Wandschildering in Eerbeek

Een zestal jonge studenten van Cibap, een vakschool voor verbeelding (zoals ze dat zelf zeggen) waar onder andere decorateurs worden opgeleid, gaat voor de zijwand van de papierfabriek van DS Smith De Hoop in Eerbeek een wandschildering ontwerpen. Achter die lange wand van wel 200 meter bevind zich papiermachine 5, een reusachtige machinerie waar “containerboard products from 100% recycled fibre, with a total capacity of 360,000 tonnes” worden geproduceerd.
Door de wandschildering krijgt de wandelaar/fietser die via de nu nog saaie Veldkantweg naar het dorp loopt een impressie van de geschiedenis van dit papierdorp, dat zijn ontstaan dankt aan de vijf watermolens op de Erbeke. Die Eerbeekse beek wordt t.z.t. ter plaatse weer boven de grond gebracht en de Veldkantweg wordt ook verkeerstechnisch opgeknapt.

Klik hier voor een impressie van de wandschildering.

Eerbeekse beken 2

– Eerbeekse Beek natuurlijke beek / sprengenbeek Open in Atlas
– Coldenhovense Beek gegraven beek Open in Atlas
– Gravinnebeek sprengenbeek Open in Atlas
– Voorstondense Beek Open in Atlas
– Papierfabrieken
– Hooilanden
– Ecologische verbindingszone

 

Eerbeekse Beek top
De Eerbeekse Beek is van oorsprong een natuurlijke beek. De bovenloop, de Coldenhovense Beek, is voor een belangrijk deel gegraven. De Eerbeekse beek ontvangt zijn water uit twee sprengensystemen. Het meest noordelijke stelsel wordt wel aangeduid als de Gravinnebeek. Dit stelsel staat momenteel nagenoeg droog. Het andere stelsel heeft vijf sprengkoppen waarvan alleen de twee meest westelijke water leveren.

Spreng van de Eerbeekse Beek

Spreng van de Eerbeekse Beek

Het water van de Eerbeekse Beek komt uit in de Hoendernesterbeek, een oude IJsselarm.

Coldenhovense Beek top

Bij deze beek stonden drie adellijke huizen: Huize Coldenhove (ook wel als Kaldenhove bekend), Huis te Eerbeek en Huis Voorstonden. De beide laatstgenoemden bestaan nog, de eerste is al lang verdwenen. Al deze huizen hadden waterpartijen als vijvers en grachten. Behalve voor de vulling van hun grachten en vijvers, hebben de eigenaren het water ook gebruikt voor watermolens. Zo waren er papiermolens bij Coldenhove, de molens van het Huis te Eerbeek en de molens van Huis Voorstonden.

Huis te Eerbeek

Huis te Eerbeek

Huize Voorstonden

Huize Voorstonden

De grote uitbreiding van het aantal papiermolens vond plaats in het midden van de 17e eeuw. In deze periode zullen de sprengen zijn gegraven: een zuidwestelijke tak boven het Huis Coldenhove en een noordwestelijke tak die onder het huis in de hoofdbeek uitkomt. Die noordwestelijke tak voerde water aan uit het Gravenveentje. In 1668 sprak de eigenaar van het Huis te Eerbeek, Goswin de Bueninck, de hoop uit dat hij dit watertje, dat toen enkele jaren oud was, voldoende kon verbeteren om een papiermolen aan te drijven. Het duurde nog tot 1718 voor het Kerstens Molentje (ook wel Nieuwe Molen genoemd) daadwerkelijk werd gebouwd. Oostelijk van de Harderwijkerweg stonden aan de Eerbeekse Beek de beide Schoonmansmolens en midden op de voormalige Enk de papiermolen Het (oude) Klooster.

 

 

Gravinnebeek top

Aan de Gravinnebeek, ongeveer halverwege de afstand tussen sprengen en uitmonding in de Eerbeekse beek, bevond zich het Kerstens Molentje.

Droogstaand deel van de Gravinnebeek. Links en rechts hoge beekwallen

Droogstaand deel van de Gravinnebeek.
Links en rechts hoge beekwallen

Hieraan herinneren nog de nu droogstaande opgeleide bovenbeek, een ruïne van een waterval opgebouwd uit twee boven elkaar liggende gedeelten en een iepen-opslag. De iep was voor molenaars een belangrijke boom. Het hout werd gebruikt voor molengoten en assen van molenraderen. De belangrijkste sprengen van de Eerbeekse Beek liggen verder naar het zuidwesten. Het noordelijke deel hiervan bevat rijkelijk water. Dit in tegenstelling tot de zuidelijke tak, die droog staat. In de noordelijke tak bevindt zich na de samenvloeiing van de beide sprengen een waterval.

Voorstondense Beek top

In de periode vanaf circa 2010 is de noordelijke tak van de Coldenhovense beek opnieuw ingericht door het waterschap. De sprengkoppen zijn schoongemaakt en zijn weer watervoerend. De beek is opnieuw ingericht en beschoeid en er zijn voorzieningen voor wandelaars aangebracht. Ook is een zoelplaats voor het wild langs de Boshoffweg gemaakt. De beek is nu om het fabrieksterrein van Coldenhove papier geleid met een aansluiting op een nieuwe blusvijver op dit fabrieksterrein. Het verontreinigde deel onder de fabriek is blijven zitten en afgesloten van de beek. De nieuw gegraven beek stroomt via een vistrap om het terrein weer terug naar de Boshoffweg aan de oostzijde van het complex. Ter plaatse van het fabriekscomplex was de vroegere molenplaats van de Bovenste Papiermolen op Coldenhove of Hummense Molen. De Coldenhovense beek stroomt vervolgens langs het zwembad naar een industrieterreintje aan de Karel van Gelreweg. Op de oude molenplaats van de Onderste Papiermolen op Coldenhove staan nu het fabriekje van Begro BV, en op de andere oever het bedrijf Stork-Veco BV. De beek is voor deze molenplaats over een kort traject opgeleid. Tussen beide bedrijven ligt een klein watervalletje gevolgd door een kort aflopend traject (over een stenen ondergrond). Bij Stork Veco is de beek overkluisd. Het gedeelte hierna tot aan de Harderwijkerweg is eveneens opnieuw ingericht en beschoeid. Voorbij de samenvloeiing met de Gravinnebeek is er ten westen van de Harderwijkerweg een kort opgeleid gedeelte. Oostelijk van deze weg, waar de beek de Eerbeekse beek wordt genoemd, staat het fabriekscomplex van ‘De Hoop’, nu DS Smith, waar voorheen de Schoonmansmolens stonden: de Coldenhover Molen (bovenste Schoonmansmolen) en de Onderste Schoonmansmolen. De beek stroomt nu overkluisd onder het complex door. Voor het gebouw staat een kollergang, een werktuig uit de oude molen.

Beek voorbij De Hoop, voormalige onderbeek van de Schoonmansmolen

Beek voorbij De Hoop,
voormalige onderbeek van de Schoonmansmolen

Entree van Mayr Melnhof

Entree van Mayr Melnhof

Plaquette op kollerstenen bij Mayr Melnhof

Plaquette op kollerstenen bij Mayr Melnhof

Ter hoogte van de Smeestraat begint een volgende opleiding. Aan de Kanaalweg staat hier het café-restaurant en zalencentrum Van Zadelhoff. Van Zadelhoff werd in 1942 eigenaar van de later verwijderde Korenmolen van het Huis te Eerbeek. Aan het zalencentrum vast gebouwd staat de geheel gerestaureerde Oliemolen. Dit unieke monument is de enige nog bestaande door waterkracht aangedreven oliemolen op de Veluwe. De oliemolen is compleet en is in 2007 weer gereviseerd.

Kollergang in de oliemolen van Van Zadelhoff

Kollergang in de oliemolen van Van Zadelhoff

Achter het gebouw bevinden zich de goot en het rad. Het horecabedrijf is voortgekomen uit een eenvoudig café waar klanten van de molen op hun daar bereide producten konden wachten. Vanuit de opleiding kunnen de vijvers van het Huis te Eerbeek van water worden voorzien. In 2015 zijn de vijvers gerestaureerd/uitgediept en van een nieuwe beschoeiing voorzien. Er zijn nieuwe voorzieningen bij de aansluiting met de beek aangebracht, waardoor er voldoende water uit de vijver kan worden gebruikt om de oliemolen in het weekend te laten draaien ten behoeve van belangstellende toeristen. Ook bij speciale evenementen draait de molen. Daarna gaat de Eerbeekse beek via een duiker onder het Apeldoorns Kanaal door. Voorbij het kanaal ligt een retentie-overstortvijver, die moet voorkomen dat bij piekafvoeren verdund rioolwater in de beek terechtkomt.

Riool-overstort nabij Apeldoorns Kanaal

Riool-overstort nabij Apeldoorns Kanaal

Oostelijk van de Hallsedijk liggen een paar vijvers die indertijd aangelegd zijn om zwevend vuil te laten bezinken. Ze zijn nu in eigendom van de Vereniging Natuurmonumenten die ze wil saneren omdat ze een broedplaats zijn van de zeldzame knoflookpad.

Verbinding tussen de beide bezinkingsvijvers bij de Hallsedijk

Verbinding tussen de beide bezinkingsvijvers bij de Hallsedijk

Vanaf de vijvers is de beek enigszins opgeleid tot aan de molenplaats ‘De Haer ‘, aan de Haarweg. Op de linker beekoever staat een hoog bakstenen gebouw, dat inwendig verbouwd is tot woonhuis. Bij de inrit liggen stenen uit de kollergang. Er is een meetstuw van het Waterschap, die de plaats inneemt van de voormalige waterval. Vanaf hier heet de beek Voorstondense Beek. Verderop is de beek gebruikt ten behoeve van de waterpartijen van Huis Voorstonden. De waterpartijen liggen op verschillende niveaus. De Voorstondense beek eindigt als Hoendernestbeek in de IJssel. Op dit beekdeel komen ook nog uit de Tondense beek, de Emperbeek en de beek over het Hontsveld.

 

Vijver bij Huis Voorstonden

Vijver bij Huis Voorstonden

Van de voormalige molens op Voorstonden is vrijwel niets overgebleven. De boerderij ‘De Watermolen’ is het wel herbouwde muldershuis.

Papierfabrieken top
In tegenstelling tot veel papiermolens uit vroeger eeuwen elders op de Veluwe, is het met vele van deze ondernemingen in Eerbeek goed gegaan: nergens op de Veluwe vinden we op een dergelijk klein oppervlak zoveel papierfabrieken voortgekomen uit oude papiermolens. Uit de bovenste papiermolen (Hummense molen) van Coldenhove kwam Coldenhove Papier voort, uit de Schoonmansmolen de papierfabriek DS Smith, voorheen De Hoop en uit Het (oude) Klooster de fabriek Mayr-Melnhof. Door de alom tegenwoordige papierindustrie kan Eerbeek met recht aanspraak maken op de titel ‘Paper City’.

 

 

Hooilanden top
Ook van de Eerbeekse Beek is een soort agrarisch medegebruik bekend. Met de geërfden van de marke van Hall en Eerbeek was indertijd overeengekomen dat zij het recht hadden van de beek gebruik te maken om de hooilanden te bevloeien Het doorgraven van de beekwallen mocht niet vaker dan tweemaal per jaar plaatsvinden. Verder moest dit ten minste drie dagen tevoren gemeld worden aan de papiermaker op de Haar, die op zijn beurt de korenmolenaar van Voorstonden moest waarschuwen.

