Oosterhuizerspreng

Oosterhuizerspreng sprengenbeek Open in Atlas

Oosterhuizersprengtop
De Oosterhuizerspreng is omstreeks 1869 aangelegd om het Apeldoorns Kanaal te voeden. De korte spreng ligt ten oosten van de A50. De sprengkoppen liggen in het bosgebied. Dicht bij de kruising van de A50 met het Apeldoorns Kanaal mondt de spreng uit in dit kanaal

Stuw in de Oosterhuizerspreng

Stuw in de Oosterhuizerspreng

Oosterbeekse beken

Seelbeek sprengenbeek Open in Atlas
Gielenbeek sprengenbeek Open in Atlas
Oorsprongbeek bronbeek Open in Atlas
Spreng op de Hemelse Berg sprengenbeek Open in Atlas
Bron op de Zilverberg bron Open in Atlas
Zuiderbeek sprengenbeek Open in Atlas
Slijpbeek sprengenbeek Open in Atlas
Leigraaf sprengenbeek Open in Atlas

 

Seelbeektop
De Seelbeek ontspringt in een elzenbroekbos, het ‘Elzenpasje’ bij Doorwerth, stroomt boven langs Heveadorp en komt uit op de Neder-Rijn. Deze beek heeft een flink verval: op één kilometer lengte dertig meter. Het dal werd 4000 jaar geleden al bewoond, het was een goede woonplek: beschut, hoog en droog aan de randen en het drinkwater van de beek vlakbij. In de Rijnvallei loopt een oeverwal tot vlak bij (het oude) Driel. Hier was een doorwaadbare plaats en via het Seelbeekdal werd de Veluwe beklommen. Het dal was onderdeel van de handelsroute Duitsland-Nijmegen-Veluwe. Dezelfde hessenweg kruist meer naar het noorden de Papiermolenbeek in het Heelsums beekdal.

De waterfilterkelder bij de Seelbeek

De waterfilterkelder bij de Seelbeek

In 1908 is aan de beek een ‘waterfilterkelder’ gebouwd. Dit is een groot ovaal gebouw, waar via een schuif beekwater kon worden ingelaten. Het beekwater werd nog verder gezuiverd in een grindbed. Ten zuiden van de filterkelder ligt een grote ondergrondse opslagkelder voor het water. Van hieruit werd het water door pijpen naar de diverse gebouwen van modelboerderij het ‘Huis ter Aa’ (een voorbeeld van moderne zuivel bedrijfstechniek en hygiëne in het begin van de vorige eeuw) gepompt. Deze unieke filterkelder staat op de gemeentelijke monumentenlijst en is begin 90’er jaren van de 20e eeuw (deels) gerestaureerd.

In 2015 heeft de Bekenstichting, in samenwerking met twee inwoners van Heveadorp en de gemeente Renkum, een restauratieplan met begroting opgesteld en zullen er fondsen worden gezocht voor de financiering van dit project.

Modelboerderij Huis ter Aa

Modelboerderij Huis ter Aa

 

Tekening van het dal van de Seelbeek met zicht op de Rijn vóór de fabrieksbouw

Tekening van het dal van de Seelbeek met zicht op de Rijn vóór de fabrieksbouw

Het ‘Huis ter Aa’ bestaat niet meer. Op die plek werd vanaf 1915 de rubberfabriek Hevea, met een dorp voor de medewerkers, in het beekdal gebouwd. Door deze industriële activiteit werd het prachtige dal verwoest. Er stonden twee fabrieken: één vlak boven het dorp en één beneden bij de beek. De beekloop is bij de aanleg van de fabriek verlegd, de oevers deden dienst als stortplaats. In de beekloop lag een brandvijver en onderaan liep de beek onder de fabriek door. De Seelbeek werd gebruikt voor de afvoer van overtollig fabrieksvuil. In de 80’er jaren van de 20e eeuw zijn de fabrieken afgebroken (er kwam een nieuwe fabriek naast Van Gelder Papier in het Renkums beekdal) en op de opengevallen plekken werden huizen gebouwd.

Gielenbeektop
De Gielenbeek (ook Beek op de Hemelse Berg genoemd) is een sprengenbeek met onderweg veel kwel in de beekbodem vooral op het Kerkepaadje. Dit is een heel oud kerkpaadje van het Drielse veer naar de kerk aan de Benedendorpsweg. De beek ontspringt bij de Hemelse Berg, loopt door vijf vijvers en stroomt in de uiterwaard in de Leigraaf. Langs de vijvers liggen fraaie elzenbroekbosjes.

Sprengkop van de Gielenbeek

Sprengkop van de Gielenbeek

Bij de voormalige molenplaats van de Oosterbeekse Korenmolen, te bereiken via het kerkpaadje, staat bij de vijver een informatiebord. De Oosterbeekse korenmolen wordt naar een latere eigenaar ook wel de watermolen van Hooijer genoemd. De molen stond op de plaats van de huidige villa Dennenoord. De wijerd van de molen werd vijver. De Papiermolen op de Hemelse Berg stond aan de beek op de plaats van de grote vijver die ‘de Nieuwe vijver’ of ‘de Zwanenvijver’ wordt genoemd.

Groot hoefblad in bloei in januari bij vriezend weer

Groot hoefblad in bloei in januari bij vriezend weer

Deze vijver is in 1863 gegraven, op de plek waar eerst een villa stond. De beek is ook gebruikt in de parkaanleg bij het huis ‘De Hemelse Berg’, eind 18e eeuw.

Oorsprongbeektop
Op de Zuid-Veluwe ten westen van Oosterbeek, stroomt de Oorsprongbeek. Het is een bronbeek die later door sprengen is vergroot. De beek ontspringt hoog op de stuwwal en stroomt door een bebost, parkachtig gebied met een verval van 35 meter naar de Neder-Rijn. In de beek bevinden zich een groot aantal stuwtjes, watervallen en vijvers die begin 19e eeuw zijn aangelegd.

Het grothuisje met waterval

Het grothuisje met waterval

In de bovenloop stonden rond 1700 twee kruitmolens, de ‘Bovenste molens op De Oorsprong’, waar buskruit werd vervaardigd. Later stond hier een papiermolen. Eén van de watervallen viel in een ‘grotwerk’, een huisje waar de beek hoog door stroomde en aan de voorkant in een breed gordijn van water uiteen viel. In het zogenaamde grothuisje kon je onder de beek doorlopen en door de waterval naar buiten kijken. Ten westen van de beek stond hier de uitspanning ‘De Oorsprong’, in de 19e eeuw een geliefde plek om wat te drinken. In 1910 werd door tuinarchitect Leonard Sprenger het park ingrijpend veranderd. De loop van de beken veranderde en de uitspanning werd, tot verdriet van de bezoekers, gesloten. Bij het landhuis is in 1930 een zwembad aangelegd. Het is er nog steeds. Het is een bijzonder zwembad, want het wordt gevoed met water uit de beek dat wordt opgewarmd door de zon. Voordat het in de baden komt, stroomt het in grote slingers oppervlakkig af om op te warmen. Uiteindelijk stroomt het zwembadwater weer in de beek.

Historisch zwembad

Historisch zwembad

De ‘Benedenste papiermolen op De Oorsprong’ stond er ook al voor 1700. De nieuwe molengoot herinnert aan de vroegere molenplaats. Op deze plek stond tussen 1811 en 1852 een suiker- en stroopfabriek die suikerbieten als grondstof gebruikte. De bovenslagmolen werd aangedreven door de val van bijna zeven meter. In 1826 was er, naast het waterrad, ook sprake van een rosmolen. Er werkten 50 werklieden en er werd stroop, suiker, kandij en rum geproduceerd. In 1833 brandde de fabriek af en werd herbouwd op heiwerk, nu met een stoommachine. In 1852 werd deze fabriek afgebroken.

Vernieuwde molengoot bij voormalige molenplaats

Vernieuwde molengoot bij voormalige molenplaats

Het Waterschap Vallei & Eem heeft de beken bij Oosterbeek hersteld. Ze zijn schoon gemaakt en stromen weer helder. Aan de rijke flora en fauna en de cultuurhistorie is bijzondere aandacht geschonken. De Oorsprongbeek is vanaf het begin via stuwtjes, watervallen en vijvers tot aan de uiterwaarden hersteld. In dit gebied komen veel verschillende planten en dieren voor. Het waterschap is daarom extra voorzichtig te werk gegaan. De vijvers zijn gebaggerd en de watervallen hersteld. Het voormalige grothuisje is herbouwd. Sommige watervallen moesten verdwijnen om de stroming in het water te houden. Ook de kwelzones, plekken waar het grondwater omhoog komt, kregen een schoonmaakbeurt. Verder zijn de wandelpaden opgeknapt.

Geldersch Landschap en Kasteelen heeft in 2012 het historische zwembad gerestaureerd en een “footprint” aangelegd op de plaats van het voormalige landhuis dat in WO II verloren is gegaan. Ook werd de schuilkelder, die in de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt, weer hersteld.

