Presentaties Symposium Sprenglevend

Op 22 juni 2017 organiseerde de Bekenstichting een symposium met als thema ‘De Veluwe Sprenglevend’.

Gedeelte van de presentatie van Yolt IJzerman

Tijdens dit symposium vonden verschillende interessante lezingen plaats. We willen u de presentaties niet onthouden.

Klik hieronder op een lezing om de bijbehorende PowerPoint-presentatie te downloaden (let op: sommige presentaties zijn erg groot).

Ir.Yolt IJzerman Introductie op het thema 0.7 MB
Prof. Hans Renes Kenmerken en uniciteit van sprengenbeken vanuit een CH invalshoek 21.5 MB
Prof. Piet Verdonschot De ecologie van sprengenbeken versus andere beken 3,8 MB
Prof. Flip Witte De hydrologie van sprengenbeken in relatie tot het Veluwse grondwatersysteem 25.5 MB
Dr. Michiel Flooren Sprengenbeken als element van recreatie en toerisme 36.4 MB
Ruud Lorwa Introductie van de Wenumse Sprengenbeek met zijn kenmerken 6 MB

 

Introductie nieuwe secretaris, Jaap Postma

Sinds begin dit jaar ben ik de nieuwe secretaris van de Bekenstichting en ik wil mij graag even voorstellen. Ik ben van jongs af aan geïnteresseerd in de Veluwse sprengen. Een van mijn eerste herinneringen aan een vakantiehuisje bij de Renderklippen is het plezier dat je als 6 jarig jongetje kan hebben door met je blote voeten in de spreng te spelen en dammetjes te bouwen. Ook in mijn professionele carrière als aquatisch ecoloog bij AquaSense en momenteel Ecofide ben ik geregeld betrokken geweest bij onderzoek aan beken, zoals de Baakse beek, Geelmolensebeek, Eperbeken, Wenumsche beek en vrij recent nog de Eerbeekse beek. Dit onderzoek had veelal betrekking op de relatie tussen de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Met name de historische verontreiniging met zware metalen, in de beek en op de oevers, had mijn belangstelling.
Nu mijn kinderen wat ouder en zelfstandig worden (17, 19 en 21) begon ik mij te oriënteren op nieuwe, nuttige activiteiten en een van mijn wensen was om mij in te zetten voor een verder herstel van natuur.

Als lid van de jeugdbond (ACJN) begaf ik mij als twaalfjarige jongen in de veldbiologie en die interesse is altijd gebleven. Vooral de zoogdieren en vogels hadden mijn interesse. Zo heb ik de Noord-Hollandse zoogdierstudie (NOZOS) helpen opzetten en ook daar meerdere jaren als secretaris aan het bestuur deelgenomen. Verder heb ik zo’n 25 jaar mee gedaan aan de winterse vleermuistellingen in de Zuid-Limburgse mergelgroeven en help ik in het Gooi al jaren met de dassentellingen. De laatste jaren verbreed mijn interesse zich van de meer soortgerichte studies naar een bredere kijk op de natuur en het herstel hiervan. Herstel van natuur leidt tot herstel van soorten maar andersom geldt dat (meestal) niet.

Samenvattend zag ik mijn interesse in de aquatische ecologie, de wens om bij te dragen aan herstel van natuurwaarden en mijn veranderende tijdsinvulling samenkomen in de functie als secretaris bij de Bekenstichting en ik hoop die rol de komende jaren met veel plezier te mogen vervullen.

 

 

Werkgroep cultuurhistorie binnen de Bekenstichting van start!

Woensdag 15 januari heeft de eerste bijeenkomst plaatsgevonden van de opgerichte werkgroep cultuurhistorie.

In deze werkgroep zitten de volgende mensen: Jan van de Velde, Jan Koornberg, Jan-Olaf Tjabringa en Henri Slijkhuis. De werkgroep gaat zich met de volgende drie aspecten bezig houden.

    1. Leveren van bijdragen aan publicaties en excursies over cultuurhistorische onderwerpen, gerelateerd aan de beken, watermolens en het direct aanliggende landschap, die leiden tot vergroting publieke waardering.
    2. Signaleren van kansen en bedreigingen en het formuleren van voorstellen daarvoor. Deze voorstellen worden tijdig bij het bestuur ingebracht ten behoeve van overleg met instanties (kansen) of inspraak/zienswijze tav ruimtelijke bedreigingen. Voor deze taak is de werkgroep ook afhankelijk van informatie via DB en contactpersonen.
    3. Het initiëren van projecten en/of organisaties/particulieren wijzen op kansen.

