Verslag voorjaarsexcursie 16 april 2016

Volenbekervoetpad
Zaterdag 16 april hield de Bekenstichting haar jaarlijkse Voorjaarsexcursie in en bij Putten.
Met meer dan 70 deelnemers, een perfect, gezellig welkom in ‘de Aker’, een prachtig informatief programma en, zoals we op deze dag gewend zijn: stralend weer werd het een groot succes.
Klik hier voor het volledige verslag met foto’s.

Impressie Jaarvergadering 30 maart 2016

Opening vergadering en Huishoudelijk deel en terugblik op het jaar 2015 door voorzitter Jan van de Velde.
JanvdVelde
Daarna een korte toelichting op BekenAtlas Veluwe door Wiebe Kiel. Zie ook De Wijerd van maart 2015.

Lezing door  Peter Bijvanck over: Gerwen- Landschapsgeschiedenis van een middeleeuws kloostergoed op de Veluwe. Vorming en omvang van voormalige kloosterdomeinen op de NW Veluwe  in het gebied tussen Nijkerk, Voorthuizen en Putten en de veranderingen die daarbij tijdens de late middeleeuwen en de nieuwe tijd zijn opgetreden. Wat was de invloed van de kloosters op de landschapsvorming in het gebied. Hoe zijn de bezittingen rond de Gerwense boerderijen ontstaan en gegroeid en wat vind je daarvan in het huidige landschap nog terug.
PeterBijvank

Na de pauze een lezing door Hans de Mars over Watermolenpaspoorten. Hans vertelt over zijn ervaringen met molenrestauratie in de provincie Limburg. In de Watermolenpaspoorten is een waarderingssystematiek ontwikkeld om watermolens en het bijbehorend watermolenlandschap te waarderen en te prioriteren als het gaat om behoud of restauratie.  Hij laat zien hoe watermolenlandschappen als cultuur, erfgoed, water en natuur in beekdalen al eeuwenlang met elkaar verweven zijn en niet los van elkaar kunnen worden beschouwd. De Bekenstichting wil leren of een watermolenpaspoort ook op de Veluwe kans van slagen heeft.
HansvdMars

Verslag excursiemiddag voor contactpersonen in de Korte Broek, zuidelijk van Vaassen, en de Egelbeek op 2 november 2013

Zaterdag 2 november j.l. vond de contactpersonenbijeenkomst van de Bekenstichting plaats in Vaassen. Traditiegetrouw vindt hierbij altijd een excursie plaats.
We bezochten een natuurontwikkelingtraject in het natuurgebied de Korte Broek.
Geldersch Landschap & Kasteelen is sinds 1992 terreinbeheerder van dit gebied, 50 ha groot, ten ZW van Vaassen.
De afplagwerkzaamheden van begin jaren negentig in het oostelijk deel van het gebied hebben er toe geleid, dat er weer verscheidene zeldzame planten voorkomen. Deze goede resultaten waren aanleiding om in 2013 weer 17 ha af te plaggen en watergangen te verondiepen.
De groep start deze zaterdag in wat miezerig weer aan de oostelijke uitloper van de Korte Broek.
Door GLK uitgevoerde werkzaamheden hebben er voor gezorgd, dat de kwel dichterbij het maaiveld komt en het wordt meteen duidelijk, dat laarzen in dit terrein geen overbodige luxe zijn.
We hebben vanaf ons startpunt een mooi uitzicht op het voormalige smeltwaterdal.
Dit is nieuwe natuur, door graafmachines ca. 30 cm afgeschaafd en waar vorig jaar nog schapen graasden zien we, dat het water overal in het gebied aan het werk is.
In de Korte Broek zijn twee beken aanwezig: een molenbeek, de Nieuwe Beek die een stuk langs de noordelijke grens loopt en de niet economische beek de Egelbeek. Tijdens dit bezoek bemoeien we ons vooral met de Egelbeek.
In tegenstelling tot een sprengenbeek heeft deze beek geen sprengkoppen maar is een (natuurlijke) kwelbeek.Vanzelfsprekend is de beek in de loop der tijden verlegd en “gekanaliseerd”.
Tijdens het afplaggen dit jaar kwam in de witgele zandbodem de tekening tevoorschijn van de meanderende loop van de waarschijnlijk oorspronkelijke Egelbeek. Dit was goed te zien op foto’s die werden gemaakt door een camera bevestigd aan een vlieger.
Aan de Bekenstichting is gevraagd advies uit te brengen aan GLK over hoe om te gaan met deze ontdekking. De huidige loop is oud en al te vinden op kaarten van 1812. In al die tijd heeft de beek zich ontwikkeld qua breedte en profiel als een natuurlijke beek met een rijke flora.
We gaan een mooi stuk beek missen als we dit dempen en de net ontdekte loop weer herstellen.
De Bekenstichting wacht nog op advies in deze van een van haar adviseurs maar de contactpersonen en het Bestuur waren er deze zaterdag wel uit: huidige beekloop niet aantasten en wellicht kan de ontdekte meander worden gemarkeerd in het landschap.
Er was ook nog enige onduidelijkheid over de status van de Egelbeek als opgeleide beek. Nu vindt opleiding van beken plaats voor een molenplaats en daar is hier geen sprake van. Als de beek het natuurterrein verlaat loopt ze diep door een weidelandschap richting de Grift.

