Beken in Beeld

Op deze pagina komt informatie te staan over de beken die op onze site bijzondere aandacht hebben gekregen door de repeterende kolom 'Beek in Beeld'.



mei-augustus 2011

Beek in Beeld

De Soerense beken: Soerense Beek en Bovenbeek

Bij Laag-Soeren stromen de Soerense beken: de Soerense Beek, de zuidelijke tak, en de Bovenbeek, de noordelijke tak. De sprengkoppen van beide beken liggen ten westen van Laag-Soeren. Vlak voor het Apeldoorns Kanaal komen de beide beken samen. Door middel van een duiker kruist de beek het Apeldoorns Kanaal. Het water stroomt als Soerense Beek vervolgens naar de IJssel. Maar voordat de beek in de rivier uitmond wordt de gracht van de toltoren, de ‘Gelderse Toren’ (om tol te heffen van de schepen die door de IJssel voeren) gevoed.

Laag-Soeren was de jongste molenbuurt op de Veluwe. Omstreeks 1791 werden er drie papiermolens met fraaie namen gebouwd: ‘Welbedacht’, ‘Goedgedacht’ en ‘Nagedacht’. In 1805 volgde nog de Soerense Korenmolen. Al deze molens werden gebouwd door de bewoner van het Huis Laag-Soeren: de heer Van Kesteren. Deze zal ook de sprengen van de Bovenbeek hebben laten graven.

Aan de noordelijke tak, de Bovenbeek, lagen twee molenplaatsen. Van de bovenste Papiermolen Welbedacht is niets meer over. Gebleven is wel de fraaie brede bovenbeek van deze voormalige molen. De waterval bestaat uit vallend water in een rioolbuis.
Op de onderste molenplaats staat het gebouw van de voormalige Soerense Korenmolen. De waterval is er nog. De bovenbeek is niet opgeleid, de onderbeek is hier diep uitgegraven. Een interessant verschijnsel is ‘de wijerd op struweel’, een 0,8 ha groot rabattenbosje net stroomopwaarts van de molen. Door middel van een schuif kon de molenaar het water opstuwen in de greppels in dit bosje, zodat hij meer water had. Zie foto onder dit artikel.
Aan de zuidelijke tak, de Soerense Beek, lagen twee papiermolens. De bovenste hiervan was de Papiermolen Nagedacht , nu de wasserij van Barth Slijkhuis. Water voor de wasserij wordt voor de waterval afgetapt en opgevangen in een reservoir. Hier was (nu nog herkenbaar) een aquaduct, waarbij een fietspad onder de watergoot van de molen doorliep. Vroeger was het fietspad openbaar, maar het ligt nu op privéterrein.
Op de onderste molenplaats stond de Papiermolen Goedgedacht, later omgezet in een wasserij ‘De Waterval’. Vanaf de waterval verdwijnt het water direct onder het wasserijgebouw, waar het aan de andere zijde weer onder vandaan komt.
Na de kruising met het Apeldoorns Kanaal heeft dicht bij Spankeren bij het Huis De Bockhorst de Korenmolen van het Huis De Bockhorst gestaan.

In Laag-Soeren is op een bijzondere wijze van sprengenwater gebruikt gemaakt. In 1848 kocht de Amsterdamse koopman Pieter Nicolaas Jut van Breukelerwaard de beken en molens van Laag-Soeren. Hij stichtte daar het kuuroord Bethesda. Jut was in een Duits kuuroord van een ziekte hersteld en enthousiast geworden voor de 'waternatuurgeneeskunde'.
Het schone sprengenwater vormde de basis voor verschillende behandelingen, zoals modderbaden (met zand dat uit De Imbos werd aangevoerd) en koudwaterbaden. De koudwaterbaden waren mogelijk door een belangrijke eigenschap van het sprengenwater: de constante temperatuur van circa tien graden Celsius. Het water werd aangevoerd door een transportbuis op de bodem van de beek.
Het badhuis Bethesda heeft later verschillende bestemmingen gehad. Het gebouw bestaat nu nog als appartementengebouw Soeria.


Opgeleid deel van de Bovenbeek Soerense Beken

Molenbosje of 'Wijerd op struweel', rabattenbosje Rechts de Bovenbeek



oktober-april 2011

Beek in Beeld

De Lunterse Beken

De najaarsexcursie van de Bekenstichting ging dit jaar naar de Lunterse Beek en Fort Daatselaar. Dit keer aandacht voor de Lunterse beken.