Spreng op de Hemelse Bergtop
Onduidelijk is of de hoog gelegen spreng op de Hemelse Berg vroeger verbonden was met de Gielenbeek. De diep ingegraven spreng op de Hemelse Berg heet ‘de Hel’. De vijver waar de spreng in uitloopt is de ‘Eendjesvijver’. Na een waterval aan de onderkant van de vijver bezinkt het water, om enkele tientallen meters lager op de helling als Gielenbeek weer bovengronds te komen.

In 2012 is de eendjesvijver door Waterschap Vallei & Eem onderzocht op eventuele aanwezige explosieven uit WO II en uitgebaggerd.

De uitmonding van de spreng in de Eendjesvijver

De uitmonding van de spreng in de Eendjesvijver

De Eendjesvijver

De Eendjesvijver

 

Bron op de Zilverbergtop
Op landgoed de Zilverberg, eigendom van Geldersch Landschap & Kasteelen, gelegen op de stuwwal tussen Doorwerth en Oosterbeek ligt aan de noordzijde van de Italiaanseweg één van de kleinste sprengenbeken van de Zuidwest-Veluwe.

De Source en de kleinste sprengenbeek van de Zuid-Veluwe.

De Source en de kleinste sprengenbeek van de Zuid-Veluwe.

De Zilverberg (+ 63 NAP) is het hoogste gedeelte van de stuwwal in deze omgeving.

De medewerkers van de Gelderse Rekenkamer hadden een plan bedacht om “beneden” aan de berg een vijver aan te leggen op de plaats van een bestaande source (bron).Om het water in de nieuw uitgegraven vijver op peil te houden werd op een afstand van 60 meter een sprengetje uitgegraven, en via een 60 meter lang beekje werd de vijver voorzien van extra kwelwater.

Op 7 juli 1741 werd de vijver “geheel droog gevonden”, maar op 13 juli 1742 trof men er toch weer enig “soet” water in aan.

Ook nu valt de vijver nog steeds in de zomermaanden regelmatig droog, omdat de in de bodem aanwezige leemlaag bij het uitgraven van de vijver waarschijnlijk is doorgestoken. Daarnaast valt de spreng zelf ook nagenoeg het gehele jaar droog. Maar in de winterperiode is de aanvoer van hemelwater in combinatie met beetje bronwater voldoende om de vijver een aantal maanden op peil te houden.

Deze spreng en de Source liggen op een zogenaamd kleischot op de flank van de Zilverberg. Door de aanwezigheid van dit kleischot is lokaal een schijngrondwaterspiegel ontstaan.

Zuiderbeektop
De Zuiderbeek ligt ten zuiden van Oosterbeek aan de Zuiderbeekweg. De beek is altijd al aanwezig geweest als kwelbeek. In de19e eeuw is de beek aangepast als belevingswater. Aan de Zuiderbeek lagen geen watermolens. De beek ontspringt in het Zweiersdal, in het brongebied ‘de Zomp’. Dit is een heemtuin, in de 70-er jaren ingericht door de gemeente Renkum. De Zuiderbeek leverde waswater voor wasserij de Lelie.

Beek oost 12 zuiderbeek

Zuiderbeek, kwelvijver vlak voor Benedendorpseweg in Oosterbeek

Zuiderbeek, kwelvijver vlak voor Benedendorpseweg in Oosterbeek

Slijpbeek en Leigraaftop
De Slijpbeek (of Klingelbeek of Mariëndaalse Beek) ontspringt met een spreng op het landgoed Mariëndaal. De beek is een parkbeek en maakt deel uit van de parkaanleg van Huize Mariëndaal.

Sprengkop van de Slijpbeek op Mariëndaal

Sprengkop van de Slijpbeek op Mariëndaal

Slijpbeek op het landgoed Mariëndaal

Slijpbeek op het landgoed Mariëndaal

Bovenste vijver Slijpbeek bezien vanuit het noorden

Bovenste vijver Slijpbeek bezien vanuit het noorden

Ook stroomafwaarts zijn er nog een paar vijvers. De beek stroomt grotendeels op Arnhems grondgebied maar is soms ook een grensbeek tussen Arnhem en Renkum. De beek mondt deels uit in een waterplas/grindgat oostelijk van de spoordijk en stroomt via een duiker onder de spoordijk in westelijke richting naar de Leigraaf en komt dan uit in de Neder-Rijn. Er stroomt nog een zuidelijke tak onder de spoorbrug door, die weer afbuigt in noordelijke richting en zich weer samenvoegt met de andere tak van de Slijpbeek. En er voegt zich nog een kleine tak van de Slijpbeek bij, die ontspringt zuidelijk van de Benedendorpse weg in Oosterbeek. De genoemde Leigraaf moet worden gezien als een verzamelbeek die het water van meerdere beken van de stuwwal afvoert evenals mogelijk kwelwater. Meer westelijk bij kasteel Doorwerth is nog een Leigraaf is gelegen, die eenzelfde functie heeft. Zie ook op kaart bij Dunobeek/Beek langs de Fonteinallee.

Gelders Landschap is voornemens om in de Rosandepolder een project uit te voeren om de cultuurhistorische waarden van dit gebied te versterken. Een en ander wordt afgestemd met het programma “Stroomlijn” van Rijkswaterstaat.

Slijpbeek in de uiterwaarden, de Rosandepolder

Slijpbeek in de uiterwaarden, de Rosandepolder

Aan de Slijpbeek stonden bij het klooster Mariëndaal al in de 15e eeuw watermolens. Op de bovenste molenplaats, de Bovenste molens op Mariëndaal, bij één van de vijvers van het landgoed Mariëndaal hebben een slijpmolen, de bovenste papiermolen en een pompmolen gestaan. Stroomafwaarts lag een tweede papiermolen, de onderste of Klingelbeekse Papiermolen. De beide papiermolens zijn omstreeks 1700 gebouwd. De pachters van beide molens moesten samen de ‘wellen’ opgraven. Nog verder stroomafwaarts stond de Korenmolen De Hesch aan de rechter kant van de beek op Renkums grondgebied. In het begin van de 17e eeuw is er vergunning verleend op de Klingelbeek (Slijpbeek) om één of twee kruitmolens te bouwen. De molen(s) moet(en) op de linker (Arnhemse) oever hebben gestaan. De plaats is niet bekend.

Authentiek bruggetje over de Slijpbeek

Authentiek bruggetje over de Slijpbeek

Watervallen bevinden zich in het deel tussen de sprengkop en de spoorlijn Arnhem-Utrecht en het deel tussen deze spoorlijn en de Utrechtseweg. Bij de laatste watervallen hebben de bovenste molens gestaan. Hiervan is niets meer te zien. Vanaf de Utrechtseweg is naar Mariëndaal een mooie wandeling langs de beek te maken. Vanaf de Utrechtseweg stroomafwaarts tot aan de Klingelbeekseweg stroomt de beek over het KEMA-terrein. Dit terrein is niet toegankelijk. Waar de beek de Klingelbeekseweg kruist heeft aan de westzijde de korenmolen De Hesch gestaan.

Nun

Nun laaglandbeek Open in Atlas

Nuntop
In deze enclave stroomt de Nun. Dit beekje begint als bermslootje aan de Elspeterbosweg en stroomt met enkele takken over de terreinen van vakantiecentrum ‘De Paasheuvel’.

Naast de grote landbouwenclave op de Veluwe, het gebied rond Garderen, Uddel, Elspeet en Speuld, is er een kleine enclave bij Vierhouten.
Bij de aanleg van de ‘Heimanshof’ op dit terrein (een van de oudste heemtuinen) is dankbaar gebruik gemaakt van dit water, o.a. voor de aanleg van een vijver.
Voorbij ‘De Paasheuvel’ loopt de gegraven bedding nog een flink eind door aangeplant bos en eindigt in het Provinciebos, in een diepe stuifgeul waar het water wegzijgt.

De Nun in het Provinciebos

De Nun in het Provinciebos

De Nun (de naam is ooit bedacht op ‘De Paasheuvel’) is te beschouwen als een mini-Hierdense Beek. In de ondergrond van Vierhouten komt dezelfde waterdichte kleilaag voor als in het dal van Uddel-Elspeet.
Het beekje is mogelijk alleen voor afwatering gegraven. Geopperd is dat het voor bevloeiing gebruikt is. De capaciteit is gering: de Nun staat vaak droog, maar kan in het uitloopgebied een flink stuk bos en hei onder water zetten. Langs de Nun, vooral langs de benedenloop, komt de roze winterpostelein veel voor. Dit plantje met helderroze bloemen hoort thuis in Noord-Amerika en Azië. De verspreiding in Vierhouten is te danken aan ontsnapte exemplaren uit heemtuin ‘De Heimanshof’.

