Nog meer jonge mensen

In ons kwartaalblad de Wijerd van juni 2017 schreef ik over een aantal jonge mensen die zich inzetten voor onze beken. Intussen zijn er daar nog bijgekomen !

Nieuwe webredacteur:
Zo wordt Chris Veltkamp (23) uit Wapenveld onze nieuwe webredacteur (www.sprengenbeken.nl). We wensen hem succes en bedanken zijn voorganger Nicolette Kroon voor haar inzet en betrokkenheid in de afgelopen jaren.

Wandschildering in Eerbeek:
Een zestal jonge studenten van Cibap heeft voor de zijwand van de papierfabriek van DS Smith De Hoop in Eerbeek een wandschildering ontworpen. Zie hier.

Presentatie door studenten Cibap bij DS Smith De Hoop in Eerbeek op 20 juni 2017; ze worden toegesproken door de wethouder Tuiten van Brummen.

Nadat de benodigde vergunningen zijn verkregen  -de wandschildering torent meer dan 10 meter boven maaiveld uit en dat vergt een speciale vergunningverlening die 26 weken kan duren- , gaat DS Smith De Hoop over tot “productie” en plaatsing. Ook de Gemeente Brummen, Waterschap Vallei & Veluwe en de Bekenstichting leveren hierin een bijdrage.

T&R:

Al een tijd leeft bij mij de vraag: Wat is nu eigenlijk de waarde van onze vele sprengen-beken en hun watermolens in het Toerisme en de Recreatie T&R op de Veluwe ?

De waarde van zo’n collectief goed als de beekensembles in het vrijetijdsgebruik is best lastig te bepalen. Maar zo’n bepaling is zeker wel mogelijk. Dat is de uitdaging voor een excellente jonge student van de Hogeschool Saxion uit Deventer; die dat naar verwachting vanaf dit najaar verder gaat onderzoeken. Via de Bekenstichting wordt in dit project samengewerkt met de Gemeenten Brummen en Epe.

Maar ook een afscheid:
Maria Bruggink heeft afscheid genomen als secretaris van de Stichting tot Behoud van de Veluwse Sprengen en Beken; kortweg: de Bekenstichting. Vicevoorzitter Peter Smits heeft haar op de bestuursvergadering op 18 mei j.l. toegesproken en bedankt voor de vele jaren dat zij een actieve rol heeft gespeeld in het bestuur van de Bekenstichting. Hij memoreer-de ook: “Maria zorgde naast haar taken als secretaris van het Dagelijks Bestuur samen met Wiebe Kiel ook voor een goede aansturing en instroom van nieuwe contactpersonen, die een  belangrijke en cruciale rol spelen voor de Bekenstichting. Nieuw was de opzet van een intakegesprek en scholing van de vrijwilligers.  Ook speelde zij een belangrijke rol bij de dreigende aantasting van een kleischot in Apeldoorn bij de bouw van de Willem lll kazerne.”

Maria bedankte iedereen voor de samenwerking en stelde dat binding binnen de Stichting erg belangrijk is. Wij bedanken Maria voor haar inzet en betrokkenheid bij het werk van onze Stichting.

Veluwe, 25 juli 2017

Met vriendelijke groet, Jan van de Velde

Presentaties Symposium Sprenglevend

Op 22 juni 2017 organiseerde de Bekenstichting een symposium met als thema ‘De Veluwe Sprenglevend’.

Gedeelte van de presentatie van Yolt IJzerman

Tijdens dit symposium vonden verschillende interessante lezingen plaats. We willen u de presentaties niet onthouden.

Klik hieronder op een lezing om de bijbehorende PowerPoint-presentatie te downloaden (let op: sommige presentaties zijn erg groot).