Wel is er enig hoogteverschil te bespeuren in het dal omdat de beek tegen de noordelijke dalwand is gelegd. Van een echt opgeleide beek kunnen we echter niet spreken en de beek kan hooguit gebruikt zijn voor het bevloeien van percelen grasland.
Prachtig verlegd is ook de A-watergang die als zuidwestelijke zijloop eerder is afgebogen en langs de zuidelijke flank is gelegd .
Er zijn hier mooie oevers aangelegd en deze watergang vervoert veel water en mag min of meer zijn gang gaan waardoor mooie buiten en binnenbochten en brede delen zijn ontstaan.
Uitspraak Gert Jan Blankena: “door al deze “variatie op de vierkante meter” ontstaan er allerlei microbiotoopjes voor waterdieren”. De beekprik is hier al op verschillende plaatsen “gespot” en we zouden eens met GLK moeten praten om een grindege paaiplaats in te richten waar publiek de paring van de beekprik kan gadeslaan.
Al met al een leuke excursie in een gebied waarvan we de ontwikkeling zeker moeten blijven volgen.

Dirk van Alphen

Terugblik op de Jaarvergadering 2012

Op 29 maart 2012 hebben we onze jaarvergadering in Wenum gehouden.
We hoorden over de integrale aanpak van een fraai ensemble van sprengen, beken, watermolens + het omringende landschap.

Aan de oostflank van het Veluwemassief, op de overgang naar de IJsselvallei, ligt namelijk een gebied met vele gebiedsontwikkelingsopgaven, vooral in de sfeer van ecologie en waterbeheer,maar ook opgaven voor functieverandering zoals de stichting van nieuwe landgoederen en het hergebruik van gebouwen.

Dit is een gebied met hoge cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten, een historisch industrieel landschap van watermolens, vervlochten in een oud enkenlandschap. Behoud en versterking c.q. verbetering van deze kwaliteiten is een doel op zowel landelijk als op provinciaal en lokaal niveau. Ook onze Bekenstichting zet zich hiervoor in. Onze ambitie is het om een bescheiden doch stimulerende rol te spelen bij gebiedsontwikkeling en/of gebiedsaanpassing.

Vanuit de praktijkstudie met de intrigerende titel “Van Sprengkop tot Konigswiel” werd destijds geconcludeerd dat hierbij een integrale aanpak nodig is en dat er ook een duidelijke regie nodig is. Onze Provincie wil die regie nemen wanneer er provinciale opgaven aan de orde zijn. Zo deden ze dat bij de Wisselse Poort.
In dat kader zijn er cultuurhistorische kansenkaarten opgesteld. Hierin worden de kansen geschetst voor meekoppeling van cultuurhistorie in de integrale opgaven voor de Wisselse Poort, in het bijzonder voor de deelgebieden Tongeren-Wissel en Zuuk-Grift.
Op onze jaarvergadering lichtten de heren P. Thissen van Provincie Gelderland, A. Haartsen van Lantschap adviesbureau voor landschap en cultuurhistorie en K.J. Wardenaar van Vista landschapsarchitectuur en stedenbouw hun doelstelling voor de kansenkaarten, de gekozen aanpak, hun rol, conclusies en de te bereiken resultaten toe.

