Loenense beken

Loenense Beek sprengenbeek Open in Atlas
Strobroekse Molenbeek sprengenbeek Open in Atlas
Stroobroekbeek sprengenbeek Open in Atlas
Voorsterbeek Open in Atlas
Hooilanden


 

Loenense Beektop

Spreng van de Loenense Beek nabij Zilven

Spreng van de Loenense Beek nabij Zilven

De Loenense Beek ontspringt bij de sprengkoppen die ten zuiden van en in Loenen liggen.
Opvallend is dat het gehele bovenstroomse gedeelte westelijk van de Eerbeekse weg momenteel droog staat. Alleen het allereerste stukje van de sprengen heeft water, maar dit zijgt weg nog voordat het zwembad bereikt is. Waarschijnlijk is dit vooral te wijten aan de wateronttrekking in de omgeving. Een zijtak van de Loenense Beek heet Stroobroekbeek. Maar ook de verschillende vertakkingen van de beek hebben soms andere namen. Voor het gemak houden op de BAV kaart voor de meeste beken, de Loenense beek aan. Na de samenvloeiing met het Verloren Beekje heet de beek Voorsterbeek. De Voorsterbeek mondt bij de ruïne Nijenbeek uit in de IJssel. Volgens oude kaarten zijn de bovenlopen van de Loenense Beek en die van Zilven (Silvolde) aanvankelijk meer gescheiden geweest.

Kasteel Ter Horst

Kasteel Ter Horst

Door een rond 1662 nieuw gegraven beek parallel aan de hoogtelijnen, werd het water van de Silvoldse (Zilvense) Beek naar de Loenense Beek geleid. De grotere waterhoeveelheid maakte de stichting van nieuwe molens mogelijk. Van grote invloed zijn de Hackforts op kasteel Ter Horst geweest. Zij lieten beken graven, stichtten de molens en verpachtten die aan de molenaar die naar verwachting het best op die plaats zou presteren. De molenaars verwisselden dus nogal eens van molen.

Voormalig zwembad Groenouwe met het restant van de springplank

Voormalig zwembad Groenouwe met het restant van de springplank

Vlakbij de sprengen bevindt zich het oudste zwembad van Loenen, gebouwd in 1920. Het zwembad behoorde bij het landgoed Groenouwe. Het bad kon door middel van greppels met water uit de sprengen doorgespoeld worden. Dit mocht alleen in de weekeinden omdat op doordeweekse dagen de wasserijen het water nodig hadden. Rond 1950 raakte het bad in verval. De uit zwerfstenen opgebouwde muur van de springplank is er nog. Op de vroegere molenplaats De Hunekamp bevindt zich nu wasserij ‘De Hunekamp’. Deze wasserij maakt momenteel geen gebruik van het beekwater. De waterval is er niet meer; alleen een minirad aan de noordzijde van het bedrijf herinnert nog aan het vroegere gebruik van een rad. Vervolgens stroomt de beek naar de voormalige Zilvense Korenmolen.

Het Molenhuis, restant van de voormalige Zilvense Korenmolen

Het Molenhuis, restant van de voormalige Zilvense Korenmolen

Nu is hier de dierenspeciaalzaak van Kruitbosch gevestigd. Het uit 1914 daterende gebouw heet ‘Het Molenhuis’. De beek staat droog; rad, goot en waterval zijn verdwenen. Tussen de Eerbeekseweg en de Koedijk is de beek enige tientallen meters overkluisd ter plaatse van een agrarisch bedrijf. Eerst voorbij de Koedijk bevat de beek momenteel water. In de bebouwde kom van Loenen komen nog enkele sprengen uit in de beek. Eén van deze zijtakken is de Bruisbeek waaraan een Mosterd- en snuifmolen stond. Een andere zijtak heeft ooit de verdwenen ‘Kleine Slas’ gevoed. De hoofdbeek buigt af naar het oosten en begint een kort opgeleid traject naar de voormalige Grote Slatsmolen. Het eind 19de eeuwse gebouw op de noordelijke oever is een restant van deze molen en nu in gebruik als opslagruimte. De waterval is er nog, het rad is na 1953 verdwenen. Aan de oostzijde van de Molenallee ligt een aquaduct. De Loenense Beek stroomt hier onder de Sloot Slatsdijk door. De Sloot Slatsdijk verandert na het auaduct in Sloot Lonapark en loopt langs de sportvelden naar de Sloot Klein Horst, die de gracht van kasteel Ter Horst met beekwater voedt. Het brede water in het Lonapark en het water rondom Kasteel Ter Horst wordt Stroobroekbeek genoemd, Een dergelijk aquaduct waar twee beken elkaar kruisen is vrij zeldzaam.