Lunterse beken zijn kwel- of laaglandbeken. Rondom Lunteren ontstaan en stromen een groot aantal beken. De belangrijkste hiervan zijn de Lunterse Beek, de Meulunterse Beek overgaand in de Overwoudse Beek, de Veender Beek welke overgaat in de Fliertse Beek, de Buzerdse Beek en de Nederwoudse Beek. De cultuurhistorische betekenis van deze beken is niet groot; er hebben nooit watermolens of wasserijen aan deze beken gestaan.

Het stelsel van de Lunterse beken is complex. Het water komt veelal uit zijslootjes die haaks op de beken staan. De beken waren slecht toegankelijk door afrasteringen en hekken, maar door de uitgezette klompenpaden zijn de beken beter bereikbaar geworden. Wandelaars kunnen de beken nu op meerdere plaatsen tegenkomen, ofwel bij kruising van wegen met de beken of op paden langs de beken.
De Lunterse Beek ontspringt ten westen van Lunteren, net in de bebouwde kom langs de rondweg, iets noordelijk van de Klomperweg. De beek stroomt naar het westen langs industrieterrein De Stroet richting Renswoude en Scherpenzeel. Een eindje ten westen van de kruising van de beek met de A30 komt de Overwoudse Beek uit in de Lunterse Beek. Ten noorden van Renswoude voegen eerst de Nederwoudse Beek en even verderop de Fliertse Beek zich bij de Lunterse Beek. De Lunterse Beek stroomt vervolgens onder Scherpenzeel langs en komt daar uit in het Valleikanaal.
De Veender Beek ontspringt ten zuiden van Lunteren en komt tussen Ederveen en Renswoude uit in de Fliertse Beek. De Meulunterse Beek ontspringt ten noorden van het Wekeromse Zand in de buurt van de Valkse Engweg. Vanaf de kruising met de spoorlijn Amersfoort-Ede wordt de beek Overwoudse Beek genoemd. De Nederwoudse Beek begint iets noordelijker en aan de westzijde van dezelfde spoorlijn, net zuidelijk van de gemeentegrens Ede-Barneveld. De Buzerdse Beek, ontstaat bij de ‘Buzerd’, een landgoedachtig waardevol gebiedje, liggend aan de oostkant van de A30 en voegt zich ten westen van de A30 bij de Nederwoudse Beek.

Ecologische verbindingszone
Het gebied dat zich uitstrekt van de noordkant van het Wekeromse Zand tot aan de noordkant ven Renswoude is aangewezen als deel van een ecologische verbindingszone. De verbindingszone moet vooral diersoorten als dassen en boommarters de mogelijkheid bieden om van de Veluwe naar de Utrechtse Heuvelrug te trekken. Daarnaast moeten de nattere delen van de zone, met name de Nederwoudse Beek en de Buzerdse Beek die in de zone liggen, ook voor diersoorten als kamsalamander en vissen weer een aantrekkelijk leefgebied worden. In 1999 is met de realisatie van deze verbindingszone gestart.
In het gebied rondom voormalig Fort Daatselaar zijn nu ook poelen aangelegd en is het maaiveld verlaagt, waardoor flora en fauna weer kansen krijgen.

Fort Daatselaar
Ten noorden van Renswoude, en even te noorden van de Lunterse Beek, ligt het voormalig fort Daatselaar, onderdeel van de Grebbelinie. De slotgracht van dit fort heeft ooit (situatie omstreeks 1850) stromend water gehad, gevoed door de oude loop van de Lunterse Beek.
Daar waar de Lunterse Beek de Slaperdijk kruist, ook een deel van de Grebbelinie, kwam de Sprakelaarsbeek uit in de Lunterse Beek. Die situatie is nu met het gereedkomen van het Plan Daatselaar 3 veranderd. De oorspronkelijke loop van de Lunterse Beek was al in een eerdere fase
hersteld en het water wordt nu weer door de oorspronkelijke loop langs de Slaperdijk geleid, samen met het water van de Sprakelaarsbeek, dat in een nieuw aangelegde natte zone met poelen uitkomt. De stuw in de Slaperdijk is nu een vaste overstort geworden, waardoorheen nog wel water stroomt, maar dit deel van de Lunterse Beek, zoals die tot de zomer van 2010 stroomde, is nu een hoogwatergeul geworden. Deze komt net noordelijk van de bebouwing van Renswoude weer in de nu nieuwe loop van de Lunterse Beek uit. Door de slotgracht van het fort stroomt nu weer water van de Lunterse Beek.
Door het stromend water in de slotgracht wordt de cultuurhistorische en natuurwaarde van fort Daatselaar hersteld en versterkt. Er was al een vispassage aangelegd net noordelijk van de camping en wellicht volgen er nog meer in volgende herstelfasen. De Nederwoudse Beek en Lunterse Beek worden daarmee migreerbaar voor beekfauna.
Ook rondom fort Daatselaar zijn klompenpaden uitgezet. De cultuurhistorie van de Gerbbelinie is hier beter in beeld gekomen.