Ir.Yolt IJzerman Introductie op het thema 0.7 MB
Prof. Hans Renes Kenmerken en uniciteit van sprengenbeken vanuit een CH invalshoek 21.5 MB
Prof. Piet Verdonschot De ecologie van sprengenbeken versus andere beken 3,8 MB
Prof. Flip Witte De hydrologie van sprengenbeken in relatie tot het Veluwse grondwatersysteem 25.5 MB
Dr. Michiel Flooren Sprengenbeken als element van recreatie en toerisme 36.4 MB
Ruud Lorwa Introductie van de Wenumse Sprengenbeek met zijn kenmerken 6 MB

 

Streekmuseum op excursie naar kopermolen

De gerenoveerde kopermolen in Zuuk draagt een rijke geschiedenis met zich mee. Wie aan één van de excursies in augustus en september deelneemt krijgt daarvan menig staaltje te horen. Tijdensde excursie krijgen de deelnemers alles te horen over de indrukwekkende geschiedenis van de molen. Maar ook  de nu nog zichtbare overblijfselen van de verschillende toepassingen krijgen passeren de revue. Het zal niet verbazen dat er aandacht is voor het bijzondere bekenstelsel dat de molenraderen aan het draaien houdt.

Veluwse Museum Hagedoorns Plaatse in Zuuk houdt de excursies op zaterdag 19 augustus en vrijdag 15 september 2017 in samenwerking met de Bekenstichting. Het is zaak om vroegtijdig aan te melden, want er is alleen plaats voor een gelimiteerde groep.

De excursies gaan om 14.00 uur van start. Deelnamekosten 6 euro inclusief museumbezoek. Telefonische aanmeldingen via 0578-617162. Het streekmuseum staat aan de Ledderweg 11 in Zuuk.

Voor meer informatie zie hier.

 

Nieuw boek over de Wenumse Watermolen.

Symbool voor zeven eeuwen geschiedenis van de buurtschappen Wenum en Wiesel.

De Wenumse Watermolen kent een geschiedenis van meer dan 7 eeuwen. De molen is de enige nog in werking zijnde door water aangedreven korenmolen in de gemeente Apeldoorn en de oudste nog maalvaardige waterkorenmolen op de Veluwe. De molen is van grote cultuurhistorische betekenis. Het dient als symbool voor het grote belang dat waterkracht heeft gehad voor de economische ontwikkeling van deze gemeente en met name voor de buurtschappen Wenum en Wiesel.

De cultuurhistorische waarde van de molen is van recente datum. Eeuwenlang heeft  de economische functie centraal gestaan. Nationale en zelfs internationale economische veranderingen hebben invloed op de molen gehad.

De werkomstandigheden zijn niet altijd gemakkelijk geweest.  De molenaars van de verschillende molens aan de Wenumse Beek zitten elkaar nogal eens dwars. Onbelemmerde wateraanvoer is van levensbelang voor alle molens. Het opstuwen van water is voor de ene molenaar gunstig, maar voor een collega kan dit nadelig zijn.

Het stroomgebied van de Wenumse Beek loopt van de sprengen in Wiesel tot aan de Grift. Een afstand van circa 5 kilometer die makkelijk in één dag te verkennen is. Eeuwenlang is het stroomgebied belangrijk geweest als akker-, wei- en hooilanden voor de boeren. Thans is het van groot ecologisch belang door de vele overgangen van nat naar droog gebied. Voor historische geïnteresseerden,  natuurliefhebbers, wandelaars en fietsers valt er veel te genieten.

In het nieuwe boek van Henri Slijkhuis wordt de geschiedenis van de Wenumse Watermolen en de beide buurtschappen beschreven. Niet alleen de verschillende toepassingen van de waterkracht wordt verwoord, maar ook het effect van veranderende economische omstandigheden wordt toegelicht.

Het boek is eind oktober 2017 gepresenteerd en kost 12,50 euro. Verzendkosten van dit boek zijn 3,00 euro.

Bestellen kan bij info@sprengenbeken.nl of tel. 0578 631459.

 

“De Wijerd” Juni-nummer van de Bekenstichting

Degenen die in natuur en met name in beken en sprengen geïnteresseerd zijn vinden in “De Wijerd”, het officiële orgaan van de Stichting tot behoud van de Veluwse sprengen en beken weer allerlei mooie nieuwe informatie.

