Heelsumse beken

Papiermolenbeek sprengenbeek Open in Atlas
Wolfhezerbeek sprengenbeek Open in Atlas
Heelsumsebeek sprengenbeek Open in Atlas

 

Papiermolenbeek, Wolfhezerbeek en Heelsumsebeektop
In het Heelsums beekdal stromen drie sprengenbeken: de Papiermolenbeek, de middelste en langste in het beekdal, de Wolfhezerbeek, de meest noordelijke beek, en de Heelsumsebeek, de zuidelijke beek. Op delen van het beekdal zijn nog maar twee beektakken aanwezig. De Papiermolenbeek stroomt nu uit in de Wolfhezerbeek. Er loopt nog een droge beekloop van deze Papiermolenbeek naar de Papiermolen De Kamp bij Kabeljauw toe, maar een deel van dit droge beekdeel is ter plaatse van de akker, Noord Oostelijk van Kabeljauw, vergraven en niet meer zichtbaar. De beken komen samen en stromen dan als Heelsumsebeek naar de Neder-Rijn.

De benedenloop van de Heelsumsebeek, met een aangelegde natte zone

De benedenloop van de Heelsumsebeek, met een aangelegde natte zone

Ooit hebben sprengen bij Terlet de beken in het Heelsums beekdal gevoed. De spoorlijn Arnhem-Utrecht loopt over een dijk door het beekdal en hierin liggen enkele grote duikers als waterdoorlaten. Bij de aanleg van de spoordijk in 1840 werd nog rekening gehouden met periodiek grote watertoevoer. (Dit gebeurde bij dooi na veel sneeuwval als de ondergrond bevroren was.) Er is veel vergraven vooral in het middengedeelte. Hierdoor is het niet goed mogelijk aan te geven wat waar aan de beek gestaan heeft. In het Heelsums beekdal waren acht watermolens aanwezig. Deze zijn allemaal verdwenen op enkele gebouwen na.

Aan de oorspronkelijke natuurlijke Heelsumsebeek stond in het midden van de 16e eeuw een korenmolen. De Eerste Heelsumse Papiermolen werd al voor 1602 gebouwd, maar was in 1639 weer verdwenen. De molen stond iets ten zuidwesten van de kerk van Heelsum. In de omgeving werd dertig jaar later de (Tweede) Heelsumse Papiermolen gebouwd. Voor deze molen werd een nieuwe beekbedding gegraven. Deze opgeleide beek lag in een rechte lijn langs de landweg ‘Aan de Beek’. Van 1669 tot 1836 functioneerde de molen als een papierwatermolen, toen werd er een windmolen bij gebouwd. Hierdoor konden wind- en waterkracht afzonderlijk èn tegelijk werken. De Molen De Veentjes aan de Heelsumsebeek moet in het begin van de 17e eeuw zijn gesticht. Omstreeks 1693 werden nog twee papiermolens gebouwd, een windmolen (de latere Pannekoekmolen) en een watermolen de Papiermolen De Kamp aan de Wolfhezerbeek. Aan de bovenloop van de Wolfhezerbeek heeft een papiermolen gestaan, de Molen te Wolfheze. Deze molen was omstreeks 1718 al verdwenen. Mogelijk was dit de opvolger van de vroegere korenmolen bij het Wildforstersgoed. (Een ‘wildforster’ was als leenheer belast met het toezicht op een goed: gebied met daarop een kasteelachtig gebouw. In dit geval het toenmalige Wiltforster goed Wolfhesen.) De middelste beek, de Nieuwe of Papiermolenbeek, is aangelegd in 1728. Nog in hetzelfde en volgende jaar werden er vier papiermolens aan gebouwd: de beide Kabeljauwmolens (de naam komt van een lompenhandelaar uit Dordrecht die de bouw van beide molens financierde om zo z’n lompen te kunnen verwerken) en de beide Papiermolens op De Drieskamp. De Papiermolenbeek begint ten oosten van hotel Wolfheze, dicht bij de spoorlijn. Hier liggen diep ingegraven sprengen. De diepte was nodig om bij het grondwater te komen.

Vlak achter hotel Wolfheze stond de 1000-jarige den, die in werkelijkheid ongeveer 360 jaar oud was. Het is de oudste grove den van Nederland. Op deze glooiende hellingen werd in 1863 het eerste Evangelische Nationale Zendingsfeest gehouden. Uit het hele land stroomden mensen hier samen. Het moet een indrukwekkend gezicht zijn geweest, al die mensen op de hellingen en de predikers beneden bij de beek.

Dichtbij hotel Wolfheze voert de beek altijd water. Dat komt omdat het hotel hier grondwater oppompt om de kelders droog te houden. Dit water wordt benut om de vijver van water te voorzien. Dit gebied is één van de vroege aankopen van Natuurmonumenten.

De Wodanseiken in het Heelsums beekdal

De Wodanseiken in het Heelsums beekdal

De Wodanseiken hier zijn tussen 400 en 600 jaar oud. Ze hebben erg veel last van de dalende grondwaterstand. Eén dikke eik is al in de 20’er jaren van de 20e eeuw op anderhalve meter afgezaagd; het is nu echt een kunstwerk, prachtig begroeid en een plek waar veel mensen zich laten fotograferen.

Kunstwerk in een afgezaagde Wodanseik

Kunstwerk in een afgezaagde Wodanseik

Waar nu een bruggetje ligt, kruist een oude hessenweg de beeklopen. De karrensporen van deze weg zijn nog te zien; ze lopen handig via een erosiegeul naar boven. Dit was onder andere de hessenweg van onderaan het Seelbeekdal, bij de doorwaadbare plaats door de Rijn, richting Planken Wambuis en Ginkel, waar de weg aansloot op de hessenweg van Arnhem richting Amersfoort.

Iets ten zuiden van het hiervoor genoemde bruggetje stond waarschijnlijk een korenmolen (het is niet duidelijk welke) aan de Heelsumsebeek. Langs deze weg liggen veel grafheuvels, waaronder aan de noordkant een grote met een berk erop. Dit is de Koningsheuvel, zo genoemd vanwege de rijke grafgiften die erin zijn gevonden. Bij de boerderij ‘de Kabeljauw’ lagen eens de twee Papiermolens op de Kabeljauw tegenover elkaar. De boerderij ‘de Kabeljauw’ is gebouwd op de fundering van de noordelijke papiermolen. Naast de boerderij Kabeljauw 13 stond watermolen De Kamp. Aan de noordkant van de A50 stond de Heelsumse korenmolen. Op deze plek stond het gebouw van de graanmaalderij Roozenboom. De beekloop is hier door de aanleg van de A50 totaal gewijzigd.

Papierfabriek Schut BV met rechts de beek

Papierfabriek Schut BV met rechts de beek

Waar nu de papierfabriek Schut & Zn. ligt, stond vroeger de molen De Veentjes ook wel Schutsmolen genoemd. De familie Schut bezat meer papiermolens in dit dal, maar ook in Oosterbeek. De beeklopen zijn bij de aanleg van de A50 ingrijpend gewijzigd. Eén van de twee papiermolens op ‘De Drieskamp’ werd de ‘Heelsumsche Stoom- Wasch- en Strijkinrichting De Drieskamp’ De gebouwen staan er nog. Dit was één van de allereerste watermolens die werd omgebouwd tot wasserij.

Onderaan de Noordberg kruist het wandelpad vanuit Renkum de Heelsumse beek. Hieronder was een ‘vishek’ aangebracht, waarmee vis (o.a. forel) werd gevangen voor de bewoners van kasteel Doorwerth. Nog steeds wordt dit bruggetje het ‘vishek’ genoemd. Het wandelpad was een onderdeel van de Fonteinallee, de weg van kasteel Doorwerth naar de Utrechtseweg in Renkum.

