Werkgroep Eerbeekse beek en Gravinnebeek

Egbert van Gessel, onze contactpersoon van de Eerbeekse beek, schreef ons het volgende over de Werkgroep Eerbeekse beek en Gravinnebeek:

Op initiatief van Maria Bruggink heb ik als contactpersoon van de Eerbeekse beek samen met haar ruim twee jaar geleden een werkgroep samengesteld om het onderhoud aan de Eerbeekse beek ter hand te nemen. Vooraf is een aantal gesprekken gevoerd met het Waterschap en de Stichting  Landschapsbeheer Gelderland, die de begeleiding en materialen verzorgt van de vrijwilligersgroepen op verzoek van het Waterschap. Sindsdien maken we de Eerbeekse beek schoon voor zover ons door het Waterschap is toegestaan, dat wil zeggen het gerenoveerde gedeelte vanaf de sprengkoppen tot aan de Harderwijkerweg en het gedeelte van de Kopermolen tot aan het kanaal. In het dorp Eerbeek  werken we nog niet. Er zijn veel ontwikkelingen m.b.t. de Eerbeekse beek. De beek wordt wellicht in de komende tijd om twee fabrieken geleid (ze stroomt daar nog onderdoor), er zijn plannen voor een fietspad langs de beek en er is al een wandelroute door het hele gebied. Er zijn ook contacten met de ondernemers in de toeristenbranche. De ontwikkelingen staan formeel los van de werkgroep, maar er zijn natuurlijk dwarsverbanden.


Sinds enkele maanden werken we ook in de Gravinnebeek om die weer watervoerend te krijgen. Dat is een hele klus en er is overleg over met de eigenaar, het Waterschap, de industrie, de gemeente en provincie om te zien of er subsidie verkregen kan worden omdat het graafwerk machinaal moet gebeuren. De beek is ruim een kilometer lang. Onderwijl werken de werkgroepleden aan het verwijderen van bomen en blad in de beek, die al ruim 20 jaar droog staat.


De werkgroep bestaat voornamelijk uit IVN-leden. Vanuit de IVN is ook het idee gekomen om de Gravinnebeek weer watervoerend te maken. Vandaar dat Jos Rouland de voortrekker is van dat project en ik van de Eerbeekse beek. Het is dus een samengestelde werkgroep, niet iedereen werkt in beide beken. Het is aardig om te vermelden dat sinds een paar maanden een aantal vluchtelingen zich bereid hebben verklaard mee te werken, voornamelijk Eritrese en Syrische mannen. Ze werken in de beek voor zover hun schooltijden in het kader van de inburgeringsverplichting dat toelaat, maar ook helpen ze bij IVN bij het knotten op zaterdag. Het is goed voor hun integratie en taalontwikkeling.

februari 2017