De geschiedenis en ontwikkeling van de molens aan de Soerense beek worden boeiend verteld door Henri Slijkhuis. Deze molens, met de fraaie namen Welbedacht, Goedgedacht en Nagedacht waren een tijd lang niet weg te denken uit de Veluwse economie en waren dus voor de bevolking van een groot belang. Prachtige foto’s geven een mooie impressie van molens en omgeving.

In de molen “Goedgedacht” huisde vanaf 1980 een wasserij, die uiteraard van de waterkracht van de beken en van het water zelf gebruik maakte in het wasproces. Molen de “Waterval” werd jarenlang geleid door Mevrouw Wil Gieteling en haar man. Hoe dat er aan toeging en wat er allemaal komt kijken bij het wasserijvak wordt verteld oor mevrouw Gieteling en beschreven door Elly van Arragon. De mooie foto’s van zijn van Jan van de Lagemaat.

Margreet Schimmel heeft een gesprek met Gerrit Goedhart, een van de vrijwillige molenaars van de Wenumse Watermolen, die al 55 jaar aan deze molen is verbonden. Tot 1982 verdiende hij er zijn brood. Nog steeds draait Gerrit de molen elke eerste zaterdag van de maand en op aanvraag; niet om zijn brood te verdienen maar wel om graan te malen. Het levert leuke verhalen en prachtige foto’s op uit de pratijk van het molenbedrijf.

Tot slot geeft Henri Slijkhuis een inkijkje in de ontwikkeling van Korenmolen “De Hoop” in Heerde, aan een van de drie Horsthoekerbeken tussen Epe en Heerde. Dit bekensysteem is in korte tijd aangelegd in een gebied waar eerder nauwelijks water stroomde.

Als toegift ook nog een uitleg over hoeveel energie je kunt opwekken met waterkracht en informatie over websites www.veluwserfgoedbeleven.nl en www.veluweopdekaart.nl, en, zeker niet onbelangrijk over “Verder op pad langs stromend water. Deel 1: Bekenpad Epe”, Het boekje is nu te bestellen!

Nieuwsgierig geworden?
Bestel een exemplaar bij het secretariaat,
Mevr. Zwier Hottinga,
mail: info@sprengenbeken.nl
tel: 0578 631459
www.sprengenbeken.nl

Voor meer informatie en fotomateriaal: Mevr. Zwier Hottinga, mail: info@sprengenbeken.nl
tel: 0578 631459

Symposium De Veluwe Sprenglevend

Impressie van een symposium

 

Landschap. Verdroging. Bijzondere planten en dieren. Cultuurhistorie en erfgoed. Recreatie en toerisme. Als er één ding duidelijk werd tijdens het symposium De Veluwe Sprenglevend op 22 maart dan is het wel hoeveel kanten er zitten aan het behoud en het onderhoud van alle sprengen en sprengbeken op de Veluwe. Kunstmatige waterstromen waarvan niemand van de bijna 50 deskundige deelnemers het unieke (‘parels in het landschap’) karakter betwistte.

Conclusies van dagvoorzitter prof. Jos Bazelmans (foto, rechts): je kunt al die aspecten niet los zien van elkaar. Evenmin zijn het tegenstellingen. Plus: elke spreng, elke sprengenbeek, verdient een eigen aanpak.

Organisator van het symposium in Wenum was, hoe kan het anders, onze eigen Bekenstichting. En initiatiefnemer van de bijeenkomst met hoogleraren van verschillende ‘pluimage’ was vice-voorzitter Yolt IJzerman (foto links).

Hoogleraren zoals Hans Renes (Universiteit Utrecht) die er geen twijfel over liet bestaan dat de beken en sprengen op de Veluwe op enigerlei wijze een beschermde erfgoed status verdienen. En dat waterschappen en gemeenten er goed aan doen vaste cultuurhistorici in dienst te nemen.

