Emster beken

Nijmolense Beek sprengenbeek Open in Atlas
Smallertse Beek kwelbeek Open in Atlas
Van ‘heidebeek’ naar ‘houtwalbeek’
Prehistorisch akkercomplex
Overeenkomst

 

Nijmolense Beektop
De Nijmolense Beek wordt gevoed door sprengkoppen ten noordwesten van Vaassen. Het woord ‘nije’ of ‘nieuw’ in de naam wijst niet op de beek zelf, maar verwijst naar de Nijemolens, de nieuwe naam voor de herbouwde molens die in 1745 door brand verwoest waren. De beek komt uit in de Grift.

De molens aan deze beek, de Hofse molens en de oudste Nijemolen, zijn gebouwd voor 1691. De sprengenbeek is dus grotendeels in het laatste kwart van de 17e eeuw aangelegd. De meeste sprengkoppen van de Nijmolense Beek zijn moeilijk bereikbaar. De meest westelijke aan de Isendoornweg is goed te zien. De meest zuidwestelijke spreng waterde vroeger in een andere, meer zuidelijke, richting af. Bij  boerderij de Hofse Molen is een waterval. Dit is de vroegere molenplaats van de Hofse Molens. De opleiding van de beek voor deze molens is goed te zien waar de beek de Vaassense Binnenweg kruist. Iets verder stroomafwaarts wordt de beek opnieuw opgeleid. Aan het eind van deze opleiding stonden de Nijemolens. Op de oude molenplaats staat nu de verband- en wattenfabriek APCO  (Groupe Lemoine), voorheen Utermöhlen. De vijver (wijerd) ten zuiden van de beek heet het Vlasveld. Deze wordt gevoed door beekwater en is een voorraadbassin voor de fabriek.

Het Vlasveld

Het Vlasveld

De naam Vlasveld is afgeleid van de naam van de eerste directeur van de fabriek: Joost Vlasveld. De beek stroomt vervolgens langs de voormalige viskwekerijen.

 

Van ‘heidebeek’ naar ‘houtwalbeek’top
Het wijdvertakte sprengenstelsel van deze waterrijke beek ligt geheel in het agrarisch gebied. Wat over de Nieuwe Beek is geschreven van de ontwikkeling van heidebeek tot houtwalbeek, gaat ook helemaal op voor de Nijmolense Beek. Nog lang zijn hier en daar stukjes beekwal en kwelstroken onbeschaduwd gebleven. Daar kon zich in enkele sprengen een rijke vegetatie van rietorchis handhaven, alsmede een witbloeiende vorm van de kale jonker, karakteristiek voor Oost-Veluwse sprengen. Waarschijnlijk zijn de bronplanten nu verdwenen, mede onder invloed van het agrarisch gebruik van de omliggende landerijen. Bronkruid maakte plaats voor lisdodden. Ook omdat er in de periode dat de beek een “heidebeek”was, hier en daar al vrij zware bomen stonden, geeft het sprengencomplex de indruk van een oerbos, wat de meeste sprengkoppen moeilijk bereikbaar maakt.

 

Smallertse Beektop
De beek ontspringt als een stelsel van kwelbeekjes aan het Pollenseveen ten zuidwesten van Emst. In het Pollense Veen loopt een tak van de beek door een prachtig retentiegebied, aangelegd door Waterschap Vallei en Veluwe. De Smallertse Beek is later verlengd en onder de Grift door geleid om het Apeldoorns Kanaal van water te voorzien.

Smallertse Beek

Smallertse Beek

Bij Schaveren (= schaapvoorde; voorde = doorwaadbare plaats), daar waar de Woesterweg/Veldweg  de Oranjeweg kruist, was in de beek een doorwaadbare plaats. In 1729 stond een papiermolen in de bovenloop van de beek, bij Schaveren, de Jan Suijtshofs Papiermolen. Deze molen is in de 18e eeuw al verdwenen. Meer succes had de dubbele papiermolen die de heren van de Cannenburch in 1693 ten zuiden van Emst, op de benedenloop van de beek lieten zetten: de Smallertse Molens.

