In gesprek met Peter Stork, oud-secretaris van de Bekenstichting

In het kader van het 35 jr. jubileum zijn twee interviews gehouden met medewerkers van de Bekenstichting van het eerste uur. Het interview van Peter Stork is in Wijerd-03 2014 gepubliceerd. Het interview van Yolt IJzerman wordt in Wijerd-04 2014 gepubliceerd.

In de serie ‘Oral history’ spraken Wiebe Kiel en Jacques Meijer met Peter Stork, oud-secretaris van de Bekenstichting.

Het interview vond plaats bij Peter Stork thuis in Eper Dellenpark. Peter werd in 1931 in het Gooi geboren. Op jonge leeftijd verhuisde hij naar Epe. Zijn opleiding genoot hij aan de HBCS, de Hogere Bosbouw en Cultuurtechnische school in Velp, tegenwoordig ook bekend als Larenstein. Na die tijd werkte hij 10 jaar aan buitenlandse watermanagement projecten (zowel irrigatie als drainage) in opdracht van de o.a. OESO (Organisatie voor Samenwerking en Ontwikkeling) en de EEG, de voorloper van de Europese Unie.

Peter Stork in zijn tuin in Epe (foto Wiebe Kiel)

Peter Stork in zijn tuin in Epe (foto Wiebe Kiel)

Terug in Nederland ging hij in 1967 bij de Provinciale Planologische Dienst (provincie Gelderland) werken. Hij deed daar ‘grote projecten’ zoals die voortvloeiden uit de door hem geschreven Nota Openluchtrecreatie. Daarbij moeten we denken aan bijvoorbeeld Bussloo, het Heerderstrand, Kievitsveld. Dit alles vond plaats in een periode waarin landbouwgrond nog ‘heilig’ was en ontgrondingen, nieuwe vuilstorten, enz. steevast in natuurgebieden gesitueerd werden. Het werd dus tijd voor een ander beleid, dat er ook kwam. In 1976 kwam er een rapport uit over de Veluwe met een integrale benadering. In die tijd werd het beekbeheer nog door particuliere eigenaren en gemeenten uitgevoerd. Laatstgenoemden hadden hiervoor in het algemeen weinig belangstelling. Peter kreeg het secretariaat van een bestuurlijke commissie toegewezen.

In 1979 kwam het Streekplan Veluwe uit met als hoofddoelstelling stringente bescherming van natuur en landschap. In hetzelfde jaar werd het Projectbureau Nationaal Landschap Veluwe opgericht waarvan Peter aan het hoofd stond. Het was toevalligerwijs dat ook in dat jaar de doctoraalscriptie van Yolt uitkwam waarin gepleit werd om tot oprichting van een stichting te komen die het beheer van de achteruitgaande sprengenbeken op zich zou nemen, en ook de oprichting plaatsvond van de Stichting tot Behoud van de Ugchelse Sprengen en Beken onder leiding van Jan Kamphuis, enige maanden later gevolgd door de Stichting tot Behoud van de Veluwse Sprengen en Beken. Beide stichtingen zouden later met elkaar fuseren.

Er gebeurde in die tijd dus veel, want een jaar later al, in 1980, werd door de Begeleidingscommissie  Proefgebied Nationaal Landschap Veluwe de werkgroep Beken op de Veluwe geïnstalleerd. Er kwam een onderzoeksprogramma o.l.v. voorzitter Theo van de Nes, ook al een ‘oudgediende’ bij de Bekenstichting. In 1982 kwam het eindrapport hiervan uit.

Een projectbureau bracht 5 deelplannen voor deelgebieden uit, met als gevolg dat er tussen 1981 en 1985 een aantal beken hersteld werden, w.o. in Vaassen, Epe, Apeldoorn, Brummen en Putten. Het betrof 9 beken, waarmee een bedrag van 2 ½  miljoen gulden gemoeid was. Deze projecten werden gesubsidieerd vanuit het toenmalige ministerie van CRM (Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk).

Deze financiële bijdrage van de rijks- en provinciale overheid ging naar het Projectbureau, dat veel werk dat uitgevoerd werd door aannemers coördineerde. Drijvende kracht achter kleinschalige herstelplannen was Yvonne Roelants, coördinator van de pas opgerichte Bekenstichting. Zij begeleidde naast studenten en vrijwilligersgroepen ook jongeren met het aanbrengen van betuining (beschoeiing) langs beken in de Motketel bij Vaassen.

Gedeputeerde Staten van Gelderland vonden de Stichting enthousiast, gedreven en goedwillend, maar de uitvoering toch iets te ‘amateuristisch’. In 1984 werden de beken onder verantwoordelijkheid van de waterschappen gebracht. Vanaf dat jaar gingen de inwoners van deze ‘ongereglementeerde gebieden’ waterschapslasten betalen. De afspraken met de provincie leidden tot het opstellen van zgn. BOP’s (Beheer- en Onderhoudsplannen). In het begin werd door de waterschappen veel grof materiaal ingezet, maar toen bleek dat e.e.a. niet goed verliep kwam het overleg met de Provincie en de Bekenstichting tot stand.