Piet Verdonschot (Wageningen Universiteit) gaf op ecologische gronden de voorkeur aan het behoud van de natuurlijke bronnen en bronbeken op de Veluwe. Maar andere elementen spelen ook mee, erkende hij. Dus wat hem betreft ook ruimte voor sprengbeken mits rekening wordt gehouden met de waterhuishouding, met hun positie in het landschap en met hun ‘ecologische bijdrage.’

Flip Witte (KWR wateronderzoek) tamboereerde op de noodzaak van centrale regie in verband met de toenemende grondwaterdaling. ‘De Veluwe is verdroogd!’ Belangrijkste oorzaak: niet het ‘weglekken’ van water via de sprengbeken, maar de verdamping. En wat te doen om het tij te keren? Eén van de maatregelen is de terugkeer van heide en stuifzanden op de Veluwe. Weg in elk geval met al die naaldbomen (‘levende heipalen’) in het gebied.

Tot slot Michiel Flooren van Hogeschool Saxion. De beken en sprengen op de Veluwe hebben in zijn ogen potentie om een stukje te worden van de recreatieve en toeristische ‘erfgoedtaart’ in Nederland. Zorg dan wel voor inspirerende ‘unieke ervaringen,’ luidde zijn boodschap. ‘Verbeelden, verhalen en verbijzonderen,’ daar gaat het in de toeristische sector steeds meer om. Wat hem betreft blijven de sprengbeken op de Veluwe stromen. Volop!

Binnenkort volgt, ook op deze site, een uitgebreider verslag van het symposium door Ron Kamperman. En lees het artikel in Trouw naar aanleiding van de bijeenkomst.

https://www.trouw.nl/groen/bescherm-de-sprengenbeek~ab1f5c52/

 

Introductie nieuwe secretaris, Jaap Postma

Sinds begin dit jaar ben ik de nieuwe secretaris van de Bekenstichting en ik wil mij graag even voorstellen. Ik ben van jongs af aan geïnteresseerd in de Veluwse sprengen. Een van mijn eerste herinneringen aan een vakantiehuisje bij de Renderklippen is het plezier dat je als 6 jarig jongetje kan hebben door met je blote voeten in de spreng te spelen en dammetjes te bouwen. Ook in mijn professionele carrière als aquatisch ecoloog bij AquaSense en momenteel Ecofide ben ik geregeld betrokken geweest bij onderzoek aan beken, zoals de Baakse beek, Geelmolensebeek, Eperbeken, Wenumsche beek en vrij recent nog de Eerbeekse beek. Dit onderzoek had veelal betrekking op de relatie tussen de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Met name de historische verontreiniging met zware metalen, in de beek en op de oevers, had mijn belangstelling.
Nu mijn kinderen wat ouder en zelfstandig worden (17, 19 en 21) begon ik mij te oriënteren op nieuwe, nuttige activiteiten en een van mijn wensen was om mij in te zetten voor een verder herstel van natuur.

Als lid van de jeugdbond (ACJN) begaf ik mij als twaalfjarige jongen in de veldbiologie en die interesse is altijd gebleven. Vooral de zoogdieren en vogels hadden mijn interesse. Zo heb ik de Noord-Hollandse zoogdierstudie (NOZOS) helpen opzetten en ook daar meerdere jaren als secretaris aan het bestuur deelgenomen. Verder heb ik zo’n 25 jaar mee gedaan aan de winterse vleermuistellingen in de Zuid-Limburgse mergelgroeven en help ik in het Gooi al jaren met de dassentellingen. De laatste jaren verbreed mijn interesse zich van de meer soortgerichte studies naar een bredere kijk op de natuur en het herstel hiervan. Herstel van natuur leidt tot herstel van soorten maar andersom geldt dat (meestal) niet.

Samenvattend zag ik mijn interesse in de aquatische ecologie, de wens om bij te dragen aan herstel van natuurwaarden en mijn veranderende tijdsinvulling samenkomen in de functie als secretaris bij de Bekenstichting en ik hoop die rol de komende jaren met veel plezier te mogen vervullen.