Het waterschap Vallei en Veluwe heeft in het kader van voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water (KRW), de loop van de beek in de uiterwaarden bij de Jufferswaard in 2015 gewijzigd.  De beekloop is naar het westen verlegd en aangesloten op de monding van Sloot Renkum achter de papierfabriek Parenco waar ook een vistrap is gemaakt. De oude uitmonding van de beek krijgt incidenteel water uit de beek.

 

Overzicht aanleg nieuwe loop Heelsumse beek in Jufferswaard

Overzicht aanleg nieuwe loop Heelsumse beek in Jufferswaard

 

De nieuwe vistrap/uitmonding van de verlegde Heelsumse beek in de Jufferswaard.

De nieuwe vistrap/uitmonding van de verlegde Heelsumse beek in de Jufferswaard.

Eper beken

Verloren Beek kwelbeek Open in Atlas
Witte Beek sprengenbeek Open in Atlas
Tongerense Beek kwelbeek Open in Atlas
Vlasbeek sprengenbeek Open in Atlas
Paalbeek sprengenbeek Open in Atlas
Klaarbeek benedenloop Open in Atlas
Dorpse Beek kwelbeek Open in Atlas
Herstel Wisselse Veen
Beekherstel
Flora
Eper beken
Infiltratiegebied
Molen in het dorp Epe?

 

De Verloren Beektop
De Verloren Beek ontspringt als kwelbeek in het Wisselse Veen, deels eigendom van het Geldersch Landschap. In het noordwestelijk deel is bij het graven van de Tongerense Beek een gedeelte van de (natuurlijke) bovenloop van de Verloren Beek afgekoppeld ten behoeve van voeding van de Tongerense Beek. Misschien heeft deze onthoofding geleid tot de naam Verloren Beek. Een andere verklaring kan zijn dat op de beek nooit molens zijn gebouwd. Een aanvraag daartoe van omstreeks 1822 werd afgewezen wegens bezwaren van derden. Economisch gezien was deze beek  dus ‘verloren’.  Op een enkel stuwtje na ontbreken belemmeringen in de bedding, zodat de beek snel stroomt.

Winter in het Wisselse veen

Winter in het Wisselse veen

In het buurtschap Zuuk verenigt de beek zich met de Klaarbeek. Via stuw en verdeelwerk voeden ze het nieuwe Vitens innamepunt bij de Zuukbrug (2015). Dit water wordt middels een transportleiding gepompt naar de Vitens infiltratievijvers aan de Koekenbergweg. Via het verdeelwerk kan ook een deel van het water naar de Grift worden geleid.

Verloren Beek

Verloren Beek

Fauna en flora
De snelle, praktisch ononderbroken stroom, maakt dat zich in de Verloren Beek een soortenrijke vispopulatie heeft kunnen ontwikkelen en handhaven. Rivierdonderpad, bermpje en beekprik komen er voor en als grote bijzonderheid de elrits. De Verloren Beek is de enige vindplaats buiten Zuid-Limburg. Vooral de bovenloop kent bijzondere plantensoorten zoals verscheidene fonteinkruiden (o.a. rossig en duizendknoop-fonteinkruid) en een kranswiersoort. In de berm tussen de bovenloop en de aangrenzende zandweg is een van de rijkste groeiplaatsen van “gagel” te vinden.

Gagel aan de Verloren Beek

Gagel aan de Verloren Beek

Waar het beekje langs de Papenstraat loopt, ziet een van de oevers in april wit van de bloeiende bosanemoontjes: een herinnering aan de houtwal die hier lang geleden langs de beek groeide.

 

Herstel Wisselse Veentop
In het begin van de 20e eeuw was het Wisselse Veen een van de schatkamers van de Nederlandse wilde flora met planten als parnassia, vetblad, klokjesgentiaan en diverse orchideeënsoorten. Door ontginning en ontwatering en een hercultivering in de jaren 50 van de 20e eeuw, ging deze flora vrijwel geheel verloren. Door een in 1993 begonnen natuurherstelproject is het tij gekeerd.

Schaapskudde in het Wisselse Veen

Schaapskudde in het Wisselse Veen

Er ontwikkelen zich nu weer veentjes, moerasjes en schone, kronkelende stroompjes en beekjes met plantensoorten als zonnedauw, moeraswolfsklauw en blauwe zegge.

 

Het Klaarbeeksysteemtop
Onder het klaarbeeksysteem vallen de volgende beken:
Witte Beek, Tongerense Beek, Vlasbeek, Paalbeek en Klaarbeek
Het Klaarbeeksysteem wordt gevoed door een aantal bovenlopen. Onder deze verzamelnaam vallen behalve de Tongerense Beek, ook de door een sprengkop gevoede Vlasbeek of Vlesbeek, de eveneens van een sprengkop voorziene Paalbeek en de Witte beek, die nu is gedempt, ook een spreng. De benedenloop van de Witte beek, die Klaarbeek heet, is ook onderdeel van het Klaarbeeksysteem. De Klaarbeek kwam aanvankelijk uit in de Grift, maar wordt nu via een aquaduct over de Grift gevoerd om het Apeldoorns Kanaal van water te voorzien. En verder voedt de Klaarbeek het nieuwe ontvangstbekken van Vitens, van waaruit het water weer wordt teruggepompt naar infiltratiegebieden bij Epe.

Vlasbeek

Vlasbeek

De meest noordelijke spreng is de Vlasbeek, gelegen ten noorden van het Tongerense Veen. Misschien is deze natuurlijk ogende spreng, van oorsprong een beekje dat het Tongerense Veen afwaterde. Nu wordt het water van de Vlasbeek echter opgeleid om de laagte van het Tongerense Veen te kruisen – een van de weinige voorbeelden van een dalkruising en ook de langste van de Veluwe. Of de Vlasbeek ooit gebruikt is voor het “roten” van vlas is niet bekend. In Twente gebeurde dat wel.

Dalkruising tijdens beekherstel van de Vlasbeek

Dalkruising tijdens beekherstel van de Vlasbeek

Het kan ook zijn dat de naam ontleend is aan ‘ vles’, een synoniem voor plas. Na de dalkruising mondt de Vlasbeek uit in de Paalbeek. De sprengkop van deze beek ligt ten westen van hotel-restaurant De Witte Berken; de beek wordt langs de zuidrand van het Tongerense Veen geleid. Bij het landgoed Waayenberg komen de Paalbeek en de Tongerense Beek samen. De Tongerense Beek heeft als kwelbeek een diffuus begin ten westen van het Wisselse Veen. In 2014 zijn aanpassingen uitgevoerd aan het begin van de Tongerense beek. Het meest stroomopwaarts gelegen stukje beekwal heeft een mooie begroeiing van vooral hulstbomen. De in ditzelfde gebied gegraven spreng aan de voet van de Tongerense Berg vergroot het debiet van de Tongerense Beek nog meer. Deze spreng heette de Witte Beek, blijkbaar naar de witte neerslag die soms op de bodem te zien was. De sprengkoppen van de Witte beek zijn echter in 2014 gedempt, teneinde een vernatting van het Wisselse gebied te bewerkstelligen. Ook de Tongerense beek zal hierdoor minder wateraanvoer hebben, hetgeen weer invloed heeft op de watervoerendheid van de Klaarbeek. De Tongerense Beek is verder langs de noordrand van het Wisselse Veen geleid en al snel opgeleid naar de meest stroomopwaarts gelegen voormalige molenplaats de Achterste Molen. Voorbij De Achterste Molen is de beek door een lage rug gegraven en loopt dan verder door de oostelijke voortzetting van het dal van Tongeren. De volgende opleiding is ten behoeve van de vroegere Wisselse Papiermolens. Daarvan rest alleen een waterval.

