Bij het overlijden van Theo van de Nes

Op 20 mei dit jaar overleed Theo van de Nes. Veel lezers zullen Theo niet hebben gekend, maar Theo was vanaf 2006 tot eind 2015 lid van het algemeen bestuur van de Bekenstichting.

Theo werd lid van het bestuur kort nadat hij afscheid had genomen van zijn werk bij de Provincie Gelderland. Wat hij de laatste jaren voor zijn pensionering precies heeft gedaan is mij niet bekend, maar ik heb Theo leren kennen tweede helft jaren ’70, toen ik aan de toenmalige Landbouwhogeschool Wageningen (LH) als afstudeervak Natuurbeheer onderzoek deed naar beheer, eigendom en onderhoud van Veluwse sprengenbeken. Tijdens dat afstuderen bracht ik ook een periode door op de afdeling Hydrologie (of hoe die ook precies heette), waar Theo hoofd van was. Na zijn studie aan de LH was Theo aldaar verbonden aan de vakgroep Hydraulica en Afvoerhydrologie als medewerker Wiskundige modellen en hield zich met het modelleren van  complexe grondwaterstroming processen bezig. In 1972 is naar de Provincie overgegaan en in 1973 gepromoveerd. Bij de Provincie was Theo aanjager van studies naar de grondwaterhuishouding van Gelderland en met name de Veluwe. In dat kader trof ik Theo weer toen hij mij, net afgestudeerd, maar met veel feitenkennis, vroeg om zitting te nemen in de door GS ingestelde werkgroep “Beken en Sprengen op de Veluwe”, waar hij voorzitter van was. In die rol heeft Theo een belangrijke rol vervuld bij het op kaart zetten van de grote cultuur- en natuurhistorische waarden van deze waterlopen. Op basis van de aanbevelingen uit dit onderzoek heeft de Provincie de sprengen op de Oost Veluwe in waterschapsverband gebracht, waardoor het herstel en behoud een belangrijke impuls kreeg.

Theo was sterk inhoudelijk geïnteresseerd en het speet hem dan ook dat de Provincie er later voor koos om een veel minder actieve rol te kiezen waar het om de bescherming van grondwater en van verdrogingsbestrijding ging. Toen hij, na zijn pensionering, “vrij” kon spreken meldde hij zich als vrijwilliger bij de Bekenstichting. Voor mij, al sinds de oprichting lid van het bestuur van de Bekenstichting, was het een verrassing na zoveel jaren Theo, nu in een heel andere rol dan die als coach van destijds, weer tegen te komen. Met name had hij grote zorgen over de nog steeds heel geleidelijke daling van de grondwaterstanden op de Veluwe. Tot voor kort was hij actief in een studiegroep die dit probleem weer op de agenda probeerde te krijgen.

Theo bezat een diepgaande theoretische  kennis van stromingsprocessen van het grondwater, die hij graag wilde delen met anderen. Hij hield dan soms lange docerende monologen die dan niet door iedereen tot het eind kon worden gevolgd. Ook het themanummer over het grondwater van de Wijerd van maart 2011 was voor veel lezers erg taaie kost. Maar het was ook juist een teken van zijn grote betrokkenheid bij en kennis van de (grond)waterhuishouding. Onze stichting drijft ook juist op zulke mensen.

Naast de hydrologie waren paarden een liefhebberij waar Theo zich intensief in uitleefde. Hij woonde in het buitengebied van Wekerom, waar hij zelf ook paarden hield.

Het ging al een tijdje wat minder met Theo, waardoor hij zijn bestuurslidmaatschap ook op moest geven. Op 20 mei viel het doek definitief. Zoals de rouwkaart beschreef: “Hij had de wil om te leven maar niet meer de kracht.” We herdenken een betrokken mens.

Yolt IJzerman