‘De Hierdense Beek…….een plaatje’

Onder de titel ‘De Hierdense Beek……..een plaatje’, heeft een KNNV werkgroep “Camera Natura”  van 25 amateurfotografen een fotopresentatie gemaakt van de 25 km lange Hierdense beek. Deze fotopresentatie wordt op woensdag 8 januari om 15.30 u geopend in de hal van het gemeentehuis van Ermelo door wethouder Tom Nederveen. De schoonheid van het landschap vanaf Uddel tot aan de uitmonding bij het Veluwemeer staat bij deze tentoonstelling centraal. De toeschouwer krijgt tevens een goed beeld van flora en fauna en van de grote natuur- en cultuurhistorische waarden van de beek in het landschap. Bij de opening zullen vertegenwoordigers van KNNV en Bekenstichting kort iets over de beek en de rol van hun vereniging/stichting voor het voetlicht brengen. De fototentoonstelling is na de opening op 8 januari tot 14 februari te bezichtigen in de hal van het Ermelose gemeentehuis, van 17 tot 31 maart in het Harderwijker gemeentehuis en enige weken in april/mei in het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer bij het Transferium Nunspeet.

Voor meer informatie zie hier en in dit persbericht.

Hierdense Beek en Zilverbeekje

De beek bij Staverden – foto: Geldersch Landschap en Geldersche Kastelen

Op de Veluwe neemt de Hierdense Beek, waarvan de bovenloop afhankelijk van de plaats Staverdense of Leuvenumse Beek heet, een aparte plaats in.
Deze beek ontspringt in de grote agrarische enclave Garderen, Uddel, Elspeet, Speuld. Deze enclave is te beschouwen als een dal geflankeerd door stuwwallen. De grootste is de stuwwal van de Oostelijke Veluwe. Aan de westzijde ligt de stuwwal van Garderen en aan de noordzijde de kleinere stuwwal van Stakenberg. De beek mondt in de buurt van Hierden in het randmeer uit.
De beek wordt deels gevoed door regenwater en deels door kwelwater en is dichter bij het randmeer een typische laaglandbeek, deels vergraven ten behoeve van watermolens.
De totale lengte van de hoofdloop (bovenloop èn benedenloop) van de Hierdense Beek bedraagt omstreeks 17 km, waarvan 12 km bovenstrooms van de rijksweg A28. Het verval is ongeveer 27 meter. Bovenstrooms van Leuvenum monden 19 zijbeken uit in de hoofdbeek.
Het Zilverbeekje bij Hulshorst is een van oorsprong zelfstandige sprengenbeek.

Het hierna volgende laat zien dat de gehele beek een prachtig ensemble is waarbij cultuurhistorische waarden zich prima laten combineren met natuurontwikkeling en vergroting van de biodiversiteit. Wandelaars en fietsers kunnen daar gelukkig volop van genieten.

Watermolens
Al omstreeks 1300 is een korenmolen op Staverden gesticht waarvoor de beek is vergraven. Er was toen een Hof te Staverden. Later werden papiermolens stroomafwaarts gerealiseerd. In 1368 werd de Leuvenumse Beek verpacht en vergraven om er molens bij te zetten. In 1525 kreeg de eigenaar toestemming om het Uddelermeer af te tappen voor extra water. In 1730 kwamen er in de omgeving van de Essenburgh ook papiermolens. In 1736 waren er in de omgeving van Staverden drie molens en verder stroomafwaarts nog eens zes.
De eerste papiermolen werd gebouwd in de jaren 1660. Het betrof de Wasmolen op de Koudebeek. Deze zijtak wordt door meerdere beekjes gevoed en mondt nabij huis Leuvenum in de Leuvense Beek uit. In 1692 volgde de eerste van de beide Zandmolens. De molen bij het Gellegat is vóór 1702 omgebouwd tot papiermolen.
Een sterke groei vond plaats in de jaren dertig van de 18e eeuw. Toen werden de tweede Zandmolen, de beide Ottermolens bij de Essenburgh, de dubbele molen bij het Heiligenhuis en de Hessenmolen gebouwd. Nadien begon het aantal molens al snel terug te lopen. Als eerste verdween omstreeks 1743 de molen bij het Gellegat, terwijl de laatste molens in de jaren zestig van de 19e eeuw werden stilgelegd.
De spreng aan de voet van de Stakenberg zal dateren uit de periode waarin de papiermolens werden gebouwd: ca. 1660-ca. 1740.

