat deA zou realiseren na 500 nieuwe klanten. Het project is ingediend door Loenen Energie Neutraal die ook bij de uitvoering ervan betrokken is. Michael Boddeke, directeur energiebedrijf deA: ‘Het project van de Middelste Molen sprak ons aan omdat het om waterkracht gaat. Klanten van deA krijgen nu energie geleverd uit het vergisten van mest, rioolslib en GFT. Een energiebron op waterkracht hadden we nog niet. Bovendien is de Middelste Molen van grote cultuur-historische waarde en belangrijk voor Apeldoorn. Ook daar dragen we graag aan bij.’

Uit de Regiobode wo 11-06-2014

Sint Jansdag bij de Witte Watermolen in Arnhem

SINT JANSDAG 22 juni 11.00 – 16.30 uur

Kom een kijkje nemen ‘onder de motorkap’ van de Witte Watermolen.

De feestdag van Sint Jan (eigenlijk 24 juni) is traditioneel het begin van de ‘staantijd’.
Het graan van het vorige seizoen is gemalen en de nieuwe oogst laat nog op zich wachten. Dat is het juiste moment om de molen op te ruimen, schoon te maken en onderhoud te plegen.

Voor bezoekers die geïnteresseerd zijn in de techniek van de watermolen is de Sint Jansdag op zondag 22 juni de ideale gelegenheid een kijkje te nemen in en rond de molen. De molenaars zijn natuurlijk druk, maar er is altijd wel iemand die vragen kan beantwoorden en informatie kan geven.

WitteWatermolenonderhoud1

Wat het onderhoud aan de molen betreft moet je denken aan:
– schoonmaken van de molengoot en het waterrad
– smeren van kammen en tandraderen
– zonodig demonteren van onderdelen
– grondige schoonmaakbeurt van de molen

En natuurlijk zijn de ambachtelijke producten van de molen te koop:
– (biologische) mix voor brood, pannenkoeken, appeltaart, etc.
– tarwe- en speltmeel om zelf brood te bakken.
– bakbenodigdheden voor in de keuken

Zondag 22 juni  11.00 tot 16.30 uur
Toegang gratis

Bezoekerscentrum Sonsbeek
De Witte Watermolen
Zijpendaalseweg 24a
6814 CL Arnhem
026 – 4450660
www.bezoekerscentrumsonsbeek.nl

 

De cultuurhistorie van de Horsthoekerbeken.

Inleiding

De Bekenstichting heeft twee prachtige wandelrouteboekjes uitgegeven. “Te voet langs stromend water”.  Het eerste wandelboekje bevat 8 wandelroutes tussen Hattem en Apeldoorn. Het tweede deel bevat 8 wandelroutes tussen Apeldoorn en Arnhem.

Als liefhebber van wandelen is het voor mij een feest om deze routes te lopen, omdat naast natuur ook veel cultuurhistorie te vinden is in de nabijheid van de routes. Op dat laatste aspect wil ik uitgebreider ingaan. Ik begin met de route langs de Horsthoekerbeken, die liggen op de grens van de gemeenten Heerde en Epe.

Vertrekkend vanaf de parkeerplaats  van de begraafplaats Engelmanskamp aan de Elburgerweg te Heerde stuit u al vrij snel op de Renderklippen.

kaart Horsthoekerbekenroute

De Renderklippen.

De Renderklippen bestaan uit met  heide begroeide stuwwallen. Deze stuwwallen zijn ontstaan door gletsjers die tijdens de voorlaatste ijstijd (het Saalien; 238.000-128.000 jaar geleden) de grond opstuwden. Het klimaat veranderde  echter 128.000 jaar geleden.  Het resultaat, de stuwwallen, bleven achter. Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien 75.000-10.000 jaar geleden, bereikte het ijs Nederland niet. Wel was er dan sprake van een toendralandschap, waar de wind vrij spel had. Dit had als gevolg, dat veel zand verstoof en als een deken het landschap bedekte. Tevens zijn er toen stuifduinen gevormd. Op de Renderklippen komt u prehistorische grafheuvels tegen uit de steentijd (2800 tot 2100 v. Chr.). De grond van de Renderklippen bestaat uit arme zandgrond, die niet geschikt is voor landbouw. De heide is ontstaan en wordt in stand gehouden door menselijk ingrijpen; men hoedt er al eeuwenlang schapen. Anno 2014 kunt u tijdens de wandeling nog steeds de herder met zijn schapen tegenkomen.