Ecologische verbindingszone     top

De beekloop van de Eerbeekse Beek met de strook erlangs tussen Eerbeek en de IJssel, wordt mogelijk een ecologische verbindingszone. Dit is nog in studie.

Grift

Grift gegraven beek uit middeleeuwen Open in Atlas
Historie
Grift binnen de bebouwde kom van Apeldoorn
Grift vanaf de Anklaarseweg tot de Jonasbrug
Grift vanaf de Jonasbrug tot aan de Zuukbrug
Grift van Zuukbrug tot Heerde

Grifttop
De werkzaamheden aan de herinrichting van de Grift, die vanaf 2011 zijn uitgevoerd, vormen de afronding van het beekherstelprogramma van het toenmalige Waterschap Veluwe. Het Raamplan Grift , dat uit verschillende deelplannen bestaat, werd in 2010 door het toenmalige Waterschapsbestuur goedgekeurd. De eerste fase is in 2013 afgesloten en in 2015 volgde de afronding van het resterende deel tot en met Heerde. Veel  Oost-Veluwse beken monden dan uit op de Grift of worden er op aangesloten.  Overigens is de gemeente Apeldoorn al vanaf 2002 bezig met het weer bovengronds brengen van de Grift binnen  het  stedelijk gebied.

Met het herstel van de Grift ontstaat
– een veilige Grift met een waterbodem die geen gevaar oplevert voor de volksgezondheid
– een klimaatbestendige Grift, die neerslagpieken kan opvangen evenals  periodes van grote droogte
– een landschappelijk ingepaste Grift, die voldoet aan de huidige ecologische eisen en waarlangs het een plezier is om te wandelen of te fietsen

Hoe worden deze herstelpunten gerealiseerd?
Algemeen uitgangspunt is dat het beekwater met de beste kwaliteit naar de Grift afstroomt. Water   van mindere kwaliteit wordt geloosd op het Apeldoorns Kanaal, dat echter in kwaliteit niet achteruit mag gaan.
Bij de herinrichting van de Grift wordt door het waterschap rekening gehouden met de cultuurhistorische- en archeologische waarden van de beek en het omringende gebied.
Alhoewel het geen primaire taak is van het Waterschap, is er toch voor gezorgd dat recreatie langs de Grift aantrekkelijker is geworden, zonder dat dit ten koste gaat van de andere functies.

Historietop
Oorspronkelijk is de Grift door monniken gegraven om lager gelegen gronden geschikt te maken voor landbouw en veeteelt. Vanaf de 14e eeuw zijn, ten behoeve van de opkomende papierindustrie op de Veluwe, veel sprengen gegraven. Het water van deze beken werd afgevoerd via de Grift. In de 17e eeuw zijn plannen gemaakt om de Grift bevaarbaar te maken. Een tijdlang is dit met platte schepen mogelijk geweest. De scheepvaartfunctie werd later overgenomen door het ernaast gegraven kanaal.  Toen de hoogtijdagen van watermolens voorbij waren,  raakte de Grift in verval. Later werd de Grift door toenemende bebouwing ook gebruikt als openbaar riool. Omdat de Grift halverwege de vorige eeuw voor steeds meer overlast ging zorgen, is toen besloten om de Grift in het stedelijk gebied van Apeldoorn ondergronds te brengen.

In deze  tekst wordt de Grift in vier delen beschreven, namelijk:
– de Grift vanaf het begin in de bebouwde kom van Apeldoorn tot de Anklaarseweg
– het deel vanaf de Anklaarseweg tot aan de Jonasbrug bij Vaassen
– het deel vanaf de Jonasbrug tot aan de Zuukbrug bij Epe
– het traject vanaf de Zuukbrug tot aan de uitmonding in het Apeldoorns Kanaal bij Heerde.

De Grift binnen de bebouwde kom  van Apeldoorntop
De Grift binnen de bebouwde kom  van Apeldoorn
De Grift is de hoofdbeek in het bekenstelsel van Apeldoorn. Het brongebied wordt gevormd door een aantal sprengenstelsels waaronder die van Ugchelse beek,  de Winkewijert en de Beek in het Orderveen. Vanaf de samenvloeiing van de Ugchelse beek en de Eendrachtsspreng, op de hoek Jachtlaan – Europaweg, krijgt de beek zijn naam de Grift.

De oorspronkelijke Grift werd in meerdere delen gegraven om het water dat van de Veluwe kwam naar de IJssel te leiden. De Monnikhuizer Korenmolen, de oudste van Apeldoorn, stond al in 1335 langs de bovenloop van de Grift. In de daaropvolgende eeuwen hebben er verschillende molens langs de Grift in Apeldoorn gestaan, waaronder olie-, papier- en kopermolens: de Papiermolens op Holthuizen, de Papiermolen Tepelenberg en de molens De Vlijt. In 1610 is benedenstrooms van De Vlijt, het grootste molencomplex van Apeldoorn, de Grift verlegd en opgeleid voor de bouw van de Stinkmolen. Deze groeide uit tot een molencomplex van 3 papiermolens, die tot begin jaren dertig van de vorige eeuw hebben gewerkt. Hiervan rest alleen nog een vermoedelijke basis voor een kollergang in een bosterreintje gelegen tussen de Vlijtseweg en het sportterrein van Robur et Velocitas. In het stedelijke gebied van Apeldoorn zijn verder nagenoeg alle resten van de vroegere molenindustrie verdwenen. Met het verdwijnen van de aan deze molens gerelateerde industrieën, verdween ook de Grift uit het zicht in een groot deel van Apeldoorn. Het tracé van de beek van Waterloseweg tot Anklaarseweg werd mede gebruikt voor het aanleggen van het hoofdriool in Apeldoorn.

Vanaf 2002 is de Grift weer in fases bovengronds gebracht. Hierbij is zoveel mogelijk de oorspronkelijke loop gevolgd, maar wel voorzien van een moderne vormgeving. De Grift heeft nadrukkelijk een rol gekregen in het afvoeren van hemelwater om zo het riool te ontlasten waardoor minder regenwater naar de rioolzuiveringsinstallaties wordt geleid.

De start van het herstel vond plaats in 2002 met het bovengronds brengen van de Grift in de Hofstraat.

Grift in de Hofstraat

Grift in de Hofstraat

Tussen 2007 en 2012 is de Grift Noord tussen Deventerstraat en de Anklaarseweg  weer zichtbaar  gemaakt  in een grotendeels  nieuw tracé.   Het beekprofiel heeft plaatselijk natuurvriendelijke oevers gekregen waardoor er niet alleen ruimte voor waterberging is gecreëerd, maar ook flora en fauna beter tot ontwikkeling kunnen komen. In 2011 en 2012 is de Grift in de Beurtvaartstraat weer bovengronds gebracht.  In deze buurt is de hemelwaterafvoer van een deel van de bebouwing en openbare ruimte afgekoppeld van het riool en dit water wordt nu naar de beek geleid. Opvallend in de beek zijn verder 23 waterspuwers van kunstenares Tanja Smeets.

In 2012 en 2013 is de Grift langs de Waterloseweg en de Prins Willem Alexanderlaan aangelegd. Hier sluit de beek aan op het in 2014 gerealiseerde Catharina Amaliapark. Tot die tijd was het een grote parkeerplaats, nu is boven op een ondergrondse parkeergarage een park aangelegd waarin de beek zich verbreedt in een aantal bassins inclusief vistrappen.

In diezelfde periode is de Grift bij de Jachtlaan-Europaweg aangepakt. De afvoer is verbreed omdat hier diverse beeksystemen samenvloeien. Ook is speciaal aandacht gegeven aan de bereikbaarheid van de stroomopwaarts gelegen beken voor vissen. Op deze wijze is de Grift voor iedereen weer zichtbaar in Apeldoorn op een klein stukje na. Tussen Hofstraat en Stationsstraat loopt de Grift nog steeds ondergronds, maar er bestaan plannen om ook dat laatste stukje Grift  weer bovengronds te krijgen.

De Grift vanaf de Anklaarseweg tot de Jonasbrugtop
De Grift vanaf de Anklaarseweg tot de Jonasbrug
Vanaf hier verlaat de Grift het stedelijk gebied van Apeldoorn. Direct na de uitmonding van de Koningsbeek in de Grift is hier de watergang licht meanderend om het terrein van de rioolwaterzuivering van het Waterschap Vallei en Veluwe gelegd. In het verleden vond hier bij extreme regenval  riool overstort in de Grift plaats. Om de kwaliteit van het Griftwater te kunnen garanderen is er nu een nieuwe watergang / overstort aangelegd tussen de rioolwaterzuivering en het Apeldoorns kanaal. Bovendien is er op het terrein van de rioolwaterzuivering een extra opvang van 20.000m3 gerealiseerd.  In het verre verleden heeft hier, voordat het Apeldoorns Kanaal werd gegraven, nog een papierfabriek gestaan. De naam ervan is alleen nog terug te vinden op het straatnaambord “Halvemaanweg”. Vanaf hier tot in Heerde zijn beide watergangen grotendeels gescheiden door een recreatief fietspad. Achtereenvolgens stroomt daarna het beekwater van de Papegaaibeek en de Wenumsebeek via een vistrap in de Grift.

Aquaduct Papegaaibeek

Aquaduct Papegaaibeek

Door de nog aanwezige aquaducten  over de Grift werd vroeger het beekwater rechtstreeks  in het kanaal gevoerd. Na de Ramsbrug is de Grift verbreed met natuurvriendelijke oevers waardoor neerslagpieken beter kunnen worden opgevangen en tegelijkertijd flora en fauna meer kansen krijgen.

Situatie Grift in oorspronkelijke bedding

Situatie Grift in oorspronkelijke bedding

Situatie Grift na aanpassing in een robuuste ecologische bedding

Situatie Grift na aanpassing in een robuuste ecologische bedding

Tussen Apeldoorn en Vaassen ligt het natuurgebied  “Wenumse Poel”  gevormd op de plek van de  voormalige viskweekvijvers van de Heidemij. Hier vormt de Grift een zgn. robuuste zone. Deze doet dienst als waterberging maar fungeert ook, samen met het natuurgebiedje,  als leefgebied en stapsteen voor de verspreiding van planten en dieren.

Afbuiging Grift rondom het Wenumse veld

Afbuiging Grift rondom het Wenumse veld

De Grift wordt hier om en door het natuurgebied geleid en herneemt daarna haar oorspronkelijke bedding. In dit gebied ligt ook de monding van de Egelbeek die hier ongeremd haar gang mag gaan op weg naar de Grift.

Net voor Vaassen  ligt de monding van de Dorpse Beek.  Op deze beek wordt nog rioolwater geloosd en het Waterschap onderzoekt de mogelijkheid om deze minder schone beek over te zetten naar het Kanaal.