Lunterse beken

Lunterse Beek Open in Atlas
Meulunterse Beek Open in Atlas
Overwoudse Beek Open in Atlas
Veenderbeek Open in Atlas
Fliertse Beek Open in Atlas
Nederwoudse Beek Open in Atlas
Buzerdse Beek Open in Atlas
Munnikenbeek Open in Atlas
Lunterse beken
Ecologische verbindingszone
Fort Daatselaar

Lunterse bekentop
Rondom Lunteren ontspringen en stromen een groot aantal beken. De belangrijkste hiervan zijn de Lunterse Beek, de Meulunterse Beek overgaand in de Overwoudse Beek, de Veender Beek overgaand in de Fliertse Beek, de Buzerdse Beek en de Nederwoudse Beek. De cultuurhistorische betekenis van deze beken is gering; er hebben nooit watermolens of wasserijen aan deze beken gestaan.
Het stelsel van de Lunterse beken is complex. Het water komt veelal uit zijslootjes die haaks op de beken staan. Helaas zijn de beken op een aantal plaatsen slecht toegankelijk door afrasteringen en hekken. De aanleg van klompenpaden in dit gebied heeft hier overigens wel een positieve wending aan gegeven, zodat de aanwezigheid van het water beter kan worden beleefd.

Lunterse Beektop
De Lunterse Beek ontspringt ten zuidwesten van Lunteren, net buiten de bebouwde kom, naast de Westzoom, tussen de Postweg en de Klomperweg.
De beek stroomt naar het westen richting Renswoude en Scherpenzeel, langs industrieterrein De Stroet.
Een eindje ten westen van de kruising van de beek met de A30 komt de Overwoudse Beek uit in de Lunterse Beek.
Ten noorden van Renswoude voegt eerst de Nederwoudse Beek en even verderop de Fliertse Beek zich bij de Lunterse Beek.
De Lunterse Beek stroomt vervolgens onder Scherpenzeel langs en komt daar uit in het Valleikanaal.
Tussen de N224 en de Grebbelinie bij Fort Engelaar voegt zich de Munnikenbeek, die vanaf Ede en Ederveen komt, bij de beek.
Dat is tevens het laatst gereed gekomen deel van de herinrichting van de Lunterse Beek (2015),
die ten doel heeft de waterkwaliteit te laten voldoen aan de richtlijnen van de Europese KRW.
De Veenderbeek ontspringt ten zuiden van Lunteren en komt tussen Ederveen en Renswoude uit in de Fliertse Beek.




Meulunterse- , Overwoudse-, Nederwoudse- en Buzerdse Beektop
De Meulunterse Beek ontspringt ten noorden van het Wekeromse Zand in de buurt van de Valkse Engweg.
Vanaf de kruising met de spoorlijn Amersfoort-Ede wordt de beek Overwoudse Beek genoemd.
Ook langs deze beek zijn waterpoelen gegraven, die een ecologische functie hebben.
Tevens dient deze beek voor hoogwateropvang bijvoorbeeld in het gebied tussen de Overwoudse- en Nederwoudse beek langs de Broeksteeg.

De Veenderbeek ontspringt ten zuiden van Lunteren en komt tussen Ederveen en Renswoude uit in de Fliertse Beek.

De Nederwoudse Beek begint iets noordelijker en aan de westzijde van dezelfde spoorlijn. De Buzerdse Beek, ontstaat bij de ‘Buzerd’, een landgoedachtig waardevol gebiedje liggend aan de oostkant van de A30, en voegt zich ten westen van de A30 bij de Nederwoudse Beek.

Ecologische verbindingszonetop
Het gebied dat zich uitstrekt van de noordkant van het Wekeromse Zand tot aan de noordkant ven Renswoude, is aangewezen als deel van een ecologische verbindingszone. De verbindingszone moet vooral diersoorten als dassen en boommarters de mogelijkheid bieden om van de Veluwe naar de Utrechtse Heuvelrug te trekken. Daarnaast moeten de nattere delen van de zone, met name de Nederwoudse Beek en de Buzerdse Beek die in de zone liggen, ook voor diersoorten als de kamsalamander en vissen weer een aantrekkelijk leefgebied worden. In 1999 is met de realisatie van deze verbindingszone gestart en zijn langs de beken diverse poelen aangelegd. Landschappelijk gezien is het gebied langs deze beken en langs de Overwoudse Beek, tussen spoorlijn, Broeksteeg, Barneveldse weg en bij de Buzerd, van grote waarde.

Fort Daatselaartop
Ten noorden van Renswoude, en even te noorden van de Lunterse Beek, ligt het voormalig Fort Daatselaar, onderdeel van de Grebbelinie. De slotgracht van dit fort heeft ooit (situatie omstreeks 1850) stromend water gehad, gevoed door de oude loop van de Lunterse Beek.
Daar waar de Lunterse Beek de Slaperdijk kruist, die een deel is van de Grebbelinie, komt de Sprakelaarsbeek uit in de Lunterse Beek. Het Waterschap heeft de afgelopen jaren de Lunterse- en de Sprakelaarsbeek weer via de slotgracht en de Daatselaarssloot geleid tot het punt waar de Nederwoudse Beek zich invoegt. Tussen dit punt en de noordzijde van Renswoude zijn allerlei maatregelen genomen door het waterschap Vallei & Veluwe, om de ecologische kwaliteit en diversiteit van en in de beek te verbeteren. Door stromend water door de slotgracht wordt de cultuurhistorische en natuurwaarde van fort Daatselaar versterkt en hersteld. Tevens is een vispassage aangelegd naast de aanwezige camping. De Nederwoudse Beek en Lunterse Beek worden daarmee migreerbaar voor beekfauna.
Voor de periode 2016/2017 zijn bij Huize Scherpenzeel nog plannen van het Waterschap om de beek ook hier weer door een oude bedding te laten lopen.

Munnikenbeektop
De Munnikenbeek hoort eigenlijk niet tot het Lunterse bekenstelsel. De beek krijgt zijn water al via een duiker onder de A-30 van het gebied noordelijk van de wijk Kernhem bij Ede, langs de Doesburgerdijk. Na de A30 komt daar water bij van de Zecksloot, die bij de Schampsteeg loopt. Vanaf de Meikade heet de beek dan Munnikenbeek. Deze krijgt zijn water verder van het gebied tussen Buurtweg en Nieuweweg tot aan Ederveen. Westelijk van Ederveen kruist de beek de Grebbelinie en de Arnhemseweg (N224), waarna de beek zuidelijk van Renswoude bij de Oude Holleweg uitkomt in een in 2015 gemaakte aansluiting op de Lunterse Beek.

Loenense beken

Loenense Beek sprengenbeek Open in Atlas
Strobroekse Molenbeek sprengenbeek Open in Atlas
Stroobroekbeek sprengenbeek Open in Atlas
Voorsterbeek Open in Atlas
Hooilanden


 

Loenense Beektop

Spreng van de Loenense Beek nabij Zilven

Spreng van de Loenense Beek nabij Zilven

De Loenense Beek ontspringt bij de sprengkoppen die ten zuiden van en in Loenen liggen.
Opvallend is dat het gehele bovenstroomse gedeelte westelijk van de Eerbeekse weg momenteel droog staat. Alleen het allereerste stukje van de sprengen heeft water, maar dit zijgt weg nog voordat het zwembad bereikt is. Waarschijnlijk is dit vooral te wijten aan de wateronttrekking in de omgeving. Een zijtak van de Loenense Beek heet Stroobroekbeek. Maar ook de verschillende vertakkingen van de beek hebben soms andere namen. Voor het gemak houden op de BAV kaart voor de meeste beken, de Loenense beek aan. Na de samenvloeiing met het Verloren Beekje heet de beek Voorsterbeek. De Voorsterbeek mondt bij de ruïne Nijenbeek uit in de IJssel. Volgens oude kaarten zijn de bovenlopen van de Loenense Beek en die van Zilven (Silvolde) aanvankelijk meer gescheiden geweest.

Kasteel Ter Horst

Kasteel Ter Horst

Door een rond 1662 nieuw gegraven beek parallel aan de hoogtelijnen, werd het water van de Silvoldse (Zilvense) Beek naar de Loenense Beek geleid. De grotere waterhoeveelheid maakte de stichting van nieuwe molens mogelijk. Van grote invloed zijn de Hackforts op kasteel Ter Horst geweest. Zij lieten beken graven, stichtten de molens en verpachtten die aan de molenaar die naar verwachting het best op die plaats zou presteren. De molenaars verwisselden dus nogal eens van molen.

Voormalig zwembad Groenouwe met het restant van de springplank

Voormalig zwembad Groenouwe met het restant van de springplank

Vlakbij de sprengen bevindt zich het oudste zwembad van Loenen, gebouwd in 1920. Het zwembad behoorde bij het landgoed Groenouwe. Het bad kon door middel van greppels met water uit de sprengen doorgespoeld worden. Dit mocht alleen in de weekeinden omdat op doordeweekse dagen de wasserijen het water nodig hadden. Rond 1950 raakte het bad in verval. De uit zwerfstenen opgebouwde muur van de springplank is er nog. Op de vroegere molenplaats De Hunekamp bevindt zich nu wasserij ‘De Hunekamp’. Deze wasserij maakt momenteel geen gebruik van het beekwater. De waterval is er niet meer; alleen een minirad aan de noordzijde van het bedrijf herinnert nog aan het vroegere gebruik van een rad. Vervolgens stroomt de beek naar de voormalige Zilvense Korenmolen.