Renderklippen met schaapskooi  (foto: Henri Slijkhuis)

Renderklippen met schaapskooi
(foto: Henri Slijkhuis)

Na de Renderklippen ziet u de sprengen van de Noordelijke, Middelste en Zuidelijke Horsthoekerbeek.

De Sprengen

De drie Horsthoekerbeken vormen een mooi voorbeeld van sprengenbeken die zijn aangelegd voor het aandrijven van molens. Uit de vroegste gegevens over de molens is af te leiden dat de beken in het derde kwart van de 17e eeuw moeten zijn gegraven. De beken worden in drie trajecten onderverdeeld. Het eerste traject is het deel dat water produceert en spreng wordt genoemd. Het tweede traject is het transportgedeelte en het derde traject wordt het opgeleide deel genoemd. Het tweede en derde traject vormen samen de beek. De scholtis *, Luyer Daendels, laat in  het derde kwart van de zeventiende eeuw, de Noordelijke en Middelste Horsthoekerbeek aanleggen. Hij laat vervolgens aan elk van de beken een molen bouwen. Later worden aan deze beken meer molens gebouwd. In dezelfde tijd laat Henderick van Isendoorn  van de Cannenburch op het grondgebied van de gemeente Epe de Zuidelijke Horsthoekerbeek graven, waaraan hij twee molens bouwt.

De historie van de molens en molenaars is vaak heel goed vastgelegd. Over het graven van de beken weten we vrijwel niets. Dat geldt ook voor de Horsthoekerbeken. Ze hadden, in tegenstelling tot natuurlijke wateren, vaak niet eens een naam. In de literatuur wordt gesproken over “Griftbeken”en “Horsthoekerbeken” en om ze te onderscheiden worden ze de eerste, tweede en derde Horsthoekerbeek genoemd. Het waterschap Veluwe heeft de verwarrende naamgeving opgelost door ze aan te duiden als Noordelijke, Middelste en Zuidelijke Horsthoekerbeek. De beken worden vaak bij de gemeente Heerde gerekend. Dat klopt echter niet, omdat de Zuidelijke Horsthoekerbeek helemaal binnen de grenzen van de gemeente Epe ligt. In Epe staat de Zuidelijke Horsthoekerbeek ook wel bekend als “Molenbeek”.

De sprengen van de Horsthoekerbeken zijn in redelijke staat gebleven. Ze voeren alle drie water. De gravers hebben indertijd goed geweten, waar de beste plekken zijn om te graven. In het eeuwenlange bestaan is er wel het nodige veranderd. Zo kennen de noordelijke en zuidelijk beek allebei een dode tak. Hoe dat is gekomen valt, door gebrek aan schriftelijke bronnen, weinig over te melden.

Sprengkop Noordelijke Horsthoeker beek 2014  (foto: Henri Slijkhuis)

Sprengkop Noordelijke Horsthoeker beek 2014
(foto: Henri Slijkhuis)

Iets ten westen van de sprengenkoppen van de Zuidelijke Horsthoekerbeek is recent een historische boswal in ere hersteld.

Historische boswal

In het Sprengenbos ligt een circa 400 meter lange aarden wal die een halfrond perceel aan drie zijden begrenst. Voor 2012 was deze wal nauwelijks zichtbaar. De wal lag verscholen in het bos, waarbij zowel het terrein binnen en buiten de wal als het wallichaam zelf waren beplant met grove den, Japanse lariks en douglas. Door jarenlange erosie was de wal op veel plekken nog maar enkele decimeters hoog en was langzaam aan het verdwijnen. De wal werd daarnaast doorsneden door rechte wegen die tijdens de bosaanleg aan het begin van de twintigste eeuw waren aangelegd als onderdeel van een blokgewijze verkaveling. Ook de bijbehorende greppel aan de buitenzijde van de wal, die is ontstaan door de winning van zand voor het wallichaam en daarnaast diende als extra barrière, was door erosie en strooiselophoping op tal van plaatsen zeer ondiep geworden.

In het voorjaar van 2012 is de wal over de gehele lengte hersteld door met een graafmachine het wallichaam op te hogen en de naastgelegen greppel uit te diepen. Hierbij zijn de oorspronkelijke afmetingen aangehouden.

Over de geschiedenis van de wal is weinig bekend. In archiefstukken is niets over de aanleg van deze wal terug te vinden. Door de bestudering van historisch kaartmateriaal is achterhaald wanneer de wal ongeveer moet zijn aangelegd en wat de vermoedelijke functie van de wal is geweest.

