Beken bij Molecaten

 

Molecatense Beek sprengenbeek Open in Atlas
Spijkerspreng Open in Atlas
Mariabeuk
 

 

De Molecatense Beek
De beek voedt de gracht van dit Huis en ook de stadsgracht van Hattem. Het water komt uit in de polder Hattem en vervolgens via een gemaal bij Zalk in de IJssel.

Huis Molecaten

Huis Molecaten

De beken bij Molecaten hebben in het verleden vier molens aangedreven. De oudste korenmolen dateert al van voor 1348. Eind 16e eeuw stond er één van de eerste Veluwse papiermolens, de Bovenste Papiermolen (Bovenste molen van Molencaten) . Als  gevolg van de problematische watervoorziening zijn er nooit meer dan vier molens gekomen. De Rekenkamer weigerde in 1694 toestemming om nieuwe sprengen aan te leggen. Drie van de molens stonden aan de Molencatense Beek. De vierde stond aan een nu verdwenen beekloop. Bij de Herberg Molecaten bevindt zich de gerestaureerde korenmolen op de vroegere plaats van de Onderste Papiermolen (Middelste molen van Molencaten).

Het interieur van de gerestaureerde korenmolen bij Herberg Molecaten

Het interieur van de gerestaureerde korenmolen bij Herberg Molecaten

De gracht van Huis Molecaten dient tevens als wijerd voor de molen. Het rad heeft een grote diameter en is (bij uitzondering – meestal werd het rad uit hout vervaardigd ) gemaakt van ijzer. Een tweede wijerd bevindt zich tussen de weg naar Molecaten en ‘De Watermulder’, het zwembad van Hattem.

Restant van de wijerd van de Onderste Molen van Molecaten

Restant van de wijerd van de Onderste Molen van Molecaten

Het is een deel van de oorspronkelijk veel grotere wijerd  die  in gebruik was als buitenbad van het zwembad. Hier heeft de uit de 14e eeuw daterende korenmolen, de Onderste Molen van Molecaten, gestaan. Aan de oostkant van het openluchtbad stond een bakstenen witgeschilderd gebouwtje, een deel van de voormalige molen. Daarnaast bevond zich de waterval.

Het huis Spijker Watervliet

Het huis Spijker Watervliet

 

De Spijkersprengtop
De Spijkerspreng die ontspringt in de omgeving van het huis Spijker Watervliedt is, nadat Spijker Watervliedt in eigendom kwam van Molecaten, afgeleid naar de Molecatense Beek ten dienste van de korenmolen. Oorspronkelijk stroomde de spreng langs de Veldweg. Later is de loop verlegd en door de zandrug ’s Heeren Bergje gegraven  naar de Molencatense beek. Op de Veluwe is dit het meest in het oog springende voorbeeld van een rugdoorsnijding.

Rugdoorsnijding van de Spijkerspreng

Rugdoorsnijding van de Spijkerspreng

Het verdere deel van de Spijkerspreng, waaraan de Papiermolen van het Spijker stond, is verdwenen.

De nogal verspreide sprengen van de Molecatense Beek liggen allemaal in het bos. De meest westelijke, aan de voet van de Trijsberg, zijn diep ingegraven, tot meer dan 5 meter. De Molecatense sprengen liggen aan het noordelijke einde van de Oost-Veluwse stuwwal en het grondwater zit hier diep. Recent onderzoek heeft overigens uitgewezen dat de stuwwal ooit verder doorliep aan de oostkant van de IJssel, tot voorbij Zwolle. De voorganger van de IJssel, of het postglaciale meer dat na de ijstijd in het tegenwoordige IJsseldal lag, zou ter hoogte van Hattem dus door die stuwwal heen zijn gebroken.

 

Mariabeuktop
Bij één van de westelijke sprengkoppen staat een zeer oude beuk, de Mariabeuk. Er wordt vermoed dat hij lang geleden op de Veluwse heide als herkenningspunt voor de sprengen heeft gediend.

Mariabeuk

Mariabeuk

 

De Spaanse graventop
Nabij de Spijkerspreng in de omgeving van het huis Spijker Watervliedt, ligt in het bos een oude omwalling. Zulke historische plekken geven gemakkelijk aanleiding tot allerlei verhalen. Het toelichtende bordje geeft aan dat het een schanswerk is uit de 80-jarige oorlog, Hattem werd in 1629 door de Spanjaarden o.l.v. Graaf de Salazar belegerd. Mogelijk is de omwalling echter al van vroeg-middeleeuwse oorsprong. ‘Graven’ slaat hier op graafwerk en niet op een begraafplaats. Archeologische opgravingen hebben geen objecten aan het licht gebracht.