De ader van Arnhem.

Dit artikel is verschenen in de Wijerd van december 2015

Sint Jansbeek en molenplaats De Witte Watermolen

Tekst en foto’s Jelle Leenes

Geen bron die het bevestigt maar zou het niet mooi zijn als good old Maarten van Rossum er zelf heeft rondgelopen? Als deze beruchte krijgsheer, rond 1550 in dienst van de hertogen van Gelre, meermaals op de plek heeft gestaan waar nu het naar hem genoemde Lange Afstand Wandelpad (LAW 4) pal langs de Witte Watermolen en de Sint Jansbeek in het Arnhemse stadspark Sonsbeek voert? De gedachte alleen al maken de molen en de beek bijzonder.

De Witte Watermolen. Gebouwd in 1460 in het dal van de 3,5 kilo-meter lange Sint Jan sprengenbeek, de bakermat, tevens het eerste door tien watermolens aangedreven ‘industrieterrein’ van de toen nog vesting Arnhem. Nu een van de oudste gebouwen in de Gelderse hoofdstad en helaas de laatst overgebleven molen in Arnhem.

 

Algemeen beeld De Molenplaats met weiland in het ‘dal’ van de St Jansbeek met Lakenvelders in Park Sonsbeek. Op de achtergrond de burgemeesterswijk van Arnhem.

Algemeen beeld De Molenplaats met weiland in het ‘dal’ van de St Jansbeek met Lakenvelders in Park Sonsbeek. Op de achtergrond de burgemeesterswijk van Arnhem.

De Witte Watermolen. Niet te missen is het monument met naast zich in een oude Saksische schuur het bezoekerscentrum Sonsbeek en achter zich het Nederlands Watermuseum. De nog altijd volop draaiende bovenslag korenmolen wenkt LAW 4 lopers en andere bezoekers van Arnhem meteen nadat zij hebben besloten het drukke centrum onder het spoor door te verruilen voor de rust tussen het oude groen van Sonsbeek en haar zusterparken Zijpendaal en Gulden Bodem verder stroomopwaarts langs de Sint Jansbeek.

De opgelegde St Jansbeek naast de witte bovenslag molen van de Molenplaats.

De opgelegde St Jansbeek naast de witte bovenslag molen van de Molenplaats.

Het is hier mede door deze beek, de oude ‘waterader’ van de stad, echt het mooiste stukje van Arnhem, jubelt Jeroen Voskuilen, directeur van de in 1983 opgerichte stichting die met hulp van 120 vrijwilligers de  Molenplaats draaiende houdt. Circa 50.000 mensen weten beide gebouwen jaarlijks te vinden. Een bezoekersaantal dat in zijn totaliteit met 10 tot 20 procent en wat betreft de molen misschien wel 30 tot 40 procent zal stijgen, hoopt Voskuilen (56) nu anno 2015 nogal wat veranderingen, vernieuwingen en verbouwingen zijn uitgevoerd. De deels gesubsidieerde stichting moet immers ook de komende jaren financieel het hoofd boven water zien te houden.

Veranderingen dus. En niet alleen cosmetische veranderingen, hoewel dat op het eerste gezicht wel zo lijkt. Het uiterlijk van zowel de Witte Watermolen als van de Molenschuur is gelijk gebleven. Wel is achter een raam bij het terras al de nieuwe naam van het complex zichtbaar: Molenplaats, met als ondertitel Sonsbeek Arnhem.

De Molenplaats in Park Sonsbeek met terras op het zuiden, met uitzicht op het het centrum van Arnhem.

De Molenplaats in Park Sonsbeek met terras op het zuiden, met uitzicht op het het centrum van Arnhem.

Maar eenmaal binnen zijn de veranderingen wel volop zichtbaar. Het interieur van het bezoekerscentrum, voortaan Molenschuur geheten, is onder handen genomen. Het oogt er nu ruimer en moderner, meer geschikt ook als ontmoetingsplek en vergaderlocatie. Vrijwilligers serveren wat in de molen wordt geproduceerd: ambachtelijke brood-jes, biologische snacks en bites bij de borrel.

Behoorlijk ingrijpend ook zijn de veranderingen in de biologisch gecertificeerde Witte Watermolen. De 82-jarige Annie van Silfhout, weduwe van de laatste molenaar, en nog steeds wonend in de mole-naarswoning, het privé deel van de volgens haar vroeger nogal eens ‘bonkende’ en ‘stoffige’ watermolen, opende er in september samen met Jeroen Voskuilen een sfeervol winkeltje. Bezoekers van deze ‘baklustige’ giftshop kunnen er producten van de molen zelf en andere streekproducten kopen.