Cascade bij de voormalige Wisselse Korenmolen

Cascade bij de voormalige Wisselse Korenmolen

Na de voormalige Wisselse Korenmolen, waar nu nog een cascade of vistrap is, wordt de beek Klaarbeek genoemd. De bovenloop hiervan ontstaat in het laaggelegen gebied tussen de Dorpsbeek en de Paalbeek. Ter hoogte van het Zorgcentrum Klaarbeek wordt de beek opnieuw opgeleid en stroomt een stukje langs de Hoofdstraat en de Eperweg naar de voormalige Kopermolen in Zuuk.

Klaarbeek in de winter

Klaarbeek in de winter

Vanaf de weg is de waterval met rad en het gebouw te zien. Daarna wordt de beek in de omgeving van de Gelriaweg opnieuw opgeleid, nu voor de voormalige Korenmolen in Zuuk en de Zuuker Korenmolen. Van de laatste rest aan de zuidkant van de beek nog het gebouw van de vroegere korenmolen. Aan de noordkant staan de gebouwen van de Veluwse Machine Industrie (VMI). Dit bedrijf heeft ter gelegenheid van het 45-jarig, respectievelijk 55-jarig bestaan in 1990 en 2000 de beide waterraderen in de beek hersteld. Vlak voor de snelweg A50 komen de Verloren beek en de Klaarbeek samen en stromen onder de snelweg door en voeden het nieuwe ontvangstbekken van Vitens. Ook gaat een deel van het beekwater naar de Grift en via een betonnen aquaduct over de Grift in het Apeldoorns kanaal. Het nieuwe pompgemaal pompt het water uit de vijvers naar de infiltratieplassen aan de Koekenbergweg en de Dellenweg

 

Beekhersteltop
De bovenloop van de Tongerense Beek is een voorbeeld van een fraaie houtwalbeek, vooral omdat flinke hulstbomen hier het aspect bepalen. De zijtak van deze bovenloop, de Witte Beek, vormt een echte sprengkop. In 2002 is deze van zijn houtopslag ontdaan om het historische beeld van een spreng in de heide weer terug te krijgen. Hoewel er kritiek mogelijk is op de manier waarop het Waterschap Veluwe tewerk is gegaan, er hadden wel wat zware eiken en dennen meer kunnen blijven staan, was deze rigoureuze omvorming wel een succes. Binnen een jaar sloeg de struikhei op de kale wallen massaal op.

 

Floratop
De Tongerense Beek en de Witte Beek komen samen in de noordwestelijke uitloper van het Wisselse Veen. Ze maken hier een natuurlijke indruk, o.a. omdat ze hier op maaiveldniveau stromen. Ze hebben een bijzondere flora, waarvan teer vederkruid, duizendknoopfonteinkruid en hier en daar de blauwe waterereprijs de opvallendste soorten zijn.

 

Eper bekentop
Het uitgebreide stelsel van beken dat het Klaarsysteem en de Dorpsbeek omvat, wordt wel aangeduid als de ‘Eper Beken’. De naam ‘stelsel’ is hier op z’n plaats omdat de geschiedenis van deze beken sterk samenhangt. Oorspronkelijk hebben westelijk en zuidelijk van Epe waarschijnlijk twee beken gelopen; de kwelbeek die het Tongerense Veen ontwaterde en als tweede de Verloren Beek die het kwelwater van het Wisselse Veen afvoerde. Tussen beide oude kwelbeken ligt nu de Tongerense Beek, een sprengenbeek die een aantal molens liet draaien. De bouw van molens op deze beek was aanleiding tot een aantal wijzigingen in de beeklopen. De Tongerense Beek vloeit tegenwoordig samen met de Paalbeek en heet verder stroomafwaarts Klaarbeek. Het komt erop neer, dat het overgrote deel van het water uit de omgeving van Epe naar de Klaarbeek is geleid. Waarschijnlijk is dat gedaan voor de korenmolens die aan deze beek stonden.

 

Infiltratiegebiedtop
De periode dat het grondwater van de Veluwe ongelimiteerd voor handen was, is voorbij. Toenemend waterverbruik is het gevolg geweest van de bevolkingsgroei, de grotere welvaart en de groei van de bedrijvigheid. Dit waterverbruik heeft naast de ontwatering van landbouwgronden plaatselijk geleid tot te grote verlaging van de grondwaterstand, met als gevolg verdrogingverschijnselen. Als voorbeeld hoe hierin verbetering kan worden gebracht, is in 1999 het infiltratieproject Epe gerealiseerd.

Opslagvijver nabij de Hertenkamp aan de Dellenweg

Opslagvijver nabij de Hertenkamp aan de Dellenweg

Het pompstation Epe is eind van de jaren  50 van de 20e eeuw gebouwd ten behoeve van de drinkwatervoorziening van Hattem tot Vaassen. Voor deze winning is een vergunning om jaarlijks 6 miljoen m3 water uit de bodem te mogen onttrekken. Hiervan wordt 4,3 miljoen m3 geproduceerd. Deze winning heeft geleid tot verdrogingverschijnselen in de lager gelegen omgeving en tot verminderde afvoer van beken. Besloten is dan ook om het verlies aan grondwater en daarmee de daling van het grondwaterpeil te compenseren met toevoer van beekwater uit de Klaarbeek en de Verloren beek. Dit tot een maximum van 2,2 miljoen m3 per jaar in de maanden oktober tot en met maart. In 2015 is een opvangbekken gerealiseerd door Vitens nabij de Zuukerbrug over het Apeldoorns kanaal. Dit project is in samenwerking met het Waterschap Vallei en Veluwe uitgevoerd samen met de herinrichting van de Grift.  Het beekwater wordt van hieruit via een leidingenstelsel naar infiltratiebekkens in de stuwwal, bovenstrooms van het pompstation, gepompt. Daarbij is geen tussentijdse waterzuivering nodig. Wel passeert het water aan de Dellenweg te Epe een bezinkvijver. Ten gevolge van deze watertoevoer vermindert de oorspronkelijke grondwateronttrekking en kan het grondwaterpeil in de natuurgebieden weer enigermate gaan stijgen door de toename van kwel. Hierdoor kunnen bestaande natuurwaarden nog verbeteren en krijgen gebieden met huidige lage natuurwaarden, maar met hoge potentie voor land- en waternatuur, ontwikkelingskansen.

Infiltratieplassen aan de Koekenbergweg

Infiltratieplassen aan de Koekenbergweg

 

Dorpse Beektop

Dorpsbeek

Dorpse Beek

Het dal van het Tongerense Veen watert in een natuurlijke situatie ten zuiden van Epe af naar het oosten. De Dorpsbeek echter, gevoed door de kwel in het meest westelijke deel van dit dal, is noordwaarts afgeleid door de bedding door een wat hogere rug te graven, ter hoogte van het landgoed Kolthoven. De beek stroomt verder naar het dorp Epe door een ander, ondiep dal. Waarom en wanneer die omlegging heeft plaats gehad is niet duidelijk. De beek voedde de ‘slotgracht’ van huize De Quickborn, een soort havezate. De Eper Dorpsbeek ontspringt als een typische kwelbeek. Het brongebied voedt de beek permanent met het diepere grondwater dat uit de stuwwal afkomstig is. In perioden van veel neerslag in de winter werkt de beek als een laaglandbeek. In de meeste zomers echter verliest de beek, ter hoogte van de doorgegraven rug het contact met het grondwater en valt droog. Het droogvallen, al eeuwen een probleem, is alleen te verhelpen door de bedding, die door de zandrug is gegraven, met leem te bekleden. In vroegere jaren placht de beek wel eens een aantal straten in het centrum van Epe blank te zetten. Dit euvel behoort tot het verleden: de gemeente heeft intussen de bergingscapaciteit van de riolering vergroot. Het waterschap heeft in de bovenloop grote retenties aangelegd om een piekaanvoer op te vangen. Ze liggen op verschillende plaatsen langs de Dorpsbeek ten zuiden van de Tongerense weg. In 2014 is een klein gedeelte van de Dorpsbeek, die langs de Beekstraat liep, gedempt omwille van de verkeersveiligheid. Nu voedt de Dorpsbeek de eerste vijver volledig en stroomt daarna door naar de tweede vijver in het centrum van Epe. Voorbij het dorp, bij de Zuukerweg, komt de beek weer uit de overkluizing te voorschijn en stroomt langs de waterzuiveringsinstallatie. Samen met het effluent( gezuiverde afvalwater) van deze installatie komt het beekwater in de Grift uit. Een karakteristieke plant die op een aantal plaatsen langs de Dorpsbeek groeit is de adderwortel.

