Hierdense Beek

Door wetgeving moeten heel wat beken worden aangepast. Zo stelt de Europese Kaderrichtlijn Water eisen aan de ecologische kwaliteit van het water terwijl de regelgeving ‘Waterbeheer 21e eeuw’ de wateroverlast door het veranderende klimaat moet opvangen maar tegelijkertijd ook verdroging moet tegen gaan. Dit geldt ook voor de Hierdense beek. In dit gebied spelen onder meer problemen met  het verwerken van plotselinge neerslagpieken en de waterkwaliteit. Bovendien is de Hierdense beek ook nog eens Natura 2000 gebied voor de ijsvogel, rivierdonderpad en beekprik.

Een forse opgave dus voor het waterschap Vallei en Veluwe: zorgen voor een goede waterkwaliteit, reguleren van de kwantiteit én habitatverbetering. Een klus die samen met Natuurmonumenten, eigenaar van het Leuvenumse bos en aangrenzende gebieden, geklaard wordt.

Eén van de problemen is dat de beek zich te diep heeft ingegraven, vooral in het bosgebied stroomafwaarts van het Roode koper. Dit is veroorzaakt door de afvoerpieken van water in de winter. Op zo’n moment stroomt het water veel te snel en voert heel wat zand mee. En behalve zand worden tal van beekorganismen meegesleurd: ze spoelen letterlijk uit en komen in het Veluwemeer terecht, wat geen goede habitat is voor een beekbewoner.

Dit probleem wordt opgelost door de beek ondieper te maken en de stroming te belemmeren. Dit alles volgens het concept ‘building with nature’:  alleen kleinschalige ingrepen met een maximaal rendement voor de natuur. Hiertoe wordt op nu op een aantal plekken zand gestort dat de beek zelf moet gaan verspreiden. De doorstroming wordt belemmerd door veel dood hout in de vorm van takken en zelfs complete bomen in de beek aan te brengen. Door deze maatregelen zal het waterniveau in de beek stijgen en op sommige plekken zal de beek tijdelijk min of meer verstopt raken. Denk maar eens aan al dat blad dat van de herfst zal vallen en blijft hangen in de takken. Op die plekken zal de beek tijdelijk overstromen, wat probleemloos mogelijk is omdat hij hier door een bosgebied stroomt. Het dode hout zal ook zorgen voor stroomversnellingen waardoor grintbedjes ontstaan: geschikte plekken voor vissen en andere beekorganismen om hun eitjes af te zetten. De takken vormen ook uitstekende schuilplaatsen voor vissen.

2015-01-27 hierdense beek-2

 

2015-01-27 hierdense beek

Op een aantal plaatsen zullen weer overstromingsvlaktes ontstaan. Die vangen de pieken op waarna het water óf weer terugstroomt in de beek óf in de bodem wegzakt. Dat zijn de laaggelegen plekken die bij hoog water nog steeds wel eens vollopen, zoals het ‘Groote water’ en ‘het Achterste Gat’.

Er moeten vroeger meer van dat soort natte plekken zijn geweest, getuige een beschrijving uit het begin van de 20e eeuw (Jhr. Jan Feith en C.H.G. Berhrens, Zwerftochten door ons land; Gelderland): ‘Wij volgen den weg naar het Leuvenumsche bosch, het eerste Nederlandsche boschreservaat, dat in het jaar 1910 door de sympathieke “Vereeniging tot behoud van natuurmonumenten in Nederland’ is aangekocht (…).Diep in zijn uitgesneden ravijntje loopt de Hierdense beek, kabbelend tegen de oevers onder breed overhangende varenpluimen. Maar de verstuivingen van den Zoom hebben eens de loop van de beek verstopt, en haar belet, verder te stroomen; waardoor het water telkens hooger kwam te staan (… ) Maar de meertjes die in het midden van de vorige eeuw(de 19e eeuw dus, GJB) het bosch tot een vrijwel uniek moeraswoud maakten (… ) deze meertjes zijn verstikt door het stuivende zand van de Beekhuizer landduinen”

Het zou leuk zijn om uit te zoeken waar deze meertjes hebben gelegen en zo mogelijk weer in ere te herstellen. Wie weet, waren die meertjes wel het Groote water en het Achterste gat.

Het loont de moeite om komende herfst regelmatig eens langs de beek te lopen. Vooral bij hoog water. Om te zien hoe het zand zich verspreidt en de beek zich verstopt. Hoe het water, hoe dan ook, zijn weg zal zoeken. Ik houd u op de hoogte!

Gert Jan Blankena, 2014