Herstelde waterval bij voormalige molenplaats van de Smallertse molens

Herstelde waterval bij voormalige molenplaats van de Smallertse Molens

De Smallertse Beek buigt af en stroomt ten zuiden van Emst langs het recreatieobject ’t Smallert, waarin zich de huidige forellenkwekerij bevindt. De daar aanwezige waterval geeft de plaats aan van de voormalige Smallertse Molens. De beek stroomt vervolgens door in de richting van het recreatiegebied Kievietsveld en komt daarna via stuw en verdeelwerk in de Grift. Recentelijk is een omleiding om de recreatieplas gemaakt om vervuiling van het zwemwater door een riool overstort voor regenwater die op de beek loost, te voorkomen. Langs een deel van de beek worden de oevers opgefleurd door mooi bloeiende planten: adderwortel in de voorzomer en hemelsleutel later in het jaar.

Smallertse Plas in recreatiegebied Kievitsveld

Smallertse Plas in recreatiegebied Kievitsveld

 

 

Prehistorisch akkercomplextop
Ten zuiden van de Pollenseveenweg, een zijweg van de Veldweg, ligt een prehistorisch akkercomplex. Dergelijke complexen worden raatakkers of ‘celtic fields’ genoemd. Het totale complex van aarden walletjes is ruim 16 hectare groot. De akkers hebben een afmeting van ca. 35 tot 40 meter in het vierkant.

Het patroon van de vroegere raatakkers

Het patroon van de vroegere raatakkers

 

Overeenkomsttop
Op 13 september 1693 begaf de Hoogwelgeboren mevrouw Douairière van Isendoorn tot de Cannenburgch zich met haar koets naar het huis van Jan Brouwer aan de Emster Enk. Daar vergaderde het boerrecht van de Emster Enk over ‘het graven en aanleggen van papiermolens’ (het ging over de Smallertse Molens). De douairière kwam voor die molens vragen of ze naar water mocht graven en het water naar die molens leiden. Er was een voorafgaand gesprek en de uitkomst was dat het boerrecht de Hoogwelgeborene geen strobreed in de weg zou leggen (‘bekroedigen nog bespieren’). Met de uitkomst werd de douairière gelukgewenst. Het boerrecht stelde wel een voorwaarde. Geld hoefden ze niet voor de vergunning; wel een ‘tractament’, een vergoeding in natura, zodat de douairière nog dezelfde avond enige tonnen bier uit haar kelder liet bezorgen… Precies 20 jaar later werd deze mondelinge overeenkomst alsnog vastgelegd in de vorm van een verklaring van twee getuigen. Die bevindt zich in het archief van de Cannenburch (Rijks Archief Gelderland, Arnhem).
In dit verhaal is de vrouwe van de Cannenburgch in 1693 geen douairière, maar Margaretha van Reede, echtgenote van Johan Hendrik van Isendoorn.

Dit verhaal geeft een beeld van de juridische verhoudingen in die tijd. Het boerrecht, een soort mark, besliste over het gebruik van de ‘gemene gronden’ en de vrouwe van de Cannenburgch moest beleefd om toestemming vragen voor het graven van een beek. De verklaring is een van de weinige gevallen waarin het graven van een sprengenbeek is vastgelegd. Maar waar er nu precies gegraven werd, is niet duidelijk. Stroomopwaarts lag op de Smallertse Beek de molen bij Schaveren. In de stukken wordt die molen gesitueerd ‘tussen de onderbeek en de Verloren Beek in de buurschap Emst aan het Westerbroek’. De tegenwoordige twee takken van de Smallertse Beek bovenstrooms van Schaveren zijn pas in de 19e eeuw gegraven. Beneden Schaveren maar boven de Smallertse Molens wordt de Smallertse Beek gevoed door een aantal, flink water leverende, maar duidelijk gegraven kwelbeekjes. Misschien dat de douairière die heeft laten graven?