Het Molenhuis, restant van de voormalige Zilvense Korenmolen

Het Molenhuis, restant van de voormalige Zilvense Korenmolen

Nu is hier de dierenspeciaalzaak van Kruitbosch gevestigd. Het uit 1914 daterende gebouw heet ‘Het Molenhuis’. De beek staat droog; rad, goot en waterval zijn verdwenen. Tussen de Eerbeekseweg en de Koedijk is de beek enige tientallen meters overkluisd ter plaatse van een agrarisch bedrijf. Eerst voorbij de Koedijk bevat de beek momenteel water. In de bebouwde kom van Loenen komen nog enkele sprengen uit in de beek. Eén van deze zijtakken is de Bruisbeek waaraan een Mosterd- en snuifmolen stond. Een andere zijtak heeft ooit de verdwenen ‘Kleine Slas’ gevoed. De hoofdbeek buigt af naar het oosten en begint een kort opgeleid traject naar de voormalige Grote Slatsmolen. Het eind 19de eeuwse gebouw op de noordelijke oever is een restant van deze molen en nu in gebruik als opslagruimte. De waterval is er nog, het rad is na 1953 verdwenen. Aan de oostzijde van de Molenallee ligt een aquaduct. De Loenense Beek stroomt hier onder de Sloot Slatsdijk door. De Sloot Slatsdijk verandert na het auaduct in Sloot Lonapark en loopt langs de sportvelden naar de Sloot Klein Horst, die de gracht van kasteel Ter Horst met beekwater voedt. Het brede water in het Lonapark en het water rondom Kasteel Ter Horst wordt Stroobroekbeek genoemd, Een dergelijk aquaduct waar twee beken elkaar kruisen is vrij zeldzaam.

 
Verderop komt het grachtwater van de Stroobroekbeek bij de voormalige Strobroeksmolen in de Strobroekse Molenbeek uit. Deze stroomt hierna als Stroobroekbeek aan de westzijde van de toeristische spoorweg naar de Loenense Beek. Hieraan is het kunstmatige karakter van sprengenbeken goed te zien. De Loenense Beek wordt na de beekkruising opgeleid naar de voormalige Bovenste Molens. Alleen het woonhuis met de naam ‘de Bovenste Molen’ is er nog. Aan de molenactiviteiten herinneren nog de opleiding en de waterval. Die laatste is in 1997 door het Waterschap Veluwe gerestaureerd. Ook is er een omleiding met een cascadestuw gemaakt ten behoeve van vismigratie.

 

Strobroekse Molenbeektop
De Strobroekse Molenbeek heeft twee sprengkoppen aan de Vrijenbergerweg. Via enkele tuinen gaat dit water naar de voormalige Strobroeksmolen.

Sprengkop van de Stroobroekbeek (aan de overzijde van de weg)

Sprengkop van de Strobroekse Molenbeek (aan de overzijde van de weg)

De boerderij bij de verdwenen molen is inwendig verbouwd tot appartementencomplex, ‘Strobroeksmolen’ genaamd. Twee kleine watervalletjes in de beek vanaf Ter Horst herinneren aan het gebruik van de waterkracht. Een zijtakje van de Stroobroekbeek, Koerenbeek geheten, heeft water geleverd voor een bierbrouwerij. De verbouwde boerderij met de naam ‘Brouwerij’ aan de Hoofdweg staat er nog steeds.

De voormalige brouwerij

De voormalige brouwerij

De Stroobroekbeek stroomt aan de westzijde van de toeristische spoorweg naar de Loenense Beek.
De Loenense Beek gaat vervolgens onder het Apeldoorns Kanaal door naar de Middelste Molen aan de oostzijde van dit kanaal. De Middelste Molen is een nog in werking zijnde papiermolen waar op ambachtelijke wijze wordt gewerkt. Molengoot, rad, waterval, alles is hier nog aanwezig. Het bedrijf wordt geëxploiteerd door de Stichting Museum Middelste Molen. Een nieuw museum en bezoekerscentrum is begin april 2018 geopend. Op de plaats van de voormalige Achterste Molen staat het bedrijf van Lona Smurfit BV, een fabriek van verpakkingsmaterialen. Aan een oude molenplaats herinnert hier niets meer. Voorbij de Achterste Molen is de beek hier en daar verlegd.

De Middelste Molen

De Middelste Molen

Tussen de Middelste en de Achterste Molen is in de 20e eeuw nog tijdelijk sprake geweest van twee beeklopen. De Achterste Molen had schoon water nodig, wat door de bedrijvigheid bovenstrooms niet meer voorhanden was. Men heeft toen vanaf de Middelste Molen eerst een schot in de beek geplaatst, en verder stroomafwaarts een nieuwe bedding gegraven parallel aan de oude. Het schone water ging door de nieuwe bedding, de oude bleef vuil.

Links de nieuwe beek en rechts overblijfsel van de oude (vuile) beek met bomenwal

Links de nieuwe beek en rechts overblijfsel van de oude (vuile) beek met bomenwal

Toen als gevolg van de waterzuivering dit alles niet meer nodig was, werd de oude (vuile) beek gedeeltelijk gedempt. In het land is de beek nog goed zichtbaar. Bij Voorst, waar de beek Voorsterbeek heet, stond de Nijenbeker Korenmolen.


 

Hooilandentop
De Loenense Beek werd gebruikt voor het bevloeien van hooilanden. De boeren in Loenen waren in 1664 met de heer van Ter Horst overeengekomen, dat zij van het water van de Loenense Beek gebruik mochten maken om bij uitzonderlijke droogte het hooiland van water te voorzien. In ‘Loenense Molenbeek, oude levensader van een Veluws dorp’ staat: ‘Op 3 augustus 1663 komen de geërfden van Loenen met Cornelis Hendricks en diens huisvrouw Willemken Hendricks overeen dat hij van nu af de beekcke aen sijn Pampieren meulen tot Loenen gelegen oostwaerts aend den heer van der Horst sijnen kamp, zo wijtt sijnen beeckendijck is streckende zodanig zal maken, dat het water daarvan genoeghsaem binnen boorts kan blijven. Bij overvloedig water of tijdens noodzakelijke timmerij aan de molen, mag hij de Silvoldse beecke aan het Sladt (Molenbeek op het Slat) op twee plaatsen laten wegstromen en het water door de oude bedding leiden. Ook moet Hendricks zijn beeckendijck tot tegen het Schaer en oostenhoe van Veenh (het Schaar en verder oostwaarts?) goed onderhouden. De papiermaker dient ieder jaar in mei de beek te ruimen en gedurende 14 dagen Die hoijlanden ende de broecklanden tot genoegen te wateren. Hiermee wordt bedoeld dat Hendricks de hooilanden en weilanden in ‘t Broek van voldoende water moest voorzien, wat waarschijnlijk in de droge zomermaanden wel noodzakelijk was.

Imbosbeek

Imbosbeek Open in Atlas

Imbosbeektop
De driehoek Apeldoorn-Dieren-Arnhem omvat niet alleen het hoogste, maar ook het meest massieve deel van de Veluwse stuwwallen. Dat heeft tot gevolg dat zich in dit hoge heuvel-complex ook de omvangrijkste grondwaterbel van de Veluwe bevindt. Het grondwater reikt hier tot ongeveer 45 m + NAP! Op enkele plaatsen komt dit water, waarschijnlijk mede dankzij gestuwde ondoorlatende lagen, aan de oppervlakte. Dit is het geval bij de uit maar enkele huizen bestaande buurtschap De Imbos. In een ondiepe laagte liggen daar een tweetal sprengetjes – inderdaad op een hoogte van ongeveer 40 m – die zich een eindje noordwaarts verenigen en doodlopen in een moerasje. Het hele systeem is niet meer dan een paar honderd meter lang. Er zal oorspronkelijk een natuurlijke bron zijn geweest. In 1724 is al sprake van “den Imbosbeek bij de doornestruyken”. In 1764 werden er in verband met de plaatselijke ontginning bij de beek, een paar huizen gebouwd.

Imbosbeek

Imbosbeek

Gedeelte van de Imbosbeek

Gedeelte van de Imbosbeek

Het dalletje waar het Imbosbeekje stroomt, is te volgen tot het dal van Coldenhove, westelijk van Eerbeek. Het is mogelijk dat lang geleden, in tijden met een natter klimaat – en voordat stuifzanden ook dit deel van de Veluwe teisterden – het oorspronkelijke natuurlijke beekje van de Imbos doorliep tot aan de Veluwerand.

In de 90’er jaren van de 20e eeuw, ging het lang verwaarloosde en drooggevallen systeem dankzij een aantal natte winters weer water bevatten. Het grondwater was ongeveer 80 cm gestegen. Dit bracht de Vereniging Natuurmonumenten, eigenaar van het gebied, ertoe het Imbosbeekje schoon te maken en op te knappen. Onder een paar zandwegen werden duikers gelegd. Dit alles was geen overbodige luxe: in dit uitgestrekte natuurgebied waar oppervlaktewater uiterst schaars is, is een stromende beek erg belangrijk voor zowel klein gedierte als grote grazers. Overigens, een beekje dat gevoed wordt door de top van de waterbel zal erg gevoelig blijven voor dalingen van de grondwaterstand.