 

Molen in het dorp Epe?top
Er is vaak gedacht dat in het centrum van Epe een watermolen op de beek heeft gestaan. Die gedachte stoelde op een prent van Jacobus Stellingwerff met het opschrift ‘Eepe 1662’.

Tekening van Jacobus Stellingwerff uit 1662

Tekening van Jacobus Stellingwerff uit 1662

Deze prent toont een watermolen met twee onderslagraderen. Afgezien van andere details die niet kloppen is een onderslagmolen op de Eper Dorpsbeek ondenkbaar; daarvoor had dit beekje te weinig capaciteit. De situatie op de prent komt echter redelijk overeen met een molenplaats in Epe aan de Dinkel, in de buurt van Gronau. De vraag is natuurlijk in hoeverre de prent een toenmalige situatie nauwkeurig weergaf.

Emster beken

Nijmolense Beek sprengenbeek Open in Atlas
Smallertse Beek kwelbeek Open in Atlas
Van ‘heidebeek’ naar ‘houtwalbeek’
Prehistorisch akkercomplex
Overeenkomst

 

Nijmolense Beektop
De Nijmolense Beek wordt gevoed door sprengkoppen ten noordwesten van Vaassen. Het woord ‘nije’ of ‘nieuw’ in de naam wijst niet op de beek zelf, maar verwijst naar de Nijemolens, de nieuwe naam voor de herbouwde molens die in 1745 door brand verwoest waren. De beek komt uit in de Grift.

De molens aan deze beek, de Hofse molens en de oudste Nijemolen, zijn gebouwd voor 1691. De sprengenbeek is dus grotendeels in het laatste kwart van de 17e eeuw aangelegd. De meeste sprengkoppen van de Nijmolense Beek zijn moeilijk bereikbaar. De meest westelijke aan de Isendoornweg is goed te zien. De meest zuidwestelijke spreng waterde vroeger in een andere, meer zuidelijke, richting af. Bij  boerderij de Hofse Molen is een waterval. Dit is de vroegere molenplaats van de Hofse Molens. De opleiding van de beek voor deze molens is goed te zien waar de beek de Vaassense Binnenweg kruist. Iets verder stroomafwaarts wordt de beek opnieuw opgeleid. Aan het eind van deze opleiding stonden de Nijemolens. Op de oude molenplaats staat nu de verband- en wattenfabriek APCO  (Groupe Lemoine), voorheen Utermöhlen. De vijver (wijerd) ten zuiden van de beek heet het Vlasveld. Deze wordt gevoed door beekwater en is een voorraadbassin voor de fabriek.

Het Vlasveld

Het Vlasveld

De naam Vlasveld is afgeleid van de naam van de eerste directeur van de fabriek: Joost Vlasveld. De beek stroomt vervolgens langs de voormalige viskwekerijen.

 

Van ‘heidebeek’ naar ‘houtwalbeek’top
Het wijdvertakte sprengenstelsel van deze waterrijke beek ligt geheel in het agrarisch gebied. Wat over de Nieuwe Beek is geschreven van de ontwikkeling van heidebeek tot houtwalbeek, gaat ook helemaal op voor de Nijmolense Beek. Nog lang zijn hier en daar stukjes beekwal en kwelstroken onbeschaduwd gebleven. Daar kon zich in enkele sprengen een rijke vegetatie van rietorchis handhaven, alsmede een witbloeiende vorm van de kale jonker, karakteristiek voor Oost-Veluwse sprengen. Waarschijnlijk zijn de bronplanten nu verdwenen, mede onder invloed van het agrarisch gebruik van de omliggende landerijen. Bronkruid maakte plaats voor lisdodden. Ook omdat er in de periode dat de beek een “heidebeek”was, hier en daar al vrij zware bomen stonden, geeft het sprengencomplex de indruk van een oerbos, wat de meeste sprengkoppen moeilijk bereikbaar maakt.

 

Smallertse Beektop
De beek ontspringt als een stelsel van kwelbeekjes aan het Pollenseveen ten zuidwesten van Emst. In het Pollense Veen loopt een tak van de beek door een prachtig retentiegebied, aangelegd door Waterschap Vallei en Veluwe. De Smallertse Beek is later verlengd en onder de Grift door geleid om het Apeldoorns Kanaal van water te voorzien.

Smallertse Beek

Smallertse Beek

Bij Schaveren (= schaapvoorde; voorde = doorwaadbare plaats), daar waar de Woesterweg/Veldweg  de Oranjeweg kruist, was in de beek een doorwaadbare plaats. In 1729 stond een papiermolen in de bovenloop van de beek, bij Schaveren, de Jan Suijtshofs Papiermolen. Deze molen is in de 18e eeuw al verdwenen. Meer succes had de dubbele papiermolen die de heren van de Cannenburch in 1693 ten zuiden van Emst, op de benedenloop van de beek lieten zetten: de Smallertse Molens.

Herstelde waterval bij voormalige molenplaats van de Smallertse molens

Herstelde waterval bij voormalige molenplaats van de Smallertse Molens

De Smallertse Beek buigt af en stroomt ten zuiden van Emst langs het recreatieobject ’t Smallert, waarin zich de huidige forellenkwekerij bevindt. De daar aanwezige waterval geeft de plaats aan van de voormalige Smallertse Molens. De beek stroomt vervolgens door in de richting van het recreatiegebied Kievietsveld en komt daarna via stuw en verdeelwerk in de Grift. Recentelijk is een omleiding om de recreatieplas gemaakt om vervuiling van het zwemwater door een riool overstort voor regenwater die op de beek loost, te voorkomen. Langs een deel van de beek worden de oevers opgefleurd door mooi bloeiende planten: adderwortel in de voorzomer en hemelsleutel later in het jaar.

Smallertse Plas in recreatiegebied Kievitsveld

Smallertse Plas in recreatiegebied Kievitsveld

 

 

Prehistorisch akkercomplextop
Ten zuiden van de Pollenseveenweg, een zijweg van de Veldweg, ligt een prehistorisch akkercomplex. Dergelijke complexen worden raatakkers of ‘celtic fields’ genoemd. Het totale complex van aarden walletjes is ruim 16 hectare groot. De akkers hebben een afmeting van ca. 35 tot 40 meter in het vierkant.

