Renkum, juli 2013

Renkum, juli 2013
In aanwezigheid van staatssecretaris Sharon Dijkstra van Economische Zaken is op zaterdag 25 mei jl. het nieuwe natuurgebied Renkums Beekdal officieel geopend.
Het Renkums Beekdal is een uniek project. Het voormalige industrieterrein Beukenlaan heeft plaats gemaakt voor een natuurlijk beekdal. Dit industrieterrein blokkeerde het dal van de Renkumse beek in de volle breedte. Die hindernis voor de natuur is nu verdwenen. Alle bedrijven zijn gesloopt. Vanaf het wel eens zo genoemde ‘dorpsbalkon van Renkum’ aan de westrand van Renkum zie je nu een nog kale vlakte; een zanderige bedding waarin de Renkumse Beek nog duidelijk een eigen weg moet zoeken. Maar na verloop van tijd zal het mooi beekdal zijn met nat beekdalgrasland.
De herinnering aan de industrie wordt levendig gehouden door restanten van oude fabrieksmuren. Op restanten van funderingspalen van papiermachines zijn metalen beelden geplaatst die verwijzen naar de papierindustrie die hier voorheen gevestigd was.
Het Renkums Beekdal is een onderdeel van de Renkumse Poort, een uitgebreide ecologische verbindingszone tussen de Veluwe en de uiterwaarden van de Neder-Rijn. De ecoducten die over de A50 en A12 in de buurt van Wolheze gebouwd zijn maken ook deel uit van deze verbindingszone.

Emst, juli 2013

Emst, juli 2013
Met een feestelijke bijeenkomst is op 3 juli jl. de afronding van de eerste fase van het project Robuuste Grift gevierd. In haar toespraak nam dijkgraaf Tanja Klip van Waterschap Vallei en Veluwe de kwalificatie ‘ecologische parel’ in de mond.
Tot 2030 wordt gewerkt aan een beek met schoon water die past in het landschap. In de eerste fase is de Grift gebaggerd waardoor de waterkwaliteit is verbeterd. Om die kwaliteit op te peil te houden wordt alleen water met een hoge ecologische kwaliteit uit de in de Grift uitstromende sprengen beken toegelaten. Ook de waterkwantiteit is verbeterd. De Grift is natuurvriendelijker gemaakt door zogenaamde robuuste zones waar dieren kunnen verblijven, zich voeden en voortplanten. De Grift slingert daar, er zijn bomen en struiken geplant en er zijn poelen.
In de tweede fase worden zogenoemde corridors aangelegd, verbindingswegen voor planten en dieren. Daarvoor wordt op meerdere plaatsen de oever heringericht en flauw aflopend gemaakt.

Apeldoorn, juni 2013

Apeldoorn, juni 2013
Op de Koning Willem III kazerne te Apeldoorn wordt een sportcomplex gebouwd. Daarbij is een kleischot doorsneden.
Daartegen is door de Bekenstichting destijds een zienswijze ingediend. In overleg met de Dienst Vastgoed van Defensie zijn voorwaarden opgesteld om nadelige invloeden voor de omringende sprengen te voorkomen.
Dinsdag 4 juni 2013 is de afdichting tussen het bouwwerk en het kleischot gerealiseerd. Daarbij was het kleischot duidelijk zichtbaar als een rechtopstaande harde wand van ±10 cm breed.

Badhuisspreng in Apeldoorn, mei 2013

Badhuisspreng in Apeldoorn, mei 2013
In het jaar 1808 vaardigde Koning Lodewijk Napoleon een decreet uit waarbij hij een som van honderdduizend gulden schonk in de vorm van staatsobligaties. De rente hiervan moest dienen “tot soulaas der inwoners” van de dorpen van het, eveneens bij dit decreet, ingestelde schoutambt het Loo, onder andere bestaande uit de dorpen Apeldoorn en het Loo, en ook Vaassen. De heer Daendels kreeg als baljuw van de Neder-Veluwe het oppertoezicht over het Fonds.

De Badhuisspreng in Apeldoorn is in die Franse tijd vanuit het Fonds van Koning Lodewijk gegraven; als werkverschaffing en om bluswater naar het centrum van Apeldoorn te voeren. De Badhuisspreng loopt vanuit Berg en Bosch via de Sprengenweg; en eindigt uiteindelijk in De Grift. Ze is op de Apeldoornse kaart te vinden op deze site via Bekenregister en Badhuisspreng: badhuissprengen.jpg
Op deze sprengenbeek werd in 1840 de Dorpskorenmolen gebouwd.
H. Hagens vertelt daarover in zijn standaardwerk Op kracht van stromend water: “De eigenbouw van rogge en boekweit door de Apeldoornse ingezetenen gaf de molen aanvankelijk een goede klantenkring, die echter met het verdwijnen van de boekweitteelt al te zeer inkromp.” Deze watermolen is daarom in 1883 alweer afgebroken.

Een belangrijk deel van de Badhuisbeek is nu overkluisd. Door de drinkwater-winning in het noordwesten van Apeldoorn staat de beek vrijwel droog.
De wijkraad Brink & Orden schrijft hierover op haar site www.wijkraadorden.nl: “Stromend water maakt van de beek natuurlijk een echte beek; anders blijft het toch een leeg schilderij. Probleem is echter dat het grondwater ongeveer 1 meter diep onder de sprengbodem zit en dat hierdoor water niet op een natuurlijke wijze in de spreng zal komen. Extra oppompen van grondwater mag niet van de provincie Gelderland omdat men niet wil dat het natuurgebied Veluwe (verder) verdroogt.”

