Datering veenmos

Heelsum, 2013
Lang geleden is de Heelsumse beek recht getrokken om meer water bij de watermolens te krijgen. De oude meanders liggen nog in het landschap en zijn in het landbouwgebied Kabeljauw prachtig zichtbaar gemaakt in het kader van het beekherstel door het waterschap. In het aangrenzende gebied van Natuurmonumenten liggen ook nog volledig verlande meanders in het bos. De IVN werkgroep ‘Beken en sprengen’ heeft deze deels zichtbaar gemaakt, maar moest deze werkzaamheden van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (voorheen ROB) stop zetten. De vraag was om aan te tonen wanneer de verlanding plaats heeft gevonden en dan zou er worden heroverwogen of de oude meanders verder mogen worden uitgegraven. De Universiteit van Amsterdam heb ik bereid gevonden een pollenanalyse en koolstofdatering te doen, tegen een gereduceerde vergoeding. De financiering heb ik niet rond kunnen krijgen, waardoor er geen sluitend bewijs kan worden gevonden wanneer deze ‘kanalisatie’ van de oude beek heeft plaatsgevonden. Uit mijn archiefonderzoek en het fysieke graafwerk heb ik het vermoeden dat dit rond 1726 is gebeurd. In dat jaar werd de Papiermolenbeek gegraven en werden er vier watermolens gebouwd: de Kabeljauwse molens en de molens op de Drieskamp (zie bl. 138 van mijn boek ‘De Renkumse en Heelsumse beekdalen). Dit gebeurde in opdracht van Anton II, graaf van Aldenburg, heer van Doorwerth. Hij had grote delen van het Heelsums beekdal in bezit en de watermolens waren een grote bron van inkomsten voor het kasteel.