Zilverbeekje
Het Zilverbeekje bij Hulshorst was oorspronkelijk een kleine sprengenbeek die, misschien omstreeks 1813, is gegraven om de vijvers van het huis Hulshorst van water te voorzien. Toen de rijksweg A28 werd aangelegd kwam deze precies op de spreng en sprengkop te liggen. Rijkswaterstaat heeft aan de oostzijde tegen de rijksweg aan een nieuwe sprengkop gegraven. Het water wordt nu onder de snelweg door naar het landgoed Hulshorst gevoerd. De spreng ligt niet aan de voet van een stuwwal en is weinig productief. Daarom is een verbinding gemaakt tussen de Hierdense Beek en de Zilverbeek. Deze verbinding ligt tussen de rijksweg en de spoorlijn. Een deel van het water van de Hierdense Beek wordt op deze wijze gebruikt om de vijvers van Hulshorst te voeden.

Staverdense – , Leuvenumse – , Hierdense Beek
De Staverdense Beek ontspringt bovenstrooms van het Uddelermeer en wordt daar gevoed door kwelbeekjes met ondiep grondwater van vooral de oostelijke stuwwal. Het Uddelermeer is een op zich staand meer gevoed door grondwater. De Staverdense Beek heeft geen verbinding met dit meer op een gegraven verbindingsslootje na, waarin alleen na hevige regenval water stroomt.
De beek stroomt langs kasteel Staverden. Iets westelijk van kasteel Staverden bevindt zich een niet meer functionerende watermolen. Daar is ook het Bezoekerscentrum-landschapswinkel Staverden van het Geldersch Landschap. De molen staat aan een gegraven beek, de Molenbeek, die bovenstrooms van de Staverdense Beek aftakt en na de molen ook weer in deze beek uitkomt. De opgeleide Molenbeek ligt (stroomafwaarts gezien) op de hogere dalrand rechts van de beek. De molen ligt links van de beek. Net boven het kasteel wordt de Molenbeek dwars door het dal, over de lager gelegen Staverdense Beek heen, naar de molen gevoerd: een van de weinige voorbeelden van een dalkruising. De waterpartijen van kasteel Staverden worden eveneens gevoed door deze opgeleide beek.

Verder stroomafwaarts even voorbij hotel Het Roode Koper heeft één van de Zandmolens gestaan. De plaats wordt aangegeven door een informatiebord. Het witte huisje met op de gevelbalk de naam ‘DE ZANDMOLEN’ is de enig overgebleven getuige van de oude watermolen. De molenbeek is gegraven en recht. Ook de waterval is verdwenen en vervangen door een vistrap. De beek zelf, die inmiddels Leuvenumse Beek heet, stroomt meer oostelijk.

Waar de beek, die dan Hierdense Beek genoemd wordt, achtereenvolgens de A28 en de spoorlijn Amersfoort-Zwolle kruist, is tussen de weg en de spoorlijn de aansluiting van het Zilverbeekje op de beek goed te zien vanaf de weg naar het viaduct over de A28. Het Zilverbeekje voedt de vijvers van Hulshorst en komt daarna weer uit in de Hierdense Beek. Een waterval bij het oude station Hulshorst geeft de voormalige molenplaats van de Hessenmolen aan. De Hierdense Beek stroomt langs kasteel Essenburgh naar het Veluwemeer. Even ten noordoosten van het kasteel ligt de boerderij ‘De Ottermolen’ die herinnert aan de Ottermolens.