De Grift vanaf de Jonasbrug tot aan de Zuukbrugtop
Na de Jonasbrug  liggen de Rode Beek en de Hartense Molenbeek.  Aan de oostkant van Vaassen stroomt de Grift binnen een brede corridor. Net boven Vaassen bevindt zich een water verdeelwerk (de Vaassense Overlaat) dat, indien nodig, het Apeldoorns Kanaal van kwalitatief goed water kan voorzien. De kwaliteit van het water in het Apeldoorns Kanaal wordt hierdoor verzekerd. Tevens kan op deze manier een surplus aan water worden afgevoerd.

De Vaassense Overlaat

De Vaassense Overlaat

Eenzelfde type overlaat  ligt iets verder bij de Smallertse Beek. Net voor dit laatste verdeelwerk mondt de Nijmolense Beek uit in de Grift. Voor de Vaassense Overlaat hebben vroeger de Griftse molens gestaan.

Verdeelwerk Smallertse beek

Verdeelwerk Smallertse beek

Tussen Emst en Epe ligt de Grift in een 50 meter robuuste natte zone. Samen met het natuurgebied Vossenbroek Oost maakt dit deel uit van een zogenaamd top-lijstgebied. Net onder Epe komen de Klaarbeek en de Verloren Beek samen. Ze  zorgen er via een verdeelwerk voor, dat samen met de Grift de bezinkingsvijvers van Vitens van water worden voorzien. Het water wordt uit het ontvangstbekken via een buizenstelsel naar de infiltratieplassen in het gebied ‘De Dellen’ aan de westkant van Epe gepompt.

De Grift ter plaatse van Vossenbroek Oost met rechts het ontvangstbekken van Vitens

De Grift ter plaatse van Vossenbroek Oost met rechts het ontvangstbekken van Vitens

Grift met de monding van de Rode beek

Grift met de monding van de Rode beek

De Grift van Zuukbrug tot Heerdetop

De Grift gezien vanaf de Vemderbrug

De Grift gezien vanaf de Vemderbrug

Bij Zuuk, ca. 100 meter noordelijk van de brug over de Oenerweg,  mondt de Dorpsbeek van Epe uit op de Grift. Daarna,  iets noordelijk van de Vemderbrug, sluiten de Horsthoekerbeken aan op de Grift. De Dorpsbeek van Epe ontvangt ook  gezuiverd water uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Epe. Verder stroomt de Grift door het gebied ‘Vemde’.  Onderweg is  een aantal verbredingen met mogelijke broedplaatsen voor beekvissen.

Aansluiting van zuidelijke Horsthoekerbeek op de Grift

Aansluiting van zuidelijke Horsthoekerbeek op de Grift

De laatste beek naar de Grift is de Wendhorsterbeek bij Heerde. Ten oosten van Heerde, voorbij landgoed Bonenburg, verdwijnt de Grift daarna in Het Apeldoorns Kanaal.

Grift langs landgoed De Bonenburg bij Heerde vlak voor aansluiting op Apeldoorns Kanaal

Grift langs landgoed De Bonenburg bij Heerde vlak voor aansluiting op Apeldoorns Kanaal

Wenumse beken

Wieselse Sprengen sprengenbeek Open in Atlas
Meibeek sprengenbeek Open in Atlas
Wenumse Beek sprengenbeek Open in Atlas
Papegaaibeek kwelbeek Open in Atlas
Sprengkoppen Wieselsebeek
Sprengkoppen Meibeek
Wenumse Watermolen

Wenumse beekdaltop
In het Wenumse beekdal stromen drie sprengenbeken en een kwelbeek. Twee beektakken, de Wieselsebeek en de Meibeek komen samen en stromen verder als de Wenumsebeek naar de Grift.

De bovenloop van de Papegaaibeek wordt gevoed door een vergraven moerassig gebied waar kwel zich verzameld. De benedenloop wordt mede voorzien van water via een overloop vanuit de wijerd van de Wenumse Watermolen en mondt uit in de Grift.

Na het graven van het Apeldoorns Kanaal werd de uitmonding van genoemde beken via een aquaduct verlengd en over de Grift heengevoerd om het kanaal van water te voorzien. Beide aquaducten zijn nog aanwezig maar doen nu geen dienst meer. Het schone beekwater stroomt nu via een vistrap weer in de Grift.

Sprengkoppen Wieselsebeektop
Drie sprengkoppen zijn gelegen in een weidegebied ten noorden van het Wieselsebos nabij de Wieselseweg; ze zijn niet vanaf de openbare weg te bereiken.

Sprengkoppen Meibeektop
Een viertal sprengkoppen ligt ten noorden van de Huisakkers langs de Greutelseweg, ze worden ook wel aangeduid als de Greutelse sprengen en zijn deels vanaf de Greutelseweg zichtbaar.

Deze sprengkoppen zijn aangelegd om een oa een tweetal molens van water te voorzien. Het water werd opgeleid in de Meibeek voor de voormalige papiermolen: Huygens- molen en in de Wieselsebeek voor de molen van de Dijkgraaf: Dijkgraafsmolen. Nu staat daar het restaurant Sprengenhorst. De Wieselseweg gaat daar over de opgeleide beek heen. In de tweede helft van de 18e eeuw werd blijkbaar nog steeds aan de sprengen gegraven. Omdat men op Het Loo vreesde dat dat ten koste zou gaan van de watertoevoer naar de fonteinen en cascades, kocht prins Willem V in 1767 de Dijkgraafsmolen.

De beide beektakken komen bij elkaar en vormen daarna de Wenumsebeek. De sprengen gaven zoveel water dat papiermolens uit 1627, de Pannekoeks Papiermolens, in 1653 konden worden omgebouwd tot kopermolen: de Rotterdamse Kopermolen. Tot 1835 werd hier koper tot platen geslagen oa ten behoeve van de schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Later werd er een houtzagerij gevestigd en in 1873 een luciferfabriek. Op deze locatie ten westen van de Zwolseweg liggen nog de wijers en is de cascade van de voormalige molens nog aanwezig. Het huidige “Landgoed De Kopermolen” is niet toegankelijk.

Wenumse Watermolentop
Oostelijk van de Zwolseweg wordt de beek aan de rand van het oorspronkelijke beekdal opnieuw opgeleid naar de Wenumse Watermolen, de Wenumer Saatmolen, die al in 1313 wordt genoemd en in 1767 ook is omgebouwd tot kopermolen onder de naam: De Nieuwe Molen.

Historische opname van de Wenumse Watermolen

Historische opname van de Wenumse Watermolen

Van het molengebouw, linksboven op de foto, is de voorgevel gerestaureerd. De achterzijde is het voormalige kopermolengebouw, rechthoekig en van steen en met de lange zijde langs de beek, kenmerken van een kopermolengebouw. Waterval, molengoot en rad functioneren nog steeds, de molen is maalvaardig. In de kelderruimte van het molenhuis is in 2014 een horizontale zaagmachine aangedreven door waterkracht geplaatst.

De ruimte van het kopermolengebouw kan gehuurd worden voor evenementen. De Stichting tot Behoud van Veluwse Sprengen en Beken houdt hier haar jaarvergadering.

De brug in de Oude Zwolseweg bij de Wenumse Watermolen

De brug in de Oude Zwolseweg bij de Wenumse Watermolen

De brug bij de Wenumse Watermolen is gerestaureerd. In het metselwerk is een steen opgenomen met de initialen: D de I :1798, hetgeen staat voor Daniël de Jongh. Dit was de stichter van de Rotterdamse Kopermolen en later ook van de Nieuwe Molen: de Wenumer Saatmolen omgebouwd tot kopermolen.

De molenplaats van de meest stroomafwaarts gelegen papiermolen, de Papiermolen bij de Wildkamp, is nog te herkennen aan de locatie met stobben van iepenbomen. Iepen worden nog langs verscheidene sprengenbeken gevonden. Het hout werd gebruikt voor het molenwerk.

Vrijenbergerspreng en Veldhuizerspreng

Vrijenbergerspreng sprengenbeek Open in Atlas
Veldhuizerspreng sprengenbeek Open in Atlas

Vrijenbergerspreng en Veldhuizersprengtop
De Vrijenberger – Veldhuizerspreng is zeer diep. De sprengenbeek ligt zo’n zeven meter onder het maaiveld en is bijzonder waterrijk. De sprengkoppen hebben een rechthoekige afsluiting. De sprengenbeek heeft over twee kilometer een verval van ongeveer 15,5 meter, dat grotendeels via vijf watervallen (met een hoogte van 1,80, 1,20, 4,90, 0,95 en 5,80 meter) wordt overbrugd.

Grote waterval in de Vrijenbergerspreng

Grote waterval in de Vrijenbergerspreng

Omdat Rijkswaterstaat voor de zuidelijke sectie van het Apeldoorns Kanaal (Apeldoorn-Dieren) water nodig had werd de Kayersbeek, die oorspronkelijk de Grift mede voedde, omgeleid en werden de Zwaanspreng, de Oosterhuizerspreng en de Veldhuizerspreng (in 1869-1872) gegraven. Omdat er nog steeds onvoldoende water was, is in de jaren 1874-1876 de Veldhuizerspreng naar boven verlengd. Hier was een klein natuurlijk beekje zonder afvoer aanwezig. Deze werd vergroot, verdiept en aangesloten op de Veldhuizerspreng. Dit is de Vrijenbergerspreng. Hiermee kreeg het zuidelijk pand van het Apeldoorns Kanaal eindelijk genoeg water. De Vrijenbergerspreng ontspringt in het bosgebied ten westen van Loenen, iets ten noorden van de Groenendaalseweg. In het deel tot aan de Loenenseweg liggen een paar kleine watervallen. Net na de kruising met deze weg bevindt zich de grote waterval in een paar trappen. Vanaf het parkeerterrein bij deze kruising is zowel wandelend als op de fiets een tocht langs de beek te maken.

De grote waterval is in de periode 2011-2012 door het Waterschap gerenoveerd.  Ook het zicht van de beek is ingrijpend veranderd door het kappen van een groot aantal bomen.

Uitmonding van de Veldhuizerspreng in het Apeldoorns Kanaal

Uitmonding van de Veldhuizerspreng in het Apeldoorns Kanaal

Na de kruising met de spoorlijn ligt de oorspronkelijke sprengkop van de Veldhuizerspreng. Bij de Bosgraaf komt de beek uit in het Apeldoorns Kanaal.

Vaassense beken

Rode Beek kwelbeek Open in Atlas
Nieuwe Beek sprengenbeek Open in Atlas
Geelmolense Beek sprengenbeek Open in Atlas
Dorpse Beek sprengenbeek Open in Atlas
Hartense Molenbeek sprengenbeek Open in Atlas
Egelbeek kwelbeek Open in Atlas
Verdwenen ‘Helfterbeek’

 

Rode Beektop
De Rode Beek is de oorspronkelijke beek, een kwelbeek en de oerbeek van Vaassen. Vroeger ontsprong deze beek bij de ‘Motketel’ en stroomde door het dal oostwaarts naar de Cannenburch. Tegenwoordig komt het bovenste deel van de beek uit in de Geelmolense Beek. De huidige Rode Beek ontspringt in een kwelgebiedje uit een aantal slootjes die liggen ten noorden van de forellenkwekerij Het Hol. Het water van de Rode Beek is ijzerhoudend en rood. De Nieuwe Beek is, zoals de naam al aangeeft, later gegraven om water aan te voeren uit sprengen ten westen van het Korte Broek. De beek heeft een aantal fraaie sprengkoppen. De Nieuwe Beek is dwars door een hogere rug gegraven. Hij kruist daarbij de Geelmolense Beek onder een aquaduct. De beek mondt uit in de Grift.