Het patroon van de vroegere raatakkers

Het patroon van de vroegere raatakkers

 

Overeenkomsttop
Op 13 september 1693 begaf de Hoogwelgeboren mevrouw Douairière van Isendoorn tot de Cannenburgch zich met haar koets naar het huis van Jan Brouwer aan de Emster Enk. Daar vergaderde het boerrecht van de Emster Enk over ‘het graven en aanleggen van papiermolens’ (het ging over de Smallertse Molens). De douairière kwam voor die molens vragen of ze naar water mocht graven en het water naar die molens leiden. Er was een voorafgaand gesprek en de uitkomst was dat het boerrecht de Hoogwelgeborene geen strobreed in de weg zou leggen (‘bekroedigen nog bespieren’). Met de uitkomst werd de douairière gelukgewenst. Het boerrecht stelde wel een voorwaarde. Geld hoefden ze niet voor de vergunning; wel een ‘tractament’, een vergoeding in natura, zodat de douairière nog dezelfde avond enige tonnen bier uit haar kelder liet bezorgen… Precies 20 jaar later werd deze mondelinge overeenkomst alsnog vastgelegd in de vorm van een verklaring van twee getuigen. Die bevindt zich in het archief van de Cannenburch (Rijks Archief Gelderland, Arnhem).
In dit verhaal is de vrouwe van de Cannenburgch in 1693 geen douairière, maar Margaretha van Reede, echtgenote van Johan Hendrik van Isendoorn.

Dit verhaal geeft een beeld van de juridische verhoudingen in die tijd. Het boerrecht, een soort mark, besliste over het gebruik van de ‘gemene gronden’ en de vrouwe van de Cannenburgch moest beleefd om toestemming vragen voor het graven van een beek. De verklaring is een van de weinige gevallen waarin het graven van een sprengenbeek is vastgelegd. Maar waar er nu precies gegraven werd, is niet duidelijk. Stroomopwaarts lag op de Smallertse Beek de molen bij Schaveren. In de stukken wordt die molen gesitueerd ‘tussen de onderbeek en de Verloren Beek in de buurschap Emst aan het Westerbroek’. De tegenwoordige twee takken van de Smallertse Beek bovenstrooms van Schaveren zijn pas in de 19e eeuw gegraven. Beneden Schaveren maar boven de Smallertse Molens wordt de Smallertse Beek gevoed door een aantal, flink water leverende, maar duidelijk gegraven kwelbeekjes. Misschien dat de douairière die heeft laten graven?

Eerbeekse beken

Eerbeekse Beek natuurlijke beek / sprengenbeek Open in Atlas
Coldenhovense Beek sprengenbeek Open in Atlas
Gravinnebeek sprengenbeek Open in Atlas
Voorstondense Beek Open in Atlas
Papierfabrieken
Hooilanden
Ecologische verbindingszone

 

Eerbeekse Beektop
De Eerbeekse Beek is van oorsprong een natuurlijke beek. De bovenloop, de Coldenhovense Beek, is voor een belangrijk deel gegraven. De Eerbeekse beek ontvangt zijn water uit twee sprengensystemen. Het meest noordelijke stelsel wordt wel aangeduid als de Gravinnebeek. Dit stelsel staat momenteel nagenoeg droog. Het andere stelsel heeft vijf sprengkoppen waarvan alleen de twee meest westelijke water leveren.

Spreng van de Eerbeekse Beek

Spreng van de Eerbeekse Beek

Het water van de Eerbeekse Beek komt uit in de Hoendernesterbeek, een oude IJsselarm.

 

Coldenhovense Beektop
Bij deze beek stonden drie adellijke huizen: Huize Coldenhove (ook wel als Kaldenhove bekend), Huis te Eerbeek en Huis Voorstonden. De beide laatstgenoemden bestaan nog, de eerste is al lang verdwenen. Al deze huizen hadden waterpartijen als vijvers en grachten. Behalve voor de vulling van hun grachten en vijvers, hebben de eigenaren het water ook gebruikt voor watermolens. Zo waren er papiermolens bij Coldenhove, de molens van het Huis te Eerbeek en de molens van Huis Voorstonden.

Huis te Eerbeek

Huis te Eerbeek

Huize Voorstonden

Huize Voorstonden

De grote uitbreiding van het aantal papiermolens vond plaats in het midden van de 17e eeuw. In deze periode zullen de sprengen zijn gegraven: een zuidwestelijke tak boven het Huis Coldenhove en een noordwestelijke tak die onder het huis in de hoofdbeek uitkomt. Die noordwestelijke tak voerde water aan uit het Gravenveentje. In 1668 sprak de eigenaar van het Huis te Eerbeek, Goswin de Bueninck, de hoop uit dat hij dit watertje, dat toen enkele jaren oud was, voldoende kon verbeteren om een papiermolen aan te drijven. Het duurde nog tot 1718 voor het Kerstens Molentje (ook wel Nieuwe Molen genoemd) daadwerkelijk werd gebouwd. Oostelijk van de Harderwijkerweg stonden aan de Eerbeekse Beek de beide Schoonmansmolens en midden op de voormalige Enk de papiermolen Het (oude) Klooster.

 

Gravinnebeektop
Aan de Gravinnebeek, ongeveer halverwege de afstand tussen sprengen en uitmonding in de Eerbeekse beek, bevond zich het Kerstens Molentje.

Droogstaand deel van de Gravinnebeek. Links en rechts hoge beekwallen

Droogstaand deel van de Gravinnebeek.
Links en rechts hoge beekwallen

Hieraan herinneren nog de nu droogstaande opgeleide bovenbeek, een ruïne van een waterval opgebouwd uit twee boven elkaar liggende gedeelten en een iepen-opslag. De iep was voor molenaars een belangrijke boom. Het hout werd gebruikt voor molengoten en assen van molenraderen. De belangrijkste sprengen van de Eerbeekse Beek liggen verder naar het zuidwesten. Het noordelijke deel hiervan bevat rijkelijk water. Dit in tegenstelling tot de zuidelijke tak, die droog staat. In de noordelijke tak bevindt zich na de samenvloeiing van de beide sprengen een waterval.

 

Voorstondense Beektop
In de periode vanaf circa 2010 is de noordelijke tak van de Coldenhovense beek opnieuw ingericht door het waterschap. De sprengkoppen zijn schoongemaakt en zijn weer watervoerend. De beek is opnieuw ingericht en beschoeid en er zijn voorzieningen voor wandelaars aangebracht. Ook is een zoelplaats voor het wild langs de Boshoffweg gemaakt. De beek is nu om het fabrieksterrein van Coldenhove papier geleid met een aansluiting op een nieuwe blusvijver op dit fabrieksterrein. Het verontreinigde deel onder de fabriek is blijven zitten en afgesloten van de beek. De nieuw gegraven beek stroomt via een vistrap om het terrein weer terug naar de Boshoffweg aan de oostzijde van het complex. Ter plaatse van het fabriekscomplex was de vroegere molenplaats van de Bovenste Papiermolen op Coldenhove of Hummense Molen. De Coldenhovense beek stroomt vervolgens langs het zwembad naar een industrieterreintje aan de Karel van Gelreweg. Op de oude molenplaats van de Onderste Papiermolen op Coldenhove staan nu het fabriekje van Begro BV, en op de andere oever het bedrijf Stork-Veco BV. De beek is voor deze molenplaats over een kort traject opgeleid. Tussen beide bedrijven ligt een klein watervalletje gevolgd door een kort aflopend traject (over een stenen ondergrond). Bij Stork Veco is de beek overkluisd. Het gedeelte hierna tot aan de Harderwijkerweg is eveneens opnieuw ingericht en beschoeid. Voorbij de samenvloeiing met de Gravinnebeek is er ten westen van de Harderwijkerweg een kort opgeleid gedeelte. Oostelijk van deze weg, waar de beek de Eerbeekse beek wordt genoemd, staat het fabriekscomplex van ‘De Hoop’, nu DS Smith, waar voorheen de Schoonmansmolens stonden: de Coldenhover Molen (bovenste Schoonmansmolen) en de Onderste Schoonmansmolen. De beek stroomt nu overkluisd onder het complex door. Voor het gebouw staat een kollergang, een werktuig uit de oude molen.