De stichting zal vrijwel nooit in staat zijn een project zelf te financieren maar kan wel initiator en partner zijn om kansen uit te werken en hieraan een bijdrage in natura of een (bescheiden) financiële bijdrage leveren.

De volgende taakverdeling is afgesproken. Henri Slijkhuis gaat zich richten op het leveren van bijdragen aan publicaties en excursies, terwijl Jan Koornberg de signaleringstaak op zich neemt. Jan van de Velde gaat zich vooral bezig houden met het initiëren van projecten. Jan-Olaf Tjabringa treedt op als adviseur en is gastheer voor de werkgroep.

Voor aanvullende informatie kunt u contact opnemen met Henri Slijkhuis (hgslijkhuis@hotmail.com).

Hierdense Beek en Zilverbeekje

De beek bij Staverden – foto: Geldersch Landschap en Geldersche Kastelen

Op de Veluwe neemt de Hierdense Beek, waarvan de bovenloop afhankelijk van de plaats Staverdense of Leuvenumse Beek heet, een aparte plaats in.
Deze beek ontspringt in de grote agrarische enclave Garderen, Uddel, Elspeet, Speuld. Deze enclave is te beschouwen als een dal geflankeerd door stuwwallen. De grootste is de stuwwal van de Oostelijke Veluwe. Aan de westzijde ligt de stuwwal van Garderen en aan de noordzijde de kleinere stuwwal van Stakenberg. De beek mondt in de buurt van Hierden in het randmeer uit.
De beek wordt deels gevoed door regenwater en deels door kwelwater en is dichter bij het randmeer een typische laaglandbeek, deels vergraven ten behoeve van watermolens.
De totale lengte van de hoofdloop (bovenloop èn benedenloop) van de Hierdense Beek bedraagt omstreeks 17 km, waarvan 12 km bovenstrooms van de rijksweg A28. Het verval is ongeveer 27 meter. Bovenstrooms van Leuvenum monden 19 zijbeken uit in de hoofdbeek.
Het Zilverbeekje bij Hulshorst is een van oorsprong zelfstandige sprengenbeek.

Het hierna volgende laat zien dat de gehele beek een prachtig ensemble is waarbij cultuurhistorische waarden zich prima laten combineren met natuurontwikkeling en vergroting van de biodiversiteit. Wandelaars en fietsers kunnen daar gelukkig volop van genieten.

Watermolens
Al omstreeks 1300 is een korenmolen op Staverden gesticht waarvoor de beek is vergraven. Er was toen een Hof te Staverden. Later werden papiermolens stroomafwaarts gerealiseerd. In 1368 werd de Leuvenumse Beek verpacht en vergraven om er molens bij te zetten. In 1525 kreeg de eigenaar toestemming om het Uddelermeer af te tappen voor extra water. In 1730 kwamen er in de omgeving van de Essenburgh ook papiermolens. In 1736 waren er in de omgeving van Staverden drie molens en verder stroomafwaarts nog eens zes.
De eerste papiermolen werd gebouwd in de jaren 1660. Het betrof de Wasmolen op de Koudebeek. Deze zijtak wordt door meerdere beekjes gevoed en mondt nabij huis Leuvenum in de Leuvense Beek uit. In 1692 volgde de eerste van de beide Zandmolens. De molen bij het Gellegat is vóór 1702 omgebouwd tot papiermolen.
Een sterke groei vond plaats in de jaren dertig van de 18e eeuw. Toen werden de tweede Zandmolen, de beide Ottermolens bij de Essenburgh, de dubbele molen bij het Heiligenhuis en de Hessenmolen gebouwd. Nadien begon het aantal molens al snel terug te lopen. Als eerste verdween omstreeks 1743 de molen bij het Gellegat, terwijl de laatste molens in de jaren zestig van de 19e eeuw werden stilgelegd.
De spreng aan de voet van de Stakenberg zal dateren uit de periode waarin de papiermolens werden gebouwd: ca. 1660-ca. 1740.

