Beekbergse beken

 

Beekbergse Beek sprengenbeek Open in Atlas
Oude Beek natuurlijke beek met gegraven sprengen Open in Atlas
Klarenbeek sprengenbeek Open in Atlas
Verloren Beek sprengenbeek Open in Atlas
Beekbergse Poort


 

Beekbergse Beek en Oude Beektop
Het begin van de Beekbergse Beek tot aan het Apeldoorns Kanaal, heet Oude Beek. Dit is een van oorsprong natuurlijke beek. Aan de bovenloop van de Oude Beek liggen echter enkele sprengen waarvan onduidelijk is wanneer ze zijn gegraven.

De oude beek bij Beekbergen

De oude beek bij Beekbergen


Oorsprongsgebied van de Oude beek

Oorsprongsgebied van de Oude beek

 
De Oude Beek is een van de weinige Oost-Veluwse beken waarvan delen van het oorspronkelijke beektracé nog goed te herkennen zijn. De beek bezit bovendien fraaie, voor de oostelijke Veluwe ongebruikelijke bronnen.
Na de kruising met het Apeldoorns Kanaal tot de Kopermolen te Klarenbeek heet de beek Beekbergse beek, maar op sommige waterschapskaarten wordt de beek ook wel aangeduid als Krepelse beek. Na de Kopermolen in Klarenbeek heet de beek  de Klarenbeek. Deze mondt uit in de Voorster Beek die in de IJssel uitkomt.

De huidige sprengkoppen bevinden zich ten noordwesten van Beekbergen in de buurtschap Engeland. De beek stroomt aan de noordkant van Beekbergen. Kort na de kruising met de oude weg Apeldoorn-Arnhem begint de opleiding voor de eerste molenplaats Tullekensmolen. De oude beek ligt als een droogstaande greppel daar net noordelijk van. Op de voormalige molenplaats is nu tuincentrum ‘De Beekhof’ gevestigd. De waterval is intact, de molengoot is verdwenen.
Iets verderop begint de opleiding voor de volgende molenplaats, die van de Ruitersmolen. Vanaf 1978 is de molen door de Stichting Vrienden van de Ruitersmolen gerestaureerd. De korenmolen is sinds 1984 maalvaardig. Molengoot en rad zijn gerestaureerd. De restanten van het oude rad en de spil liggen op de parkeerplaats uitgestald. Ongeveer 100 meter voor de waterval bevindt zich een verlaat.
In Lieren, waar de Gasthuismolen stond, is nu de metaalwarenfabriek van ‘Goudkuil BV’ gevestigd. Het water stroomt over een betonnen molengoot. Het rad is verdwenen. Na de waterval buigt de beek scherp naar het noorden af. Interessant is de plaats waar deze onderbeek weer in de oorspronkelijke bedding terugkeert en dan afbuigt naar het oosten. Nu nog is hier een sterke kwel waarneembaar. Dit blijkt uit het blauwe vlies op

Opgeleide Beekbergse beek oostelijk van het Apeldoorns kanaal

Opgeleide Beekbergse beek oostelijk van het Apeldoorns kanaal

Al in 1294/1295 stond er een korenmolen aan de Oude beek, een dwangmolen van de graven van Gelre. De molen bevond zich aan de benedenloop van de beek bij het gehucht Lieren. De molen heette wel Gasthuismolen naar het Arnhemse St Petersgasthuis dat de molen in 1533 kocht. Hetzelfde gasthuis bouwde een paar jaar later een volmolen stroomopwaarts op dezelfde beek. Deze is in 1601 verbouwd tot papiermolen: de latere Tullekensmolen die kort voor 1720 werd verdubbeld.
Tussen de Tullekensmolen en de Gasthuismolen bouwde Marten Orges in 1606 een papiermolen, de Kleine Molen, de latere Ruitersmolen.