Stuifzandheuvels langs de Leuvenumse Beek – foto: Jacques Meijer

Oorspronkelijk karakter van de Staverdense Beek
Het oorspronkelijke natuurlijke karakter van de Staverdense Beek is over een grote lengte – van een paar kilometer stroomopwaarts van Staverden tot Het Roode Koper – te herkennen aan het kronkelende dalletje met steile kantjes. Die kronkels zijn ontstaan in de tijd voordat de beekloop gereguleerd werd, vanaf bijna een millenium geleden, toen de beek nog vrij kon meanderen.
Het beekdal is nogal drassig. Voorzover het ligt in het landgoed Staverden wordt het beheerd door Het Geldersch Landschap. Een aangepast hooibeheer zorgt ervoor dat zich in de natte beekdalgraslanden een rijke (en ook kleurrijke) flora heeft kunnen handhaven of herstellen. Kleur in deze graslanden brengen in het voorjaar pinksterbloemen, dotters en echte koekoeksbloemen. In broekbosjes komt het verspreidbladige goudveil voor, een op de Veluwe veel zeldzamer zusje van het uit verscheidene sprengen bekende paarbladig goudveil.
Voorbij ‘Het Roode Koper’ is er geen sprake meer van een slingerend beekdalletje. Hoge stuifzandheuvels begrenzen vooral aan de westkant de beek. De vraag hoe het komt dat de beek ooit zijn weg heeft kunnen vinden door het stuivende zand is eenvoudig te verklaren. De beek is ontstaan na de laatste ijstijd, en was er misschien al eerder. De zandverstuivingen dateren uit de middeleeuwen, vooral als gevolg van te intensief gebruik van de heidegronden. De belanghebbenden bij de beek, vooral de molenaars dus, zullen zich heel wat inspanning hebben moeten getroosten om de beek te vrijwaren voor het stuivende zand.
In het Leuvenumse Bos zijn mooie wandelingen te maken waarbij regelmatig de beek te zien is. Soms gaat de wandeling parallel aan de beek, soms kruist de wandeling de beek over houten bruggetjes. Bij droog weer bevat de beek weinig water. Maar na zware regenval kunnen tientallen hectares bos tussen Leuvenum en Hulshorst blank staan.

Beekherstel
De intensieve veehouderij breidde zich rond Uddel en Elspeet sterk uit. De ondoorlatende bodem van het dal tussen de stuwwallen maakte dat dit kwalijke gevolgen had voor de flora en fauna van de beek en de aangrenzende natte graslanden. Toenemende verrijking en vervuiling van het aan de oppervlakte afstromende regen- en grondwater bedreigden de aan betrekkelijk voedselarme biotopen gebonden levensgemeenschappen.
Intussen is er veel gedaan om de kwaliteit van het beekwater te verbeteren. De bouw van de kalvergiervoorzuivering, aangescherpte mestwetgeving, bewustere agrarische bedrijfsvoering en beriolering van het gebied hebben hieraan bijgedragen. De verbeterde kwaliteit van het beekwater komt ook de visfauna van de beek ten goede, o.a. het bermpje, kleine modderkruiper en de rivierdonderpad zijn vrij talrijk en enkele jaren terug is de beekprik (her)ontdekt, nadat hij vele decennia niet meer was waargenomen.
De laatste jaren is er veel ten goede veranderd. Zo legde men de beek bij Leuvenum weer in zijn oude loop en werden veel natte graslanden weer in ere hersteld.

Hierdense Poort
Er wordt gewerkt aan plannen om tussen Hierden en Hulshorst, de benedenloop van de Hierdense Beek, de functie natuur en ecologische verbinding te versterken. Dit is de zogenoemde ‘Hierdense Poort’. Het doel is de Veluwe met het Veluwemeer te verbinden door een grotendeels agrarisch gebied met redelijk open structuur waarin boskernen, houtwallen, nieuwe natuurterreinen en agrarisch natuurbeheer een plaats moeten krijgen of behouden. Daarnaast zal er ook plaats zijn voor agrarische exploitatie en recreatief (mede)gebruik.
Relatief nieuw zijn de wensen ontstaan vanuit de Kader Richtlijn Water (KRW) om de ecologische en waterhuishoudkundige kwaliteiten van de beek te versterken. Sinds 2008/2009 ligt de Hierdense Beek weer op de tekentafel. Het Waterschap Veluwe (thans Vallei en Veluwe) en Natuurmonumenten wilde diverse natuurherstelmaatregelen uitvoeren in de natuurterreinen Bloemkampen en Dal Leuvenumse Beek en ook in de Hierdense Beek zelf. Het Waterschap richt zich daarbij vooral op de beek terwijl Natuurmonumenten zich meer richt op de aan de beek grenzende natuurterreinen. De toekomstige maatregelen zijn primair gericht op verdrogingbestrijding van de natuurterreinen in vooral de benedenloop van de beek en op verbetering van de ecologische situatie van de Hierdense Beek volgens de KRW.
Inmiddels is er ook een ecoduct over de A28 aangelegd (2012) die het mogelijk moet maken dat edelherten en andere zoogdieren (exclusief wilde zwijnen) de autosnelweg kunnen oversteken. Enkele duikers moeten het mogelijk maken dat amfibieën en kleine zoogdieren kunnen migreren tussen de Veluwe en het randmeergebied.