Rapport Wisselse Poort: wisselsepoortjuni2011.pdf [10.463 KB]
In opdracht van de Provincie Gelderland uitgevoerd door Vista en Lantschap

Verslag Jaarvergadering 2011

Evenals vorige jaren vond de jaarvergadering plaats bij de Wenumse Molen. De opkomst en sfeer was goed te noemen. Voor de donateurs heeft de bijeenkomst meer het karakter van een gezellige reünie. Het is bij uitstek de gelegenheid om wat bij te praten in een gezellige ambiance.

De jaarvergadering was snel afgelopen. T.a.v. van financiën zijn er geen schokkende zaken te melden. De penningmeester, Dick Wouda, werd dan ook al snel decharge verleend met dank voor het uitstekende werk dat hij ook dit jaar weer verricht heeft.
T.a.v. de begroting van volgend jaar is de suggestie gedaan voor de Wijerd een goedkopere drukkerij te zoeken. Ook het afschaffen van de acceptgiro’s zou financieel schelen.

Na de pauze was het woord aan Marit Borst. Marit werkt bij de gemeente Renkum en doet onderzoek naar grondwaterstromen in de gemeente Renkum. Zij ging in op de betekenis van kleischotten in de bodem, die de oorzaak zijn van schijnwaterspiegels. Wanneer deze worden aangesneden door te diep boren ontstaat er lekkage van water. Dit kan verstrekkende gevolgen hebben voor niveau van het oppervlakte water. Vooral in deze tijd worden er steeds meer kelders gebouwd waarbij de kans van het doorboren van zo’n kleischot niet denkbeeldig is. Door gebruik te maken van bepaalde meettechnieken( radar, boring, sondering) kunnen deze kleischotten gelokaliseerd worden. Die is echter behoorlijk arbeidsintensief.
Deze informatie is voor omliggende gemeenten de moeite waard. Vooral wanneer al bekend is dat het gebied veel van deze kleischotten heeft. Door regelgeving kan voorkomen worden dat er bij bouwwerkzaamheden kleischotten doorboord worden met alle gevolgen van dien.

Vervolgens vertelde Ruud Schaafsma ons een interessant verhaal over de historie van de watermolens bij Doorwerth en Oosterbeek. Geïnteresseerden hiervoor konden na afloop hiervan een lezenswaardig boek hierover kopen: ‘De Oosterbeekse en Doorwerthse beken. Een cultuurhistorische wandelgids.’

Na afloop konden we weer terugkijken op een gezellige en informatieve bijeenkomst.

Maria Bruggink

Aandacht voor watermolenbiotopen

Jan Aalbers heeft bij de Provincie naar voren gebracht dat de molenbiotopen van sprengenbeken de voortdurende aandacht en meer zorg van onze provincie verdienen.

Hieronder volgt het verslag van de inspraak bijdrage van Jan Aalbers:

Voortgezette vergadering van de Commissie Ruimtelijke Ordening, Wonen en Milieu op 8 december 2010 – PS2010- 867

Agendapunt 5. Heroverweging molenverordening (PS2010-856)

Geachte voorzitter, geachte commissieleden,

De Gelderse molenverordening heeft al jaren mijn bijzondere aandacht vanwege de beschermende werking die daarin is vastgelegd voor de molenbiotoop van watermolens.

Watermolens zijn de cultuurhistorische exponenten van de vroege industriële geschiedenis van onze provincie. Vooral op de Veluwe hebben waterradmolens met bovenslagraderen de waterenergie benut om korenmolens, papiermolens, kopermolens, volmolens etc.aan te drijven en – later – wasserijen van schoon water te voorzien.

De molenbiotoop van waterradmolens is niet ruimtelijk/planologisch beschermd. Gelukkig zijn er wel in de molenverordening bepalingen over het minimaal nuttig vermogen, mag de watertoestroom niet verslechteren en mogen ook geen waterhuishoudkundige maatregelen worden genomen die de stuwhoogte, de stuwvijvergrootte en molenkolkgrootte negatief beïnvloeden.

