Excursie landgoed Tongeren

Excursie landgoed Tongeren en dal van de Smallerste Beek
Op 22 april 2017 zijn de voorjaar excursies gehouden op het landgoed Tongeren en in het dal van de Smallertse beek bij Schaveren. Uitvalsbasis was Anna’s hoeve, Molenweg 80, Epe. Het voormalig agrarisch bedrijf is enkele jaren geleden beëindigd en de nieuwe eigenaar Marcel Looman is gestart met het bedrijf Natuurtalent. In één van de gebouwen is een groeps accommodatie gecreëerd en de vergaderzaal vormt een prima basis voor het organiseren van excursies op het landgoed Tongeren.
Jan van der Velde, heette de leden welkom en gaf een toelichting op het programma van deze dag.
Na zijn welkomstwoord voor de 40 aanwezige leden bood Jan het nieuwe wandelboekje “Verder op pad langs stromend water” aan mevrouw Cahrlotte Rauwenhoff. Deze nieuwe bekenpad gids is geschreven door Henri Slijkhuis en de lay-out is verzorgd door Eric Harleman.
Vervolgens hield mevrouw Charlotte Rauwenhoff (eigenaar en rentmeester landgoed Tongeren) een interessante inleiding over de ontwikkelingen op het landgoed. De laatste jaren is circa 30 ha nieuwe natuur ontwikkeld in het oorsprong gebied van de Tongerense beek en de Witte beek. Het uiteindelijk doel is de realisatie van een hellingveen. Hiervoor is een gedeelte van het naaldbos grenzend aan het Wisselse veen gekapt, zijn grote delen van de graslanden ontdaan van het fosfaatrijke humus profiel en is een gedeelte van de Witte beek gedempt. Het dempen van de Witte beek is gedaan om langer grondwater vast te houden voor de realisatie van het hellingveen. In het veld is goed te zien dat het grondwater van west naar oost stroomt en via een duiker onder de Boerweg in het Wisselse veen verdwijnt. Na het exposé en veel vragen over de natuurontwikkeling en discussie over de relatie cultuurhistorie en natuurontwikkeling, werd onder leiding van Charlotte Rauwhoff en Heiko Trabringa (contactpersoon voor gem. Epe) de excursie gehouden in het gedeelte van het landgoed waar nieuwe natuur is gerealiseerd. In het natuurontwikkelingsgebied is een vlonder aangelegd, zodat wandelaars kunnen genieten van de nieuwe ontwikkeling op het landgoed.

Ter hoogte van de Witte beek hadden de deelnemers een interessante discussie over het dempen van de Witte beek ten behoeve van natuurontwikkeling. Aan de noordoostzijde van de spreng van de Witte beek ligt een weiland waar via het zogenaamde uitmijnen de stikstof rijkdom wordt teruggedrongen, zodat een heischraal grasland kan ontstaan. Op deze locatie gaf Charlotte Rauwhoff uitleg over de natuurdoelen van de provincie Gelderland en de subsidiekaders en verplichtingen voor het landgoed. De omvorming van het agrarisch beheer naar nieuwe natuur vormt een belangrijk onderdeel van de opgave die de provincie Gelderland zich heeft gesteld voor de realisatie van de ecologische hoofdstructuur en natuurdoelen voor de flanken van de Veluwe. Na de wandeling op het landgoed nam Heiko Trabringa het stokje over en bezochten wij de oorsprong van de Verloren beek in het Wisselse veen. Ondanks de matige voorjaars ontwikkeling was goed te zien dat indicatoren als moeraskartelblad voor schraallandontwikkeling aanwezig zijn in het Wisselse veen. Ter hoogte van de duiker bij de Boerweg op de scheiding van het landgoed en het Wisselse veen vertelde Lodewijk Rondeboom (voomalig projectleider van GLK) over de (natuur)ontwikkelingen in het Wisselse veen. In het gedeelte ten oosten van de Boerweg waar nieuwe natuur is ontwikkeld, treedt verdroging op en het GLK onderzoekt op dit moment op welke wijze dit waterhuishouding probleem opgelost kan worden. Er werd nog een kort bezoekje gebracht bij het Landje van Jonker waar de KNNV afdeling Epe en Heerde in het verleden met vrijwilligers het landje in beheer hadden. Adrie Hottinga memoreerde dat door niet aflatende kracht van Yvon Roelants en wijlen Henk Menke, medeoprichters van de Bekenstichting en Els Koopmans van de floristenwerkgroep van de KNNV afd. Epe en Heerde hier de basis is gelegd voor de natuurontwikkeling in het Wisselse veen. Interessant is dat ten opzichte van de westelijk gelegen Tongerense berg en het Wisselse veen een hoogte verschil is van 12 meter. Dit verklaart ook de ontwikkeling van het hellingveen op het landgoed Tongeren.
Vervolgens werd op de route naar de Anna hoeve nog uitleg gegeven over de restanten van wildwallen in het landschap op de scheiding van het beekdal en voormalige akkers die voor de oorlog al bebost zijn. Ook het belang van dood hout voor allerlei fauna organismen werd behandeld tijdens de wandeling in de fraaie oude beukenlaan aan de overzijde van Anna’s Hoeve.