Huis te Leuvenum bij zonsondergang – foto: Jacques Meijer

De Soerense beken: Soerense Beek en Bovenbeek

Opgeleid deel van de Bovenbeek – Soerense Beken

Bij Laag-Soeren stromen de Soerense beken: de Soerense Beek, de zuidelijke tak, en de Bovenbeek, de noordelijke tak. De sprengkoppen van beide beken liggen ten westen van Laag-Soeren. Vlak voor het Apeldoorns Kanaal komen de beide beken samen. Door middel van een duiker kruist de beek het Apeldoorns Kanaal. Het water stroomt als Soerense Beek vervolgens naar de IJssel. Maar voordat de beek in de rivier uitmond wordt de gracht van de toltoren, de ‘Gelderse Toren’ (om tol te heffen van de schepen die door de IJssel voeren) gevoed.

Laag-Soeren was de jongste molenbuurt op de Veluwe. Omstreeks 1791 werden er drie papiermolens met fraaie namen gebouwd: ‘Welbedacht’, ‘Goedgedacht’ en ‘Nagedacht’. In 1805 volgde nog de Soerense Korenmolen. Al deze molens werden gebouwd door de bewoner van het Huis Laag-Soeren: de heer Van Kesteren. Deze zal ook de sprengen van de Bovenbeek hebben laten graven.

Aan de noordelijke tak, de Bovenbeek, lagen twee molenplaatsen. Van de bovenste Papiermolen Welbedacht is niets meer over. Gebleven is wel de fraaie brede bovenbeek van deze voormalige molen. De waterval bestaat uit vallend water in een rioolbuis.
Op de onderste molenplaats staat het gebouw van de voormalige Soerense Korenmolen. De waterval is er nog. De bovenbeek is niet opgeleid, de onderbeek is hier diep uitgegraven. Een interessant verschijnsel is ‘de wijerd op struweel’, een 0,8 ha groot rabattenbosje net stroomopwaarts van de molen. Door middel van een schuif kon de molenaar het water opstuwen in de greppels in dit bosje, zodat hij meer water had. Zie foto onder dit artikel.
Aan de zuidelijke tak, de Soerense Beek, lagen twee papiermolens. De bovenste hiervan was de Papiermolen Nagedacht , nu de wasserij van Barth Slijkhuis. Water voor de wasserij wordt voor de waterval afgetapt en opgevangen in een reservoir. Hier was (nu nog herkenbaar) een aquaduct, waarbij een fietspad onder de watergoot van de molen doorliep. Vroeger was het fietspad openbaar, maar het ligt nu op privéterrein.
Op de onderste molenplaats stond de Papiermolen Goedgedacht, later omgezet in een wasserij ‘De Waterval’. Vanaf de waterval verdwijnt het water direct onder het wasserijgebouw, waar het aan de andere zijde weer onder vandaan komt.
Na de kruising met het Apeldoorns Kanaal heeft dicht bij Spankeren bij het Huis De Bockhorst de Korenmolen van het Huis De Bockhorst gestaan.

In Laag-Soeren is op een bijzondere wijze van sprengenwater gebruikt gemaakt. In 1848 kocht de Amsterdamse koopman Pieter Nicolaas Jut van Breukelerwaard de beken en molens van Laag-Soeren. Hij stichtte daar het kuuroord Bethesda. Jut was in een Duits kuuroord van een ziekte hersteld en enthousiast geworden voor de ‘waternatuurgeneeskunde’.
Het schone sprengenwater vormde de basis voor verschillende behandelingen, zoals modderbaden (met zand dat uit De Imbos werd aangevoerd) en koudwaterbaden. De koudwaterbaden waren mogelijk door een belangrijke eigenschap van het sprengenwater: de constante temperatuur van circa tien graden Celsius. Het water werd aangevoerd door een transportbuis op de bodem van de beek.
Het badhuis Bethesda heeft later verschillende bestemmingen gehad. Het gebouw bestaat nu nog als appartementengebouw Soeria.