 

 

Verslag vergadering dagelijks bestuur

Kort verslag van de vergadering van het dagelijks bestuur, april 2017
Als nieuwe secretaris wil ik u graag op de hoogte houden van de lopende zaken en projecten binnen de Bekenstichting. Ik zal dit op regelmatige wijze proberen te doen, zodat ik uit iedere vergadering een aantal punten kan kiezen die de moeite waard zijn, zonder in herhaling te vallen. Deze keer een drietal onderwerpen.

* Contactpersonen dag in het najaar 2017
Deze staat gepland op zaterdag 4 november en kan alvast in uw agenda worden genoteerd. Over het exacte programma zal u later worden geïnformeerd. Wel kan ik u verklappen dat we aan het bekijken zijn of we naast de altijd aanwezige gezelligheid ook de inhoudelijke kant wat kunnen versterken.

* Stagiaires, stroomsnelheden en bad-eendjes
Een gebrekkig inzicht in de stroomsnelheden en debieten van ‘onze’ sprengen en beken is al jaren een belangrijk aandachtspunt. Wij waren dan ook verheugd dat er binnen het waterschap Vallei en Veluwe een stagiaire aan de slag kon om te kijken of er een eenvoudig meetprogramma met vrijwilligers is op te zetten (met bad-eendjes). Ook hebben ondertussen de eerste zes contactpersonen zich al gemeld als potentieel deelnemer, waarvoor dank! Tegelijkertijd loopt de stageperiode alweer op zijn einde. Er wordt alweer gezocht naar een nieuwe stagiair om het programma verder te ontwikkelen en hopelijk te implementeren. We houden u op de hoogte, maar als er nu al mensen zijn die wellicht aan zo’n onderzoeksprogramma willen deelnemen dan vernemen wij dat graag!

*Symposium “De Veluwe Sprenglevend? Water stroomt niet vanzelf”
De bekenstichting organiseert 22 juni een besloten symposium over de cultuurhistorie en ecologie van de Veluwse sprengenbeken. Belangrijkste aandachtspunt is het gevoel dat door allerlei Europese regelgeving de ecologische doelen van sprengen in het beleid en beheer de overhand lijken te krijgen en enkele, ook belangrijke, cultuurhistorische aspecten op de achtergrond dreigen te geraken. Wij hebben enkele vooraanstaande sprekers uitgenodigd en gaan hierover in gesprek met de direct betrokkenen overheden en andere organisaties, zoals provincie, waterschap, universiteiten en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Jaap Postma, secretaris Bekenstichting

Excursie landgoed Tongeren

Excursie landgoed Tongeren en dal van de Smallerste Beek
Op 22 april 2017 zijn de voorjaar excursies gehouden op het landgoed Tongeren en in het dal van de Smallertse beek bij Schaveren. Uitvalsbasis was Anna’s hoeve, Molenweg 80, Epe. Het voormalig agrarisch bedrijf is enkele jaren geleden beëindigd en de nieuwe eigenaar Marcel Looman is gestart met het bedrijf Natuurtalent. In één van de gebouwen is een groeps accommodatie gecreëerd en de vergaderzaal vormt een prima basis voor het organiseren van excursies op het landgoed Tongeren.
Jan van der Velde, heette de leden welkom en gaf een toelichting op het programma van deze dag.
Na zijn welkomstwoord voor de 40 aanwezige leden bood Jan het nieuwe wandelboekje “Verder op pad langs stromend water” aan mevrouw Cahrlotte Rauwenhoff. Deze nieuwe bekenpad gids is geschreven door Henri Slijkhuis en de lay-out is verzorgd door Eric Harleman.
Vervolgens hield mevrouw Charlotte Rauwenhoff (eigenaar en rentmeester landgoed Tongeren) een interessante inleiding over de ontwikkelingen op het landgoed. De laatste jaren is circa 30 ha nieuwe natuur ontwikkeld in het oorsprong gebied van de Tongerense beek en de Witte beek. Het uiteindelijk doel is de realisatie van een hellingveen. Hiervoor is een gedeelte van het naaldbos grenzend aan het Wisselse veen gekapt, zijn grote delen van de graslanden ontdaan van het fosfaatrijke humus profiel en is een gedeelte van de Witte beek gedempt. Het dempen van de Witte beek is gedaan om langer grondwater vast te houden voor de realisatie van het hellingveen. In het veld is goed te zien dat het grondwater van west naar oost stroomt en via een duiker onder de Boerweg in het Wisselse veen verdwijnt. Na het exposé en veel vragen over de natuurontwikkeling en discussie over de relatie cultuurhistorie en natuurontwikkeling, werd onder leiding van Charlotte Rauwhoff en Heiko Trabringa (contactpersoon voor gem. Epe) de excursie gehouden in het gedeelte van het landgoed waar nieuwe natuur is gerealiseerd. In het natuurontwikkelingsgebied is een vlonder aangelegd, zodat wandelaars kunnen genieten van de nieuwe ontwikkeling op het landgoed.