Beek voorbij De Hoop, voormalige onderbeek van de Schoonmansmolen

Beek voorbij De Hoop,
voormalige onderbeek van de Schoonmansmolen

Entree van Mayr Melnhof

Entree van Mayr Melnhof

Plaquette op kollerstenen bij Mayr Melnhof

Plaquette op kollerstenen bij Mayr Melnhof

Ter hoogte van de Smeestraat begint een volgende opleiding. Aan de Kanaalweg staat hier het café-restaurant en zalencentrum Van Zadelhoff. Van Zadelhoff werd in 1942 eigenaar van de later verwijderde Korenmolen van het Huis te Eerbeek. Aan het zalencentrum vast gebouwd staat de geheel gerestaureerde Oliemolen. Dit unieke monument is de enige nog bestaande door waterkracht aangedreven oliemolen op de Veluwe. De oliemolen is compleet en is in 2007 weer gereviseerd.

Kollergang in de oliemolen van Van Zadelhoff

Kollergang in de oliemolen van Van Zadelhoff

Achter het gebouw bevinden zich de goot en het rad. Het horecabedrijf is voortgekomen uit een eenvoudig café waar klanten van de molen op hun daar bereide producten konden wachten. Vanuit de opleiding kunnen de vijvers van het Huis te Eerbeek van water worden voorzien. In 2015 zijn de vijvers gerestaureerd/uitgediept en van een nieuwe beschoeiing voorzien. Er zijn nieuwe voorzieningen bij de aansluiting met de beek aangebracht, waardoor er voldoende water uit de vijver kan worden gebruikt om de oliemolen in het weekend te laten draaien ten behoeve van belangstellende toeristen. Ook bij speciale evenementen draait de molen. Daarna gaat de Eerbeekse beek via een duiker onder het Apeldoorns Kanaal door. Voorbij het kanaal ligt een retentie-overstortvijver, die moet voorkomen dat bij piekafvoeren verdund rioolwater in de beek terechtkomt.

Riool-overstort nabij Apeldoorns Kanaal

Riool-overstort nabij Apeldoorns Kanaal

Oostelijk van de Hallsedijk liggen een paar vijvers die indertijd aangelegd zijn om zwevend vuil te laten bezinken. Ze zijn nu in eigendom van de Vereniging Natuurmonumenten die ze wil saneren omdat ze een broedplaats zijn van de zeldzame knoflookpad.

Verbinding tussen de beide bezinkingsvijvers bij de Hallsedijk

Verbinding tussen de beide bezinkingsvijvers bij de Hallsedijk

Vanaf de vijvers is de beek enigszins opgeleid tot aan de molenplaats ‘De Haer ‘, aan de Haarweg. Op de linker beekoever staat een hoog bakstenen gebouw, dat inwendig verbouwd is tot woonhuis. Bij de inrit liggen stenen uit de kollergang. Er is een meetstuw van het Waterschap, die de plaats inneemt van de voormalige waterval. Vanaf hier heet de beek Voorstondense Beek. Verderop is de beek gebruikt ten behoeve van de waterpartijen van Huis Voorstonden. De waterpartijen liggen op verschillende niveaus. De Voorstondense beek eindigt als Hoendernestbeek in de IJssel. Op dit beekdeel komen ook nog uit de Tondense beek, de Emperbeek en de beek over het Hontsveld.

 

Vijver bij Huis Voorstonden

Vijver bij Huis Voorstonden

Van de voormalige molens op Voorstonden is vrijwel niets overgebleven. De boerderij ‘De Watermolen’ is het wel herbouwde muldershuis.

 

Papierfabriekentop
In tegenstelling tot veel papiermolens uit vroeger eeuwen elders op de Veluwe, is het met vele van deze ondernemingen in Eerbeek goed gegaan: nergens op de Veluwe vinden we op een dergelijk klein oppervlak zoveel papierfabrieken voortgekomen uit oude papiermolens. Uit de bovenste papiermolen (Hummense molen) van Coldenhove kwam Coldenhove Papier voort, uit de Schoonmansmolen de papierfabriek DS Smith, voorheen De Hoop en uit Het (oude) Klooster de fabriek Mayr-Melnhof. Door de alom tegenwoordige papierindustrie kan Eerbeek met recht aanspraak maken op de titel ‘Paper City’.

 

Hooilandentop
Ook van de Eerbeekse Beek is een soort agrarisch medegebruik bekend. Met de geërfden van de marke van Hall en Eerbeek was indertijd overeengekomen dat zij het recht hadden van de beek gebruik te maken om de hooilanden te bevloeien Het doorgraven van de beekwallen mocht niet vaker dan tweemaal per jaar plaatsvinden. Verder moest dit ten minste drie dagen tevoren gemeld worden aan de papiermaker op de Haar, die op zijn beurt de korenmolenaar van Voorstonden moest waarschuwen.

 

Ecologische verbindingszone>top
De beekloop van de Eerbeekse Beek met de strook erlangs tussen Eerbeek en de IJssel, wordt mogelijk een ecologische verbindingszone. Dit is nog in studie.

Dunobeek en Beek langs de Fonteinallee

Dunobeek Open in Atlas
Beek langs de Fonteinallee Open in Atlas

Dunobeek en Beek langs de Fonteinalleetop
De Dunobeek is door zijn grote verhang op kleine afstand, van de bron tot de beek uitstroomt in de Beek langs de Fonteinallee, een voor Nederland bijzonder beekje. De door de Dunobeek en de Beek langs de Fonteinallee gevormde beek gaat bij het dijkje (Veerweg) van kasteel Doorwerth onder de Fonteinallee door.

Eén van de sprengkoppen van de Dunobeek

Eén van de sprengkoppen van de Dunobeek

In 2006 is de Beek langs de Fonteinallee via een verdeelwerk aan het begin van de Veerweg ook aangesloten op de gracht van kasteel Doorwerth. In de praktijk wordt hier echter geen gebruik van gemaakt omdat de Dunobeek zelf voldoende water moet blijven voeren voor amfibieën.

 

Zijaanzicht van Kasteel Doorwerth

Zijaanzicht van Kasteel Doorwerth

Via de Leigraaf komt het water vervolgens dichtbij de uitmonding van de Heelsumse Beek uit in de Neder-Rijn. Via drie vijvers komt de Dunobeek uit in de Beek langs de Fonteinallee.

De Helkolk aan de Fonteinallee

De Helkolk aan de Fonteinallee

De onderste van de vijvers staat bekend als de Helkolk; hierin stonden drie fonteinen, waarvan op diverse plekken langs de beekloop resten van metalen buizen zijn terug te vinden. Bovenop de helling ten oosten van de beek ligt nog een spreng. Het gat aan de overkant van het wandelpad is een oude leemgroeve. Begin 19e eeuw werd bij het in de Tweede Wereldoorlog vernielde landhuis Duno een park aangelegd. De aanleg van het Cascadedal, het dal waar de Dunobeek in stroomt, was hier een onderdeel van. Het was een dal in de romantische stijl, met watervallen en vijvers tussen de steil oplopende hellingen. Er werd zó gekapt in de hellingbossen, dat er doorkijkjes ontstonden, o.a. vanaf de boven in het dal uit natuursteen opgebouwde brug. Rond de bron en bij de watervallen en vijvers werden namaakrotsen (cementrustiek) geplaatst, gemaakt van beton op een geraamte van kippengaas. Er was zelfs een wenteltrap van kippengaasrotsen.