Zilverbeekje
Het Zilverbeekje bij Hulshorst was oorspronkelijk een kleine sprengenbeek die, misschien omstreeks 1813, is gegraven om de vijvers van het huis Hulshorst van water te voorzien. Toen de rijksweg A28 werd aangelegd kwam deze precies op de spreng en sprengkop te liggen. Rijkswaterstaat heeft aan de oostzijde tegen de rijksweg aan een nieuwe sprengkop gegraven. Het water wordt nu onder de snelweg door naar het landgoed Hulshorst gevoerd. De spreng ligt niet aan de voet van een stuwwal en is weinig productief. Daarom is een verbinding gemaakt tussen de Hierdense Beek en de Zilverbeek. Deze verbinding ligt tussen de rijksweg en de spoorlijn. Een deel van het water van de Hierdense Beek wordt op deze wijze gebruikt om de vijvers van Hulshorst te voeden.

Staverdense – , Leuvenumse – , Hierdense Beek
De Staverdense Beek ontspringt bovenstrooms van het Uddelermeer en wordt daar gevoed door kwelbeekjes met ondiep grondwater van vooral de oostelijke stuwwal. Het Uddelermeer is een op zich staand meer gevoed door grondwater. De Staverdense Beek heeft geen verbinding met dit meer op een gegraven verbindingsslootje na, waarin alleen na hevige regenval water stroomt.
De beek stroomt langs kasteel Staverden. Iets westelijk van kasteel Staverden bevindt zich een niet meer functionerende watermolen. Daar is ook het Bezoekerscentrum-landschapswinkel Staverden van het Geldersch Landschap. De molen staat aan een gegraven beek, de Molenbeek, die bovenstrooms van de Staverdense Beek aftakt en na de molen ook weer in deze beek uitkomt. De opgeleide Molenbeek ligt (stroomafwaarts gezien) op de hogere dalrand rechts van de beek. De molen ligt links van de beek. Net boven het kasteel wordt de Molenbeek dwars door het dal, over de lager gelegen Staverdense Beek heen, naar de molen gevoerd: een van de weinige voorbeelden van een dalkruising. De waterpartijen van kasteel Staverden worden eveneens gevoed door deze opgeleide beek.

Verder stroomafwaarts even voorbij hotel Het Roode Koper heeft één van de Zandmolens gestaan. De plaats wordt aangegeven door een informatiebord. Het witte huisje met op de gevelbalk de naam ‘DE ZANDMOLEN’ is de enig overgebleven getuige van de oude watermolen. De molenbeek is gegraven en recht. Ook de waterval is verdwenen en vervangen door een vistrap. De beek zelf, die inmiddels Leuvenumse Beek heet, stroomt meer oostelijk.

Waar de beek, die dan Hierdense Beek genoemd wordt, achtereenvolgens de A28 en de spoorlijn Amersfoort-Zwolle kruist, is tussen de weg en de spoorlijn de aansluiting van het Zilverbeekje op de beek goed te zien vanaf de weg naar het viaduct over de A28. Het Zilverbeekje voedt de vijvers van Hulshorst en komt daarna weer uit in de Hierdense Beek. Een waterval bij het oude station Hulshorst geeft de voormalige molenplaats van de Hessenmolen aan. De Hierdense Beek stroomt langs kasteel Essenburgh naar het Veluwemeer. Even ten noordoosten van het kasteel ligt de boerderij ‘De Ottermolen’ die herinnert aan de Ottermolens.