Ter hoogte van de Witte beek hadden de deelnemers een interessante discussie over het dempen van de Witte beek ten behoeve van natuurontwikkeling. Aan de noordoostzijde van de spreng van de Witte beek ligt een weiland waar via het zogenaamde uitmijnen de stikstof rijkdom wordt teruggedrongen, zodat een heischraal grasland kan ontstaan. Op deze locatie gaf Charlotte Rauwhoff uitleg over de natuurdoelen van de provincie Gelderland en de subsidiekaders en verplichtingen voor het landgoed. De omvorming van het agrarisch beheer naar nieuwe natuur vormt een belangrijk onderdeel van de opgave die de provincie Gelderland zich heeft gesteld voor de realisatie van de ecologische hoofdstructuur en natuurdoelen voor de flanken van de Veluwe. Na de wandeling op het landgoed nam Heiko Trabringa het stokje over en bezochten wij de oorsprong van de Verloren beek in het Wisselse veen. Ondanks de matige voorjaars ontwikkeling was goed te zien dat indicatoren als moeraskartelblad voor schraallandontwikkeling aanwezig zijn in het Wisselse veen. Ter hoogte van de duiker bij de Boerweg op de scheiding van het landgoed en het Wisselse veen vertelde Lodewijk Rondeboom (voomalig projectleider van GLK) over de (natuur)ontwikkelingen in het Wisselse veen. In het gedeelte ten oosten van de Boerweg waar nieuwe natuur is ontwikkeld, treedt verdroging op en het GLK onderzoekt op dit moment op welke wijze dit waterhuishouding probleem opgelost kan worden. Er werd nog een kort bezoekje gebracht bij het Landje van Jonker waar de KNNV afdeling Epe en Heerde in het verleden met vrijwilligers het landje in beheer hadden. Adrie Hottinga memoreerde dat door niet aflatende kracht van Yvon Roelants en wijlen Henk Menke, medeoprichters van de Bekenstichting en Els Koopmans van de floristenwerkgroep van de KNNV afd. Epe en Heerde hier de basis is gelegd voor de natuurontwikkeling in het Wisselse veen. Interessant is dat ten opzichte van de westelijk gelegen Tongerense berg en het Wisselse veen een hoogte verschil is van 12 meter. Dit verklaart ook de ontwikkeling van het hellingveen op het landgoed Tongeren.
Vervolgens werd op de route naar de Anna hoeve nog uitleg gegeven over de restanten van wildwallen in het landschap op de scheiding van het beekdal en voormalige akkers die voor de oorlog al bebost zijn. Ook het belang van dood hout voor allerlei fauna organismen werd behandeld tijdens de wandeling in de fraaie oude beukenlaan aan de overzijde van Anna’s Hoeve.