Inrichtingsplan landgoed Tongeren

Na de lunch op Anna’s hoeve hield Adrie Hottinga een korte inleiding over het onderzoek dat de KNNV afdeling Epe en Heerde doet in het dal van de Smallertse beek. Het broedvogelonderzoek is in 2016 vrijwel afgerond en leverde als resultaat 70 soorten broedvogels. In 2017 gaan een aantal werkgroepen nog door met onderzoek en begin 2018 zal een rapport gepubliceerd worden.

De tweede excursie werd verzorgd onder leiding van Dirk van Alphen (contact persoon voor Vaassen en Emst). Vanaf het parkeerterrein van restaurant Schaveren werd gewandeld richting de locatie op de Veldweg waar de Smallertse beek de weg kruist. Op deze locatie was in de middeleeuwen een voorde (doorwaadbare plaats) in het voormalige moeras. Het landschap in het dal van de Smallerste beek is nog vrij ongeschonden; alleen het landgebruik op de flanken is gewijzigd van grasland in snij- mais cultures en de teelt van boomteelt gewassen. Na het bezoek aan de voorde werd de wandeling voortgezet in ’t Rengel waar een voormalige schapenwasplaats is en waar Dirk uitleg gaf over de aanwezigheid van restanten van voormalige landweren. Landweren bestonden uit wallen met palen ter verdediging van de bewoners tegen roversbendes. In ’t Rengel zijn nog restanten van deze landweren aanwezig, evenals een restant van de voormalige verbindingsweg tussen Emst en Niersen.
Bij de voormalige schapenwasplaats werd ronde zonnedauw aangetroffen; een vlees etend plantje dat op schrale natte open zandbodems groeit. Vervolgens werd uitleg gegeven bij de celtic fields; raatakkertjes uit de ijzertijd; 800 jaar voor Christus. Met enige verbeelding zijn de raatakkertjes in het veld wel te herkennen. In dit deel van ’t Rengel zijn ook twee dassenburchten; de das doet het goed in het beekdal met zes bewoonde burchten. Interessante informatie over dit gebied is te vinden in het boekje “Handel en wandel op de Veluwe – Tussen prehistorie en historie van Cor van Baarle.

Na het bezoek aan ‘t Rengel wandelden wij naar de oorsprong van de zuidelijke tak van de Smallertse beek. Hier heeft het GLK diverse percelen verworven en het nieuwe natuurgebied Pollense veen gesticht. Wij constateerden dat het oorsprong gebied van de zuidelijk tak van de Smallertse beek erg droog is. In de beekloop werden wel interessante planten aangetroffen, zoals glanzend fonteinkruid. In dit deel van het dal van de Smallertse beek is nog veel te ontwikkelingen en het is te hopen dat de provincie en GLK gronden kunnen verwerven voor het behoud en herstel van het hydrologisch systeem in dit beekdal. Vervolgens werd nog stil gestaan bij de retentie vijvers ter hoogte van de Oranjeweg. Het waterschap Veluwe heeft hier circa 12 jaar geleden retentievijvers aangelegd voor opvang van overtollig water in het landbouwgebied. Of deze retentievijvers functioneren is de vraag, maar als biotoop bij de noordelijke tak van de Smallertse beek zijn ze wel interessant. Vooral voor amfibieen en reptielen zijn deze kleine vijvers belangrijk als voortplantingsbiotoop. In 2016 zijn ringslangen waargenomen die de beek gebruiken als migratieroute.
Na de middag excursie in Schaveren was er na afloop nog een drankje in Anna’s hoeve.

Adrie Hottinga