Hulshorsterbeken

Tochtsloot Open in Atlas
Killenbeek Open in Atlas
Varelse Beek Open in Atlas
Herstelproject

Tochtsloot, Killenbeek en Varelse Beektop
De beken ontspringen bij Hulshorst. De Tochtsloot is voor een groot deel recht, met uitzondering van een afstand van circa 500 m aan de zuidzijde van het fietspad waar de beek licht meandert. De beek heeft een matige stroomsnelheid. De Killenbeek is flauw meanderend. De benedenloop bij de strandwal is echter sterker meanderend. Dit laatste geldt ook voor de Varelse Beek die overigens recht is. De Varelse Beek heeft twee parallel stromende beeklopen aan weerszijde van de Varelseweg. De benedenlopen van de Killenbeek en de Varelse Beek sluiten als het ware, respectievelijk aan de zuidzijde en de noordzijde, een stuk strandwal in. Hierop zijn de camping Hoophuizen en Mariahoeve gelegen. Alle beken komen uit op het Veluwemeer. De beken liggen binnen de Hierdense poort, één van de eerste ecologische verbindingszones die tussen de Veluwe en Flevoland via het randmeer zal worden gerealiseerd.

Dotterbloemen aan de Randmeerkust

Dotterbloemen aan de Randmeerkust

Herstelprojecttop
In het kader van het plan Veluwe 2010 is in 2005 een herstelproject van de Hulshorster beken uitgevoerd. In de benedenlopen is gewerkt aan het meer laten kronkelen van de beken. Voor de Varelse Beek is een nieuw slingerend tracé gegraven. Door de aanleg van flauwe oevers krijgen planten als holpijp, echte koekoeksbloem en dotterbloem meer kans. Op andere plaatsen zijn steile buitenbochten en flauwe binnenbochten ontstaan die ideaal zijn voor de ijsvogel, het bermpje en de kokerjuffer. Om kansen te creëren voor dieren die juist stilstaand water nodig hebben zijn op verschillende plaatsen poelen gegraven.
In het gebied tussen de Hierdense Beek en de Varelse Beek (Bloemkampen) is Natuurmonumenten momenteel bezig met de voorbereiding van een project om het gebied een grotere ecologische diversiteit te geven. De ontwikkeling van dotterbloemhooilanden en blauwgraslanden door vernatting van het gebied. Uitvoering hiervan wordt voorzien voor 2018 nadat alle procedures zijn afgehandeld en goedgekeurd.

Horsthoekerbeken

Noordelijke Horsthoekerbeek sprengenbeek Open in Atlas
Middelste Horsthoekerbeek sprengenbeek Open in Atlas
Zuidelijke Horsthoekerbeek sprengenbeek Open in Atlas
Flora

 

Horsthoekerbekenstelseltop
Tussen Heerde en Epe bevindt zich het Horsthoeker bekenstelsel. In de jaren tachtig van de 20e eeuw heeft het toenmalige Waterschap Oost-Veluwe de soms ingewikkelde naamgeving van deze cluster van beken vereenvoudigd. De noordelijkste van de drie beken, gelegen binnen de gemeentegrenzen van Heerde in de buurtschap de Horsthoek en daar in het verleden vaak als Horsthoeker Molenbeek, Griftbeek of Kamperbeek aangeduid, werd toen Noordelijke Horsthoekerbeek genoemd. De middelste van de drie, eveneens in de Heerder buurtschap de Horsthoek gelegen en daar bekend als zuidelijke Horsthoekerbeek of Heidebeek, werd voortaan Middelste Horsthoekerbeek genoemd. De zuidelijkste van de drie beken, gelegen in de gemeente Epe in de buurtschappen Norel en Vemde en daar simpelweg als Molenbeek aangeduid, werd voortaan Zuidelijke Horsthoekerbeek genoemd. Alle Horsthoekerbeken komen uit in de Grift.
Veel beken werden overigens in de tijd rond 1830 Molenbeek genoemd. In kringen van beekeigenaren was de Zuidelijke Horsthoekerbeek in de vorige eeuw bekend onder de naam Beek aan de Noordzijde

Eén van de Horsthoeker Beken

Eén van de Horsthoeker Beken

Het bekenstelsel heeft geen natuurlijke oorsprong. Het complete bekensysteem is in zeer korte tijd aangelegd in  voormalig heidegebied ten dienste van de bloeiende papiermakerij. De noordelijke  en de middelste beek moeten kort voor 1667 zijn gegraven, de zuidelijke in 1668. Op elk van de beken hebben twee molens gestaan.

De Noordelijke Horsthoekerbeek heeft twee bovenlopen. De sprengkoppen van de beide bovenlopen liggen in twee clusters op enige afstand van elkaar in het bosgebied ten zuiden van de Elburgerweg in Heerde. Het meest zuidelijke cluster ligt aan de voet van de Renderklippen. Een deel van de sprengkoppen is daar vanaf de paden en twee bruggetjes mooi te bekijken; andere liggen wat verder van het pad af. De beek stroomt vanaf de Renderklippen langs een weg die Horsthoekerbeek heet en langs de Mussenkamp. Vlak voordat de beide bovenlopen bij elkaar komen, bevindt zich aan de zuidelijke tak een voormalig fabrieksgebouw, Centrum ’s Heerenhof. Dit is de oude molenplaats van de Bovenste Molen aan de Noordelijke Horsthoekerbeek, van Luijer Daendels. De bovenbeek voor deze molenplaats is een mooi voorbeeld van een opgeleide beek; de beek ligt hoger dan de weg erlangs. In 1667 gaf de Rekenkamer aan Luijer Daendels toestemming om twee papiermolens te bouwen op ‘de wateren ende het beecxken uijt ‘t Eper en Vembder Velt ende Merckluijder Vheenen, ten delen door sijn veen, den Berckhorst genaemt lopende … tot eindelijck in de Grift’. De Bovenste Molen aan de Noordelijke Horsthoekerbeek was volgens de bij de Bekenstichting bekend zijnde informatie toen al gebouwd (1662). Mogelijk zonder de benodigde vergunning, die pas in 1667 werd verleend.

De opgeleide Noordelijke Horsthoeker Beek voor de voormalige Bovenste Molen

De opgeleide Noordelijke Horsthoeker Beek voor de voormalige Bovenste Molen

Vis kan deze molenplaats niet passeren. Daarom heeft het Waterschap Veluwe langs de dijk van de oude spoorlijn een vispassage aangelegd; via een omweg kan vis nu meer bovenstrooms komen. Langs de Zwarte weg loopt de beek naar de Eperweg en langs het bustransferium onder de A50 door naar de Badhuisweg. Na de kruising met de A50 ligt aan de beek schilderachtig de tweede en onderste molen. Molen De Hoop is buiten gebruik, maar het interieur is nog nagenoeg compleet. De molen heeft een fraaie wijerd. Meer stroomafwaarts komt de beek samen met de Middelste Horsthoekerbeek.
De sprengkoppen van de Middelste en de Zuidelijke Horsthoekerbeken liggen elk als groep zuidelijker en ten westen van het oude spoortracé, nu fietspad. Langs de sprengkoppen van de Middelste Horsthoekerbeek loopt nu een Klompenpad. Aan beide beken liggen wasserijen op plaatsen waar vroeger molens waren. Wasserij Bagerman aan de Middelste Horsthoekerbeek staat ten westen van de Eperweg ongeveer ter hoogte van restaurant De Keet. Deze wasserij staat op de oude molenplaats van de Dullinks Papiermolen.

Iets verder op de weg van Heerde naar Epe stond rechts, op de plek van villaparkje Adelaarshof, wasserij De Adelaar, later Euro Lin. Vroeger was dat de Papiermolen in Norel, ook wel de Bovenste Molen genoemd, aan de Zuidelijke Horsthoekerbeek. Aan dezelfde beek, direct voorbij de kruising met de A50, staat de wasserij Eper Stoom- en Wasserij, vroeger de Papiermolen in Vemde. Beide molenplaatsen hebben een waterinlaat en een vistrap, maar die zijn, omdat ze op privéterrein liggen, moeilijk zichtbaar.

In 1668 kreeg Henderick van Isendoorn van de Rekenkamer het water in erfpacht van een beekje, te graven in het Noorler of Vembder Veen, beginnende aan het Hoge Veld en vandaar naar de ‘gemeine Grift’, om daar een papiermolen op te leggen. Niet lang daarna werden op deze gegraven beek twee molens gesticht: de onderste molen, de Papiermolen in Vemde, en de bovenste, de Papiermolen in Norel. In het gebied van de sprengen ligt één flinke spreng die geheel geïsoleerd ligt; m.a.w. er staat wel water in maar er is  geen verbinding met de beek of overige sprengen. Het zou mooi zijn als er weer eens een aansluiting zou kunnen worden gemaakt.