Er wordt aangenomen dat de wal omstreeks 1850 is aangelegd door buurschap Vemde om een net aangelegd bos te beschermen tegen vraat van schapen die op de omringende heide liepen.

Herstelde historische boswal bij Renderklippen (foto Henri Slijkhuis)

Herstelde historische boswal bij Renderklippen
(foto Henri Slijkhuis)

Na dit uitstapje komt u op de voormalige spoorlijn terecht, die nu als fietspad dienst doet.

Voormalige spoorlijn

Dit kaarsrechte fietspad is de voormalige spoorlijn. De spoorlijn is geopend in 1887 en loopt tot Hattemerbroek. Twee jaar later wordt bij Hattemerbroek de aansluiting op de spoorlijn Amersfoort-Zwolle tot stand gebracht, zodat vanaf 1889 van Apeldoorn naar Zwolle gereisd kan worden. De spoorlijn is van grote betekenis voor de regionale economie. Aftakkingen zijn aangelegd naar de Industrie en de Venz  in Vaassen en in  Heerde naar zeepfabriek de Klok en de Berghuizer Papierfabriek. In alle plaatsen zijn bedrijven ontstaan dichtbij de spoorlijn. Na de Tweede Wereldoorlog neemt het busvervoer sterk toe en komt ook het autogebruik in beeld voor grotere delen van de bevolking. Al in 1950 komt er daarom een einde aan het passagiersvervoer tussen Apeldoorn en Zwolle en in 1972 wordt gestopt met goederenvervoer over deze lijn. De laatste delen van de spoorlijn worden in het najaar van 1980 weggehaald. Het  huidige fietspad is een blijvende herinnering aan deze spoorlijn. Op onderstaande foto ziet u de voormalige spoorbrug over de Middelste Horsthoekerbeek.

Fietspad en spoorbrug ter hoogte van Middelste Horsthoeker beek  (foto Henri Slijkhuis)

Fietspad en spoorbrug ter hoogte van Middelste Horsthoeker beek
(foto Henri Slijkhuis)

Zwembad de Wijerd

Hoewel het voormalige zwembad de Wijerd te ver van de route afligt om even langs te lopen is het verhaal van dit bad te mooi om niet te vertellen. De onderste molen in het buurtschap Vemde aan de Zuidelijke Horsthoekerbeek had een grote wijerd nodig om tot voldoende water te komen voor de aandrijving.

In 1911 is deze wijerd als zwembad “De Wijerd” in gebruik genomen. Het verving het slecht geconstrueerde zwembad “De Klaarbeek” aan de zuidkant van het dorp Epe, dat sinds 1901 is gebruik was, maar jarenlang meer een modderpoel was dan een zwembad. Vervuiling door een bovenstrooms gelegen watermolen zorgde voor vervuild water in dit zwembad.

Het zwembad de Wijerd ontvangt zijn water van de hoger gelegen sprengen van de Zuidelijke Horsthoekerbeek.. Overtollig water kan eenvoudig worden geloosd op de lager gelegen weilanden. Door de grote doorstroming is de kwaliteit van het water hoog..

In 1927 wordt  zwembad De Wijerd uitgebreid. Er komt een kantine en er worden 120 kleedhokjes geplaatst. Dit is mogelijk, doordat in 1927 molen-eigenaar Dijkgraaf de molen en wijerd aan het bestuur van het zwembad de Wijerd verkoopt. Dit bestuur  verkoopt het molengebouw vervolgens direct door aan de gebroeders Bagerman, die in 1928 er een wasserij van maken. Dit bedrijf met de naam Eper Stoomwasserij B.V. bestaat nog steeds.

Het zwembad de Wijerd is voor vele generaties Epenaren een begrip. De temperatuur van het beekwater wordt ivm de relatief korte afstand ten opzichte van de bron zelfs tijdens een hittegolf maar weinig opgewarmd. Deze aangepaste wijerd  is tot 1999 in gebruik geweest als openluchtzwembad.

Terug naar de route. Na een flink stuk fietspad komen we bij de Bovenste molen van de Noordelijke Horsthoekerbeek.