Inrichtingsplan landgoed Tongeren

Na de lunch op Anna’s hoeve hield Adrie Hottinga een korte inleiding over het onderzoek dat de KNNV afdeling Epe en Heerde doet in het dal van de Smallertse beek. Het broedvogelonderzoek is in 2016 vrijwel afgerond en leverde als resultaat 70 soorten broedvogels. In 2017 gaan een aantal werkgroepen nog door met onderzoek en begin 2018 zal een rapport gepubliceerd worden.

De tweede excursie werd verzorgd onder leiding van Dirk van Alphen (contact persoon voor Vaassen en Emst). Vanaf het parkeerterrein van restaurant Schaveren werd gewandeld richting de locatie op de Veldweg waar de Smallertse beek de weg kruist. Op deze locatie was in de middeleeuwen een voorde (doorwaadbare plaats) in het voormalige moeras. Het landschap in het dal van de Smallerste beek is nog vrij ongeschonden; alleen het landgebruik op de flanken is gewijzigd van grasland in snij- mais cultures en de teelt van boomteelt gewassen. Na het bezoek aan de voorde werd de wandeling voortgezet in ’t Rengel waar een voormalige schapenwasplaats is en waar Dirk uitleg gaf over de aanwezigheid van restanten van voormalige landweren. Landweren bestonden uit wallen met palen ter verdediging van de bewoners tegen roversbendes. In ’t Rengel zijn nog restanten van deze landweren aanwezig, evenals een restant van de voormalige verbindingsweg tussen Emst en Niersen.
Bij de voormalige schapenwasplaats werd ronde zonnedauw aangetroffen; een vlees etend plantje dat op schrale natte open zandbodems groeit. Vervolgens werd uitleg gegeven bij de celtic fields; raatakkertjes uit de ijzertijd; 800 jaar voor Christus. Met enige verbeelding zijn de raatakkertjes in het veld wel te herkennen. In dit deel van ’t Rengel zijn ook twee dassenburchten; de das doet het goed in het beekdal met zes bewoonde burchten. Interessante informatie over dit gebied is te vinden in het boekje “Handel en wandel op de Veluwe – Tussen prehistorie en historie van Cor van Baarle.

Na het bezoek aan ‘t Rengel wandelden wij naar de oorsprong van de zuidelijke tak van de Smallertse beek. Hier heeft het GLK diverse percelen verworven en het nieuwe natuurgebied Pollense veen gesticht. Wij constateerden dat het oorsprong gebied van de zuidelijk tak van de Smallertse beek erg droog is. In de beekloop werden wel interessante planten aangetroffen, zoals glanzend fonteinkruid. In dit deel van het dal van de Smallertse beek is nog veel te ontwikkelingen en het is te hopen dat de provincie en GLK gronden kunnen verwerven voor het behoud en herstel van het hydrologisch systeem in dit beekdal. Vervolgens werd nog stil gestaan bij de retentie vijvers ter hoogte van de Oranjeweg. Het waterschap Veluwe heeft hier circa 12 jaar geleden retentievijvers aangelegd voor opvang van overtollig water in het landbouwgebied. Of deze retentievijvers functioneren is de vraag, maar als biotoop bij de noordelijke tak van de Smallertse beek zijn ze wel interessant. Vooral voor amfibieen en reptielen zijn deze kleine vijvers belangrijk als voortplantingsbiotoop. In 2016 zijn ringslangen waargenomen die de beek gebruiken als migratieroute.
Na de middag excursie in Schaveren was er na afloop nog een drankje in Anna’s hoeve.