Voor de foto's zie verder...

Kaart beken Gelderse Vallei van de Provincie Gelderland.

Voor meer informatie wordt verwezen naar de site van het Waterschap Vallei & Eem. Zie ook de poster Visiekaart 2027 en inrichtingsbeelden 2015 van de Lunterse Beek.


april 2010 - september 2010

Beek in Beeld

De Beekhuizerbeek

De voorjaarsexcursie van de Bekenstichting ging dit jaar naar Kasteel Biljoen. Dit kasteel en de Beekhuizerbeek hebben veel met elkaar te maken. Vandaar dit keer aandacht voor de

Beekhuizerbeek

De Beekhuizerbeek is van oorsprong een bronbeek waaraan later sprengkoppen zijn toegevoegd.
De beek ontspringt in een grote, diep ingegraven sprengkop in het bosgebied ten noordoosten van Velp, bij de Beekhuizense Weg. Stroomafwaarts is er ter hoogte van het paviljoen ‘Beekhuizen’ een waterval met daarna een smalle vijver. Verderop gaat het water opnieuw over een waterval en voedt dan de grote siervijver te Beekhuizen. Het hoogteverschil van de waterval werd dichtbij gebruikt voor de voormalige Papiermolen op Beekhuizen. Van deze molen is niets bewaard gebleven. De vijver heeft overigens niets met deze vroegere molen van doen.
Vanaf hier stroomt de beek langs de oostzijde van de bebouwde kom van Velp. Verder stroomafwaarts staat aan de voet van de Keienberg een wit gepleisterd molenaarshuis met muurankers 1617. Dit gerestaureerde huis en het molenhoofd met waterval zijn de restanten van de Papiermolen aan de Keienberg. Vanaf hier loopt de beek door tuinen van woningen. Na een korte opleiding ligt in een particuliere tuin een molenhoofd met waterval, restanten van de voormalige Papiermolen Het Horstje. De opleiding is de eerste duidelijk zichtbare in deze beek.
Net over de spoorlijn Arnhem-Dieren ligt na een korte opleiding een waterval met molenhoofd, de enige tastbare herinnering aan de Molen van Broekerhave of Papiermolen aan het Kaarsemakersgat. Vervolgens voedt de beek de vijver en slotgracht van Kasteel Biljoen. Het water stroomt tenslotte door de uiterwaarden richting Rheden om daar in de IJssel uit te komen.


Kasteel Biljoen Boek Bekenstichting

Watermolens aan de Beekhuizerbeek
Aan de Beekhuizerbeek stonden vóór 1600 twee korenmolens: de Korenmolen van het Kasteel Overhagen en de Molen van Broekerhave. Deze laatste wordt ook wel Molen aan het Kaarsemakersgat genoemd. Deze molen is wellicht gebouwd op de plaats van de oudst bekende Veluwse watermolen, voor het eerst genoemd in 1025 als molen van het goed ‘Bruoche’ of Ten Broeke. Beide molens waren in de 18e eeuw in gebruik als papiermolen. Elders werden aan de beek twee nieuwe papiermolens gebouwd, de Molen aan de Keienberg in 1617 en Papiermolen Het Horstje in 1630. Tenslotte werd in 1685 nog een papiermolen gebouwd, de Papiermolen op Beekhuizen. Bij Kasteel Biljoen heeft ook nog een Wasmolentje gestaan. Alle molens zijn afgebroken of verbrand. Soms is er op de vroegere molenplaats nog iets te vinden dat aan de molen herinnert. Een latere Papiermolen van Kasteel Overhagen werd omstreeks 1787 gesloopt in verband met de vijveraanleg van Biljoen.