Ik noemde de waterradmolens als cultuurhistorische exponenten. Zij vormen het sluitstuk van het geheel aan sprengenkoppen, sprengen, opgeleide beken, verdeelwerken, waterscheidingsschotten, aquaducten, kortom het gehele cultuurhistorische ensemble dat naast de huidige bescherming van de molenverordening heel goed een aanvullende bescherming in ruimtelijke/planologische zin kan gebruiken. Het provinciale Beken-en –Sprengenprogramma kan daarmee ook een ruimtelijk/planologische borging krijgen na de geplande afronding in 2013.

Graag geef ik u in overweging om bij een eventuele herziening van de Gelderse molenverordening en/of het opnemen daarvan in de Ruimtelijke Verordening Gelderland de molenbiotoop van waterradmolens in de ruimst mogelijke zin, dus inclusief het waterleverende beekstelsel en zelfs de bijbehorende grondwaterhuishouding, onder het beschermingsregime te plaatsen. Voor windmolens kan de verordening zich mogelijk beperken tot het binnenstedelijk gebied, voor waterradmolens zal de verordening een veel ruimere werking moeten hebben.

U kunt het Gelders cultuurhistorisch erfgoed een grote dienst bewijzen door de molenverordening en de Ruimtelijke Verordening mede onder de bescherming van het provinciale WRO-instrumentarium te brengen en liefst ook door de gemeentelijke planologische bescherming via bestemmingsplannen te helpen vormgeven.

Een toepasselijke uitspraak van een waterradmolen-eigenaar in dit verband is:
“Als ik water heb … drink ik wijn ! Maar…. Als ik geen water heb… drink ik water !

Hartelijk dank voor uw aandacht !

Redactie: Jan Aalbers is adviseur van de Bekenstichting.

Opening Cannenburgh’s molen op 29 september 2010

Op initiatief van de Stichting tot Behoud van de Veluwse Sprengen en Beken is de Cannenburgh’s molen in 2010 gerestaureerd. Bij de restauratie is besloten om naast het herstel van de turbine en molengoot, ook weer een waterrad aan te brengen om daarmee de geschiedenis van Cannenburgh’s molen compleet te maken. Op 9 juni 2010 is het nieuwe waterrad geplaatst. De afgelopen maanden is er gewerkt aan het afronden van de restauratie. De molengoot is verlengd en de molen is toegankelijk gemaakt voor bezoekers.

Op woensdag 29 september 2010 is het project opgeleverd door de klep in de molengoot open te zetten, waardoor het waterrad in beweging kwam. Ook is de turbine in werking gezet. Zie www.cannenburghermolen.nl voor meer informatie.

De Bekenstichting verwerft een historisch archief

Historisch archief van Van Delden – Foto Tjada Amsterdam

In Epe werd in 1947 de Vereniging van Beekeigenaren in de Gemeente Epe opgericht. Leden waren een aantal bedrijven (of directeuren daarvan) die in het bezit waren van een beek of beekdeel. Zij hadden een rechtstreeks belang bij de beek omdat zij bijvoorbeeld het water gebruikten als proceswater of de beek gebruikten voor het lozen van afvalwater. Tot de leden behoorde ook het natuurbad De Wijerd, op de grens van Epe en Heerde, dat gebruik maakte van beekwater om het zwemwater te verversen. Omdat de belangen van de eigenaren bij de beek nog maar klein waren, werd in 1986 de Vereniging van Beekeigenaren opgeheven. Het archief van de vereniging is nu overgedragen aan de Bekenstichting. Het bevat een schat aan historisch materiaal. De oudste map betreft stukken uit 1920 tot 1935. De Bekenstichting mag het archief nu beheren en er gebruik van maken. Het is samen met het hele archief van de Bekenstichting ondergebracht in Het Streekarchief in Epe. De foto toont v.l.n.r. Henk Menke, oud-secretaris van de Bekenstichting, Hent van Delden en Jacques Meijer, medewerker van de Bekenstichting en zeer benieuwd naar de inhoud van het ‘Kistje van Van Delden’ waarin het archief opgeborgen is. Hent van Delden is een nazaat van de bordpapiermakers van Delden en oud-secretaris van de Vereniging van Beekeigenaren. De bordpapierfabriek van Jan van Delden stond aan de Dorper Molenbeek (Dorpse Beek) op de plaats van de vroegere Brinkermolens in Vaassen.