De Topografische Kaart van 1911 toont bij de onderste molen een vijver. In 1927 werd dit het zwembad ‘De Wijerd’. Dit zwembad aan de Badweg is de sterk vergrote wijerd van de voormalige Papiermolen in Vemde en werd in een verder verleden dus gevoed door de zuidelijke beek. Later werd gebruik gemaakt van opgepompt water. Het zwembad is nu buiten gebruik en de toekomst is onzeker.

Floratop
Door het kleinschalige karakter en de diversiteit in bodemtypen is de natuurwaarde van de Horsthoekerbeken hoog. In de bovenlopen komen planten voor als bronkruid, klimopwaterranonkel en drijvend fonteinkruid. Langs de benedenlopen komen in de houtsingels eikvaren, haagbeuk en ijle zegge voor. In en langs de beken worden beekprik, bermpjes, das en ijsvogel aangetroffen. Door de aanleg van cascaden is het hele stroomgebied voor vissen uit de Grift bereikbaar geworden. Het tamelijk omvangrijke sprengencomplex van de Noordelijke Horsthoekerbeek ligt in de overgangszone tussen het bos en het agrarisch gebied en in de nabijheid van het heidegebied van de Renderklippen. Het bos omsluit agrarische enclaves. Amerikaanse eiken zijn een beperkende factor voor de vegetatie op de wallen en in de sprengen, die voor zover bekend nooit een bijzondere flora en fauna hebben gehad. Wandelpaden en bruggetjes maken dit complex goed toegankelijk. De Middelste Horsthoekerbeek wordt gevoed door twee sprengtakken. De noordelijke tak heeft beboste wallen die in recreatieterreinen liggen en slecht waar te nemen zijn. De zuidelijke tak ligt in agrarisch gebied; de sprengkoppen grenzen aan de rand van de Veluwse bossen. Deze tak wordt wel ‘Heidebeek’ genoemd. In 1993 heeft het Waterschap Veluwe deze tak van het grootste deel van zijn houtopslag ontdaan, met de bedoeling er weer een spreng in het open veld van te maken. Aanvankelijk leek deze opzet te lukken. Omdat de houtopslag (o.a. Amerikaanse eiken) alleen werd afgezet en niet ‘met wortel en tak’ verwijderd, groeiden de wallen van het sprengengedeelte weer dicht. Het Waterschap overweegt het heidebeek karakter te herstellen. De sterke beïnvloeding door het omliggende intensief agrarisch gebruikte gebied ,maakt succes onzeker. Wel heeft zich in enkele jaren na het openleggen in de sprengkoppen de bronkruid vegetatie hersteld.
NB: Het opleidingscentrum Jeugd met een Opdracht heeft enkele jaren geleden een compleet plan in gediend om het hele complex te vernieuwen. (Zie Voortoets.) tot nu toe is de financiering hiervoor nog niet rond. De boombegroeiing van de beekwallen langs de sprengen van de Zuidelijke Horsthoekerbeek is ingrijpend gedund. Een ‘heidebeek’ is het daarmee niet geworden. Wel floreren de kwelstroken, waarin zich – zij het moeizaam – het bronkruid handhaaft, Op een enkele plek groeit op de beekwallen de valse salie, op de Oost-Veluwe een nogal zeldzame verschijning.

Hoekelumse Spreng

Hoekelumse spreng sprengenbeek Open in Atlas
De kop van de Hoekelumse Spreng

Hoekelumse sprengtop
De westkant van de stuwwal Wageningen-Lunteren bevat slechts één sprengenbeek. De Hoekelumse Spreng is het kleinste sprengenstelsel van de Veluwe: het bestaat slechts uit een zeer korte beek, de Korte Beek, met één sprengkop. De spreng is aangelegd voor de watertoevoer naar de gracht van het Kasteel Hoekelum.

Het Kasteel Hoekelum bij zonsondergang

Het Kasteel Hoekelum bij zonsondergang

De ouderdom is onbekend; de spreng komt niet voor op een kaart uit 1678. Er heeft nooit een molen op gestaan. In ieder geval staat de spreng op de kaart van De Man, waarvan het betreffende deel is gekarteerd in 1802. De spreng viel omstreeks 1920 droog, toen de ENKA-fabriek op grote schaal water begon op te pompen.

De kop van de Hoekelumse Sprengtop

De kop van de Hoekelumse Spreng

De kop van de Hoekelumse Spreng

De spreng is te vinden in het Hoekelumse bos ten noorden van de A12 en ten oosten van de oude weg tussen Bennekom en Ede. Vanaf deze Edeseweg is Kasteel Hoekelum goed zichtbaar. Voorbij dit kasteel stroomafwaarts is de beekloop nog een stuk te volgen aan de westkant van de Edeseweg; meestal staat dit deel droog.

De gerestaureerde Hoekelumse Spreng

De gerestaureerde Hoekelumse Spreng

De spreng is in 1994 gerestaureerd. Daarbij bleek het grondwater nog altijd te diep te zitten. De spreng wordt nu gevuld met water dat van een diepte van zeventien meter wordt opgepompt, 3 à 4 m3 per uur. Misschien dat dit verandert omdat de ENKA-fabriek gesloten is en geen water meer onttrekt.

 Een brug over de spreng op het landgoed Hoekelum

Een brug over de spreng op het landgoed Hoekelum

Hierdense beken

 

Hierdense Beek kwelbeek en laaglandbeek Open in Atlas
Staverdense Beek Open in Atlas
Leuvenumse Beek Open in Atlas
Zilverbeekje sprengenbeek Open in Atlas
 

 

Hierdense Beektop
Op de Veluwe neemt de Hierdense Beek, waarvan de bovenloop afhankelijk van de plaats, Staverdense of Leuvenumse Beek heet, een aparte plaats in.
Deze beek ontspringt in de grote agrarische enclave Garderen, Uddel, Elspeet, Speuld. Deze enclave is te beschouwen als een dal, geflankeerd door stuwwallen. De grootste is de stuwwal van de Oostelijke Veluwe. Aan de westzijde ligt de stuwwal van Garderen en aan de noordzijde de kleinere stuwwal van Stakenberg.

De beek bij Staverden

De beek bij Staverden

De beek is een kwelbeek en dichter bij het Randmeer een laaglandbeek, deels vergraven ten behoeve van watermolens.
De totale lengte van de hoofdloop (bovenloop en benedenloop) van de Hierdense Beek bedraagt omstreeks 17 km, waarvan 12 km bovenstrooms van de rijksweg A28.
Het verval is ongeveer 27 meter. Bovenstrooms van Leuvenum monden maar liefst 19 zijbeken uit in de hoofdbeek.
De Staverdense Beek stroomt in een gebied met een kleilaag op een voormalige meerbodem. Stroomopwaarts van Leuvenum heeft de beek dan ook een drainerende functie.
Bij Leuvenum komt de Leuvenumse Beek op de rand van de kleilaag.
Een deel van het water van de beek zakt hier weg naar het grote watervoerende pakket van de Veluwe, het diepe grondwater.
Het water dat overblijft stroomt verder in de richting van de randmeerkust.
In dit benedenstroomse deel, bij Hierden, wordt deze de Hierdense Beek genoemd en wordt de beek mede gevoed met opkwellend diep grondwater.

De monding van de Hierdense Beek ter plaatse van het randmeer

De monding van de Hierdense Beek ter plaatse van het randmeer

De beek mondt iets ten noorden van Hierden uit in het Veluwemeer en vormde in dat ondiepe water een delta.
Het Zilverbeekje bij Hulshorst is een van oorsprong zelfstandig sprengenbeekje.

 

Het Beekdaltop
Het beekdal is nogal drassig. Voor zover het ligt in het landgoed Staverden wordt het beheerd door
Het Geldersch Landschap & Kasteelen. Het gebied van de Leuvenumse beek westelijk van de Jonkheer Doctor C.J. Sandbergweg, wordt beheerd door Natuurmonumenten.
Een aangepast hooibeheer zorgt ervoor dat zich in de natte beekdalgraslanden een rijke (en ook kleurrijke) flora heeft kunnen handhaven of herstellen.
Kleur in deze graslanden brengen in het voorjaar pinksterbloemen, dotters en echte koekoeksbloemen. In broekbosjes komt het verspreidbladige goudveil voor,
een op de Veluwe veel zeldzamer zusje van het uit verscheidene sprengen bekende paarbladig goudveil.
Voorbij ‘Het Roode Koper’ was tot voor kort geen sprake meer van een slingerend beekdalletje. Hoge stuifzandheuvels begrenzen vooral de westkant de beek.
Hoe komt het dat de beek ooit zijn weg heeft kunnen vinden door het stuivende zand? De verklaring is eenvoudig: de beek is ontstaan na de laatste ijstijd,
en was er misschien al eerder. De zandverstuivingen dateren uit de middeleeuwen, vooral als gevolg van te intensief gebruik van de heidegronden.