Doornspijkerbeken

Molenbeek Open in Atlas
Hoevenbeek Open in Atlas
Andhuizerbeek Open in Atlas
Horsterbeek Open in Atlas
Enksbeek Open in Atlas
Gagelerbeek Open in Atlas
Bulsinkbeek Open in Atlas
Papierbeek Open in Atlas
Sijpelbeek Open in Atlas
Middelbeek Open in Atlas
Klarenbeek Open in Atlas
Papenbeek Open in Atlas
Goorbeek Open in Atlas
Eekterbeek Open in Atlas
Huisbeek Open in Atlas
Puttenerbeek Open in Atlas

Molenbeektop
De Molenbeek stroomt aan de noordkant van Nunspeet. De beek is voor deze streek zeer lang. De beek  begint als Hoevenbeek iets ten oosten van de Berkenweg en loopt parallel aan de Bovenweg. De Hoevenbeek komt bij de onderdoorgang van de oude rijksweg in de Molenbeek. De Hoevenbeek  staat heel vaak droog. Het begin van de Molenbeek zelf is bij de Nestlé fabriek en loopt langs de oude rijksweg die ter plaatse de naam Elburgerweg draagt. Ook dit traject staat heel vaak droog. Daarna loopt de beek verder parallel aan de Bovenweg en in dit deel komt incidenteel, via een bergbezinkbassin, overstortwater vanuit Nunspeet in de Molenbeek. Nabij windmolen De Duif maakt de beek een haakse bocht naar het noordwesten en stroomt langs de Oude Molenweg richting het Veluwemeer.  Bij de haakse bocht komt de zijwatergang vanuit woonwijk ‘t Hul in de Molenbeek. Via deze zijwatergang wordt  bij veel neerslag  verdund overstortwater geloosd. Bij de Van Norelsweg wordt de Molenbeek via de buurtschap Lage Bijssel afgeleid naar de benedenloop van de Pangelerbeek. Een stuw zorgt voor de waterverdeling. Aan het eind van de Bliksweg is de Molenbeek  afgeleid en komt via een meanderende beek nu rechtstreeks op het Veluwemeer uit.

Andhuizerbeektop
De oude Molenbeek gaat verder als Andhuizerbeek en loopt door het strandwal-reservaat om net voor de monding samen te vloeien met de Bulsinkbeek. Op de Andhuizerbeek komt de Enksbeek uit, die schoon kwelwater aanvoert uit de omgeving. De Andhuizerbeek is in het kader van het BOP plan Doornspijkerbeken grotendeels heringericht om de natuurwaarden te vergroten.

Horsterbeek, Gagelerbeek en Bulsinkbeektop
De Horsterbeek, Gagelerbeek en Bulsinkbeek ontspringen tussen Nunspeet en Doornspijk aan de westzijde van de Zuiderzeestraatweg in een sterk kwelgebied. Talrijke slootjes vanuit dit kwelgebied ‘De Gagel’ voeden hier de beken. De Horsterbeek en Gagelerbeek komen uit in de Bulsinkbeek. De laatste mondt bij het eerder genoemde strandwal-reservaat uit in het Veluwemeer. In de Bulsinkbeek is een vispassage aangebracht.  Op het punt waar de Horsterbeek en Gagelerbeek in de Bulsinkbeek uitkomen, ligt nog een sterk meanderende oude beekloop. Deze heet Krommeligte. Delen van deze beken zijn heringericht in het kader van het BOP plan Doornspijkerbeken en voorzien van natuurvriendelijke oevers.

Papierbeektop
Aan de Papierbeek, een bovenloop van de Bulsinkbeek, heeft een watermolen gestaan. Het was de Molen op de Werfhorst. De molenplaats is verdwenen. Alleen op de bodem van de beek zijn nog stenen overblijfselen zichtbaar. De molen stond aan het einde van een doodlopende zijweg van de Mezenbergerweg in de streek Werfhorst. De molen is gesticht in 1693 als papiermolen door een particulier/landeigenaar en heeft tot omstreeks 1730 gefunctioneerd. Voor de bouw van de molen is de beek door de zandrug langs de Mezenbergerweg gegraven om de watertoevoer te vergroten.

Papierbeek

Papierbeek

Sijpelbeektop
Tussen de Bulsinkbeek en de Klarenbeek liggen de Sijpelbeek en de Middelbeek. Deze voeren het  water af uit het gebied tussen de Horsterweg en de Nieuwe Weg in Doornspijk. De Middelbeek vloeit net voor de strandwal samen met de Sijpelbeek. In de Sijpelbeek wordt aan het eind van de strandwal in de zomermaanden gestuwd.

Klarenbeektop
De Klarenbeek ontspringt op meer plaatsen ten oosten van de Zuiderzeestraatweg, ten zuiden van Doornspijk. De beek stroomt een tijdje min of meer parallel aan de Zuiderzeestraatweg. Vervolgens doorkruist en voedt de beek het landgoed Klarenbeek met z’n vijverpartijen. Daarna loopt de beek dwars door het dorp Doornspijk en volgt een eind lang de Veldweg. Tenslotte buigt de beek af naar het westen om via het weidegebied  op de Strandwal de randmeerkust te bereiken. Ook de Klarenbeek is voorzien van een stuw met een vispassage.

Papenbeektop
De Papenbeek stroomt in de Waterlandspolder van Doornspijk, ten noorden van het dorp Doornspijk. Bij de Oude Zeeweg wordt in de zomermaanden de beek gestuwd. Om droogvallen te voorkomen komt de Goorbeek, als enige van alle beken, via een gemaal in het randmeer uit. Alle andere beken zijn vrij afwaterend. De Goorpolder waarin deze beek stroomt is een schaarweide waar vee van verschillende boeren onder toezicht van een oppasser kan weiden. Na de aanleg van de Flevopolders is de grondwaterstand in deze polder sterk gedaald. Reden waarom er een inlaatgemaal is geplaatst om het ingeschaarde vee van drinkwater te voorzien.

De betekenis van het inscharen wordt steeds minder en tegenwoordig  zijn voor vrijwel het gehele gebied beheersovereenkomsten afgesloten die de natuurwaarden zoals bloemrijke hooilanden en weidevogels moeten vergroten.

Eekterbeektop
De Eekterbeek is de hoofdafvoer van de Broeklanden tussen Oldebroek en Oosterwolde en voert ook het water af uit het Bovenveen ten zuiden van het dorp Oldebroek. De Eekterbeek is in de zeventiger jaren van de vorige eeuw gekanaliseerd. Door het beekherstel in het kader van het BOP cluster Puttenerbeek zijn enkele laag gelegen gedeelten langs de beek natuurvriendelijk ingericht en zijn vispassages aangelegd. Deze gedeelten dienen tevens voor de opvang van extra regenwater. De Eekterbeek is redelijk kwelrijk en langs de oevers komen in het voorjaar mooie dottervegetaties voor.

Huisbeektop
De Huisbeek voert het water af uit het gebied tussen de buurtschap Hoge Enk en ’t Harde. Ook de beken in dit gebied zijn in de zeventiger jaren van de vorige eeuw  gekanaliseerd  en zijn redelijk kwelrijk. Bij de Broekdijk gaat de Huisbeek over in de Puttenerbeek.  De natuurwaarden zijn door het intensieve landbouwkundig gebruik gering. Landschappelijk ligt de beek in een overgangsgebied met mooie houtwallen.