Molenbosje of ‘Wijerd op struweel’, rabattenbosje – Rechts de Bovenbeek

De Beekhuizerbeek

Kasteel Biljoen – Boek Bekenstichting

De voorjaarsexcursie van de Bekenstichting ging dit jaar naar Kasteel Biljoen. Dit kasteel en de Beekhuizerbeek hebben veel met elkaar te maken. Vandaar dit keer aandacht voor de

Beekhuizerbeek

De Beekhuizerbeek is van oorsprong een bronbeek waaraan later sprengkoppen zijn toegevoegd.
De beek ontspringt in een grote, diep ingegraven sprengkop in het bosgebied ten noordoosten van Velp, bij de Beekhuizense Weg. Stroomafwaarts is er ter hoogte van het paviljoen ‘Beekhuizen’ een waterval met daarna een smalle vijver. Verderop gaat het water opnieuw over een waterval en voedt dan de grote siervijver te Beekhuizen. Het hoogteverschil van de waterval werd dichtbij gebruikt voor de voormalige Papiermolen op Beekhuizen. Van deze molen is niets bewaard gebleven. De vijver heeft overigens niets met deze vroegere molen van doen.
Vanaf hier stroomt de beek langs de oostzijde van de bebouwde kom van Velp. Verder stroomafwaarts staat aan de voet van de Keienberg een wit gepleisterd molenaarshuis met muurankers 1617. Dit gerestaureerde huis en het molenhoofd met waterval zijn de restanten van de Papiermolen aan de Keienberg. Vanaf hier loopt de beek door tuinen van woningen. Na een korte opleiding ligt in een particuliere tuin een molenhoofd met waterval, restanten van de voormalige Papiermolen Het Horstje. De opleiding is de eerste duidelijk zichtbare in deze beek.
Net over de spoorlijn Arnhem-Dieren ligt na een korte opleiding een waterval met molenhoofd, de enige tastbare herinnering aan de Molen van Broekerhave of Papiermolen aan het Kaarsemakersgat. Vervolgens voedt de beek de vijver en slotgracht van Kasteel Biljoen. Het water stroomt tenslotte door de uiterwaarden richting Rheden om daar in de IJssel uit te komen.

Kasteel Biljoen – Boek Bekenstichting

Waterval nabij de sprengkop – Beekhuizerbeek

Watermolens aan de Beekhuizerbeek
Aan de Beekhuizerbeek stonden vóór 1600 twee korenmolens: de Korenmolen van het Kasteel Overhagen en de Molen van Broekerhave. Deze laatste wordt ook wel Molen aan het Kaarsemakersgat genoemd. Deze molen is wellicht gebouwd op de plaats van de oudst bekende Veluwse watermolen, voor het eerst genoemd in 1025 als molen van het goed ‘Bruoche’ of Ten Broeke. Beide molens waren in de 18e eeuw in gebruik als papiermolen. Elders werden aan de beek twee nieuwe papiermolens gebouwd, de Molen aan de Keienberg in 1617 en Papiermolen Het Horstje in 1630. Tenslotte werd in 1685 nog een papiermolen gebouwd, de Papiermolen op Beekhuizen. Bij Kasteel Biljoen heeft ook nog een Wasmolentje gestaan. Alle molens zijn afgebroken of verbrand. Soms is er op de vroegere molenplaats nog iets te vinden dat aan de molen herinnert. Een latere Papiermolen van Kasteel Overhagen werd omstreeks 1787 gesloopt in verband met de vijveraanleg van Biljoen.