Adrie Hottinga

Verslag jaarvergadering 30 maart 2017

Na het huishoudelijk gedeelte van de jaarvergadering, die op zeer efficiënte wijze door onze voorzitter werd geleid, waren er twee zeer interessante voordrachten.
Charlotte Witte beet de spits af en vertelde over de stuifzandbestrijding op de Veluwe en dan met name over het verschil van inzicht hierin tussen de Harskampers en de provinciale overheid. Vanaf de 16e tot 19e eeuw vormde het bestrijden van stuifzand een belangrijke taak van de provinciale overheid. Men was bang dat dit zand wegen of zelfs hele dorpen ging overstuiven en ook ‘onze’ beken liepen gevaar gezien een citaat uit 1823: “De zanden doen de kwellen en beken opdrogen of verstoppen”. Op allerlei manieren werd geprobeerd het zand te beteugelen. Er werden windschermen geplaatst van takkenbossen (bekribbing), er werd gewerkt met heideplaggen of er werd helmgras of bomen geplant (Bijv. Eik, vuilboom en vanaf circa 1800 ook Grove den). Dit alles met wisselend succes. Ook landeigenaren of gemeenschappen, zoals de Harskampers die gezamenlijk grond bezaten, werden verplicht tot het uitvoeren van maatregelen. De Harskampers wilden het echter wel op hun eigen manier doen, omdat in hun ogen de Provinciale overheid onvoldoende rekening met hun belangen hield. Zo was er rond 1846 een discussie over de plaats waar een ringwal moest worden aangelegd. De provinciale overheid wilde die op een stuk hei aanleggen terwijl de Harskampers dit liever in het zand deden (Heide was economisch erg waardevol). De maatregelen hebben door allerlei oorzaken een wisselend succes en uiteindelijk stopt de overheid met hun (financiële) hulp in 1852. Daarna doen de Harskampers het zelf en nu lijken de maatregelen langzaamaan succes te hebben. Vanaf 1870 begint het stuifzand steeds verder dicht te groeien, zodanig dat er nu onder de natuurwetgeving van Natura 2000 weer stemmen opgaan om het oppervlak aan stuifzand toe te laten nemen. Het onderzoek gaf een aardig kijkje in de keuken van vroeger. Maar eigenlijk is er sindsdien in de menselijke samenwerking weinig verandert: een top-down beleid vanuit de overheid leidt tot verzet en in sommige gevallen is het veel effectiever om de regels lokaal te organiseren. De overheid weet ten slotte niet altijd wat goed voor u is!
Vervolgens heeft Judith Westveer verteld over haar onderzoek in de Leuvenumse beek. Haar promotieonderzoek aan de Universiteit van Amsterdam richt zich op de verspreiding en kolonisatie van ongewervelde dieren (macrofauna) na het uitvoeren van beekherstelmaatregelen. Met haar onderzoek probeert ze een antwoord te vinden op de vraag welke eigenschappen maken dat een soort een nieuw of hersteld beektraject snel kan bevolken.
Haar onderzoek liet zien dat de kolonisatie vrij snel gaat. Na 1 jaar werden er geen nieuwe soorten meer aangetroffen. Wel bleef de totale hoeveelheid soorten achter bij de verwachting. Zo zijn er in de bovenstroomse delen van de Leuvenumse beek in totaal zo’n 250 macrofauna soorten aangetroffen (data waterschap Vallei en Veluwe), terwijl er in het onderzochte beektraject een kleine 100 soorten werden aangetroffen. Dat maakt het interessant om na te gaan waarom bepaalde soorten dit nieuwe beektraject wel kunnen koloniseren en anderen niet. Uit Judith haar onderzoek blijkt niet geheel onverwacht, dat de dichtheid van de soort bovenstrooms en de afstand van de dichtstbijzijnde vindplaats belangrijke factoren zijn. Daarnaast bleken echter ook andere factoren een belangrijke rol te spelen. Zo bleken predatoren een opvallend goed koloniserend-vermogen te hebben, waren soorten die zich actief voortbewegen (“lopen”) succesvol en bleken ook soorten die als “verzamelaar” hun eten bij elkaar sprokkelen succesvolle kolonisten. Door dit onderzoek hoopt Judith uiteindelijk voldoende inzichten te krijgen om verwachtingen voor toekomstige situaties op te kunnen stellen. Zo zou het voor een beheerder heel nuttig zijn om te weten of een bepaalde doelsoort na een herstelproject ook daadwerkelijk het aangepaste beektraject zal gaan koloniseren.

Jaap Postma