Beken brengen geld op

‘Sprengenbeken zijn vanaf de 15e eeuw gegraven en aangelegd om watermolens van water te voorzien. Het zijn er honderden. Ze vormen mede de cultuurhistorische rijkdom van de Veluwe. Beken zijn m.i. zelfs de ziel van de Veluwe. Ze betekenen veel voor Toerisme en Recreatie.
Beken brengen namelijk ook geld op.’

Een wandeling met Jan van de Velde (voorzitter Bekenstichting)

Het is koud. De paden zijn modderig. Met kraag hoog opgetrokken lopen we door het bos. We hebben laarzen aan. We lopen langs de beek. De wereld is stil en leeg. Ook in de kale winter is de schoonheid van de natuur overweldigend. ‘Fraaie beken’, mompelt Jan…

‘Die beken zijn de ziel van dit gebied’, klinkt Jan. Vaak  eeuwen oud. Door mensen gegraven om watermolens aan te drijven. De basis van de eerste industriële ontwikkeling in dit gebied. En nu onmisbaar in de natuur. Het bos is mooi. Beek en bos is prachtig. Dat trekt toeristen’.

Ik haal mijn schouders op en Jan reageert meteen. ‘We hebben het niet alleen over natuur en cultuur, maar ook over economie. Ik zal je eens wat vertellen!’

‘Iedere toerist die hier komt om van de Veluwe te genieten, brengt geld in het laatje. Ik zal je eens wat voorrekenen. Je hebt toeristen die een of meer nachten de Veluwe bezoeken, recreanten die een enkele dag komen en ongeveer 700.000 inwoners op de Veluwe. Men vertelde mij dat er 11.000.000 geregistreerde overnachtingen per jaar zijn. Hotels en campings. Dan heb ik het nog niet over de aantallen recreanten en logees bij familie en vrienden. Tel er dus maar een paar miljoen bezoekers bij. Daar zijn geen aantallen bekend. Daarnaast zijn er uiteraard de inwoners zelf die iedere dag de natuur vlak naast de deur hebben.

Heb je een idee wat dat betekent voor de economie op de Veluwe?’

We komen aan bij een watermolen. De beek loopt uit in een wijerd. Ook de wijerd is door mensen aangelegd om ook water ter beschikking te hebben als er een droge periode was. De molen weerspiegelt in het water, een verstild monument van de geschiedenis. Hier was de papier industrie, hier werd koper geslagen, later kwamen hier de wasserijen. Gehuchten werden dorpen. De beken werden perfect onderhouden door honderden mensen handen. Stromend water was noodzakelijk wilden de molens blijven draaien. Hier fluistert de historie haar verhalen….

‘Ik heb eens wat zitten rekenen’, zegt Jan. ‘Wat geven bezoekers uit als ze hier 24 uur zijn?  Dan heb je de overnachting, hotel of camping, Daarnaast komt levensonderhoud, lunch, diner, uitgaven voor bezoeken aan pretparken, musea, winkels en ga zo maar door.  Het is natte vingerwerk. Men zou het eens nader moeten onderzoeken. Maar als ik nu zo grofweg per persoon € 100 verblijfskosten per dag reken, is het sommetje makkelijk gemaakt: 100 keer 11.000.000 betekent 1,1 miljard euro per jaar! En dan heb ik de bedragen van recreanten nog niet eens meegeteld. En al was de uitkomst maar de helft van dit sommetje, wat denk je dat dat betekent voor economie en werkgelegenheid?’

Een klein stukje voorbij de watermolen staan we op wat meer afstand van het bos. De kale takken tekenen zwart af tegen de grijze lucht. Uit het bos loopt de beek met een rechte lijn het veld in, nauwelijks verval, zo gegraven om water te besparen en hoogte te winnen. Een zilveren streep in een grijze wereld. De beek, een klein stroompje water met een ongelofelijke rijkdom aan planten en dieren, door mensen handen gecreëerde natuur, een levend geschiedenisboek, een ecologisch fenomeen, met een eigen rol in de waterhuishouding van dit gebied.

‘Uiteraard koesteren we de beken als liefhebbers’, zegt Jan. ‘Maar we moeten ook leren kijken vanuit  economische overwegingen. Toerisme en recreatie zijn heel belangrijke bronnen voor inkomsten en  werkgelegenheid in dit gebied. Bij de bekenstichting spreken we van ensembles. Onder het ensemble verstaan we het geheel van de beek en haar omgeving. Een geografische, biologische, historische eenheid: watermolens, wijerds, sprengkoppen, draslandjes, opgeleide beken, vloeiweiden en nog veel meer. Zo’n ensemble is ook een inkomstenbron. Het hoort bij elkaar. Je kan niets verwaarlozen. Ik vergelijk het wel eens met een leuk gezicht. Trek iemand  één voortand uit en het totaal is bedorven. Daarom is onderhoud en verbetering van de beek ensembles voor ons van zoveel belang’.

Daar is een eettentje. We kijken er naar uit om weer even op te warmen. Even later zitten we met een warme kop soep bij een snorrende kachel.

‘Deze ensembles hebben ook een belangrijke economische waarde. Toerisme en recreatie brengt veel geld in het laatje. Behoud en verbetering van deze ensembles zal echter ook investeringen vragen. De afgelopen jaren is er veel goeds gebeurd. De beken zijn er veel beter aan toe dan in de jaren 60. Toch moet er nog veel gebeuren. Bedenk wel, een beek die niet onderhouden wordt, vervalt in de kortste keren tot een greppel. Het ensemble wordt beschadigd. Als we op de Veluwe in de toekomst aantrekkelijk willen blijven voor toerisme en recreatie, zullen we in de beken moeten blijven investeren. Tot nog toe hebben we steeds gekeken vanuit ecologie en cultuur historie. We zullen ook moeten leren kijken vanuit economische overwegingen.  Onze uitdaging voor de toekomst is duidelijk: behoud en verbetering van de beek ensembles. En de overheden, plaatselijk en regionaal staan voor dezelfde uitdaging’.

Het is in middels laat in de middag. Buiten wordt het al snel donker. We schudden elkaar de hand en nemen afscheid. Jan loopt naar zijn auto, vierkant,  schouders iets opgetrokken, met zijn rustige vastberadenheid. Ik kijk hem na. 

Piet Weisfelt, 1 februari 2016