Het aquaduct van de Nieuwe Beek (onder) en de Geelmolense Beek (boven)

Het aquaduct van de Nieuwe Beek (onder) en de Geelmolense Beek (boven)

De Rode Beek is in dit gebied de oorspronkelijke beek. De beek ontsprong in een nat gebied oostelijk van de ‘Motketel’. Op de kaart van Nicolaes van Geelkercken, uitgegeven door Pontanus in 1639, staat dit gebied als water ingetekend. De beek voorzag de gracht van de havezate, later kasteel, de Cannenburch van water. Aan de bovenloop zijn vermoedelijk ten tijde van Maarten van Rossum sprengen gegraven om de watertoevoer te vergroten ten behoeve van de nieuw op te richten Rollekootse molen. Deze sprengen zijn later deels afgesneden door een kleine dalkruising van de Geelmolense Beek. Het lager liggende deel werd afgeleid naar de Geelmolense Beek. De bovenloop van de Rode Beek werd voorheen Vrouwe Martens water genoemd, naar de echtgenote van Marten van Isendoorn: Anna van Voorst.

De Rode Beek bezit geen sprengkoppen meer en is teruggekeerd naar de oorsprong: een kwelbeek. Het kwelgebied bevindt zich naast de Motketel in het Kroondomein het Loo. Het Kroondomein heeft hier in 2014 een nat natuurlandschap ontwikkeld. Kwelwater blijft langer in dit gebied achter maar de Rode Beek blijft voldoende watervoerend.

Nieuwe Beektop
De Nieuwe Beek is aangelegd tussen 1694 en 1698, samen met de bouw van de molens aan deze beek: de Papiermolen Het Kraaienest en de Bloemkolksmolen. De kwaliteit van het water van de Rode Beek (ijzerhoudend) gaf aanleiding tot het graven van de Nieuwe Beek (helder water). De Rode Beek voerde oorspronkelijk het water naar de Molens op de Rollekoot (aanvankelijk graanmolens) en naar de korenmolen van de Cannenburch. De laatste kreeg daarna watertekort. Door een ingewikkelde constructie werd vervolgens water uit de Geelmolense Beek naar de molen van de Cannenburch gebracht.

De Nieuwe Beek is opgeleid langs de hogere rand van het Korte Broek en buigt dan naar het noorden af langs de bebouwde kom van Vaassen. Hier ligt de rugdoorsnijding. Vervolgens kruist de beek de Geelmolense Beek door middel van een aquaduct waarbij de Nieuwe Beek onder de Geelmolense Beek door stroomt. De Nieuwe Beek en de Rode Beek lopen langs de zuidzijde van de Emmalaan parallel, gescheiden door een houten schot en een lage wal.

Het scheidingsschot tussen de Nieuwe Beek en de Rode Beek

Het scheidingsschot tussen de Nieuwe Beek en de Rode Beek

Het is de laatste plaats waar nog een schot in de lengte van de beek aanwezig is om helder en ijzerhoudend water te scheiden. De derde beek, de vroegere aftakking van de Geelmolense Beek voor voeding van de molen van de Cannenburch, liggend tussen de Rode Beek en de Emmalaan, wordt nu door een aftapping van water uit de Rode Beek gevoed. Dit water mondt aan het begin van de Emmalaan uit in de later gegraven Hartense Molenbeek. Met de Hartense Molenbeek (aan de noordzijde), de aftakking van de Geelmolense Beek, de Rode Beek en de Nieuwe Beek (aan de zuidzijde), liggen nu vier beken over een afstand van 650 meter parallel naast elkaar langs de Emmalaan, de hoofdas van de parkaanleg van de Cannenburch.

De Nieuwe Beek wordt langs de Emmalaan opgeleid naar de voormalige molenplaats ’t Kraaiennest. Hiervan getuigt nog een waterval. In het woonhuis is de vroeger gevelsteen van het ’t Kraaiennest verwerkt.

Gevelsteen 't Kraaiennest

Gevelsteen ‘t Kraaiennest

Vervolgens stroomt de beek langs de zuidzijde van het park van kasteel de Cannenburch, kruist de Dorpsstraat en is aan de oostzijde van Vaassen opgeleid naar de voormalige Bloemkolksmolen. In de vroegere wasserij Welgelegen, thans evangelisatiecentrum bevindt zich inpandig nog een waterval. Bovenstrooms is de beek verbreed om als wijerd te dienen.

Oorspronkelijke bovenloop Rode Beek
Vanaf een wandelpad dat de ‘Motketel’ in zuid-noord richting haaks doorkruist, is goed te zien waar hier de oorspronkelijke beek ligt. Komend van de parkeerplaats aan de Elburgerweg kruist men eerst via een bruggetje de (hier opgeleide) zuidtak van de Geelmolense Beek en daalt dan een stukje af naar de noordtak van deze beek. Deze watergang, gelegen in het laagste deel van het dal, maakte oorspronkelijk deel uit van de bovenloop van de Rode Beek. Ook het voorkomen van verscheidene bijzondere planten wijst erop dat de beek hier veel ouder is dan de enkele honderden jaren later gegraven sprengenbeken. In de kwelstroken komen paarbladig goudveil en bittere veldkers voor. Het mijtertje, een in bronmilieus groeiend voorjaarspaddestoeltje, wordt hier soms gevonden. Op de beekwallen groeit de zeer zeldzame smalle beukvaren. En wie hier in het vroege voorjaar komt, heeft kans de beekprik te zien.

Nieuwe Beek: van ‘heidebeek’ naar ‘houtwalbeek’
De Nieuwe Beek is een voorbeeld hoe een tot het midden van de vorige eeuw in de heide gelegen sprengenstelsel door het achterwege blijven van onderhoud in enkele tientallen jaren in een houtwalbeek veranderde. De rijke begroeiing van de kwelstroken: klimopwaterranonkel, bronkruid, moerasviooltje, zenegroen en decimeters hoge moskussens, verdween in die tijd volledig, evenals de struikheide en de jeneverbessen die op de beekwallen groeiden. Bij de Nieuwe Beek met zijn steile oevers groeide, naast allerlei algemene varens, een zeldzame varensoort: de gebogen driehoeksvaren.

Geelmolense Beek en Dorpse Beektop
De talrijke sprengen van de Geelmolense Beek liggen in bijzonder mooi oud loofbos. Beekwallen ontbreken hier veelal. Dit kan ermee te maken hebben dat deze sprengen, weliswaar sterk vergraven, wellicht de oorspronkelijke bronnen van de Rode Beek waren. De bovenloop van de beek heet Geelmolense Beek, de benedenloop Dorpse Beek.

Sprengkop van de Geelmolense Beek

Sprengkop van de Geelmolense Beek

De sprengkoppen van de Geelmolense Beek liggen in het zuidelijke gedeelte van de ‘Motketel’ ten westen van Vaassen. In dit sprengengebied ontspringen twee sprengenbeken: de Geelmolense Beek en de Hartense Molenbeek. De Dorpse Beek mondt uit in de Grift.

De Dorper Molens worden al in 1559 als kopermolen genoemd, maar de molens verder stroomopwaarts zijn pas in de loop van de 17e eeuw gebouwd. Tussen 1694 en 1698 werden afspraken gemaakt over de waterverdeling. De beide Brinker Molens en de stroomafwaarts gelegen Papiermolen De Citadel kregen elk een derde van het water dat van de Geelmolens afkwam. Na gebruik liep het water van de ene Brinkermolen (1/3 deel) en de Citadel (1/3 deel) door naar de volgende molens op deze beek (dus 2/3 deel), de Dorper Molens. Het water van de andere Brinkermolen moest echter via een duiker onder de bovenbeek van het Kraaiennest door naar de Hartense Molenbeek worden geleid om de korenmolen bij de Cannenburch van voldoende water te voorzien.

Deze voorziening is nog gedeeltelijk aanwezig langs de Emmalaan. De duiker van de Brinkermolen is verdwenen maar de verlaatsloot voert nog een deel van de Rode Beek naar de Hartense Molenbeek.

Het lijkt erop dat de Geelmolense Beek grotendeels is gegraven in het eerste kwart van de 17e eeuw, maar de sterke uitbreiding van het aantal molens rond 1670 moet tot aanvullend graafwerk hebben geleid. Om meer water naar de beek te leiden werd de bovenloop van de Rode Beek (de natuurlijke beek door het dal) naar de Geelmolense Beek geleid.

In het sprengengebied ‘Motketel’ is ook een kleine maar goed waarneembare dalkruising te vinden. Forellenkwekerij Het Hol maakt gebruik van het hoogteverschil van de voormalige molenplaats Het Hol waar de Holtse Molens stonden. Even daarna stroomafwaarts mondt de oorspronkelijke bovenloop van de Rode Beek uit in de Geelmolense Beek. Hierna volgt een lange opleiding. De vrij zware begroeiing van de imposante beekwallen heeft grotendeels het veld moeten ruimen voor de bodemsanering die hier begin deze eeuw is uitgevoerd. De wallen zijn opnieuw ingeplant. De opleiding, die vanaf de Elspeterweg goed te zien is, leidt naar de voormalige Geelmolens. Nu staat daar een monumentale boerderij. Er rest nog een herstelde waterval. Vervolgens wordt de beek opnieuw opgeleid voor de voormalige Brinkermolens, later de bordpapierfabriek van Jan van Delden. De beek kruist daarbij aan de Gortelseweg via een aquaduct de Nieuwe Beek. Wat van de molenplaats nog rest is het hoogteverschil, een waterval in een paar trappen. Vanaf de openbare weg is dit niet goed zichtbaar; het terrein is verkaveld voor particuliere woningbouw. Als Dorpse Beek gaat de beek door de bebouwde kom van Vaassen naar het terrein van Vaassen Flexibele Packaging (voorheen aluminiumindustrie Vaassen: AIV). De beek wordt tegenwoordig om het fabrieksterrein geleid. Aan de oorspronkelijke beek op het terrein stonden de Dorper Molens.

De omgeleide beek bij de voormalige Dorper Molens. Het verval wordt overbrugd als vistrap

De omgeleide beek bij de voormalige Dorper Molens. Het verval wordt overbrugd als vistrap

Hartense Molenbeektop
“De officiële naam van deze beek is Hattemse Molenbeek”.
De sprengen van deze beek liggen in de landerijen van de buurtschap Niersen, grotendeels in een boog om de sprengen van de Geelmolense Beek heen.

De Hartense Molenbeek in Niersen

De Hartense Molenbeek in Niersen

Ze zijn dus later gegraven. Op de wallen stonden tot ver in de vorige eeuw zware iepen. Hoewel kerngezond moesten ze geofferd worden in het kader van de bestrijding van de iepziekte. Sprengenbeken werden vaak genoemd naar molenplaatsen. De molenplaats hier was Het Hattem. Vermoedelijk door een schrijffout in een verkoopakte heet de beek nu Hartense Molenbeek. Oude aktes vermelden ook de naam Hogebeek. De beek mondt uit in de Grift.