De belanghebbenden bij de beek, vooral de molenaars dus, zullen zich heel wat inspanning hebben moeten getroosten om de beek te vrijwaren voor het stuivende zand.
De intensieve veehouderij breidde zich rond Uddel en Elspeet sterk uit.
De ondoorlatende bodem van het dal tussen de stuwwallen maakte dat dit kwalijke gevolgen had voor de flora en fauna van de beek en de aangrenzende natte graslanden.
Toenemende verrijking en vervuiling van het aan de oppervlakte afstromende regen- en grondwater bedreigden de aan betrekkelijk voedselarme biotopen gebonden levensgemeenschappen.
Intussen is er veel gedaan aan riolering en waterzuivering van de agrarische bedrijven. De kwaliteit van het beekwater is duidelijk verbeterd.
Dat komt ook de visfauna van de beek ten goede, o.a. het bermpje is er vrij talrijk. Een stuw stroomafwaarts maakt echter migratie vanuit het Veluwemeer (nog) niet mogelijk.

De laatste jaren is er veel ten goede veranderd. De Rode Spreng is gedempt in overleg met onze Stichting. Dit ten behoeve van vernatting van het naastgelegen bosgebied.
Zo legde men de beek bij Leuvenum weer deels in zijn oude loop en werden veel natte graslanden weer in ere hersteld.
In de beek werd zandsuppletie toegepast, waardoor de bodem wat werd verhoogd en toch ook weer een diversiteit aan stroomgeulen ontstond ten gunste van de fauna in de beek.
In het Leuvenumse Bos zijn mooie wandelingen te maken waarbij regelmatig de beek te zien is.
Soms gaat de wandeling parallel aan de beek, soms kruist de wandeling de beek over houten bruggetjes.
Bij droog weer bevat de beek weinig water. Maar na zware regenval kunnen tientallen hectares bos tussen Leuvenum en Hulshorst blank staan.

Hierdense Beek vanaf de brug bij de monding

Hierdense Beek vanaf de brug bij de monding

 

Watermolenstop
Al omstreeks 1300 is een Korenmolen op Staverden gesticht waarvoor de beek is vergraven. Er was toen een Hof te Staverden. Later werden papiermolens stroomafwaarts gerealiseerd. In 1368 werd de Leuvenumse Beek verpacht en vergraven om er molens bij te zetten. In 1525 kreeg de eigenaar toestemming om het Uddelermeer “af te tappen” voor extra water. In 1730 kwamen er in de omgeving van de Essenburgh ook papiermolens. In 1736 waren er in de omgeving van Staverden drie molens en verder stroomafwaarts nog eens zes.
De eerste papiermolen werd gebouwd in de jaren 1660. Het betrof de Wasmolen op de Koudebeek.
Deze zijtak wordt door meerdere beekjes gevoed en mondt nabij huis Leuvenum in de Leuvenumse Beek uit. In 1692 volgde de eerste van de beide Zandmolens. De Molen bij het Gellegat is vóór 1702 omgebouwd tot papiermolen.
Een sterke groei vond plaats in de jaren dertig van de 18e eeuw. Toen werden de tweede Zandmolen (1732), de beide Ottermolens bij de Essenburgh, de dubbele Molen bij het Heiligenhuis en de Hessenmolen gebouwd. Nadien begon het aantal molens al snel terug te lopen. Als eerste verdween omstreeks 1743 de molen bij het Gellegat, terwijl de laatste molens in de jaren zestig van de 19e eeuw werden stilgelegd.

De spreng aan de voet van de Stakenberg zal dateren uit de periode waarin de papiermolens werden gebouwd: ca. 1660-ca. 1740.

Kasteel Staverden

Kasteel Staverden

 

Landgoederentop
Aan de Staverdense, Leuvenumse en Hierdense Beek liggen drie landgoederen:
– Staverden. Op de plaats van een groot huis is in 1905 het kasteel gebouwd door ir. F.B. ’s Jacob,
burgemeester van Rotterdam. In 1969 is het landgoed overgegaan naar het Gelders Landschap.
– Huis is te Leuvenum, rond 1925 gebouwd door jhr. dr. C.J. Sandberg.
– Kasteel Essenburgh bij Hierden, in de 19e eeuw in het bezit gekomen van de familie Sandberg.
Tegenwoordig in bezit van de orde der Norbertijnen die het deels verhuren voor het houden van congressen.

Huis te Leuvenum bij zonsondergang

Huis te Leuvenum bij zonsondergang

 

Staverdense Beektop
De Staverdense Beek ontspringt bovenstrooms van het Uddelermeer en wordt daar gevoed door kwelbeekjes met ondiep grondwater van vooral de oostelijke stuwwal. Het Uddelermeer is een op zichzelf staand meer, gevoed door grond- en regenwater. De Staverdense Beek heeft geen verbinding met dit meer op een gegraven verbindingsslootje na, waarin alleen na hevige regenval water stroomt.

Uddelermeer

Uddelermeer

De beek stroomt langs kasteel Staverden. Iets westelijk van kasteel Staverden bevindt zich het restant van de Korenmolen op Staverden. De molen stond aan een gegraven beek, de Molenbeek, die bovenstrooms van de Staverdense Beek aftakt en na de molen ook weer in deze beek uitkomt. De opgeleide Molenbeek ligt (stroomafwaarts gezien) op de hogere dalrand rechts van de beek. De molen ligt links van de beek. Net boven het kasteel wordt de Molenbeek dwars door het dal, over de lager gelegen Staverdense Beek heen, naar de molen gevoerd: een van de weinige voorbeelden van een dalkruising. De waterpartijen van kasteel Staverden worden eveneens gevoed door deze opgeleide beek.
Tot 1924 werd er met deze korenmolen graan gemalen De beek dreef daarvoor een bovenslagrad aan. De molen was de oudste in dit stroomgebied. Mogelijk dateert deze al van 1307. In 1989 werd door Geldersch Landschap & Kasteelen de waterloop en de watergoot van de verdwenen korenmolen vernieuwd en in 2015 is een nieuw bovenslagrad aangebracht. Het waterrad was aan slijtage onderhevig en stond al lange tijd op de lijst voor restauratie.

Onderdeel Staverdense geschiedenis weer hersteld - Op 19 februari 2015 is op landgoed Staverden het gerestaureerde waterrad terug geplaatst.

Onderdeel Staverdense geschiedenis weer hersteld – Op 19 februari 2015 is op landgoed Staverden het gerestaureerde waterrad terug geplaatst.

Het oorspronkelijke natuurlijke karakter van de Staverdense Beek is over een grote lengte, van een paar kilometer stroomopwaarts van Staverden tot Het Roode Koper, te herkennen aan het kronkelende dalletje met steile kantjes. Die kronkels zijn ontstaan in de tijd voordat de beekloop gereguleerd werd, vanaf bijna een millenium geleden, toen de beek nog vrij kon meanderen.

Succesvol natuurherstel Leuvenumse beek.

Succesvol natuurherstel Leuvenumse beek.

 

Leuvenumse Beektop
In de periode 2014-2015 deponeerden Waterschap Vallei en Veluwe en Natuurmonumenten op verschillende plaatsen dood hout in de Leuvenumse beek. Het streven is om meer verschillende stromingspatronen in de beek te realiseren en daardoor meer verschillende beekflora en-fauna. Door deze opeenhopingen en door verhoging van de beekbodem door het aanbrengen van zandsuppletie, ontstaat bij grote regenval ook een overstroming van het naastgelegen bosgebied. Hierdoor wordt verdroging tegengegaan, maar ook krijgen andere planten in het bosgebied een kans. Ook zijn delen van de beekloop gedempt en juist oude beeklopen open gegraven en is meer meandering aangebracht in de beek. Bij de Oude Zwolseweg is ook de Rode Spreng gedempt ten gunste van vernatting van het naastgelegen bosgebied.

Medewerkers en vrijwilligers van Natuurmonumenten hebben in samenwerking met het Waterschap het hout in de beek gebracht. Het hout is direct afkomstig uit het bos langs de beek. Het gaat vooral om hout dat vrijkwam bij dunningen van bosopstanden. De takken zijn ingebracht in de vorm van open vlechtwerken, waar het water zoveel mogelijk doorheen kan blijven stromen. Het is niet de bedoeling dat er dammen ontstaan. De inbreng van dood hout is een eenvoudige en goedkope maatregel om de natuurlijke kwaliteiten van het beeksysteem te verbeteren. Onderzoekers van de universiteit van Amsterdam begeleiden het experiment en doen onderzoek naar de effecten op flora en fauna. Gedurende anderhalf jaar duurt zullen metingen worden uitgevoerd aan de stroomsnelheid, waterstanden, waterafvoer, veranderingen in beekbodem en oevers. Ook de waterkwaliteit en de aanwezigheid van kleine waterdieren worden regelmatig onderzocht.