De Beekhuizerbeek als parkbeek
Nadien is de beek vooral een parkbeek geworden en gebruikt voor voeding van de vijvers van Beekhuizen en Biljoen. Deze parken waren vroege voorbeelden van de Engelse landschapsstijl. De tuinarchitect J.D. Zocher sr. werkte een aantal jaren zowel op het landgoed Beekhuizen als Biljoen. In de bovenloop bij het hotel Beekhuizen was een fontein. En volgens een beschrijving uit 1790:
“De menigvuldige watervallen, waar van er een ter hoogte van 27 à 28 voeten met groot gedruisch ter neder stort, ene andere ter breedte van 20 voeten en zeer ryk van water, by het schynen van de zon ene overheerlyke vertooning opleverd, een derde van 27 trappen afrollende in een stuk water midden tusschen hoge gebergen, dat door zyne uitgestrektheid meer na een meyr, dan na een gegraven vyver gelykt, en een volmaakt Zwitsers gezigt opleverd; terwijl een vierde met een breed vlies over een grot stortende, het ligt als door een zuiver glas in dezelve inlaat, en die grot tot ene alleraangenaamste en verfrisschende schuilplaats in de hitte van de zomer doet verstrekken.”
Rond 1870 werden Beekhuizen en Biljoen eigendom van Johann Heinrich Wilmhelm Lüps. Vanaf dat moment was het een aaneengesloten lustpark slechts gescheiden door de weg en spoorweg Velp – Dieren. Sinds 2008 is Biljoen eigendom van Geldersch Landschap en Geldersche Kastelen en is de helft van Beekhuizen als onderdeel van Nationaal Park Veluwezoom van Natuurmonumenten. De andere helft heeft de gemeente Rheden in eigendom.
Het gebied kent een rijke flora en fauna met zeldzame planten en dieren.


Waterval nabij de sprengkop Beekhuizerbeek

augustus 2009 - maart 2010

Beek in Beeld

De Rode Beek bij Vaassen

Het bekenstelsel bij Vaassen is zeer complex. De Rode Beek is hiervan de oorspronkelijke, natuurlijke beek. De beek ontsprong tussen Vaassen en buurtschap Niersen in een kwelgebiedje ten noordoosten van forellenkwekerij Het Hol. Dat is nog de plaats waar de beek het meeste water vandaan krijgt nadat meer westelijk gegraven aanvullende sprengen weer waren ontkoppeld ten behoeve van de Geelmolense Beek. De Rode Beek stroomde door het dal naar havezathe, later kasteel, Cannenburch en was ook eigendom van de Cannenburch. Lange tijd was de beek, die toen ook wel naar de weduwe van Marten van Isendoorn, één van de eigenaren van de Cannenburch, Vrouwe Martens Water genoemd werd, de motor van de Vaassense industrie. Verschillende watermolens werden door de beek aangedreven. De oudste daarvan was de al in 1387 bekende Korenmolen van Cannenburch.
Een derde beek, gegraven kort na 1660 met sprengen in het buurtschap Niersen, is de Hartense Molenbeek. Oorspronkelijk was dit een bovenloop van de Rode Beek en voedde daarmee ook de Korenmolen van Cannenburch. Tegenwoordig voedt de Hartense Molenbeek de Molen van Cannenburch rechtstreeks waarbij het water wordt aangevuld door een aftakking van de Rode Beek.
De kwaliteit van het water, ijzerhoudend, was aanleiding tot het kort voor 1700 graven van de Nieuwe Beek met helder water. De fraaie sprengkoppen liggen noordwestelijk van het moerasgebied Korte Broek. Deze beek is aangelegd voor onder meer de Papiermolen Het Kraaienest.

Voor geïnteresseerden: het boek 'Veluwse beken en sprengen, een uniek landschap' biedt een meer uitgebreide beschrijving van de historie en complexiteit van dit bekenstelsel.

Tijdens de jubileumexcursie op 26 september a.s. zal zeker een bezoek worden gebracht aan de Emmalaan, het verlengde van de hoofdas van de parkaanleg van de Cannenburch. Aan de zuidzijde van deze laan lopen de Rode Beek en de Nieuwe Beek, voor een deel van het traject gescheiden van elkaar door een lage wal, voor een ander deel door een houten schot. Het is de enige plaats op de Veluwe waar nog een schot het rode van het heldere water scheidt. Waterschap Veluwe heeft recent op deze plaats beide beken hersteld en daarbij ook voor een nieuw schot gezorgd. De Nieuwe Beek wordt hier opgeleid naar de voormalige molenplaats 't Kraaiennest. Hiervan getuigt nog een waterval. In het woonhuis is de vroegere gevelsteen van het Kraaiennest verwerkt. Bij de recente restauratie heeft waterschap Veluwe hier ook een vistrap aangelegd. Langs een deel van het traject aan de zuidzijde van de Emmalaan loopt nog een derde beek. Het is nu een aftakking van de Rode Beek. Het water komt aan het begin van de Emmalaan via een duiker uit in de Hartense Molenbeek. Laatsgenoemde beek is de vierde die parallel aan de Emmalaan stroomt, maar nu aan de noordzijde.