De oudste molen, de korenmolen van de Cannenburch, moet zijn gebouwd aan de oorspronkelijke beek, de Rode Beek. De Hartense Molenbeek werd daarvan een gegraven bovenloop. Op de Rollekoot stond aan deze bovenloop een molen die door Maarten van Rossum is gebouwd. In de tweede helft van de 17e eeuw is de beek verder ontwikkeld en werden nieuwe molens gebouwd: het Clundermolentje, een tweede Rollekootsmolen en de beide Hattemse molens. Na 1700 werd stroomafwaarts van de Cannenburcher korenmolen, als één van de Molens van Oosterhof, de Nieuwe of Amsterdamse Kopermolen gebouwd. Daarvoor stond in de buurt daarvan een Korenmolen, eveneens een Molen van Oosterhof. De Hartense Molenbeek loopt min of meer parallel met de Niersenseweg, deels ook er langs. Stroomafwaarts is een complex van zijsprengen gegraven, die veel (rood) water leveren. In deze sprengen zijn allerlei kwelverschijnselen – zoals puntbronnetjes – goed te bekijken. Verder oostelijk ligt nog zo’n complex van zijsprengen. Dit staat al lang – mogelijk zelfs bijna een eeuw – droog. In de bovenloop van de beek herinnert een stuwtje aan de molenplaats van het Clundermolentje. Verder stroomafwaarts, eerst langs de Niersenseweg, later van de weg afbuigend, wordt de beek opgeleid naar de voormalige molenplaats Het Hattem. Enkele watervallen op het terrein van de villa Het Hattem herinneren daaraan. Verdergaand wordt de beek opnieuw opgeleid naar de huidige wasserij De Rollekoot, gelegen op de vroeger molenplaats van de Rollekootsmolens. De opgeleide beek is goed te zien waar deze als het ware de Niersenseweg raakt en daar waar de beek de Gortelse weg kruist. De voormalige wasserij staat aan de oostkant van de Gortelse weg. Verder stroomafwaarts stroomt de beek aan de noordzijde van de Emmalaan en wordt aan de west- en noordzijde van het bos van kasteel de Cannenburch opgeleid naar de wijert van  korenmolen de Cannenburch. Dit is de eerste in de gemeente Epe gestichte molen en de enige die als bedrijf nog functioneert. De maalderij maakt tegenwoordig geen gebruik meer van het water als energiebron, maar wordt elektrisch aangedreven. De molengoot en de waterval zijn nog aanwezig. De eigenaren van deze molen hebben, naast het bezit van de wijert, ook het recht om het water op te stuwen in een aantal vijvers van kasteel de Cannenburch. De siervijvers en de slotgracht van de Cannenburch worden gevoed door de Hartense Molenbeek en lozen op de lager gelegen Rode Beek. Ten oosten van Vaassen is de beek weer opgeleid voor de voormalige Amsterdamse Kopermolen, thans wasserij van E. van Delden. Bovenstrooms van deze wasserij ligt nog een fraaie wijert.

Verdwenen ‘Helfterbeek’top
Tussen de Hartense Molenbeek en de noordelijker gelegen sprengen van de Nijmolense Beek heeft nog een – nu verdwenen – beek gelegen. Deze ontsprong met een gegraven spreng in het boscomplex de Helfterkamp, noordelijk van de Rollekoot. Een andere tak kwam uit het noorden; deze is later de andere kant op geleid als spreng van de Nijmolense Beek. Deze Helfterbeek lag geheel in een ondiep smeltwaterdal. Hij stroomde naar het oosten en voedde noordelijk van de Cannenburch de Nijmolense Beek. De betekenis van deze beek is onbekend. Molens hebben er niet aan gestaan. Tot eind vorige eeuw was de gegraven spreng in de Helfterkamp, hoewel droog, qua vorm nog intact.

Egelbeektop
De Egelbeek is van oorsprong een natuurlijke beek. De beek ontspringt in een kwelgebied, het Korte Broek, ten zuidoosten van de sprengen van de Nieuwe Beek. De beek stroomt langs de zuidkant van Vaassen en mondde tenslotte uit in het Apeldoorns Kanaal. In de 20e eeuw werd de Egelbeek, die aanvankelijk uitmondde in de Grift, verlengd en via een aquaduct over de Grift heengevoerd om het Apeldoorns Kanaal van water te voorzien. Door de lage ligging was de Egelbeek niet geschikt voor de bouw van molens.  In 2009 heeft het Waterschap besloten om de beekmonding weer terug te brengen naar de Grift.

Beekherstel van de Egelbeek, voorzien van afgevlakte natuurvriendelijke oevers

Beekherstel van de Egelbeek, voorzien van afgevlakte natuurvriendelijke oevers

Het Korte Broek is in de 19e en 20e eeuw ontgonnen tot grasland, waarbij een slotenpatroon werd aangelegd voor ontwatering. Eind 90’er jaren van de 20e eeuw zijn die ingrepen grotendeels ongedaan gemaakt, waardoor het broekgebied zich herstelt tot moerasgebied. Plantensoorten, karakteristiek voor kwelgebieden, zoals bronkruid en klimopwaterranonkel zijn weer teruggekeerd. Bij de monding – in vroeger jaren in de Grift – voorzag de beek een eendenkooi van water. De plas met de vangarmen is op de kaart van De Man (1812) goed te herkennen. De kooi hoorde tot de Koninklijke domeinen van het Loo. Het was gewenst dat het kooigebied in de oorspronkelijke ‘Hooge en vrije Heerlijckhijdt van het Loo’ lag. Deze heerlijkheid vormde de basis van de latere gemeente Apeldoorn. Dit leidde tot een opmerkelijke uitstulping van de gemeentegrens van Apeldoorn in noordelijke richting. In de 20e eeuw vestigde de Heidemij in hetzelfde gebied een dependance van haar visvijvers aan de Nijmolense Beek te Emst. Het complex heette ‘De Poel’. Na beëindiging van dit bedrijf werden de drooggelegde vijvers aangeplant met populieren.

Ugchelse beken

Ugchelse Beek sprengenbeek Open in Atlas
Schoolbeek sprengenbeek Open in Atlas
Steenbeek sprengenbeek Open in Atlas
Koppelsprengen sprengenbeek Open in Atlas

Ugchelse Beektop
De Ugchelse Beek heeft twee bovenlopen, die allebei door sprengen worden gevoed. De noordelijke tak, de Steenbeek, die deels de oorspronkelijke natuurlijke bovenloop van de Ugchelse Beek was. De zuidelijke tak, de Koppel- of Blekerssprengen, is geheel gegraven.

Koppelsprengen met op de achtergrond 'zilveren druppels'

Koppelsprengen met op de achtergrond ‘zilveren druppels’

De eerste molens aan dit stelsel werden omstreeks 1613 gesticht. Het waren De Oude Molen, later ‘Altena’, precies  onder de samenvloeiing van de beide bovenlopen, en de Papiermolen (Klein) Hattem, verder stroomafwaarts, beneden de monding van de Schoolbeek.
Nadien is nog een hele reeks papiermolens aan dit bekensysteem gebouwd.

Schoolbeek en Steenbeektop
In 1616 werd de eerste van de Winnemolens gesticht. Bij de monding van de Schoolbeek werd in 1618 de eerste Bazemolen gebouwd, nadat eigenaar Van Hattem de bouw van een vervuilende volmolen op deze plek had weten te verhinderen. Weer een jaar later is beneden Hattem opnieuw een papiermolen gebouwd: de eerste van de beide Tiemensmolens. Omstreeks 1640 volgde de ‘Hamermolen’, ook wel Nieuwe Molen genoemd, iets boven ‘Altena’ aan de Koppelsprengen. Omstreeks 1644 werd ook aan de Steenbeek een papiermolen gesticht: de Bovenste Molen, die later Het Voorslop heette.

Nadien werd het aantal molens uitgebreid: vóór 1665 werd de tweede Tiemensmolen gebouwd, vóór 1747 de tweede molen op Klein-Hattem (later ‘Methusalem’) en de derde molen op Klein-Hattem, Papiermolen De Bouwhof.

Vanaf het begin heeft de bouw van molens hier tot problemen geleid met de geërfden van Ugchelen en Orden. Al voor de bouw van de eerste molen (Hattem) werd in de beek ‘geleijt seecker kleijn ander beexken tot vermeerderonge des waters’. De geërfden klaagden dat het opstuwen van het beekje problemen gaf in de omliggende landerijen en dat een paar wegen er onbruikbaar door werden. Ze sneden daarom het beekje af.

Voor de bouw van De Nieuwe Molen krijgt de eigenaar de beschikking over zekere ‘beeckskens ende stranckskens off well’, waarmee de Koppelsprengen bedoeld moeten zijn die dus blijkbaar in 1640 al bestonden. Daarnaast krijgt hij nog het waterrecht van ‘een beecksken bequaem sijnde om een kleijn pampiermoelentgen daer op te leggen’. Enkele jaren later mag De Nieuwe Molen nog wat watertjes in zijn molenbeek leiden (‘seeckere verlooren waterkens lopende langs en van de huijsen tot in het voorss. beecxken daer sijnen moelen opleijt’). In 1651 laat het markebestuur echter de dijk op drie plaatsen doorsteken omdat ‘door ‘tzelve graven principaelick het groene velt ten eenenmale bedorven wierdt’.

De bouw van de molen Voorslop (omstreeks 1650) heeft geleid tot een grote hoeveelheid graafwerk. De onderbeek van deze molen werd diep uitgegraven, waardoor De Oude Molen (‘Altena’) een van haar twee bovenbeken verloor. Deze molen werd nadien aangesloten op de andere bovenloop van de Ugchelse Beek, de Koppelsprengen, waarop ook de Nieuwe Molen al stond. De Koppelsprengen zijn mogelijk daartoe uitgebreid en de Steenbeek werd vanaf dat moment bij De Oude Molen op het halve rad geleid.

Ook de bouw van de Winnemolens leidde weer tot het graven van nieuwe sprengen. In 1792 nog werden de sprengen achter de nieuwe molen, dus een (deel van) de Koppelsprengen, ‘door de Windemolens zamen geruimd worden’.

Meer dan in de meeste stelsels heeft men hier zelfs de kleinste stroompjes nog ingeschakeld. Behalve de al genoemde ‘inlopende Strangetjens’ die meer water in de molenbeek van De Nieuwe Molen brachten, beschikten de tweede molen op Klein-Hattem en de Winnemolens over korte sprengetjes die op het halve rad liepen (bij de Winnemolens was dat de Roojanspreng).

Steenbeektop
De sprengen liggen aan de oostzijde van de Otterloseweg ter hoogte van de Golsteinlaan. De sprengen zijn voor een deel gedempt voor de verbreding van deze weg. De beek loopt grotendeels door particulier terrein. Bij de papierfabriek van Van Houtum & Palm is de beek om het fabrieksterrein heen geleid. Voorheen stond hier de papiermolen Het Voorslop. De waterval ligt nog op het fabrieksterrein. Na de kruising met de Hoenderloseweg liggen nog enkele sprengkoppen op particulier terrein. De beek komt vervolgens uit bij voormalige papiermolen Altena en mondt dan via een lage waterval uit in de Ugchelse Beek. Het water liep hier vroeger ‘op het halve rad’ van Altena.