 
Verderop komt het grachtwater van de Stroobroekbeek bij de voormalige Strobroeksmolen in de Strobroekse Molenbeek uit. Deze stroomt hierna als Stroobroekbeek aan de westzijde van de toeristische spoorweg naar de Loenense Beek. Hieraan is het kunstmatige karakter van sprengenbeken goed te zien. De Loenense Beek wordt na de beekkruising opgeleid naar de voormalige Bovenste Molens. Alleen het woonhuis met de naam ‘de Bovenste Molen’ is er nog. Aan de molenactiviteiten herinneren nog de opleiding en de waterval. Die laatste is in 1997 door het Waterschap Veluwe gerestaureerd. Ook is er een omleiding met een cascadestuw gemaakt ten behoeve van vismigratie.

 

Strobroekse Molenbeektop
De Strobroekse Molenbeek heeft twee sprengkoppen aan de Vrijenbergerweg. Via enkele tuinen gaat dit water naar de voormalige Strobroeksmolen.

Sprengkop van de Stroobroekbeek (aan de overzijde van de weg)

Sprengkop van de Strobroekse Molenbeek (aan de overzijde van de weg)

De boerderij bij de verdwenen molen is inwendig verbouwd tot appartementencomplex, ‘Strobroeksmolen’ genaamd. Twee kleine watervalletjes in de beek vanaf Ter Horst herinneren aan het gebruik van de waterkracht. Een zijtakje van de Stroobroekbeek, Koerenbeek geheten, heeft water geleverd voor een bierbrouwerij. De verbouwde boerderij met de naam ‘Brouwerij’ aan de Hoofdweg staat er nog steeds.

De voormalige brouwerij

De voormalige brouwerij

De Stroobroekbeek stroomt aan de westzijde van de toeristische spoorweg naar de Loenense Beek.
De Loenense Beek gaat vervolgens onder het Apeldoorns Kanaal door naar de Middelste Molen aan de oostzijde van dit kanaal. De Middelste Molen is een nog in werking zijnde papiermolen waar op ambachtelijke wijze wordt gewerkt. Molengoot, rad, waterval, alles is hier nog aanwezig. Het bedrijf wordt geëxploiteerd door de Stichting Museum Middelste Molen. Een nieuw museum en bezoekerscentrum is begin april 2018 geopend. Op de plaats van de voormalige Achterste Molen staat het bedrijf van Lona Smurfit BV, een fabriek van verpakkingsmaterialen. Aan een oude molenplaats herinnert hier niets meer. Voorbij de Achterste Molen is de beek hier en daar verlegd.

De Middelste Molen

De Middelste Molen

Tussen de Middelste en de Achterste Molen is in de 20e eeuw nog tijdelijk sprake geweest van twee beeklopen. De Achterste Molen had schoon water nodig, wat door de bedrijvigheid bovenstrooms niet meer voorhanden was. Men heeft toen vanaf de Middelste Molen eerst een schot in de beek geplaatst, en verder stroomafwaarts een nieuwe bedding gegraven parallel aan de oude. Het schone water ging door de nieuwe bedding, de oude bleef vuil.

Links de nieuwe beek en rechts overblijfsel van de oude (vuile) beek met bomenwal

Links de nieuwe beek en rechts overblijfsel van de oude (vuile) beek met bomenwal

Toen als gevolg van de waterzuivering dit alles niet meer nodig was, werd de oude (vuile) beek gedeeltelijk gedempt. In het land is de beek nog goed zichtbaar. Bij Voorst, waar de beek Voorsterbeek heet, stond de Nijenbeker Korenmolen.


 

Hooilandentop
De Loenense Beek werd gebruikt voor het bevloeien van hooilanden. De boeren in Loenen waren in 1664 met de heer van Ter Horst overeengekomen, dat zij van het water van de Loenense Beek gebruik mochten maken om bij uitzonderlijke droogte het hooiland van water te voorzien. In ‘Loenense Molenbeek, oude levensader van een Veluws dorp’ staat: ‘Op 3 augustus 1663 komen de geërfden van Loenen met Cornelis Hendricks en diens huisvrouw Willemken Hendricks overeen dat hij van nu af de beekcke aen sijn Pampieren meulen tot Loenen gelegen oostwaerts aend den heer van der Horst sijnen kamp, zo wijtt sijnen beeckendijck is streckende zodanig zal maken, dat het water daarvan genoeghsaem binnen boorts kan blijven. Bij overvloedig water of tijdens noodzakelijke timmerij aan de molen, mag hij de Silvoldse beecke aan het Sladt (Molenbeek op het Slat) op twee plaatsen laten wegstromen en het water door de oude bedding leiden. Ook moet Hendricks zijn beeckendijck tot tegen het Schaer en oostenhoe van Veenh (het Schaar en verder oostwaarts?) goed onderhouden. De papiermaker dient ieder jaar in mei de beek te ruimen en gedurende 14 dagen Die hoijlanden ende de broecklanden tot genoegen te wateren. Hiermee wordt bedoeld dat Hendricks de hooilanden en weilanden in ‘t Broek van voldoende water moest voorzien, wat waarschijnlijk in de droge zomermaanden wel noodzakelijk was.