 

Klarenbeektop
Na de kruising met het Apeldoorns Kanaal door middel van een zogenaamd sifon, begint de zes km lange opleiding naar Klarenbeek waar de Kopermolen te Klarenbeek stond. Op de molenplaats is een dubbele waterval. Opvallend groot is de wijerd: ‘de Wierd’. Bovenstrooms van de wijer ligt parallel aan de opgeleide beek een lange nieuwe beekloop die overgaat in het Verloren Beekje. Dat is mogelijk een restant van de oorspronkelijke loop. Het Verloren Beekje komt bij de Polsveenweg uit op de Loenense Beek die vanaf dit punt Voorster Beek heet. De Beekbergse Beek heet na de kopermolen Klarenbeek. Deze mondt uit in de Voorster Beek waar deze de spoorlijn Apeldoorn-Zutphen kruist.

De kopermolen waaraan de naam Krepel (één van de stuwende krachten van de aanleg van het Apeldoorns Kanaal) onverbrekelijk is verbonden, werd een groeiend bedrijf dat met zijn tijd meeging. Maar het deelde ook in de economische ups en downs. In de dertiger jaren van de 19e eeuw voorzagen twee stoommachines al in de toenemende energiebehoefte. In 1870 werd de koperfabriek opgeheven en kreeg de molen een nieuwe bestemming als houtbewerkingsbedrijf. Het is nu uitgegroeid tot een grote moderne fabriek. De onderneming was (en is) op economisch en sociaal terrein een stuwende kracht voor het dorp Klarenbeek.


Deel van de Wijerd van de Klarenbeekse Kopermolen

Deel van de Wijerd van de Klarenbeekse Kopermolen


Wijerd van de Klarenbeekse Kopermolen

Wijerd van de Klarenbeekse Kopermolen


 

Verloren Beektop
Aan de Verloren Beek, ook wel het Verloren Beekje genoemd, stond vanaf 1734 enige tijd de Kleine Kopermolen te Appen. Verder stroomafwaarts, ten oosten van het Apeldoorns Kanaal, ligt de Klarenbeek, waar na elkaar twee kopermolens hebben gestaan.  De grote kopermolen of Kopermolen te Klarenbeek dateert uit het midden van de 18e eeuw. Het was een molen met onderslagrad met een doorsnee van 8 el en 66 duim (ruim 7 meter) en schoepen van 3 el en 40 duim (ruim 3 meter). De Beekbergse Beek werd er voor om- en opgeleid. De oude bedding werd daarna aangeduid als het Verloren Beekje.

 

Beekbergse Poorttop
De beekloop maakt deel uit van een geplande ecologische verbinding van de Veluwe naar de IJssel. Dit wordt de Beekbergse Poort genoemd.
In december 2004 verscheen bij de Dienst Landelijk gebied het ‘Visie en uitvoeringsprogramma Beekbergse Poort’. De ‘poorten’ rondom de Veluwe worden gepland als ecologische verbindingszones tussen de Veluwe en omringende gebieden. De ‘Hierdense Poort’ is een ander voorbeeld.
De Beekbergse Poort omvat een brede strook tussen het Veluws natuurgebied en het IJsseldal. Aan de westkant vormen Beekbergen en Loenen min of meer de grens; aan de oostkant is voorbij Voorst de IJssel de natuurlijke grens. Binnen dit gebied ligt een aantal uit natuur- en landschapsoogpunt waardevolle terreinen: beken, broekgebieden, landgoederen en het Beekbergerwoud, waar Natuurmonumenten een begin heeft gemaakt met herstel van dit vroegere oerbos. Kort gezegd: Beekbergse Poort is een plan dat door allerlei verbindingen, en het wegnemen van belemmeringen en beperkingen daarin, de biologische waarden in deze strook wil vergroten.
Beekbergerwoud
De ontginning van dit moerasbos vond plaats rond 1870. Het 300 à 400 ha grote Beekbergerwoud, ook wel Elsbos geheten, was gemeenschappelijk eigendom van de geërfden van de Lierdermark. Het bos bracht nauwelijks wat op en de geërfden besloten in 1869 tot ontwatering, kap en ontginning. Ze vonden een koper die de klus met veel mankracht in 1871 voltooide.
Velen betreurden de kap van dit laatste Nederlandse oerbos. Natuurliefhebbers hadden al decennia lang de bijzondere natuurwaarden van ‘Het Woud’ onderzocht en gepubliceerd. Uit bodemonderzoek bleek dat het gebied al ongeveer 8000 jaar bos was geweest. De natuurbescherming zou echter pas enkele decennia later in organisaties vorm krijgen.