Voorzitter Jeroen Voskuilen overhandigt bloemen aan molenbewoonster Annie van Silfthout bij de opening van de nieuwe Molenplaats.

Voorzitter Jeroen Voskuilen overhandigt bloemen aan molenbewoonster Annie van Silfthout bij de opening van de nieuwe Molenplaats.

Voskuilen legt intussen de helder vormgegeven brochure ‘Molen-plaats, Sonsbeek Arnhem’ op tafel. Daarin lees je over de visie achter alle veranderingen. Trefwoorden zijn authentiek, groen, sociaal en lokaal. Zo hoopt het bestuur van de stichting de Molenplaats onder meer te laten uitgroeien tot ‘een van de meest bijzondere en historische ontmoetingsplaatsen van Nederland.’

Het centrum wil daarnaast onder de noemer Groen Arnhem spin in het web zijn bij de promotie van het stedelijk groen in de nu al groenste stad van ons land. Voorts beschouwt de stichting de vernieuwde Molenplaats nog altijd als een ‘sociaal aantrekkelijke organisatie en een betekenisvolle (…) werkplek voor vrijwilligers en reïntegreer-ders.’ En in de brochure natuurlijk ook aandacht voor de Witte Watermolen met een jaarlijkse productie van 22.000 kilo meel. Via het onderhoud en de exploitatie van de molen worden molenaars-ambacht en Arnhems erfgoed gekoesterd, luidt het uitgangspunt.

Veel nieuws en veel verwachtingen dus, daar bij de aangepaste Molenplaats langs de Sint Jansbeek in Arnhem. En dan zijn we de aardigste verrassing, zeker voor de lezers van De Wijerd, nog vergeten. Want wie goed kijkt naar het nu nog ontoegankelijke drasplas gebiedje achter de molen ontwaart sinds enige maanden een nieuw waterstroompje. De Sint Jansbeek heeft er voor het eerst sinds eeuwen een zijbeekje bij gekregen! Een meanderend beekje, medio juni van dit jaar op initiatief van het Waterschap Rijn en IJssel vak-kundig door een 25-tal vrijwilligers aangelegd om een door kwelwater gevoede waterpoel blijvend te ontwateren. Voortaan geen water-overlast meer daar. Voortaan ’s winters geen gladde ijsplakken meer op het moerasweiland. Wat  nog ontbreekt is een naam voor het tientallen meters lange ‘molenbeekje.’ Wie durft?

Het nieuwe beekje door het weiland bij de Molenplaats met op de achtergrond de St Jansbeek.

Het nieuwe beekje door het weiland bij de Molenplaats met op de achtergrond de St Jansbeek.

De ‘monding’ in de Sint Jansbeek van het nieuwe, nog naamloze beekje uit de poel achter de Molenplaats.

De ‘monding’ in de Sint Jansbeek van het nieuwe, nog naamloze beekje uit de poel achter de Molenplaats.

Terug naar de Molenplaats zelf. Terug naar directeur Voskuilen. Hebben hij en zijn bestuursleden en vrijwilligers nu al hun plannen verwezenlijkt? Dat blijkt allerminst het geval. Er blijft nog veel te wensen over. Neem alleen al de Witte Watermolen. Voskuilen denkt aan de ingebruikstelling van het derde, nu niet meer werkende koppel maalstenen in de molen, aan een op het zuiden gericht terras met prachtig uitzicht aan de stadzijde van de molen, aan een uitbreiding van het assortiment in de nieuwe molenwinkel.

En de beek? Geen concrete plannen, legt Voskuilen uit, maar een ding is duidelijk: ‘zonder Sint Jansbeek geen Molenplaats.’ Een beek met genoeg capaciteit om ook bij intense regenval het Sint Jansdal te vrijwaren van overstroming. En een ecologisch verantwoorde beek. Zo schoon zelfs dat je haast weer zou gaan denken aan een plan van wijlen directeur Antoon van Hooff van Burgers Zoo: de ‘terugkeer’ van de zalm in de Rijn én dus ook in de Sint Jansbeek. De zalm als symbool van Arnhem! Voskuilen lacht. Leuk bedacht door Van Hooff. Hij was alleen even vergeten dat er nooit zalm in de Rijn of in de Sint Jansbeek heeft gezwommen. Ook lang geleden niet. Maarten van Rossum had het kunnen getuigen.