Koppelsprengentop
De Koppelsprengen is een rijk vertakt sprengenstelsel waarvan een aantal sprengkoppen zich in staat van verlanding bevinden. Het stelsel ligt in het bosgebied ten zuiden van de Golsteinlaan en ten oosten van de Hoenderloseweg. Dit gebied is vrij toegankelijk. De beek wordt al gauw eenzijdig tegen de westelijke dalwand opgeleid voor de voormalige papiermolen Hamermolen. Op deze plaats staat nu een oud wasserijgebouw, momenteel in gebruik als conferentieoord. Waterval, molengoot en rad zijn nog aanwezig en het geheel wordt in stand gehouden door de Stichting Vrienden van de Hamermolen.

De beek wordt daarna weer snel opgeleid voor de volgende molenplaats Altena. Daarvan zijn alleen nog de watervallen (waarvan de kleinste in de Steenbeek) en een witgepleisterde schuur met de naam ‘Altena’ aanwezig.

Verbrede bovenbeek voor de voormalige Winnemolens

Verbrede bovenbeek voor de voormalige Winnemolens

Na de onderdoorgang met de A1 wordt de beek opnieuw opgeleid, nu voor de Winne- of Windemolens. Deze stonden waar nu de G.P. Duuringlaan de beek kruist. Aan de linkerzijde van de beek stond de Grote Winnemolen. Op deze plaats staat nu een gebouw waarin wasserij ‘Quartel’ was gevestigd. Nu is het gebouw gedeeltelijk in gebruik door aannemersbedrijf Timmer. Hier rest nog de waterval en de door het aannemersbedrijf gerestaureerde molengoot. De onderbeek is hier vrij diep uitgegraven. Aan de rechterzijde van de beek stond de Kleine Winnemolen.

De beek wordt daarna opnieuw opgeleid als aanloop naar de vroegere Bazemolens; eerst de Kleine en verder stroomafwaarts de Grote Bazemolen. Iedere herinnering aan deze molenplaatsen is verdwenen. Het pand van een textielveredelingsbedrijf, voorheen Van Beurden, staat op de plaats van de bovenste molen. Ter hoogte van de voormalige Bazemolens is alleen de lage beek bewaard. De hoge, opgeleide beek is gedempt. Net bovenstrooms van de vroegere Bazemolens komt de Schoolbeek uit in de Ugchelse Beek.

Overstortvijver aan de Ugchelse Beek

Overstortvijver aan de Ugchelse Beek

De beek loopt onder de Molecatenlaan door en langs de bibliotheek naar een overstortvijver achter het gebouw van Monuta. Vervolgens wordt de beek opgeleid naar de voormalige molenplaats Hattem. Hier staat de uitwendig geheel in de oorspronkelijke toestand herstelde papiermolen Bouwhofsmolen, thans in gebruik als woonhuis. Ook de beek is hersteld en molengoot en rad zijn opnieuw aangebracht. Binnen de kom van Apeldoorn is dit nog het meest gave molenrestant. Herkenbaar zijn de droogzolder, het bovenste houten deel van het gebouw, en een deel van de wasserij-aanbouw uit het begin van de 20e eeuw en de onderkant van de schoorsteen van de wasserij die hier gestaan heeft.

Regelbaar verlaat van de Ugchelse Beek naar de Winkewijert

Regelbaar verlaat van de Ugchelse Beek naar de Winkewijert

 

De beek gaat dan verder onder de Laan van Westenenk door naar de voormalige Tiemensmolens. Hiervan is niets meer aanwezig. Een garagebedrijf voor autobussen is gevestigd in de voormalige wasserijgebouwen die op de oude molenplaats staan. De beek gaat vervolgens door de bedding van de Winkewijert min of meer parallel aan de Europalaan en gaat dan over in de Grift.

Aan de noordzijde van Ugchelen ligt nog de Schoolbeek.

Soerense beken

Bovenbeek sprengenbeek Open in Atlas
Soerense Beek sprengenbeek Open in Atlas
Kuuroord Soeria

Bovenbeek en Soerense Beektop
Het stelsel van de Soerense beken bestaat uit twee beken, de Soerense Beek, de zuidelijke tak, en de Bovenbeek, de noordelijke tak. De sprengkoppen van beide beken liggen ten westen van Laag-Soeren. Vlak voor het Apeldoorns Kanaal komen de beide beken samen. De Soerense Beek voedt de gracht van de toltoren, de ‘Gelderse Toren’ (om tol te heffen van de schepen die door de IJssel voeren), alvorens uit te monden in de IJssel.

Spreng van de Soerense Beek met aan beide zijden kwelbanken

Spreng van de Soerense Beek met aan beide zijden kwelbanken

Dit is de jongste molenbuurt op de Veluwe. Omstreeks 1795 werden er drie papiermolens met fraaie namen gebouwd: ‘Welbedacht’, ‘Goedgedacht’ en ‘Nagedacht’. In 1805 volgde nog de Soerense Korenmolen. Al deze molens werden gebouwd door de bewoner van het Huis Laag-Soeren, de heer van Kesteren. Deze zal ook de sprengen van de Bovenbeek hebben laten graven. In 1848 werden beek en molens verkocht aan Jut van Breukelerwaard, die er een jaar later een geneeskundige badinrichting en herstellingsoord stichtte, genoemd naar de geneeskrachtige bronnen in Jeruzalem, ’Bethesda’. Vanuit de sprengen werd er zelfs een metalen buis op de beekbodem gelegd.

Opgeleid deel van de Bovenbeek

Opgeleid deel van de Bovenbeek

Aan de noordelijke tak, de Bovenbeek, lagen twee molenplaatsen. Van de Papiermolen Welbedacht is niets meer over. Gebleven is wel de fraaie, brede bovenbeek van deze voormalige molen. De waterval bestaat uit vallend water in een rioolbuis. Op de onderste molenplaats staat het gebouw van de voormalige Soerense Korenmolen. De waterval is er nog. De bovenbeek is niet opgeleid, de onderbeek diep uitgegraven. Een interessant verschijnsel is ‘de wijerd op struweel’, een 0,8 ha groot rabattenbosje net stroomopwaarts van de molen. Door middel van een schuif kon de molenaar het water opstuwen in de greppels in dit bosje, zodat hij meer water had. Aan de zuidelijke tak, de Soerense Beek, lagen eveneens twee papiermolens. De bovenste hiervan was de Papiermolen Nagedacht, nu de wasserij van Barth Slijkhuis. Water voor de wasserij wordt voor de waterval afgetapt en opgevangen in een reservoir. Hier was (nu nog herkenbaar) een aquaduct, waarbij een weg onder de bovenbeek van de molen doorliep. Vroeger was die weg openbaar, maar deze ligt nu op privéterrein. Op de onderste molenplaats stond de Papiermolen Goedgedacht, later omgezet in een wasserij ‘De Waterval’. Vanaf de waterval verdwijnt het water direct onder het wasserijgebouw, waar het aan de andere zijde weer onder vandaan komt. Een gedeelte van het water uit de zuidelijke tak van de beek wordt net benedenstrooms van de ‘wijerd op struweel’ in de bovenbeek van de korenmolen aan de noordtak gevoerd.

Molenbosje of 'wijerd op struweel', een rabattenbos. Rechts de Bovenbeek, achter het hek de afleiding uit de zuidelijke beek met daarachter het molenbosje

Molenbosje of ‘wijerd op struweel’, een rabattenbos. Rechts de Bovenbeek, achter het hek de afleiding uit de zuidelijke beek met daarachter het molenbosje

Verder gaat een gedeelte van het water uit de zuidelijke beek door de vijver van het voormalige hotel Dullemond. Na de kruising met het Apeldoorns Kanaal stroomt het water naar de IJssel. Bij het Huis De Bockhorst, dicht bij Spankeren, heeft de Korenmolen van het Huis De Bockhorst gestaan.

Kuuroord Soeriatop
Soeria – een kuuroord op sprengenwater. Een bijzondere gebruiksvorm van het sprengenwater was te vinden in Laag-Soeren, waar in 1848 het kuuroord Bethesda werd gesticht. De stichter was de Amsterdamse koopman Pieter Nicolaas Jut van Breukelerwaard.

Soeria

Soeria

Jut was in een Duits kuuroord van een ziekte hersteld en enthousiast geworden voor de ‘waternatuurgeneeskunde’. Natuur, schone lucht, zuiver water, vegetarisch eten, niet roken, geen alcohol, wandelen en rust speelden daarbij een belangrijke rol. Hij kocht daartoe het landgoed Laag-Soeren met 450 ha land. Naast een pand voor bedeelde mensen, liet hij tegen de Soerense Korenmolen ook een pand voor minder bedeelden neerzetten: Sprengenoord. Het schone sprengenwater vormde de basis voor de verschillende behandelingen, zoals modderbaden (met zand dat uit De Imbos werd aangevoerd) en koudwaterbaden. De koudwaterbaden in Bethesda waren mogelijk door een belangrijke eigenschap van het sprengenwater: de constante temperatuur van circa tien graden Celsius. Het water werd aangevoerd door een transportbuis, die op de bodem van de beek ligt. De inlaatpunten waren afgedekt met rieten kappen. Bij de instelling ligt nog de Laag Soerense beek.

Rieten afdekkappen op de inlaatpunten

Rieten afdekkappen op de inlaatpunten

Na een aarzelend begin werd het badhuis een succes, maar in de jaren twintig van de twintigste eeuw volgde een teruggang die werd versterkt door de crisis van de jaren dertig. Badhuis Bethesda ging in 1934 failliet. Het pand werd vervolgens in 1936 verkocht aan de ‘Geneeskundige Badinrichting Laag-Soeren’. In 1942 betrokken de Duitsers het pand en gebruikten het als lazaret. Ook de Engelsen hebben een tijdje van het gebouw gebruik gemaakt. Vanaf 1947 was het voormalige kuuroord een vakantiehuis voor medewerkers van de Amsterdamse Bank. In 1989 werd het tot ‘Amsterda’ omgedoopte gebouw door de Nederlandse TM (Transcendente Meditatie)-organisatie overgenomen, die het ‘Soeria’ noemde, hetgeen ‘zon’ betekent. Vanaf midden jaren negentig ging Soeria een aantal jaren functioneren als conferentieoord voor allerlei spirituele groepen. Eind 1999 werd het geheel verkocht aan Vastgoedbeheer ‘de Decanije’ in Amsterdam. Na een verbouwing zijn er 51 wooneenheden  in gerealiseerd.

Noordelijk van het stelsel van Soerense beken liggen verbonden door koppelleidingen de Leuvenheimsebeek en de Rhienderense beek

Renkumse beken

Molenbeek Open in Atlas
Halveradsbeek Open in Atlas
Oliemolenbeek Open in Atlas
Kortenburgsebeek Open in Atlas
Paradijsbeek Open in Atlas

Molenbeek, Halveradsbeek, Oliemolenbeek en Kortenburgsebeektop

Het brede smeltwaterdal van de Renkumse Beken

Het brede smeltwaterdal van de Renkumse Beken

Het stelsel van de Renkumse beken bestaat uit drie beken: de Renkumse Molenbeek in de oostelijke dalhelling, de Halveradsbeek of Middelste Beek en de, meest westelijke, de Oliemolenbeek.
Vanaf de Kortenburg gaan de Oliemolenbeek en de Halveradsbeek samen verder als Kortenburgsebeek.
Deze beek mondt via de uiterwaarden uit in de Neder-Rijn als Kortenburgse strang.
De Molenbeek werd gevoed door een zeer lange bovenloop die helemaal doorliep tot een paar vennen op de Ginkelse Heide.
Deze bovenloop komt op een kaart uit 1610 voor als droge bedding en is dus blijkbaar geen groot succes geweest.
Om toch voldoende water in de beek te krijgen, werden nadien sprengen gegraven.