Stuifzandheuvels langs de Leuvenumse Beek – foto: Jacques Meijer

Oorspronkelijk karakter van de Staverdense Beek
Het oorspronkelijke natuurlijke karakter van de Staverdense Beek is over een grote lengte – van een paar kilometer stroomopwaarts van Staverden tot Het Roode Koper – te herkennen aan het kronkelende dalletje met steile kantjes. Die kronkels zijn ontstaan in de tijd voordat de beekloop gereguleerd werd, vanaf bijna een millenium geleden, toen de beek nog vrij kon meanderen.
Het beekdal is nogal drassig. Voorzover het ligt in het landgoed Staverden wordt het beheerd door Het Geldersch Landschap. Een aangepast hooibeheer zorgt ervoor dat zich in de natte beekdalgraslanden een rijke (en ook kleurrijke) flora heeft kunnen handhaven of herstellen. Kleur in deze graslanden brengen in het voorjaar pinksterbloemen, dotters en echte koekoeksbloemen. In broekbosjes komt het verspreidbladige goudveil voor, een op de Veluwe veel zeldzamer zusje van het uit verscheidene sprengen bekende paarbladig goudveil.
Voorbij ‘Het Roode Koper’ is er geen sprake meer van een slingerend beekdalletje. Hoge stuifzandheuvels begrenzen vooral aan de westkant de beek. De vraag hoe het komt dat de beek ooit zijn weg heeft kunnen vinden door het stuivende zand is eenvoudig te verklaren. De beek is ontstaan na de laatste ijstijd, en was er misschien al eerder. De zandverstuivingen dateren uit de middeleeuwen, vooral als gevolg van te intensief gebruik van de heidegronden. De belanghebbenden bij de beek, vooral de molenaars dus, zullen zich heel wat inspanning hebben moeten getroosten om de beek te vrijwaren voor het stuivende zand.
In het Leuvenumse Bos zijn mooie wandelingen te maken waarbij regelmatig de beek te zien is. Soms gaat de wandeling parallel aan de beek, soms kruist de wandeling de beek over houten bruggetjes. Bij droog weer bevat de beek weinig water. Maar na zware regenval kunnen tientallen hectares bos tussen Leuvenum en Hulshorst blank staan.

Beekherstel
De intensieve veehouderij breidde zich rond Uddel en Elspeet sterk uit. De ondoorlatende bodem van het dal tussen de stuwwallen maakte dat dit kwalijke gevolgen had voor de flora en fauna van de beek en de aangrenzende natte graslanden. Toenemende verrijking en vervuiling van het aan de oppervlakte afstromende regen- en grondwater bedreigden de aan betrekkelijk voedselarme biotopen gebonden levensgemeenschappen.
Intussen is er veel gedaan om de kwaliteit van het beekwater te verbeteren. De bouw van de kalvergiervoorzuivering, aangescherpte mestwetgeving, bewustere agrarische bedrijfsvoering en beriolering van het gebied hebben hieraan bijgedragen. De verbeterde kwaliteit van het beekwater komt ook de visfauna van de beek ten goede, o.a. het bermpje, kleine modderkruiper en de rivierdonderpad zijn vrij talrijk en enkele jaren terug is de beekprik (her)ontdekt, nadat hij vele decennia niet meer was waargenomen.
De laatste jaren is er veel ten goede veranderd. Zo legde men de beek bij Leuvenum weer in zijn oude loop en werden veel natte graslanden weer in ere hersteld.

Hierdense Poort
Er wordt gewerkt aan plannen om tussen Hierden en Hulshorst, de benedenloop van de Hierdense Beek, de functie natuur en ecologische verbinding te versterken. Dit is de zogenoemde ‘Hierdense Poort’. Het doel is de Veluwe met het Veluwemeer te verbinden door een grotendeels agrarisch gebied met redelijk open structuur waarin boskernen, houtwallen, nieuwe natuurterreinen en agrarisch natuurbeheer een plaats moeten krijgen of behouden. Daarnaast zal er ook plaats zijn voor agrarische exploitatie en recreatief (mede)gebruik.
Relatief nieuw zijn de wensen ontstaan vanuit de Kader Richtlijn Water (KRW) om de ecologische en waterhuishoudkundige kwaliteiten van de beek te versterken. Sinds 2008/2009 ligt de Hierdense Beek weer op de tekentafel. Het Waterschap Veluwe (thans Vallei en Veluwe) en Natuurmonumenten wilde diverse natuurherstelmaatregelen uitvoeren in de natuurterreinen Bloemkampen en Dal Leuvenumse Beek en ook in de Hierdense Beek zelf. Het Waterschap richt zich daarbij vooral op de beek terwijl Natuurmonumenten zich meer richt op de aan de beek grenzende natuurterreinen. De toekomstige maatregelen zijn primair gericht op verdrogingbestrijding van de natuurterreinen in vooral de benedenloop van de beek en op verbetering van de ecologische situatie van de Hierdense Beek volgens de KRW.
Inmiddels is er ook een ecoduct over de A28 aangelegd (2012) die het mogelijk moet maken dat edelherten en andere zoogdieren (exclusief wilde zwijnen) de autosnelweg kunnen oversteken. Enkele duikers moeten het mogelijk maken dat amfibieën en kleine zoogdieren kunnen migreren tussen de Veluwe en het randmeergebied.

Huis te Leuvenum bij zonsondergang – foto: Jacques Meijer