Project Ensembles – inventarisatie van onze bekenstelsels

(Verschenen in de Wijerd van september 2015)

Albert Willemsen

Een beek is niet alleen een geul met stromend water. Er hoort van alles bij: watermolens, wijerds, sprengkoppen, draslandjes, opgeleide beken, vloeiweiden en nog veel meer. Als Bekenstichting willen we dat allemaal beschermen. Dat noemen we een ensemble: een beek met alles wat er mee samenhangt. Nu zijn er tientallen bekenstelsels op de Veluwe, en die hebben allemaal hun eigen ensemble. Hoe houden we het overzicht over al die honderden sprengkoppen, broekbossen, molens, landgoederen en wat dies meer zij, en hoe bepalen we wat belangrijk is? In het artikel hieronder leest u daar meer over.

Enkele maanden geleden hebben we als stichting een project gestart voor de inventarisatie van onze beekensembles. Eigenlijk is het vreemd dat dat niet eerder gedaan is, want de zorg voor ensembles is iets wat de Bekenstichting uniek maakt. De natuur- en landschapsorganisaties beheren terreinen, het waterschap zorgt voor droge voeten, de provincie is bezig met cultuurhistorie en natuur, milieugroepen met milieuproblemen, historische verenigingen met het beschrijven van wat geweest is. Maar alles rond de beek in samenhang bekijken, dat doet alleen de Bekenstichting.

Zijn wij dan een club met een vreemde hobby? Nee, ook dat niet. De meeste mensen begrijpen onmiddellijk het belang van behoud van de samenhang in landschap, cultuurhistorie en natuur. De beken op en langs de Veluwe zijn eeuwenlang de ruggengraat van de regionale economie geweest. Het leven speelde zich af in de beekdalen, en feitelijk is dat nog altijd zo. Ook voor de natuur zijn de beken belangrijk: de natuur plooit zich als het ware rond de waterlopen.

Wat verstaan we nu precies onder zo’n ensemble, en wat hoort erbij? Dat kan heel duidelijk zijn: de beekloop zelf, sprengkoppen, molenplaatsen enzovoort. De beek staat echter niet op zichzelf. Het water komt ergens vandaan, en een verstoring van de bodem in de buurt van een brongebied kan een beek droogleggen. Dus de gebieden waar de regen valt horen erbij, en ook de ondergrondse zandlagen die het water naar de beek brengen. Vervolgens stroomt de beek door een cultuurlandschap, dat rond de beek geschikt is. Er zijn dijkjes en greppels om regenwater af te voeren of smeltwater uit de beek te houden, broekbossen, duikers, stuwen, hooilanden langs de beek…

Watermolens nemen een bijzondere plaats in in het ensemble. Zij waren vaak onderdeel van een landgoed, dat voor een belangrijk deel draaide op inkomsten van de molen. Ze hadden ook invloed op het landgebruik, bijvoorbeeld door het eikenhakhout dat in de eekmolens verwerkt werd voor de leerlooierij. Sommige molens groeiden uit tot grote bedrijven die er nu nog altijd zijn, met industrieel erfgoed. Sommige dorpen, buurtschappen en steden hebben een bijzondere band met de molens en de beken. Als we op deze manier naar het landschap kijken, dan kunnen we het lezen als een boek – en dat is nu precies wat we beschermen, behouden en waar mogelijk verbeteren willen.

Wat we in het project doen, is alle ensembles op een rij zetten. Per bekenstelsel beschrijven we wat de begrenzing is. Vervolgens kijken we wat er is aan natuur, cultuurhistorie en andere waardevolle elementen. Ook maken we een inventarisatie van kansen en bedreigingen per stelsel. Denk aan verdroging, aanleg van wegen of woonwijken, maar ook aan de ontwikkeling van nieuwe natuur of de beschikbaarheid van middelen voor behoud van cultuurhistorie.

Zo’n inventarisatie is geen doel op zich. Het is vooral een hulpmiddel bij het maken van keuzen. Gaan we ons vooral richten op het tegengaan van wateronttrekkingen, of gaan we voor het herstel van historische molenplaatsen? Kunnen we het beste campagne voeren in Arnhem of in Harderwijk? Natuurlijk kun je zulke keuzes ook maken zonder inventarisatie, maar het helpt enorm als iedereen over complete informatie beschikt.

De contactpersonen spelen bij de inventarisatie een sleutelrol. Zij kennen hun gebied het beste, en weten wat er speelt. Daarom hebben we hun gevraagd om de inventarisatie uit te voeren. Ongeveer de helft van de inventarisaties is nu binnen, en we hopen dit najaar alles rond te hebben. Over het resultaat is nu nog niet veel te zeggen, maar het zou heel goed kunnen dat er dan ineens nieuwe punten verschijnen op de agenda van de Stichting.