De Renkumse Molenbeek

De Renkumse Molenbeek

De oudst bekende molen was de Hartense Korenmolen, die al in de 16e eeuw bij de buurtschap Harten op de Renkumse Molenbeek stond. Stroomafwaarts aan dezelfde beek werd al voor 1649 de eerste Renkumse papiermolen, de Papiermolen achter De Bock, gebouwd. De grote groei kwam in Renkum kort na 1700. Aan de Molenbeek werden toen kort na elkaar drie papiermolens gebouwd: de Quadenoordse Molen, de Papiermolen op Harten en de Papiermolen bij de oude kerk te Renkum, ook wel de Nieuwe Molen achter de kerk genoemd. De Papiermolen op Harten is later uitgegroeid tot de papierfabriek van Van Gelder. De Quadenoordse Molen werd zelfs aangedreven door twee bovenslagraderen! Na de brand in 1874 kwam er een kleinere korenmolen voor in de plaats, met twee maalstoelen. Eén voor het malen van maïs dat diende als  voer voor de vier sleperspaarden van het boeren-, molenaar- , slepersbedrijf. Deze maalstoel maalde dag en nacht. Met de andere maalstoel werd rogge gemalen en werden een dorsmachine, hakselmachine en een karnmolen aangedreven. Toen ENKA Ede op grote diepte water ging oppompen, daalde de grondwaterstand sterk, waardoor er onvoldoende waterkracht was voor de twee maalstoelen. In 1912 werd een machinehuis aangebouwd met een benzinemotor die de maalstenen voor de rogge ging aandrijven. Rond 1935 werd het rad afgebroken en daarna verviel het gebouw steeds verder. In 1994 stortte de bijzondere houten kap in. Van de Quadenoordse Molen zijn nog resten zichtbaar.

Spreng van de Oliemolenbeek

Spreng van de Oliemolenbeek

De Oliemolenbeek zal omstreeks 1700 zijn aangelegd. Hierop werden twee papiermolens gebouwd: de Hartense Papiermolen, later olie- en korenmolen en de Papiermolen bij het Huis De Kortenburg. Later was dit een korenmolen. Nog iets later lijkt de Halveradsbeek als molenbeek te zijn ingericht. Op deze beek hebben twee papiermolens gestaan: de Papiermolen van J.D. Boekelman (naast de de Hartense papiermolen) en de ‘Afgebrande’ Molen. Naar deze laatste molen, die lag tussen het huidige Everwijnsgoed en informatiecentrum ‘de Beken’, heette de beek ook wel Afgebrande Beek. De latere papierfabriek van Van Gelder nam de hele breedte van het beekdal in beslag; alle drie de beken liepen onder deze fabriek door.

Ten noorden van de Amsterdamseweg loopt een beekje, door twee bosvijvers, over landbouwgebied de Hindekamp naar de Kreelse Plas.
Eens hoorde dit hele traject bij de Renkumse Molenbeek. Bij de voormalige houtwerf van de gemeente Ede, nu een houtbedrijf, bezinkt het water.
Tussen de Amsterdamseweg en de A12, aan de oostkant van de Ginkelse Heide, ligt het fossiele Renkums beekdal.
De oorspronkelijke, nu droge, bedding is duidelijk herkenbaar. Het bos is hier open gekapt.
De verste sprengkoppen van de Molenbeek liggen nu vlak ten zuiden van de A12. De Molenbeek loopt door een gemetselde duiker onder de spoorbaan Arnhem-Utrecht door.
De uit 1840 daterende spoorlijn loopt hier over een dijk door het Renkums beekdal. Het deel van de Molenbeek tot aan de Quadenoordse Molen voert sinds kort weer water.
De beek is in 2003 weer helemaal opgeknapt bij het beekherstel door Waterschap Vallei & Eem.
De beek heeft lange tijd droog gestaan maar is als gevolg van het stopzetten van de ENKA winning in Ede en het opschonen van de bovenlopen, weer water gaan voeren.
De watervoerendheid blijft echter een zorg; in droge perioden komt er amper water bij de (resten van de) Quadenoordse Molen.


Op Quadenoord lopen twee in de oostelijke dalhelling gegraven sprengen via aquaducten onder de Molenbeek door naar de Paradijsbeek.
Deze beek mondt vlak na de Quadenoordse Molen uit in de Molenbeek. Waarschijnlijk is de Molenbeek later aangelegd dan deze twee sprengen.
Op meerdere plaatsen tussen huis Quadenoord en de Bennekomseweg liggen voormalige beeklopen evenwijdig aan de Molenbeek.

Naast de nu verlande poel loopt het wandelpad bij de Oliemolenbeek over een heuveltje.
Bovenop dit heuveltje stond een prieel van lindebomen, met daaronder een houten bank en een tafeltje.
Enkele lindebomen staan er nog. Hier dronken de dames van de Keijenberg thee, met uitzicht op de vijver en het beekdal.
In de volksmond heet deze poel ‘het Slangengat’, vanwege de veel voorkomende (broedende) ringslangen.
Enkele jaren geleden is het heuveltje vrijgekapt en is een houten bank in een zeshoekige vorm geplaatst.
De Bosvijver (of Kolk) is rond 1850 gegraven als (heren)zwembad. Aan de zuidkant van het bruggetje stond een kleedhokje en hier was een duikplank. Koning Willem III zwom hier regelmatig.

Sprengkop van de Halveradsbeek

Sprengkop van de Halveradsbeek

Tussen de Bennekomseweg en de Hartenseweg ligt een slootjesstelsel in het zogeheten Hartense moeras. Op de lage delen in het beekdal voedden deze de Halveradsbeek. Deze beek was een combinatie van een sprengenbeek en een laaglandbeek. Bij een laaglandbeek is geen sprake van een bron, maar van een oorspronggebied. De toevoer bestaat voornamelijk uit aan de oppervlakte komend kwel. Enkele jaren geleden is de bovenloop van de Halveradsbeek gedempt ten behoeve van natuurontwikkeling. De loop is nog wel zichtbaar als ondiep stroompje in het moeras. Aan de zuidkant van de Hartenseweg stond de Oliemolen, de omgebouwde Hartense papiermolen. Rond 2012 is het fabrieksterrein Beukenlaan gesaneerd en teruggegeven aan de natuur als onderdeel van de Gelderse Poort. Voor zover bekend is dit het enige industrieterrein van Nederland en wellicht daarbuiten wat volledig is uitgekocht, afgebroken en heringericht voor natuurdoeleinden. Slechts één muur herinnert aan de industrie in het beekdal. In de oude ramen van deze muur is prachtige glaskunst te vinden waarin de oude beroepen van papiermakerij zijn verbeeld. Er is eveneens een kunstobject met de muur geïntegreerd waarin de papierrollen van weleer zijn weergegeven. Tot slot is aan de binnenzijde van de muur een reliëftekening van het hoogteprofiel het gehele Renkums beekdal opgenomen. Ter plaatse van de Oliemolen is een waterval monument geplaatst waarin een verwijzing is opgenomen naar de Hartense papiermolen.

 

Monument Oliemolen

Monument Oliemolen

De Oliemolenbeek buigt na de molen naar het westen. Evenwijdig aan de Laan van ONO zijn nog delen van de oude beekloop terug te vinden in het bosje. Ter hoogte van de ommuurde tuin is de oude loop weer opgepakt en hersteld. Sluitstuk van de herinrichting van het voormalige industrieterrein is de aanleg van een fraaie brug over de Halveradsbeek waarin de beeknaam in de brug is opgenomen. De hier verondiepte Halveradsbeek meandert zo tussen het Hartens Moeras en het nieuwe natuurgebied.

Deel van de fraai uitgevoerde leuning van de nieuwe brug over de natuurlijk ingerichte Halveradsbeek (2015)

Deel van de fraai uitgevoerde leuning van de nieuwe brug over de natuurlijk ingerichte Halveradsbeek (2015)

Tevens wordt anno 2015 een kunstmatige sprengkop aangelegd  voor de educatieve waarde die helaas minder fraai is vormgegeven.

Het monument van de Renkumse papierindustrie aan de Hartenseweg op de oude locatie langs de Oliemolenbeek

Het monument van de Renkumse papierindustrie aan de Hartenseweg op de oude locatie langs de Oliemolenbeek

Waar de Molenbeek bij de Hartenseweg komt, staat nu het monument van de papierindustrie van Renkum. Het monument is opgebouwd met enkele elementen uit de voormalige papiermakerij: een kollergangsteen, stenen van papierstof, een oude gevelsteen van Sanders/Beekman, de grondleggers van de papierindustrie in Renkum. Naast het monument wordt de Molenbeek onder de Hartenseweg doorgeleid en stroomt nu om het zogenaamde balkon langs de dorpsrand van Renkum.

 

Het industrieterrein Beukenlaan heeft plaats gemaakt voor natuur. De beken krijgen hierin weer de ruimte

Het industrieterrein Beukenlaan heeft plaats gemaakt voor natuur. De beken krijgen hierin weer de ruimte

Aan de Halveradsbeek stond, vlak ten zuiden van de Hartenseweg de papiermolen van BoekeIman.

De Renkumse Molenbeek met op de achtergrond het industriegebied Beukenlaan vóór de afbraak daarvan

De Renkumse Molenbeek met op de achtergrond het industriegebied Beukenlaan vóór de afbraak daarvan

Onderaan de Waterweg waar de Molenbeek onder de weg door is, stonden de Papiermolen op Harten en de Hartense korenmolen. Bij het boven de grond aanleggen van de beken rond industriegebied Beukenlaan in 1999 werden hier twee delen van molenstenen gevonden.

In de weide lag van de 14e tot de 18e eeuw een belangrijk kasteel van het hertogdom Gelre: kasteel Grunsfoort, zeer strategisch in het moerassige beekdal gelegen. De beken rond deze weide vormen in grote lijnen de buitenste slotgrachten. De contouren van het kasteel zijn met palen aangegeven. Aan de Beukenlaan staat tussen de beken een informatiebord over het kasteel. Op de plek van de huidige ijsbaan lag eens de ‘bultenakker’, een urnenveld uit 800 tot 100 jaar voor Chr. De ijsbaan wordt gevoed door beekwater. De watermolen bij het Huis De Kortenburg, gebouwd als papiermolen, is later omgebouwd tot korenmolen.

De Kortenburgsebeek in de uiterwaarden

De Kortenburgsebeek in de uiterwaarden

Het gebied tussen de weg Kortenburg en de rijksweg N225 heet Het Broek. Waarschijnlijk heeft men hier vroeger de weilanden bevloeid vanuit de Kortenburgse beek en de Molenbeek. Deze ‘vloeiweiden’ werden eind winter, vroege voorjaar, bevloeid met het voedsel- en mineraalrijke water uit de beken. Hierdoor kon de boer eerder oogsten, wat een tweede hooioogst later mogelijk maakte, en kreeg het gras een hogere voedingswaarde.

