Interview met biologe Judith Westveer

Het onderstaande artikel, geschreven door Henri Slijkhuis, verscheen in de Wijerd van maart 2015

Deelnemers aan de najaarsexcursie van vorig jaar met daarna de viering van 35 jaar Bekenstichting hebben Judith Westveer ontmoet. Judith is verbonden ben aan de Universiteit van Amsterdam, afdeling Aquatische Ecologie & Ecotoxicologie. In herinner me haar staande in de Leuvenumse beek met een schepnet om macrofauna te vangen. Die middag komt het water niet alleen van onder, maar ook met bakken van boven. Judith vertelt onder de paraplu enthousiast over haar onderzoek. De donateurs van de Bekenstichting luisteren ademloos en een enkeling stapt zelf in de beek om monsters te nemen. Reden om Judith  eens een paar vragen te stellen.

35 jaar Bekenstichting, Judith legt uit (foto auteur).

35 jaar Bekenstichting, Judith legt uit. (foto auteur)

Wil je jezelf even voorstellen aan de lezers van de Wijerd en aangeven hoe je bij je het onderwerp van  promotie-onderzoek bent uitgekomen?

Mijn naam is Judith Westveer, geboren in de stad Amsterdam maar desondanks een grote natuurliefhebber. Tijdens mijn studie biologie in Groningen heb ik veel onderzoek gedaan op de Waddeneilanden en daarmee al wat ervaring opgedaan met de ecologie van waterrijke ecosystemen. Mijn interesse in de natuurlijke wereld bestaat, behalve uit pure verwondering voor alles dat leeft ook uit een sterk gevoel dat we de natuur in ons land goed moeten beschermen, beheren en het liefst uitbreiden. Vandaar dat ik me lang hebt verdiept in ‘conservation ecology’, een deel van de biologie waarin vaak wordt gekeken naar bedreigde ecosystemen en wat bepaalde sleutelfactoren zouden kunnen zijn waardoor zo’n systeem gezond blijft of juist ineens in elkaar kan storten. Dit promotieonderzoek sluit aan bij beide interesses; aan de ene kant is het een fundamenteel wetenschappelijk vraagstuk over het leven in beken en anderzijds probeer ik een toepasbare oplossing te vinden voor problemen in het natuurherstel van de Nederlandse beekdallandschappen.

Wat houdt jouw onderzoek in?

We willen graag weten hoe de natuur zich herstelt nadat er een beek-herstelproject is uitgevoerd. Er wordt in Nederland veel werk gedaan aan het verbeteren van de waterkwaliteit, waterveiligheid, morfologie en hydrologie van beken, maar daarbij hoort natuurlijk ook ecologie, de flora en fauna in de beken. Alleen kost het vaak veel tijd voordat planten en dieren zich weten te verspreiden en vestigen in die herstelde, of nieuw gegraven beken. Wij proberen te begrijpen waarom sommige diersoorten heel makkelijk in een nieuw beektraject terecht komen, en waarom andere soorten er veel moeite mee lijken te hebben. Soms is er zelf na tientallen jaren na een beekherstelproject nog weinig leven in de beek te vinden. Door meer kennis te vergaren over de levenswijze van diersoorten en de manier waarop ze zich verspreiden, kunnen we hopelijk toekomstige herstelprojecten rekening laten houden met de natuurlijke beekbewoners en daarmee de projecten nog succesvoller maken.

In welke beek (beken) op de Veluwe verricht jij onderzoek en waarom daar?