Vanaf dit punt, het begin van de Emmalaan, vervolgen de Rode Beek en de Nieuwe Beek samen als Nieuwe Beek hun weg aan de zuidzijde van het park van de Cannenburch. De Hartense Molenbeek gaat verder langs de noordzijde van dit park. Via een fraaie wijer voedt deze beek de molen van de Cannenburch. Ook de vijvers en de slotgracht van de Cannenburch worden gevoed door de Hartense Molenbeek. Dat water wordt geloosd op de lager gelegen Nieuwe Beek.
Het water van alle beken komt na Vaassen gepasseerd te zijn in de Grift.

Het is aardig om te vermelden dat nu bijna 30 jaar geleden er ook een herstelproject van de Nieuwe Beek werd afgerond. Het was het eerste project dat onder leiding van de toen net opgerichte Stichting tot Behoud van de Veluwse Sprengen en Beken werd gerealiseerd in opdracht van en betaald door de provincie Gelderland.

Tijdens de jubileumexcursie zullen ook het geheel gerestaureerde park van de Cannenburch en de molen van de Cannenburch worden bezichtigd. De Bekenstichting heeft geld bijeen gebracht voor het restaureren van de molengoot en de daar aanwezige waterturbine. Ook komt er een nieuw waterrad. Het voornemen is de werkzaamheden in het najaar te beginnen. Misschien is er tijdens de excursie al iets van te zien.

Bij de foto in de rechterbalk:
Het gerestaureerde schot tussen de Rode Beek (rood water) en de Nieuwe Beek (helder water). (foto: Jacques Meijer)


Aandacht voor de gerestaureerde Nieuwe Beek in 198 Foto: archief Bekenstichting

februari 2009 - juli 2009

Oorsprongbeek

Op de Zuid-Veluwe ten westen van Oosterbeek stroomt de Oorsprongbeek. Het is een bronbeek die later door sprengen is vergroot. De beek ontspringt hoog op de stuwwal en stroomt door een bebost, parkachtig gebied met een verval van 35 meter naar de Neder-Rijn. In de beek bevinden zich een groot aantal stuwtjes, watervallen en vijvers die begin 19e eeuw zijn aangelegd.

In de bovenloop stonden rond 1700 twee kruitmolens, de ‘Bovenste molens op De Oorsprong’, waar buskruit werd vervaardigd. Later stond hier een papiermolen.
Eén van de watervallen viel in een ‘grotwerk’, een huisje waar de beek hoog door stroomde en aan de voorkant in een breed gordijn van water uiteen viel. In het huisje kon je onder de beek doorlopen en door de waterval naar buiten kijken. Ten westen van de beek stond hier de uitspanning ‘De Oorsprong’, in de 19e eeuw een geliefde plek om wat te drinken. In 1910 werd door tuinarchitect Leonard Sprenger het park ingrijpend veranderd. De loop van de beken veranderde en de uitspanning werd, tot verdriet van de bezoekers, gesloten. Bij het landhuis is in 1930 een zwembad aangelegd. Het is er nog steeds. Het is een bijzonder zwembad, want het wordt gevoed met water uit de beek dat wordt opgewarmd door de zon. Voordat het in de baden komt, stroomt het in grote slingers oppervlakkig af om op te warmen. Uiteindelijk stroomt het zwembadwater weer in de beek.
De ‘Benedenste papiermolen op De Oorsprong’ stond er ook al voor 1700. De waterval herinnert aan de vroegere molenplaats. Op deze plek stond tussen 1811 en 1852 een suiker- en stroopfabriek die suikerbieten als grondstof gebruikte. De bovenslagmolen werd aangedreven door de val van bijna zeven meter. In 1826 was er, naast het waterrad, ook sprake van een rosmolen. Er werkten 50 werklieden en er werd stroop, suiker, kandij en rum geproduceerd. In 1833 brandde de fabriek af en werd herbouwd op heiwerk, nu met een stoommachine. In 1852 werd deze fabriek afgebroken.