Leuvenumse beek - dood hout brengt beek tot leven

Leuvenumse beek – dood hout brengt beek tot leven

Het experiment vindt plaats in het kader van het innovatieprogramma ‘Beekdalbreed hermeanderen’ voor de Europese Kaderrichtlijn Water. Daarin werken water- en natuurbeheerders en onderzoekers intensief samen aan vernieuwende beekherstelmaatregelen waarvan tegelijk de effectiviteit wordt onderzocht. Bij het programma zijn zeven waterschappen in Gelderland, Noord-Brabant, Limburg en Overijssel betrokken.
Belangrijke projectpartners zijn Natuurmonumenten, Landschap Overijssel, Wageningen Universiteit, onderzoeksinstituut Alterra en de Universiteit Utrecht. Het programma is geïnitieerd door de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) en wordt voor 70 procent gesubsidieerd door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het vernieuwende aspect is dat ook de oevers en de directe omgeving van de beek bij het beekherstel worden betrokken. De kans op succesvol natuurherstel is hierdoor groter. In de jaren negentig zijn al herstelmaatregelen uitgevoerd in de Hierdense Beek, waarbij oude afgesloten beekarmen werden aangetakt. Dat had positieve gevolgen voor de natuurkwaliteit.

Historische opname van de waterval van de voormalige Zandmolen

Historische opname van de waterval van de voormalige Zandmolen

Verder stroomafwaarts even voorbij hotel Het Roode Koper, heeft één van de Zandmolens gestaan. De plaats wordt aangegeven door een informatiebord. Het witte huisje met op de gevelbalk de naam ‘DE ZANDMOLEN’ is de enig overgebleven getuige van de oude watermolen. De Zandmolen had vaak last van droogte. De molen werd in 1864 gesloopt. Ook de waterval is verdwenen en vervangen door een vistrap. De molenbeek is gegraven en recht. De beek zelf, die inmiddels Leuvenumse Beek heet, stroomt meer oostelijk.

Cascade van de voormalige Zandmolen

Cascade van de voormalige Zandmolen

De Papiermolen bij het Heiligenhuis is in 1735 nog weer verder stroomafwaarts aan de Leuvenumse Beek gebouwd. Het was een dubbele molen op dezelfde oever elk met een eigen rad en daarom ook bovenste en benedenste molen genoemd. De naam is een verbastering van de naam van de oorspronkelijke eigenaar Helgenhuys. In 1823 brandde de molen af. In 1974 werden bij opgravingen nog resten gevonden.

 

De naam ‘Het Roode Koper’
Het verhaal gaat dat één van de molenaars van de papiermolens alle oude lompen die tot papier verwerkt moesten worden naliep op koperen knopen.
Hij spaarde net zo lang tot hij er een grote kist mee kon vullen. De molenaar zag kans de knopen voor een flink bedrag te verhandelen.
Van dat geld liet hij een huisje bouwen met de naam ‘Het Roode Koper’. Decennia later stichtte mr. J.P. van Limburg Stirum op deze plaats een uitgestrekt landgoed.
De naam van het huisje hield hij in ere.
Na 1947 kreeg ‘Het Roode Koper’ zijn huidige hotelbestemming.

Stuifzandheuvels langs de Leuvenumse Beek

Stuifzandheuvels langs de Leuvenumse Beek

 

Zilverbeekjetop
Waar de beek, die dan Hierdense Beek genoemd wordt, achtereenvolgens de A28 en de spoorlijn Amersfoort-Zwolle kruist, is tussen de A28 en de spoorlijn de aansluiting van het Zilverbeekje op de beek goed te zien Het Zilverbeekje bij Hulshorst was ooit een zelfstandige, kleine sprengenbeek die, misschien omstreeks 1813, is gegraven om de vijvers van het huis Hulshorst van water te voorzien. Na de vijvers komt het beekje weer uit in de Hierdense Beek.

Toen rijksweg A28 werd aangelegd kwam deze precies op de spreng en sprengkop te liggen. Rijkswaterstaat heeft aan de oostzijde tegen de rijksweg aan een nieuwe sprengkop gegraven. Het water wordt nu onder de snelweg door naar het landgoed Hulshorst gevoerd. De spreng ligt niet aan de voet van een stuwwal en is weinig productief. Daarom is een verbinding gemaakt tussen de Hierdense Beek en de Zilverbeek. Deze verbinding ligt tussen de rijksweg en de spoorlijn. Een deel van het water van de Hierdense Beek wordt op deze wijze gebruikt om de vijvers van Hulshorst te voeden Verantwoordelijk voor de werkzaamheden aan de beek is de boswachter van het gemeentelijk beheer van bos en plantsoenen van de gemeente Nunspeet. „De aanwezigheid van water geeft het landgoed een meerwaarde. De vijver krijgt zijn oorspronkelijke functie terug, waardoor flora en fauna weer kunnen gedijen”.

Het landgoed Hulshorst is eigendom van de gemeente Nunspeet. Het enige gebouw dat nu nog op het landgoed staat, is het oude koetshuis Met name de buurtvereniging Hulshorst heeft regelmatig bij de gemeente aangedrongen op herstel van het Zilverbeekje. Met de renovatie van het beekje is tevens het totale herstel van het landgoed afgerond. Onder meer werd het zogenoemde Van Meurswegje opnieuw van klinkers voorzien. De weg werd tevens afgesloten voor het verkeer, hetgeen ook geldt voor enkele andere wegen op het landgoed.
Het eerste huis op het landgoed Hulshorst werd, voor zover bekend, gebouwd tussen 1586 en 1595. Ruim een eeuw later is een kasteelachtig gebouw getekend. Dit gebouw werd in 1813 gekocht door de Harderwijker notaris en burgemeester, mr. Hendrik Fran van Meurs. Zijn zoon Daniël volgde hem op als burgemeester in 1821. Het verhaal wil dat tijdens een wandeling over het landgoed zijn wandelstok wegzakte. Zo ontdekte hij een waterbron, die werd uitgegraven en aldus ontstond -volgens de overlevering- het Zilverbeekje. Het water van de ontdekte bron vulde de gegraven vijver voor het huis en liep vervolgens langs het koetshuis naar het badhuis.

Gezicht op Huize Hulshorst

Gezicht op Huize Hulshorst

De Hessenmolen te Hulshorst was een papiermolen gesticht in 1738. Na geleidelijke teruggang van de papierproductie werd de molen in 1869 voor afbraak verkocht. De waterval in de buurt van het voormalige station Hulshorst geeft de voormalige molenplaats aan.
Meer stroomopwaarts stond van omstreeks 1702 tot 1743 de Papiermolen bij het Gellegat. De plaats aan de Hierdense Beek is daar waar deze de Poolse weg kruist.

De Essenburghtop
Verder stroomafwaarts van de Hierdense Beek ligt het landgoed De Essenburgh. De gevelsteen van het kasteel maakt melding van het jaar 1652. Diverse publicaties maken echter melding van een middeleeuwse voorganger, hoewel er na archeologisch onderzoek geen enkel spoor van een vroegere bebouwing werd gevonden. De bouwer is wel bekend, Johan Coolwagen. Deze liet het bouwen als statussymbool om zich een plaats binnen de Ridderschap van Veluwe te verwerven. Dit mislukte en Johan Coolwagen moest uiteindelijk het huis aan zijn schuldeisers verkopen.

Kasteel De Essenburgh

Kasteel De Essenburgh


In 1929 is het kasteel verbouwd, waardoor de raampartijen aan de voorzijde en de entree niet meer oorspronkelijk zijn. Na een groot aantal eigendomswisselingen kochten uiteindelijk in 1950 de Norbertijnen van de Abdij van Berne uit Heeswijk-Dinther (Noord-Brabant) het kasteel en de naastgelegen gebouwen. Het kloostergebouw werd in gebruik genomen als priorij. Vanaf 1969 begonnen de Norbertijnen met een vormingscentrum in het kasteel. In 1992 is een tweede klooster op het terrein gevestigd genaamd Communiteit Mariengaard,, een gemeenschap voor vrouwelijke Norbertijnen.

De Hierdense Beek stroomt langs kasteel Essenburgh naar het Veluwemeer. Het grachtenwater staat in verbinding met de Hierdense beek
Even ten noordoosten van het kasteel ligt de boerderij ‘De Ottermolen’ die herinnert aan de Ottermolens. Een dubbele papiermolen op beide oevers, wordt genoemd in 1730. In 1803 is de papiermakerij waarschijnlijk beëindigd

Hierdense Poorttop
Er wordt gewerkt aan plannen om tussen Hierden en Hulshorst, de benedenloop van de Hierdense Beek en bij de beken noordelijk hiervan o.a. de Tochtsloot en de Varelse Beek, de functie natuur en ecologische verbinding te versterken. Dit is de zogenoemde ‘Hierdense Poort’. Het doel is de Veluwe met het Veluwemeer te verbinden door een grotendeels agrarisch gebied met redelijk open structuur waarin boskernen, houtwallen, nieuwe natuurterreinen en agrarisch natuurbeheer een plaats moeten krijgen of behouden. Daarnaast zal er ook plaats zijn voor agrarische exploitatie en recreatief (mede)gebruik. Een inmiddels gerealiseerd (in 2012) ecoduct over de A28 moet het mogelijk maken dat edelherten en andere zoogdieren (maar geen wilde zwijnen) de autosnelweg kunnen oversteken. Enkele duikers moeten het mogelijk maken dat amfibieën en kleine zoogdieren kunnen migreren tussen de Veluwe en het randmeergebied.