Op dit moment monitor ik de Hierdense beek (die meer stroomopwaarts de Leuvenumse beek wordt genoemd), een prachtig gebied. In september heeft het beheer daar een groot beekherstelproject uitgevoerd. Er zijn drie nieuwe beekgedeeltes aangesloten op de bestaande beekstroom. In gedeeltes die dus voorheen droog lagen, gewoon in het bos, stroomt nu beekwater. Dit is een ideale situatie om mijn onderzoeksvraag te testen: welke diersoorten zullen zich vestigen in de nieuwe beektrajecten en hoe verandert dit gedurende de komende jaren? De Hierdense beek is een beek waar we al veel over weten wat betreft de huidige populaties van het waterleven en waterkwaliteit, dus ik kon gelijk beginnen met bemonsteren zodra het water ging stromen. Waterschap Vallei en Veluwe en Natuurmonumenten hebben mij een vergunning gegeven voor het veldwerk omdat zij het ook erg belangrijk vinden om te zien wat voor effect hun herstelproject heeft.

35 jaar Bekenstichting Judith en Ruud Iorwa nemen monsters. (foto auteur)

35 jaar Bekenstichting Judith en Ruud Iorwa nemen monsters. (foto auteur)

Wat heb je tot dusverre al gedaan?

Tot dusver heb ik tweemaal per maand alle nieuwe trajecten bemonsterd met een schepnet en alle gevonden ongewervelde waterdieren (macrofauna) meegenomen naar het laboratorium van de Universiteit van Amsterdam. Tot mijn verbazing blijken er al heel snel heel veel dieren te leven in de nieuwe beektrajecten. Welke soorten dit precies zijn, moet ik nog beter gaan bekijken onder een microscoop. Daar gaat behoorlijk wat tijd in zitten.

Heb je bijzondere ervaringen opgedaan?

Ik geniet altijd van het veldwerk in de Hierdense beek. Zodra ik het bos in rijd met al mijn emmertjes, schepnet en laarzen in de achterbak, ben ik erg dankbaar voor het werk dat ik doe. Naast de beek is het lekker rustig en ik probeer altijd te luisteren naar alle verschillende vogeltjes. Ik heb zelfs laatst een cursus gevolgd om vogelgeluiden van elkaar te kunnen onderscheiden. Die kennis probeer ik nu te gebruiken in het bos!

Wat ga je nog doen?

De komende tijd blijf ik veel monsters nemen uit de Hierdense beek. Ik houd de ontwikkelingen van het onderwaterleven goed in de gaten. Daarnaast zijn er nog vier andere experimenten die ik uitvoer op andere plekken en in het laboratorium. Uiteindelijk zullen al die verschillende vraagstukken samen gaan leiden tot een proefschrift en belangrijker; meer kennis van het herstel van beken.

  • Wat is het belang van de resultaten van jouw onderzoek?

Zodra ik precies weet welke soorten ik heb gevangen kan ik iets zeggen over de biodiversiteit in de nieuwe beektrajecten. Biodiversiteit is vaak een goede graadmeter van de mate van herstel. Door bij te houden hoe het proces van herstel verloopt, kunnen we uiteindelijk adviseren

-of de beheerders van een hersteld bekengebied vooral geduld moeten hebben voordat een bepaalde diersoort terug zal keren,
-of dat de soort een herintroductie nodig heeft,
-of dat het gebied waarschijnlijk niet geschikt is voor sommige soorten.

Een herstelproject is pas succesvol als je de beek zodanig restaureert dat er veel verschillende dieren en planten kunnen leven. De resultaten zullen dus leiden tot sneller beekherstel en effectievere herstelwerkzaamheden.

Wil je jouw bevindingen na afloop van het onderzoek delen met de lezers van de Wijerd?

Dat lijkt me zeker leuk! Al duurt het nog zeker drie jaar voordat het is afgerond.

Wil je de lezers nog iets vragen of vertellen?

Kijk vooral eens in de beek wanneer u over een bruggetje loopt. Er gaat een hele wereld schuil onder het water wat daar stroomt. Kokerjuffers met prachtige huisjes, glanzende kevertjes, zeldzame steenvliegen, eendagsvliegen en nog veel meer. Het is niet enkel een massa van bewegend water, maar ook het leefgebied van heel veel bijzonder beestjes. Geniet ervan!

Henri Slijkhuis