Tot het einde van de 20e eeuw lag de brandweerkazerne van Apeldoorn aan de loop van de beek. Eerder voerde de Badhuisspreng al water naar het badhuis; logisch toch! Dit badhuis opende in hetzelfde jaar dat de molen werd gesloopt haar deuren. Tot enkele tientallen jaren geleden heeft het (koud) badplezier verschaft aan inwoners van Apeldoorn.

Het Coda Museum heeft op haar site een tekening in oostindische inkt van Simon Drost staan met de Badhuisbeek stromend onder ‘de tunnel der verliefden in Berg en Bos’, zie volgende link: codamuseum/voorwerp-P03248

Groningen, maart 2013

Groningen, maart 2013
In het Groninger Museum worden op dit moment als onderdeel van de Collectie Veendorp twee werken van de schilder Willem Bastiaan Tholen tentoongesteld. Het zijn twee krijttekeningen in zwart en wit van de voormalige stinkmolens in Apeldoorn. De eerste is een tekening van de droogzolder voor papier dat daar werd geproduceerd. De tweede geeft de watermolen weer. De tentoonstelling is tot en met 14 januari 2014 te zien.

Zie ook www.groningermuseum.nl/tentoonstelling/de-collectie-veendorp

De Stinkmolens. In 1610 of kort daarna werd in Apeldoorn aan de Grift een zeem-, hennep- en ledermolen gebouwd. Er was ook een runmolen aan verbonden. Aan de kwalijke geur die de zeembereiding met zich bracht heeft de molen zijn naam te danken. Al in 1623 was er een papiermolen. In totaal waren er meer molens verdeeld over de rechter- en de linkeroever. In 1932 werd nog van waterkracht gebruik gemaakt. In 1939 kocht de gemeente Apeldoorn de molens op de linkeroever en brak deze af. De molen op de rechteroever was al in 1937 verdwenen. Van het complex rest alleen nog een enkel stukje muur, een vermoedelijke basis voor een kollergang.

Putten, maart 2013

De waterval aan de Engersteeg

Putten, maart 2013
De waterval aan de Engersteeg (zie Putten, maart 2012) is gereedgekomen. Op vrijdag 8 maart jl. is met toespraken van wethouder R. Koekkoek en de heer S. van Hell van het Puttens Historisch Genootschap het informatiebord bij het gerestaureerde kunstwerk onthuld. En voor wie even wil uitrusten: er staat nu een picknicktafel van de Bekenstichting! Zie voor een video van de opening hier.

Noordoost Veluwe, februari 2013

Noordoost Veluwe, februari 2013
In dagblad de Stentor vertelt Jan van Duinen, medewerker van de Bekenstichting en ijsvogelkenner, hoe hij helpt ijsvogels een vorstperiode te overleven. Dagelijks, soms meerdere keren per dag, gaat hij met emmers vol gekochte goudvissen op pad om de ijsvogels bij te voeren. In een spreng in de omgeving van Vaassen worden de goudvissen losgelaten in een bak waar het water doorheen stroomt maar waar de vissen niet uit kunnen. Het werkt prima weet hij uit ervaring.
In Heerde, in het Bakhuisbos, ook in een sprengengebied, heeft een andere medewerker van de Bekenstichting na de laatste vorstperiode de ijsvogel weer gesignaleerd.
In deze omgeving gaat het dus gelukkig goed met de ijsvogel.

Arnhem-Sonsbeek, februari 2013

Arnhem-Sonsbeek, februari 2013
In de oude Begijnenmolen aan de Jansbeek is het Watermuseum gevestigd. Aan de achterkant van het gebouw is er als een restant van het verleden de waterval en een waterrad. Dit rad is versleten en niet meer op te knappen. Er zijn nu plannen om een nieuw waterrad te plaatsen. De Stichting Vrienden van Sonsbeek houdt zich hiermee bezig; nog dit jaar moet het gerealiseerd zijn. Maar de plannen gaan verder. Het verval daar is groot genoeg om er elektriciteit mee op te wekken. De bedoeling is dat de energie van het draaiende rad via een as door de muur in het museum gebracht wordt. Een generator wekt dan elektriciteit op die voor meerdere doeleinden gebruikt kan worden: verlichting in het museum en ook educatieve, interactieve proefjes voor jong en oud. Ook zal de energieopbrengst getoond worden.

Lieren, oktober 2012

Lieren, oktober 2012
Onlangs is een zandvang in de Oude Beek bij Lieren uitgebaggerd. Een zandvang is een in een beek aangelegde diepte waar zand, blad en taakjes ´gevangen´ worden. Het stromend water komt boven een zandvang korte tijd tot bijna stilstand waardoor meegevoerd materiaal kan bezinken. Zo´n beek hoeft minder vaak uitgebaggerd te worden maar wel moet de zandvang zo nu en dan worden leeggehaald. De beekprik heeft een voorkeur voor zand en slib en dus voor de zandvang. Jonge beekprikken leven een jaar of vijf, zes in de modder van de beek, vooral waar blad is bedekt met zand en slib. Dus in de zandvang. Bij het uitbaggeren van de zandvang in de Oude Beek hebben het IVN en het waterschap zoveel mogelijk beekprikken uit de modder gevist. Een kleine 400 (!) werden gevonden en konden later weer worden teruggezet. Bijzonder, want een beekprik wordt niet zo gemakkelijk gezien.