Puttenerbeektop
De Puttenerbeek loopt langs het Landgoed Old Putten. Halverwege komt de Eekterbeek uit  in de Puttenerbeek die uitmondt in de stadsgrachten van de vestingstad Elburg.  De beek is over grote delen beschoeid. De Puttenerbeek voedt ook de  historische stadsgrachten  en via de eveneens historische Havensluis wordt het overtollige water van de Puttenerbeek geloosd op het havenkanaal, ook wel Drontermeer genoemd, dat uitmondt in het randmeer. In het kader van het BOP Puttenerbeek zijn de stadsgrachten om kwaliteitsredenen gebaggerd en voorzien van nieuwe beschoeiingen om het cultuurhistorische aspect te verbeteren.  Ook is de Havensluis voorzien van een nieuwe stuw en een vispassage. De kwelaanvoer is door de aanleg van de Flevopolders en door de drinkwateronttrekking verminderd. In droge perioden is de aanvoer niet meer voldoende om de stadsgrachten op peil te houden en de historische stadsbeek, die dwars door de binnenstad loopt, te voeden. Door de gemeente is daarom een kunstmatige watervoorziening gemaakt voor de Stadsbeek. Nadeel  daarvan is  dat het stromende karakter van de Stadsbeek verloren is gegaan.

De Sypel Harderwijk

De Sypel gegraven beek uit middeleeuwen Open in Atlas

De Sypeltop
Ten oosten van de weg naar Ermelo liep een beekje, De Sypel. Deze beek volgde ongeveer het verloop van de tegenwoordige Graaf Ottolaan, De Sypel, Provenierslaan en Hogepad en stroomde ter hoogte van de kerk aan de Stationslaan uit in de voorste Stadsweide.
Op dit beekje heeft eind 15e, begin 16e eeuw een Watermolen gestaan. Over deze molen is verder niets bekend.

Brede beek (Nijkerk)

Brede beek Open in Atlas
Strijlandse Beek Open in Atlas
Bremersloot Oost Open in Atlas
Arkervaart Open in Atlas

 

Brede beektop
Slechts korte tijd, van 1656 tot ongeveer 1720, heeft er aan de Brede Beek, die dwars door het stadje Nijkerk stroomt,
een watermolen gestaan. Beneden deze Grutmolen liep het water via de (haven)kolk en de huidige Arkervaart naar de toenmalige Zuiderzee.
Doordat de beek verzandde werd in 1720 overgegaan op een andere krachtbron: het werd een rosmolen.
In 1857 is de molen afgebroken. Wat als Brede Beek begint, heet in Nijkerk, voordat de beek Arkervaart wordt genoemd, Bremersloot Oost met nog een zijtak die de Strijlandse Beek heet aan de zuidrand van Nijkerk.

Bijsselse beken

Bovenbeek Open in Atlas
Nodbeek Open in Atlas
Bijsselsebeek Open in Atlas
Vreebeek Open in Atlas
Kruisbeek Open in Atlas
Kromme beek Open in Atlas
Pangelerbeek Open in Atlas

De beken ontspringen aan de westzijde van Nunspeet. De Bovenbeek is een korte beek tussen de Varelsebeek en de Nodbeek. Vanaf de Randmeerweg tot aan het Veluwemeer meanderen de Bovenbeek, de Nodbeek en de Bijsselsebeek. De Nodbeek meandert ook deels aan de zuidzijde van de Randmeerweg en de Bijsselsebeek meandert verder naar de Vreeweg.

De hier meanderende Nodbeek gezien vanaf de Randmeerweg richting Veluwemeer

De hier meanderende Nodbeek gezien vanaf de Randmeerweg richting Veluwemeer

Nodbeektop
De Nodbeek begint in het Zwarte Goor, is eerst tamelijk rechtlijnig, maar stroomt daarna al meanderend naar het Veluwemeer. Het herstelplan voor de Nodbeek met betrekking tot de verbetering van de beek is anno 2015 nog niet afgerond.

Bijsselsebeektop
De Bijsselsebeek stroomt tot aan de kruising met de Vreeweg langs de Kolmansweg. De Bijsselsebeek heeft drie zijbeken, de Vreebeek, de Kruisbeek en de Kromme beek. De eerste loopt in de volle lengte langs de Vreeweg. Bij de jachthaven Plashuis mondt de Bijsselsebeek in het randmeer uit.

Pangelerbeektop
De Pangelerbeek ontspringt bij de kruising van de Kolmansweg met de Oude Zeeweg en loopt voor een groot gedeelte langs de Pangelerweg. Het laatste deel meandert alvorens uit te monden in het randmeer.

Beken tussen Voorthuizen, Putten en Nijkerk

Beek Groot Hell Open in Atlas
Blarinckhorsterbeek Open in Atlas
Schuitenbeek Open in Atlas
Veldbeek Open in Atlas

Het beeksysteem van de Veldbeek is gelegen in de gemeente Putten in het noordelijk deel van de Gelderse Vallei.
De hoofdstroom ontspringt aan de westrand van de Veluwe en mondt acht kilometer verder uit in de Schuitenbeek.
De Schuitenbeek watert af in het Nuldernauw. Het beeksysteem bestaat uit de Veldbeek zelf en zuidelijk daarvan de Beek Groot Hell en ten noorden daarvan de Veldbeek de Blarinckhorsterbeek.  Als gevolg van onder meer het onttrekken van grondwater voor de drinkwatervoorziening in de gemeenten Putten en Nijkerk, staat een gedeelte van de beekbeddingen bovenstrooms gedurende een deel van het jaar droog.

Veldbeek

Veldbeek

Veldbeektop
Het stroomgebied van de Veldbeek wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van grote landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden. Sinds 1850 is het landschapsbeeld relatief weinig veranderd. Het landschap bestaat uit een afwisseling van dekzandruggen en beekdalen in het gebied tussen de Veluwe en de Randmeerkust. Op een aantal zandgronden in Nederland en daarbuiten zijn in het verleden vloeiweidesystemen gebruikt ter verhoging van de hooiopbrengsten. Na 1900 zijn deze systemen in onbruik geraakt door invoering van kunstmest en verandering in de waterhuishouding. Voor een dergelijk vloeiweidesysteem is in het verleden de Veldbeek vergraven en opgeleid.

De Veldbeek ontspringt iets ten noorden van het golfterrein Edda Huzid. Noordelijk van boerderij ‘Woudzicht’ is de Veldbeek naar het zuidwesten doorgegraven. Het voor het vloeiweidesysteem vergraven en opgeleide deel van de beek begint in de buurt van de kruising met de Voorthuizerstraat. Na enkele slingeringen op de hoger gelegen gronden komt de huidige Veldbeek na het Egelgat weer uit in de oorspronkelijke beekbedding.

Het Egelgat

Het Egelgat

Iets voorbij het Egelgat, waar de beek vroeger doorheen stroomde, is een stuw om het water bovenstrooms op peil te houden. Het Egelgat functioneert tevens als zandvang. Omstreeks 1990 is het Egelgat uitgediept omdat het dreigde te verzanden. De meest zuidelijk beektak stroomt in het oostelijke deel van de Kruishaarse Heide. Ten noorden van de Donkere Steeg mondt deze beek uit in de Veldbeek. De Blarinckhorsterbeek stroomt ten noorden van de Veldbeek. De beek ontspringt in het Veenhuizerveld en komt nabij de Goorsteeg uit in de Veldbeek. Bij de spoorlijn Amersfoort-Zwolle komt de Veldbeek uit in de Schuitenbeek. Deze beek stroomt in noordelijke richting, kruist de Nijkerkerstraat en de A28 en mondt bij Strand Nulde uit in het Nuldernauw. Rijkswaterstaat heeft de laatste jaren bij de monding van de Schuitenbeek een groot project uitgevoerd om een voordelta te creëren met onder meer rietvelden: de Delta Schuitenbeek.