Het Waterschap Vallei & Eem heeft de beken bij Oosterbeek hersteld. Ze zijn schoon gemaakt en stromen weer helder. Aan de rijke flora en fauna en de cultuurhistorie is bijzondere aandacht geschonken. De Oorsprongbeek is vanaf het begin via stuwtjes, watervallen en vijvers tot aan de uiterwaarden hersteld. In dit gebied komen veel verschillende planten en dieren voor. Het waterschap is daarmee extra voorzichtig te werk gegaan. Het bos is gesnoeid, de vijvers zijn gebaggerd en de watervallen hersteld. Sommige watervallen moesten verdwijnen om de stroming in het water te houden. Ook de kwelzones, plekken waar het grondwater omhoog komt, kregen een schoonmaakbeurt. Verder zijn de wandelpaden opgeknapt.

Zie ook De Wijerd van september 2008 (jrg. 29, nr.3), klik hier.



oktober 2008 - februari 2009

Cluster Veldbeek (ten zuiden van Putten)



Het beeksysteem van de Veldbeek ligt in de gemeente Putten. De hoofdstroom ontspringt aan de westrand van de Veluwe en mondt acht kilometer verder uit in de Schuitenbeek. De Schuitenbeek watert af in het Nuldernauw. Zijbeken zijn de Beek Groot Hell, zuidelijk van de Veldbeek, en de Blarinckhorsterbeek, ten noorden van de Veldbeek. Het zijn kwel- of laaglandbeken. Een deel van de beekbeddingen bovenstrooms staat een deel van van het jaar droog.
Het stroomgebied van de Veldbeek wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van grote landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden. Sinds 1850 is het landschapsbeeld relatief weinig veranderd. Het landschap bestaat uit een afwisseling van dekzandruggen en beekdalen in het gebied tussen de Veluwe en de Randmeerkust.
Op zandgronden zijn in het verleden wel vloeiweidesystemen gebruikt ter verhoging van de hooiopbrengsten. Deze zijn onder meer door invoering van kunstmest in onbruik geraakt. Voor een dergelijk vloeiweidesysteem is in het verleden de Veldbeek vergraven en opgeleid. Dit vergraven deel van de beek begint in de buurt van de kruising met de Voorthuizerstraat. Na enkele slingeringen op de hoger gelegen gronden komt de huidige Veldbeek na het Egelgat weer uit in de oorspronkelijke beekbedding. Iets voorbij het Egelgat, waar de beek vroeger doorheen stroomde, is een stuw om het water bovenstrooms op peil te houden. Het Egelgat functioneert tevens als zandvang. Omstreeks 1990 is het Egelgat uitgediept omdat het dreigde te verzanden.
Rijkswaterstaat heeft de laatste jaren bij de monding van de Schuitenbeek een groot project uitgevoerd om een voordelta te creëren met onder meer rietvelden: de Delta Schuitenbeek.
In april 2008 is in opdracht van Waterschap Veluwe begonnen met beekherstel op verschillende locaties langs de cluster Veldbeek. Naast het langer vasthouden van water is het doel beekprocessen meer ruimte te geven. Door het vergraven van oevers kan de beek weer makkelijker slingeren. Er komen komen meer natuurlijke overgangszones van natte naar droge biotopen waarvan flora en fauna kan profiteren. Zie De Wijerd van juni 2008 (jrg. 29, nr.2).


Veldbeek 18-10-2008 Foto: A.H. Bongers

Cluster Veldbeek bron Provincie Gelderland


Op 18 oktober 2008 heeft de Stichting een excursie gehouden in de omgeving van de Veldbeek. Onder leiding van de heer Maarten Veldhuis van het Waterschap Veluwe zijn onze donateurs langs diverse kenmerkende plaatsen langs de beken in de cluster Veldbeek rondgeleid.

Zoals op de foto hiernaast wordt aangegeven is het Waterschap bezig met de uitvoering van fase 1 van het BOP cluster Veldbeek. In 2007 is de definitieve versie van het BOP vastgesteld. Op de site van het waterschap Veluwe kunt u het gehele plan inzien danwel downloaden.


Veldbeek Steile oever


Veldbeek Zichtbaar zijn nog de te steile oevers


Veldbeek Mooie plek


Veldbeek, voorbeeld nieuwe situatie Ruimte voor de beek met aflopende zijkanten


Veldbeek Deel aangepakt in voorjaar 2008, nu al volop herstelt en begroeid



(C) 2011 - Alle rechten voorbehouden aan de Bekenstichting

Deze pagina afdrukken