De Beekhuizerbeek als parkbeek
Nadien is de beek vooral een parkbeek geworden en gebruikt voor voeding van de vijvers van Beekhuizen en Biljoen. Deze parken waren vroege voorbeelden van de Engelse landschapsstijl. De tuinarchitect J.D. Zocher sr. werkte een aantal jaren zowel op het landgoed Beekhuizen als Biljoen. In de bovenloop bij het hotel Beekhuizen was een fontein. En volgens een beschrijving uit 1790:
“De menigvuldige watervallen, waar van er een ter hoogte van 27 à 28 voeten met groot gedruisch ter neder stort, ene andere ter breedte van 20 voeten en zeer ryk van water, by het schynen van de zon ene overheerlyke vertooning opleverd, een derde van 27 trappen afrollende in een stuk water midden tusschen hoge gebergen, dat door zyne uitgestrektheid meer na een meyr, dan na een gegraven vyver gelykt, en een volmaakt Zwitsers gezigt opleverd; terwijl een vierde met een breed vlies over een grot stortende, het ligt als door een zuiver glas in dezelve inlaat, en die grot tot ene alleraangenaamste en verfrisschende schuilplaats in de hitte van de zomer doet verstrekken.”
Rond 1870 werden Beekhuizen en Biljoen eigendom van Johann Heinrich Wilmhelm Lüps. Vanaf dat moment was het een aaneengesloten lustpark slechts gescheiden door de weg en spoorweg Velp – Dieren. Sinds 2008 is Biljoen eigendom van Geldersch Landschap en Geldersche Kastelen en is de helft van Beekhuizen als onderdeel van Nationaal Park Veluwezoom van Natuurmonumenten. De andere helft heeft de gemeente Rheden in eigendom.
Het gebied kent een rijke flora en fauna met zeldzame planten en dieren.

De Rode Beek bij Vaassen

Aandacht voor de gerestaureerde Nieuwe Beek in 198 – Foto: archief Bekenstichting

Het bekenstelsel bij Vaassen is zeer complex. De Rode Beek is hiervan de oorspronkelijke, natuurlijke beek. De beek ontsprong tussen Vaassen en buurtschap Niersen in een kwelgebiedje ten noordoosten van forellenkwekerij Het Hol. Dat is nog de plaats waar de beek het meeste water vandaan krijgt nadat meer westelijk gegraven aanvullende sprengen weer waren ontkoppeld ten behoeve van de Geelmolense Beek. De Rode Beek stroomde door het dal naar havezathe, later kasteel, Cannenburch en was ook eigendom van de Cannenburch. Lange tijd was de beek, die toen ook wel naar de weduwe van Marten van Isendoorn, één van de eigenaren van de Cannenburch, Vrouwe Martens Water genoemd werd, de motor van de Vaassense industrie. Verschillende watermolens werden door de beek aangedreven. De oudste daarvan was de al in 1387 bekende Korenmolen van Cannenburch.
Een derde beek, gegraven kort na 1660 met sprengen in het buurtschap Niersen, is de Hartense Molenbeek. Oorspronkelijk was dit een bovenloop van de Rode Beek en voedde daarmee ook de Korenmolen van Cannenburch. Tegenwoordig voedt de Hartense Molenbeek de Molen van Cannenburch rechtstreeks waarbij het water wordt aangevuld door een aftakking van de Rode Beek.
De kwaliteit van het water, ijzerhoudend, was aanleiding tot het kort voor 1700 graven van de Nieuwe Beek met helder water. De fraaie sprengkoppen liggen noordwestelijk van het moerasgebied Korte Broek. Deze beek is aangelegd voor onder meer de Papiermolen Het Kraaienest.

Voor geïnteresseerden: het boek ‘Veluwse beken en sprengen, een uniek landschap’ biedt een meer uitgebreide beschrijving van de historie en complexiteit van dit bekenstelsel.

Tijdens de jubileumexcursie op 26 september a.s. zal zeker een bezoek worden gebracht aan de Emmalaan, het verlengde van de hoofdas van de parkaanleg van de Cannenburch. Aan de zuidzijde van deze laan lopen de Rode Beek en de Nieuwe Beek, voor een deel van het traject gescheiden van elkaar door een lage wal, voor een ander deel door een houten schot. Het is de enige plaats op de Veluwe waar nog een schot het rode van het heldere water scheidt. Waterschap Veluwe heeft recent op deze plaats beide beken hersteld en daarbij ook voor een nieuw schot gezorgd. De Nieuwe Beek wordt hier opgeleid naar de voormalige molenplaats ’t Kraaiennest. Hiervan getuigt nog een waterval. In het woonhuis is de vroegere gevelsteen van het Kraaiennest verwerkt. Bij de recente restauratie heeft waterschap Veluwe hier ook een vistrap aangelegd. Langs een deel van het traject aan de zuidzijde van de Emmalaan loopt nog een derde beek. Het is nu een aftakking van de Rode Beek. Het water komt aan het begin van de Emmalaan via een duiker uit in de Hartense Molenbeek. Laatsgenoemde beek is de vierde die parallel aan de Emmalaan stroomt, maar nu aan de noordzijde.