Bovenste molen aan de Noordelijke Horsthoekerbeek

Het is de oudste van de vier molens die in de Horsthoek gebouwd zijn. Jan Jansen van Münster is de eerste pachter van water en grond en bouwer van de papiermolen. We zijn dan in 1662. De molen is tot 1884 in gebruik geweest als papiermolen. Dus meer dan twee eeuwen. Evenals de vele andere papierwatermolens op de Veluwe is dit bedrijfje niet opgewassen tegen de schaalvergroting elders in het land en volgt in 1884 de ombouw tot wasserij. J.W. van Klaveren is de laatste wasserij-eigenaar. Hij stopt met het bedrijf aan het eind van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Tegenwoordig is het pand in gebruik door Jeugd met een Opdracht. De opgeleide beek ten behoeve van de voormalige molen is nog steeds heel goed in het landschap zichtbaar.

Noordelijke Horsthoeker beek, Bovenbeek van vroegere Bovenste molen. (foto: Henri Slijkhuis)

Noordelijke Horsthoeker beek, Bovenbeek van vroegere Bovenste molen.
(foto: Henri Slijkhuis)

Dullinkspapiermolen, nu wasserij gebr. Bagerman

Op korte afstand van de Bovenste molen (niet aan de route) ligt de Dullinkspapiermolen. Deze molen ligt niet aan de Noordelijke, maar aan de Middelste Horsthoekerbeek. De stichtingsdatum van deze molen is onbekend, maar het kan niet lang na de stichting van de Bovenste molen geweest zijn.. Rondom 1670 lijkt aannemelijk. In 1695 wordt de papiermolen voor de eerste keer verkocht. Ook deze papiermolen wordt eind 19e eeuw omgezet naar een wasserij. In 1897 wordt een stoomketel geplaatst en gaat men over op machinaal wassen. De molen wordt in 1902 toebedeeld aan Jacob en Cornelis Bagerman. Nazaten zijn tot op de dag van vandaag bedrijfsmatig aan het wassen.  Het gebouw is duidelijk zichtbaar ten westen van de weg Epe-Heerde en ten zuiden van viaduct de Horsthoek,

De belangrijkste cultuurhistorische objecten heeft u nu gehad. Na een korte wandeling door een landschap met weilanden en later bos komt u weer bij het startpunt uit.

Henri Slijkhuis


 * De  Scholtis of Schout is een lokaal ambtenaar belast met bestuurlijke en gerechtelijke taken en het handhaven van de openbare orde.

 Meer lezen:

  1. Te voet langs stromend water op de Veluwe. Deel 1. Van Hattem tot Apeldoorn. Info: info@sprengenbeken.nl; tel. 0578-631459
  2. B.D. Volkers, E.J. Zuurbier, het Heerder Bekenpad. Water: bron van welvaart in Heerde. Uitgegeven door Heerder Historische Vereniging en Stichting tot behoud van Veluwse Sprengen en Beken; juni 1997
  3. H. Hagens, Op kracht van stromend water. Negen eeuwen watermolens op de Veluwe, Hengelo, 2000
  4. Menke e.a., Veluwse beken en sprengen. Een uniek landschap, Utrecht 2007
  5. Martijn Boosten, Herstel van een historische boswal in het Sprengenbos in Epe; Vakblad natuur, bos en landschap, december 2012

 

Werkgroep cultuurhistorie op stap met Herman Hagens.

Werkgroep cultuurhistorie op stap met Herman Hagens.

Donderdag 20 februari is het zover. Herman Hagens, de auteur van het standaardwerk “Op kracht van stromend water. Negen eeuwen watermolens op de Veluwe”, komt op bezoek bij de werkgroep cultuurhistorie. Jan van de Velde, Jan Koornberg en Henri Slijkhuis begeleiden Herman naar de Grutmolen, later Wasserij Molenbeek in Heerde, de Kopermolen in Zuuk (Epe) en de Cannenburchermolen in Vaassen.

Herman is al vanaf de jaren vijftig informatie aan het verzamelen over watermolens in Twente en de Achterhoek. In 1979 resulteert dit in het boek “Molens, Mulders, Meesters”. Tijdens het onderzoek naar verdwenen en nog bestaande watermolens in die regio heeft Herman ook het nodige verzameld over de watermolens op de Veluwe. Vooral in het Rijksarchief in Arnhem weet hij veel waardevolle informatie boven water te halen over deze Veluwse molens. Vanwege de invoering van de Hinderwet in 1871 moet er door molenaars vergunning aangevraagd worden. Daardoor is veel informatie over en zijn er veel tekeningen van molens nu geheel verdwenen. De vele fietstochten langs de molens (Herman heeft geen auto) en de vele gesprekken met hun eigenaren en de grote hulp, die Herman ontving van historische en heemkundeverenigingen heeft geleid tot het standaardwerk “Op kracht van stromend water”, dat in 2000 is uitgegeven. Herman geeft aan, dat hij tevens veel heeft gehad aan het boekwerk van H. Voorn “De papiermolens in de provincie Gelderland, alsmede in Overijssel en Limburg”en het boek van R. Hardonk over de geschiedenis van de Apeldoornse watermolens “Koornmullenaers, pampiermackers en Coperslaghers”.