Aan de Molenbeek lag de Papiermolen bij de oude kerk te Renkum, ook wel de Nieuwe Molen achter de kerk genoemd. Deze molen lag aan de weg die tegenwoordige “Onder de Bomen” heet. Het was een papiermolen die vanaf 1715 nog twee keer van eigenaar wisselde tot deze in 1800 werd gesloopt.

De Papiermolen Achter de Bock was gelegen op het gebied van het voormalige klooster van Renkum; dit is nu terrein van Parenco. Het heldere beekwater werd hier in de 19e eeuw ook gebruikt voor de aanmaak van mout voor een bierbrouwerij, verbonden aan het logement De Bok.

De huidige Bokkedijk (rijksweg N225) had al in 1654 een voorganger: ‘onser lieff Frauwen diicksken’ met in het midden een sluisje, waardoor het water van de ‘Rietkamp’ in de ‘Strang’ liep. In die tijd was de Rijn nog nauwelijks bedijkt, waardoor het water niet zo hoog kwam als nu. Voor de Tweede Wereldoorlog stond het water bij hoge Rijnstanden soms tot boven de Hartenseweg in het beekdal; dit was deels Rijnwater, deels gestuwd beekwater. Vlak na de Tweede Wereldoorlog is de dijk opgehoogd. Ook is hier een stenen boog over de beek te zien met een waterval.

Oranje Nassau Oord

Oranje Nassau Oord

Koning Willem III liet deze stenen boog met waterval eind 19e eeuw aanleggen in de vijver bij de het paleis Oranje Nassau’s Oord (ONO). Tot in de 70’er jaren van de 20e eeuw zwom door hem uitgezette forel in de beken. Later werd Oranje Nassau’s Oord een sanatorium en nu is het een verpleeghuis.

Bekenstelsel Volenbeek

Schoonderbeek sprengenbeek Open in Atlas
Groevenbeek sprengenbeek Open in Atlas
Volenbeek sprengenbeek Open in Atlas
De Kronkel Open in Atlas
Korenmolen van het Huis Groevenbeek

Bij Putten, aan de westzijde van de Oude Rijksweg 282, bevindt zich het sprengenstelsel Volenbeek. De meest zuidelijke beek is de Schoonderbeek. Wat meer noordelijk ontspringt de Groevenbeek die verder stroomafwaarts Volenbeek heet. Wanneer de Schoonderbeek en de Volenbeek bij elkaar gekomen zijn, gaan ze verder onder de naam De Kronkel naar het Nuldernauw. In 1660 vroeg Hendrik van Essen tot Helbergen en Vanenburg aan de Rekenkamer in erfpacht het ‘recht van ‘t waeter tot een pampiermoolentgen off anders, op seecker waeter komende van Grobbenbeeck … daer bij noch soude moeten trecken het waeter van Schoonderbeeck komende langes Jan Wijnkoops hoffstede’. Het leidde tot de bouw van twee papiermolens: de molen van het Huis Groevenbeek en de molen van het Huis Vanenburg. Ongeveer dertig jaar later werd nog een derde molen gebouwd: de molen van het Huis Schoonderbeek. Vooral de Topographische en Militaire Kaart (1850-1864) geeft een indruk van de diep ingegraven sprengen in de bovenlopen. Dit is ook ter plekke waarneembaar. De Volenbeek is een geplande ecologische verbindingszone tussen de Veluwe en het randmeer volgens de modellen Das en Kamsalamander.

Schoonderbeektop
Oude kaarten geven aan dat oorspronkelijk de Schoonderbeek in de kasteelgrachten van kasteel Schoonderbeek ontsprong. Processtukken uit het begin van de 18e eeuw wijzen uit dat de Schoonderbeek niet uitsluitend uit sprengen uit het Zuiderveld gevoed werd, maar ook met water uit grachten van de havezate Schoonderbeek. In het kader van een civiel proces tussen de Heer van de Vanenburg en de Vrouwe van de Schoonderbeek werden op 21 april 1721 getuigen gehoord over de oorsprong van de beek. Getuige Hendrik Hendriksen Brom “olt 63 of 64 jaeren”,verklaarde niet precies te weten hoe oud hij was. Wel wist hij precies te verklaren ”dat het waeter uijt de Sloot van Schoonderbeek alsmede het waeter uijt het Zuervelt comt in die Sloot die over de molen loopt” .Eenzelfde verklaring legt getuige Rijckert Gijsbertsen af.(Die Sloot die over de Molen loopt = de Schoonderbeek) Het huidige Huize Schoonderbeek, bij het begin van de Schoonderbekerlaan in Putten, staat op de plaats waar dit kasteel gestaan heeft. Enkele restanten van de grachten zijn nog terug te vinden. Aan de Schoonderbeek hebben twee papiermolens gestaan. In 1691werd de Papiermolen van het Huis Schoonderbeek gesticht. Verder stroomafwaarts, een eindje ten westen van de huidige spoorlijn, verenigden zich vroeger de Volenbeek en de Schoonderbeek. Op enige afstand stroomafwaarts van deze samenvoeging werd in 1661 of kort daarna de Papiermolen van het Huis Vanenburg gebouwd. De molen was mede afhankelijk van het water van de Schoonderbeek. Deze beek behoorde aan anderen. Wanneer deze beekeigenaren de watertoevoer belemmerden, leidde dat tot moeilijkheden: de molen kon niet of onvoldoende draaien. Het punt waar de Volenbeek en de Schoonderbeek samen kwamen, is later naar het westen verlegd, voorbij de molen van Vanenburg. Op dit moment is een particulier een nieuwe watermolen aan het bouwen op een zijtak van de Volenbeek. Dit is te zien op www.watermolenuylenborgh.nl

Aan het einde van de Schoonderbekerlaan, waar het fietspad begint, liggen de huidige sprengkoppen aan de westkant in het bos. Het gebied is niet toegankelijk maar de sprengkoppen zijn vanaf het fietspad goed te zien. De beek stroomt naar het westen. Waar de beek de Telgterweg kruist, was vroeger de Schoonderbeekse papiermolen. Achter de boerderij, nu nertsenfokkerij, is nog het restant van de waterval aanwezig.

Waterval van de voormalige Schoonderbeekse papiermolen

Waterval van de voormalige Schoonderbeekse papiermolen

De opleiding van de beek naar deze molenplaats is onduidelijk, maar na de molenplaats is de beek diep ingegraven en dat bepaalde het verval om de molen te laten werken. De beek is te volgen door een wandeling langs de Beekweg te maken. De beek kruist de spoorlijn en stroomt tegenwoordig door een nieuwe beekloop langs de Engersteeg.

De molenplaats van de voormalige Vanenburger Molen. Links de oude beek met op de achtergrond muurresten, rechts de huidige beekloop

De molenplaats van de voormalige Vanenburger Molen. Links de oude beek met op de achtergrond muurresten, rechts de huidige beekloop

De oude molenplaats van de Vanenburgermolen is herkenbaar aan oud muurwerk bij de beekbedding van de, nu droge, oude opgeleide beek. Ooit was hier een brede beek door de samenvoeging van Volenbeek en Schoonderbeek voor de molenplaats. De oude beekloop van de Schoonderbeek is hersteld, de muren gerestaureerd en er is een cascade aangebracht. Bij de Vanenburgerallee mondt tegenwoordig de Volenbeek in de Schoonderbeek uit. De beek kruist de Vanenburgerallee en stroomt vervolgens als De Kronkel naar het Nuldernauw. Vanenburg, oorspronkelijk een hofstede, later een landhuis en nu een kantoorgebouw, ligt wat meer zuidelijk aan de Vanenburgerallee.

Groevenbeek en Volenbeektop
Deze beek loopt in het noordelijke deel van de gemeente Putten, ongeveer op de grens met Ermelo.

Huis Oud Groevenbeek

Huis Oud Groevenbeek

Door het dal van de Groevenbeek zullen natuurlijke beekjes hebben gestroomd die al in de 14e eeuw voor een molen werden gebruikt. Om voor een betere watervoorziening te zorgen is men waarschijnlijk het eerst begonnen aan de oostzijde van het dal sprengen te graven. Deze sprengen liggen op het landgoed Oud Groevenbeek. Om onafhankelijk te zijn, heeft de eigenaar van de molen van het Huis Groevenbeek tussen 1857 en 1865 een nieuwe diepe spreng uitgegraven buiten het landgoed. Het is één van de laatste ooit gegraven sprengen ten behoeve van een watermolen. De oude sprengen op het landgoed verlandden, maar zijn nog steeds goed traceerbaar. De huidige eigenaar, Natuurmonumenten, heeft deze sprengen gedeeltelijk hersteld en deze voeden nu de waterpartij vóór het huis. Aan de Groevenbeek heeft de papiermolen van het Huis Groevenbeek of Telgtermolen gestaan. De molen werd in 1661 gesticht en na verkoop in 1880 gesloopt. De beek heeft ooit twee raderen achter elkaar aangedreven. Eén voor de papiermolen zelf en de andere in een apart gebouwtje ten behoeve van een ‘Hollander’, die de lompen tot vezels maakte.

De sprengkop van de Groevenbeek bevindt zich ten zuidoosten van het landgoed Oud Groevenbeek in het bos dicht bij de Zuiderzeestraatweg. Vanaf het bruggetje over de spreng in de Oud Groevenbeeklaan is deze goed te zien.

Groevenbeek gezien vanaf de brug in de Oud Groevenbeeklaan

Groevenbeek gezien vanaf de brug in de Oud Groevenbeeklaan

De beek stroomt naar het westen en gaat met een bocht naar het noorden langs landgoed Oud Groevenbeek. De oude beekloop van de Groevenbeek op dit landgoed is nu meestal droog. Achter de vijvers van het landgoed is een stuw aangebracht om het water op peil te houden. Als er van de oude sprengen op dit landgoed een teveel aan water is, gaat dit via de oude beekloop naar de Groevenbeek. De beek, die weinig water voert, buigt weer naar het westen en kruist vervolgens de Telgterweg. Waar de Watervalweg, een zijweg van de Telgterweg, en de beek bij elkaar komen ligt een schilderachtige boerderij. Achter deze boerderij ligt een waterval. Het is de oude molenplaats van de voormalige papiermolen van het Huis Groevenbeek. Het is onduidelijk waar de Groevenbeek overgaat in de Volenbeek. Omdat een vroegere spoorweghalte ‘Stopplaats Volenbeek’ heette zal de beek bij de kruising met de spoorlijn al de naam Volenbeek gehad hebben. Even ten westen van de spoorlijn lag naast de beek Huize Volenbeek. De structuur van het landgoed met zichtassen is nog goed herkenbaar. Het huis is in 1847 afgebroken. De Volenbeek stroomt nu langs de Volenbekerweg tot aan de Vanenburgerallee, buigt dan scherp af naar het westen om samen met de Schoonderbeek over te gaan in de Kronkel die uitmondt in het Nuldernauw.

Korenmolen van het Huis Groevenbeektop
In 1556 is er sprake van nog een molen op de Groevenbeek, de korenmolen van het Huis Groevenbeek. In 1563 wordt deze molen niet meer genoemd. Van deze molen is verder niets bekend. Ook de molenplaats is onbekend.