Vanaf dit punt, het begin van de Emmalaan, vervolgen de Rode Beek en de Nieuwe Beek samen als Nieuwe Beek hun weg aan de zuidzijde van het park van de Cannenburch. De Hartense Molenbeek gaat verder langs de noordzijde van dit park. Via een fraaie wijer voedt deze beek de molen van de Cannenburch. Ook de vijvers en de slotgracht van de Cannenburch worden gevoed door de Hartense Molenbeek. Dat water wordt geloosd op de lager gelegen Nieuwe Beek.
Het water van alle beken komt na Vaassen gepasseerd te zijn in de Grift.

Het is aardig om te vermelden dat nu bijna 30 jaar geleden er ook een herstelproject van de Nieuwe Beek werd afgerond. Het was het eerste project dat onder leiding van de toen net opgerichte Stichting tot Behoud van de Veluwse Sprengen en Beken werd gerealiseerd in opdracht van en betaald door de provincie Gelderland.

Tijdens de jubileumexcursie zullen ook het geheel gerestaureerde park van de Cannenburch en de molen van de Cannenburch worden bezichtigd. De Bekenstichting heeft geld bijeen gebracht voor het restaureren van de molengoot en de daar aanwezige waterturbine. Ook komt er een nieuw waterrad. Het voornemen is de werkzaamheden in het najaar te beginnen. Misschien is er tijdens de excursie al iets van te zien.

Bij de foto in de rechterbalk:
Het gerestaureerde schot tussen de Rode Beek (rood water) en de Nieuwe Beek (helder water). (foto: Jacques Meijer)

Oorsprongbeek

Op de Zuid-Veluwe ten westen van Oosterbeek stroomt de Oorsprongbeek. Het is een bronbeek die later door sprengen is vergroot. De beek ontspringt hoog op de stuwwal en stroomt door een bebost, parkachtig gebied met een verval van 35 meter naar de Neder-Rijn. In de beek bevinden zich een groot aantal stuwtjes, watervallen en vijvers die begin 19e eeuw zijn aangelegd.

In de bovenloop stonden rond 1700 twee kruitmolens, de ‘Bovenste molens op De Oorsprong’, waar buskruit werd vervaardigd. Later stond hier een papiermolen.
Eén van de watervallen viel in een ‘grotwerk’, een huisje waar de beek hoog door stroomde en aan de voorkant in een breed gordijn van water uiteen viel. In het huisje kon je onder de beek doorlopen en door de waterval naar buiten kijken. Ten westen van de beek stond hier de uitspanning ‘De Oorsprong’, in de 19e eeuw een geliefde plek om wat te drinken. In 1910 werd door tuinarchitect Leonard Sprenger het park ingrijpend veranderd. De loop van de beken veranderde en de uitspanning werd, tot verdriet van de bezoekers, gesloten. Bij het landhuis is in 1930 een zwembad aangelegd. Het is er nog steeds. Het is een bijzonder zwembad, want het wordt gevoed met water uit de beek dat wordt opgewarmd door de zon. Voordat het in de baden komt, stroomt het in grote slingers oppervlakkig af om op te warmen. Uiteindelijk stroomt het zwembadwater weer in de beek.
De ‘Benedenste papiermolen op De Oorsprong’ stond er ook al voor 1700. De waterval herinnert aan de vroegere molenplaats. Op deze plek stond tussen 1811 en 1852 een suiker- en stroopfabriek die suikerbieten als grondstof gebruikte. De bovenslagmolen werd aangedreven door de val van bijna zeven meter. In 1826 was er, naast het waterrad, ook sprake van een rosmolen. Er werkten 50 werklieden en er werd stroop, suiker, kandij en rum geproduceerd. In 1833 brandde de fabriek af en werd herbouwd op heiwerk, nu met een stoommachine. In 1852 werd deze fabriek afgebroken.