Van grote invloed was de inwerkingtreding van de WVO (Wet Verontreiniging Oppervlaktewater). Het Zuiveringsschap kreeg grote invloed. Vóór die tijd werden beken als open riool gebruikt voor de lozing van afvalwater van o.a. wasserijen, maar dat mocht vanaf toen niet meer.

In 2000 kwam Joke Vink in contact met Peter, die zij kende van de Gelderse Milieufederatie. Joke wist hem te strikken voor de functie van secretaris bij de Bekenstichting, een plaats die vacant kwam door het vertrek van Henk Menke. Hij heeft het secretarisambt bekleed tot in 2007.

Het bleek een heel vruchtbare periode waarin tal van projecten uitgevoerd werden. Allereerst is er gewerkt aan vernieuwde statuten, waarin een bredere opstelling van de Bekenstichting naar voren kwam; niet alleen gericht op beken maar ook op natuur en landschap. Daarna kwam het Cultuur-Historisch Inventarisatie Project (CHIP) dat bij Alterra DLO (Dienst Landbouwkundig Onderzoek) door Hans Renes werd opgesteld. Dit project werd door de Provincie via de Bekenstichting betaald.

Vervolgens het GIS-project, de volledige inventarisatie van beken en sprengen, waarvoor Peter en Jacques Meijer samen het benodigde veldwerk deden. Daarna kwamen tussen 2003 en 2005 de voorbereidingen voor het uit te brengen sprengenboek.

Meer projecten volgden, zoals het plaatsen van ongeveer 60 borden aan beken. Later heeft Waterschap Veluwe die verwijderd en vervangen door eigen exemplaren.

Er kwamen lesbrieven voor basisscholen over de gehele Veluwe, gevolgd door een video en een website. Wandelgidsen voor de noordoostelijke en de zuidoostelijke Veluwe. Het project Traditioneel Grondgebruik, gefinancierd met geld uit ‘Brussel’ dat ook bij de Europese Commissie is gepresenteerd.

Tijdens zijn secretariaatsperiode nam de Bekenstichting deel in de Projectgroepen die in de eerste fase van een BOP (Beheer- en Onderhoudsplan) het voorbereidend werk deden. Daarna werd de Stichting alleen uitgenodigd voor de Klankbordgroepen (de tweede fase) waardoor de invloed geringer werd. Uiteindelijk kan de Stichting nu alleen nog invloed uitoefenen wanneer de tervisielegging aan de orde is.

De Bekenstichting participeerde in de periode 2000-2007 in plannen m.b.t. het Apeldoorns Kanaal, het infiltratieproject van waterbedrijf Vitens, in de totstandkoming van gemeentelijke waterplannen als die van Epe en Rheden, de Kaderrichtlijn Water en als lid van de Gelderse Milieufederatie ook in Reconstructieplannen.

Zoals gezegd nam Peter in 2007 afscheid als secretaris van de Bekenstichting. Als advies geeft hij de Stichting mee kritisch te blijven. Onderhoud is en blijft nodig, maar hij geeft wel aan dat vooral gelet moet worden op de cultuurhistorische aspecten. Die dreigen vaak het onderspit te delven. Als voorbeeld noemt hij het vernatten van de bovenloop van de Tongerense Beek, waarbij de Witte Beek wordt ‘gedempt’. Dit kan nadelig uitpakken voor de watervoorziening van de Kopermolen.

Toch zijn er veel goede ontwikkelingen zoals de infiltratieprojecten bij Epe en Schalterberg. Het is belangrijk om duurzaam met het Veluwse grondwater om te gaan. In dat verband noemt hij La Cabine, een grote grondwateronttrekking tussen Arnhem en Ede, als voorbeeld hoe het beter zou kunnen. Voorlopig heeft naar zijn mening de Bekenstichting ook na 35 jaar zeker nog bestaansrecht. Dit zou niet meer nodig zijn als gekomen wordt tot een keur voor de beken en sprengen waarbij als criteria naast de hydrologie en de ecologie ook de cultuurhistorie en het landschap toetsstenen zijn. Het mooist zou zijn als op termijn de Bekenstichting op zou gaan in een beheerautoriteit, die zich ontfermt over de bovenlokale aspecten van de Veluwe. Het voltooien van 25-jaar beekherstel, dat onlangs gevierd werd in de Cannenburch bij Vaassen, is wat hem betreft dan ook zeker geen punt, maar een komma.

Wiebe Kiel en Jacques Meijer.