Het is Herman Hagens opgevallen, dat de watermolens in Twente veel beter beschermd worden dan die op de Veluwe. In Twente is er tot nu toe maar één watermolen verdwenen, terwijl op de Veluwe er nog weinig molens zijn. Hij heeft hier helaas geen verklaring voor. Een interessante onderzoeksvraag!

De Grutmolen, later wasserij Molenbeek.

We worden ontvangen door Jan Harmen Bosch de huidige bewoner van villa Molenbeek.

villa Molenbeek te Heerde

Villa Molenbeek te Heerde

Jan Harmen vertelt zeer geanimeerd over de historie van de molenplaats. De molen is in 1834 opgericht en in 1914 (toen aan de bedrijvigheid een einde is gekomen) afgebroken. Het is nog wel steeds goed te zien waar de molen heeft gestaan. Voor Herman Hagens is de in de kelder nog steeds aanwezige Peltonmolen van 1914 het hoogtepunt. Hij is tijdens het schrijven van zijn boek niet op de hoogte geweest van het bestaan van dit molentje met het Peltonwaterrad. Hij daalt hiervoor als 78-jarige een wankele trap af om onder in de kelder te komen.

Hr. Hagens bij de peltonmolen van 1914 wasserij Molenbeek 20 februari 2014

Hr. Hagens bij de peltonmolen van 1914 wasserij Molenbeek

In de Wijerd van juni 2010 wordt deze Peltonmolen uitgebreid beschreven. De molen is o.a. gebruikt om elektriciteit op te wekken.

Mij treft tijdens dit bezoek vooral het verhaal van de heer Bosch over het vissen met handgranaten in de wijerd tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Duitsers vermoeden, dat er vis in de wijerd zit en nemen niet de moeite om deze vis met een hengel te vangen, maar gooien er handgranaten in.

De Kopermolen in Zuuk

We worden rondgeleid door de heer Rodijk. De Kopermolen in Zuuk is een bijzonder waardevol cultuurhistorisch object. De molen heeft verschillende functies gekend. De twee laatste functies zijn nog steeds goed te zien! In 1858 is door A. Heering de molen ingericht voor het maken van papier en in 1899 wordt de molen door de heer G.W. Heering omgebouwd tot graanmolen. De vrouw van de heer Rodijk is een Heering zodat de familielijn nog steeds bestaat.

De wijerd en de bovenloop van de beek zijn hersteld door het waterschap zodat de wateraanvoer naar de molen goed is. In 1975 heeft de molen een nieuw waterrad gekregen en is ook het vlotwerk vernieuwd. Tevens worden de bakstenen muren hersteld. We zijn inmiddels veertig jaar verder en het is goed te zien, dat een volgende restauratie absoluut noodzakelijk is. Ik hoop, dat de huidige eigenaren en de gemeente elkaar weten te vinden. Als bekenstichting willen we graag ons steentje aan de restauratie bijdragen.

Hr Rodijk van de kopermolen geeft uitleg

Hr Rodijk van de kopermolen geeft uitleg

Hr Hagens en Hr Rodijk in de kopermolen te Zuuk

Hr Hagens en Hr Rodijk in de kopermolen te Zuuk

 

De Cannenburchermolen

De molen van het kasteel de Cannenburch is één van de oudste molens van de Veluwe. Al in 1387 wordt deze molen in officiële stukken genoemd. Een aantal jaren geleden is de molengoot en het waterrad vernieuwd en dat willen we Herman Hagens graag laten zien. Jan van de Velde vertelt de heer Hagens over de gerestaureerde turbine, die onder water zit, maar niet is aangesloten op een generator en dus geen functie heeft. Jan vindt dat het aansluiten op een turbine alsnog moet gebeuren. Uit de reactie van de heer Hagens blijkt, dat hij een man van de cultuurhistorie is. Als er een oorspronkelijk een waterrad heeft gezeten, dan hoeft een turbine voor hem niet.

Na het bezoeken van drie molens is het tijd voor de inwendige mens. In het koetshuis wordt de rondgang afgesloten met een hapje en een drankje. We kunnen terugzien op een geslaagde tocht.

Henri Slijkhuis