Het Waterschap Vallei & Eem heeft de beken bij Oosterbeek hersteld. Ze zijn schoon gemaakt en stromen weer helder. Aan de rijke flora en fauna en de cultuurhistorie is bijzondere aandacht geschonken. De Oorsprongbeek is vanaf het begin via stuwtjes, watervallen en vijvers tot aan de uiterwaarden hersteld. In dit gebied komen veel verschillende planten en dieren voor. Het waterschap is daarmee extra voorzichtig te werk gegaan. Het bos is gesnoeid, de vijvers zijn gebaggerd en de watervallen hersteld. Sommige watervallen moesten verdwijnen om de stroming in het water te houden. Ook de kwelzones, plekken waar het grondwater omhoog komt, kregen een schoonmaakbeurt. Verder zijn de wandelpaden opgeknapt.

Zie ook De Wijerd van september 2008 (jrg. 29, nr.3), klik hier.

Cluster Veldbeek (ten zuiden van Putten)

Veldbeek – 18-10-2008 Foto: A.H. Bongers

Het beeksysteem van de Veldbeek ligt in de gemeente Putten. De hoofdstroom ontspringt aan de westrand van de Veluwe en mondt acht kilometer verder uit in de Schuitenbeek. De Schuitenbeek watert af in het Nuldernauw. Zijbeken zijn de Beek Groot Hell, zuidelijk van de Veldbeek, en de Blarinckhorsterbeek, ten noorden van de Veldbeek. Het zijn kwel- of laaglandbeken. Een deel van de beekbeddingen bovenstrooms staat een deel van van het jaar droog.
Het stroomgebied van de Veldbeek wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van grote landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden. Sinds 1850 is het landschapsbeeld relatief weinig veranderd. Het landschap bestaat uit een afwisseling van dekzandruggen en beekdalen in het gebied tussen de Veluwe en de Randmeerkust.
Op zandgronden zijn in het verleden wel vloeiweidesystemen gebruikt ter verhoging van de hooiopbrengsten. Deze zijn onder meer door invoering van kunstmest in onbruik geraakt. Voor een dergelijk vloeiweidesysteem is in het verleden de Veldbeek vergraven en opgeleid. Dit vergraven deel van de beek begint in de buurt van de kruising met de Voorthuizerstraat. Na enkele slingeringen op de hoger gelegen gronden komt de huidige Veldbeek na het Egelgat weer uit in de oorspronkelijke beekbedding. Iets voorbij het Egelgat, waar de beek vroeger doorheen stroomde, is een stuw om het water bovenstrooms op peil te houden. Het Egelgat functioneert tevens als zandvang. Omstreeks 1990 is het Egelgat uitgediept omdat het dreigde te verzanden.
Rijkswaterstaat heeft de laatste jaren bij de monding van de Schuitenbeek een groot project uitgevoerd om een voordelta te creëren met onder meer rietvelden: de Delta Schuitenbeek.
In april 2008 is in opdracht van Waterschap Veluwe begonnen met beekherstel op verschillende locaties langs de cluster Veldbeek. Naast het langer vasthouden van water is het doel beekprocessen meer ruimte te geven. Door het vergraven van oevers kan de beek weer makkelijker slingeren. Er komen komen meer natuurlijke overgangszones van natte naar droge biotopen waarvan flora en fauna kan profiteren. Zie De Wijerd van juni 2008 (jrg. 29, nr.2).

Cluster Veldbeek – bron Provincie Gelderland

Op 18 oktober 2008 heeft de Stichting een excursie gehouden in de omgeving van de Veldbeek. Onder leiding van de heer Maarten Veldhuis van het Waterschap Veluwe zijn onze donateurs langs diverse kenmerkende plaatsen langs de beken in de cluster Veldbeek rondgeleid.

Zoals op de foto hiernaast wordt aangegeven is het Waterschap bezig met de uitvoering van fase 1 van het BOP cluster Veldbeek. In 2007 is de definitieve versie van het BOP vastgesteld. Op de site van het waterschap Veluwe kunt u het gehele plan inzien danwel downloaden.

 

Veldbeek – Steile oever

Veldbeek – Zichtbaar zijn nog de te steile oevers

Veldbeek – Mooie plek

Veldbeek, voorbeeld nieuwe situatie – Ruimte voor de beek met aflopende zijkanten

Veldbeek – Deel aangepakt in voorjaar 2008, nu al volop herstelt en begroeid

v