Griftsemolens

Griftsemolens, Copyright Freek Bomhof

Griftsemolens, Copyright Freek Bomhof

De Griftsemolens  in Vaassen stond vroeger niet zo heel goed bekend bij de omwonenden. Ten behoeve van de kopermolen werd het water in de Grift boven de molens nogal hoog opgestuwd. Bij het pletten van het koper was er veel vermogen nodig voor de plethamers, die door het waterrad werden aangedreven. En om deze energie te kunnen leveren werd het water, vooraf door middel van een stuw, tegengehouden en opgespaard. Nadat er voldoende water in een buffer opgespaard was opende men de stuw en het hoge water kon daardoor het waterrad met veel meer kracht aandrijven, zodat het pletten van het koper een beter resultaat opleverde. Na 1706 zorgde de eigenaar van de Griftsemolens, de Amsterdammer Rudolph Knuijse, voor veel wateroverlast. Dat opstuwen van het water in de Grift gaf problemen in het buurtschap “de Hafkamp” en “de Bottert.” De lager gelegen boerderijen en landbouwgronden stonden dan deels onderwater, hetgeen voor de aanwezige boeren daar een steeds grotere schadepost betekende voor hun vee en hun grasland in de omliggende weilanden. Ook de scheepvaart, die vroeger gebruik maakte van de Grift, had veel hinder van het opstuwende water. Dit alles resulteerde in de nodige processen die omwonenden voerden tegen de eigenaar van de kopermolen. Uiteindelijk kwam men het één en ander overeen over de hoogte van het stuwen van het water. Door middel van koperen pennen, die waren aangebracht in een gemetselde muur in de wal van de Grift, werd aangegeven hoe hoog het waterpeil uiteindelijk was toegestaan. De molenaar was verplicht zich hieraan te houden, zodat er geen wateroverlast meer voorkwam. Op een tekening, gemaakt op 21 juli 1727 door landmeter Hend. Hesselink, is de hele waterloop van de Grift vastgelegd, zoals de verschillende partijen waren overeengekomen. Op deze tekening, of wel overeenkomst, staat vermeld:

“Pertinente aftekening van de Grift tot Vaasen van Peters Vonder tot aen de Heer Knuisers Coper Mole neffens het verval of opstuwinge van het selve water van gem: Peters Vonder tot aen de schutbalk en van daar tot aen de Mole”.

 Verder staat het bedoelde tracé van de Grift getekend. Daarbij staat vermeld:

–          Peters Vonder in de markte Vasen circa 40 passen van de Wenemer markte. Geen verval of opstuwinge.

–          Tegenover de Katerstede Den Poel bij den Hietkamp. ½ duim verval of opstuwinge.

–          Hafkamper Brugge. 2 duim verval of opstuwinge.

–          Afwatering van Sligters Molen, daarna de Verlaatse beek en hierin is een schutbalk. Hier in de Grift is 4 duim verval boven de opgeslagen latte van 3 duim. Dit is net voor de brug over de Grift. Over deze brug liep de weg van Vaassen naar Deventer. Sligter wordt bedoeld Dirck Slichgers uit Amsterdam die pachter was van de Nieuwe of de Amsterdamse Kopermolen op “de Oosterhof”, wat nu wasserij van Delden is.

Waterloop Grift (copyright Freek Bomhof)

–          Voor de Copermolens van de Heer Knuisen ligt een brug en daarachter de schutting met 7 duim verval.

Zo werd het in 1727 vastgelegd met een getekende overeenkomst. Of daarmee het probleem van wateroverlast voorgoed was opgelost verteld de geschiedenis niet. Wel waren toen ook de dijken van de Grift in zeer slechte staat van onderhoud. De kans van een dijkdoorbraak bij hoog water was groot. Na het overlijden van Rudolph Knuijse werd Frederik van Isendoorn à Blois in 1753 de nieuwe eigenaar van de molens. De kopermolen heeft daarna niet lang meer bestaan. Na 1938 zijn de gehele Griftsemolens afgebroken. Heden ten dage herinnert ons alleen de Griftsemolenweg nog aan deze unieke watermolen. Het riviertje de Grift werd, na de aanleg van het Apeldoorns kanaal in 1829, slechts een afwateringskanaal.

Copyright tekst en foto’s: Freek Bomhof.