Herstel Leuvenumsebeek

Onderstaand artikel is verschenen in de Stentor van 6 februari 2014:

door Ton van Mourik LEUVENUM – „Marco, ho!” De kreet geldt niet voor een roekeloze wan­delaar die in het water dreigt te vallen. Het is een commando waarmee bosbouwer Reind Bee­len zijn trekpaard stopt. Op slag verandert de negenhonderd kilo wegende kolos op de linkeroever in een levend standbeeld. Aan de overkant wordt een boom losge­maakt van het sleeptouw. Marco trok de stam exact naar de ge­wenste plek. Heemraad Jan Verhoef van het Waterschap Vallei en Veluwe kijkt tevreden toe. „We werken niet in, maar met de natuur. Het doel is om de stroomsnelheid van de beek te verlagen en de bodem te verhogen. Over een lengte van zeven kilometer plaatsen we ‘pak­ketten’, de een hechter dan de an­der. Ophogen gebeurt met ge­biedseigen zand.”

Marco werkt samen met zijn baas Reind Beelen in het bos - foto Ruben Schipper.

Marco werkt samen met zijn baas Reind Beelen in het bos – foto Ruben Schipper.

„Tachtig”, geeft projectopzichter Marcel Timmer het aantal damme­tjes aan. Lukraak neergelegd wor­den ze niet. „Nauwkeurig bepaald door een onderzoeksbureau. We maken ze met beuk of den, waar topgewas van spar aan wordt toe­gevoegd.” De onderdelen voor de houten blokkades worden ter plekke uit het bos gehaald en ge­construeerd. Terwijl paard Marco alles met pientere ogen in zich op­neemt, klinkt het gegier van een kettingzaag: de volgende dwars­stam voor een pakket dient zich aan.

Verhoef weet dat de Leuvenumse Beek onderdeel is van een uitge­breid stelsel sprengen en wran­gen. „Door het reguleren van stroomsnelheid, verandert water­peil en wisselwerking. Op bepaal­de gedeelten voorkomen we zo overstroming en op andere droog­vallen in de zomer. Tegelijk wordt overmatig uitschuren van bed­ding en bodem tegengegaan.”

De heemraad kan prat gaan op dertig jaar ervaring. Hoewel tegen­woordig boer in ruste, trad hij in 1984 al toe tot de wereld van de waterschappen. Ondertussen klakt Reind Beelen zijn trekpaard in actie. Onverwacht gracieus neigt Marco het krachtige hoofd.

De imposant besokte benen ver­heffen zich. Bij elke dreunende stap trilt de bosgrond. De stoï­cijns doorstromende beek wordt tijdelijk overstemd door de ruisen­de bladerdos van de te verslepen berk.

In het water zelf drukt Douwe, een andere bosbouwer, het eerder gezaagde stammetje in de zijwan­den. De uiteinden zijn, met het oog op duurzame aanhechting, in­middels gepunt. Seizoensgebon­den kolkend water zal er lange tijd geen vat op krijgen.

Peter Dam van Natuurmonumen­ten is enthousiast over de inzet van trekpaarden. Enerzijds wordt er minder vernield omdat het looppad smaller is dan van rups­voertuigen, anderzijds kan een paard dichter bij oevers komen. Ei­genaar Beelen is desgevraagd niet bang dat Marco onverhoopt in het water terechtkomt. „Gelukkig, want op eigen kracht komt hij er niet uit. De wanden zijn te steil.”

De manier waarop Reind zich met Marco tussen andere bomen door beweegt, getuigt bijna van een naadloze choreografie. Door wie hen naloopt, is inderdaad nau­welijks verstoring te vinden. Hele­maal vreemd is dit niet. Beelen herinnert zich goed hoe hij als veertienjarige knaap voor het eerst met zijn vader meeging.

„Toen haalden we al hout met paarden weg”, verduidelijkt hij, met een vaag gebaar richting Nun­speet. „En ik ben bijna vijftig, dus tel maar uit.” Niettemin kennen man en paard elkaar pas een half jaar. Reind: „Twee anderen die ik had, gingen in een tijdbestek van twee maanden dood. Ziekte en ouderdom. Marco haalde ik daar­na uit België. Hij is zes jaar oud en diende eerder als dekhengst. Heeft alle spieren dus benut. Qua ras is het trouwens officieel een Belg.” Of Marco ook zou reageren op ‘Allee manneke, we gaan op ca­fé’? Reind lacht: „Probeer het maar.”