Renkumse beken

Molenbeek Open in Atlas
Halveradsbeek Open in Atlas
Oliemolenbeek Open in Atlas
Kortenburgsebeek Open in Atlas
Paradijsbeek Open in Atlas

Molenbeek, Halveradsbeek, Oliemolenbeek en Kortenburgsebeektop

Het brede smeltwaterdal van de Renkumse Beken

Het brede smeltwaterdal van de Renkumse Beken

Het stelsel van de Renkumse beken bestaat uit drie beken: de Renkumse Molenbeek in de oostelijke dalhelling, de Halveradsbeek of Middelste Beek en de, meest westelijke, de Oliemolenbeek.
Vanaf de Kortenburg gaan de Oliemolenbeek en de Halveradsbeek samen verder als Kortenburgsebeek.
Deze beek mondt via de uiterwaarden uit in de Neder-Rijn als Kortenburgse strang.
De Molenbeek werd gevoed door een zeer lange bovenloop die helemaal doorliep tot een paar vennen op de Ginkelse Heide.
Deze bovenloop komt op een kaart uit 1610 voor als droge bedding en is dus blijkbaar geen groot succes geweest.
Om toch voldoende water in de beek te krijgen, werden nadien sprengen gegraven.

De Renkumse Molenbeek

De Renkumse Molenbeek

De oudst bekende molen was de Hartense Korenmolen, die al in de 16e eeuw bij de buurtschap Harten op de Renkumse Molenbeek stond. Stroomafwaarts aan dezelfde beek werd al voor 1649 de eerste Renkumse papiermolen, de Papiermolen achter De Bock, gebouwd. De grote groei kwam in Renkum kort na 1700. Aan de Molenbeek werden toen kort na elkaar drie papiermolens gebouwd: de Quadenoordse Molen, de Papiermolen op Harten en de Papiermolen bij de oude kerk te Renkum, ook wel de Nieuwe Molen achter de kerk genoemd. De Papiermolen op Harten is later uitgegroeid tot de papierfabriek van Van Gelder. De Quadenoordse Molen werd zelfs aangedreven door twee bovenslagraderen! Na de brand in 1874 kwam er een kleinere korenmolen voor in de plaats, met twee maalstoelen. Eén voor het malen van maïs dat diende als  voer voor de vier sleperspaarden van het boeren-, molenaar- , slepersbedrijf. Deze maalstoel maalde dag en nacht. Met de andere maalstoel werd rogge gemalen en werden een dorsmachine, hakselmachine en een karnmolen aangedreven. Toen ENKA Ede op grote diepte water ging oppompen, daalde de grondwaterstand sterk, waardoor er onvoldoende waterkracht was voor de twee maalstoelen. In 1912 werd een machinehuis aangebouwd met een benzinemotor die de maalstenen voor de rogge ging aandrijven. Rond 1935 werd het rad afgebroken en daarna verviel het gebouw steeds verder. In 1994 stortte de bijzondere houten kap in. Van de Quadenoordse Molen zijn nog resten zichtbaar.

Spreng van de Oliemolenbeek

Spreng van de Oliemolenbeek

De Oliemolenbeek zal omstreeks 1700 zijn aangelegd. Hierop werden twee papiermolens gebouwd: de Hartense Papiermolen, later olie- en korenmolen en de Papiermolen bij het Huis De Kortenburg. Later was dit een korenmolen. Nog iets later lijkt de Halveradsbeek als molenbeek te zijn ingericht. Op deze beek hebben twee papiermolens gestaan: de Papiermolen van J.D. Boekelman (naast de de Hartense papiermolen) en de ‘Afgebrande’ Molen. Naar deze laatste molen, die lag tussen het huidige Everwijnsgoed en informatiecentrum ‘de Beken’, heette de beek ook wel Afgebrande Beek. De latere papierfabriek van Van Gelder nam de hele breedte van het beekdal in beslag; alle drie de beken liepen onder deze fabriek door.

Ten noorden van de Amsterdamseweg loopt een beekje, door twee bosvijvers, over landbouwgebied de Hindekamp naar de Kreelse Plas.
Eens hoorde dit hele traject bij de Renkumse Molenbeek. Bij de voormalige houtwerf van de gemeente Ede, nu een houtbedrijf, bezinkt het water.
Tussen de Amsterdamseweg en de A12, aan de oostkant van de Ginkelse Heide, ligt het fossiele Renkums beekdal.
De oorspronkelijke, nu droge, bedding is duidelijk herkenbaar. Het bos is hier open gekapt.
De verste sprengkoppen van de Molenbeek liggen nu vlak ten zuiden van de A12. De Molenbeek loopt door een gemetselde duiker onder de spoorbaan Arnhem-Utrecht door.
De uit 1840 daterende spoorlijn loopt hier over een dijk door het Renkums beekdal. Het deel van de Molenbeek tot aan de Quadenoordse Molen voert sinds kort weer water.
De beek is in 2003 weer helemaal opgeknapt bij het beekherstel door Waterschap Vallei & Eem.
De beek heeft lange tijd droog gestaan maar is als gevolg van het stopzetten van de ENKA winning in Ede en het opschonen van de bovenlopen, weer water gaan voeren.
De watervoerendheid blijft echter een zorg; in droge perioden komt er amper water bij de (resten van de) Quadenoordse Molen.


Op Quadenoord lopen twee in de oostelijke dalhelling gegraven sprengen via aquaducten onder de Molenbeek door naar de Paradijsbeek.
Deze beek mondt vlak na de Quadenoordse Molen uit in de Molenbeek. Waarschijnlijk is de Molenbeek later aangelegd dan deze twee sprengen.
Op meerdere plaatsen tussen huis Quadenoord en de Bennekomseweg liggen voormalige beeklopen evenwijdig aan de Molenbeek.

Naast de nu verlande poel loopt het wandelpad bij de Oliemolenbeek over een heuveltje.
Bovenop dit heuveltje stond een prieel van lindebomen, met daaronder een houten bank en een tafeltje.
Enkele lindebomen staan er nog. Hier dronken de dames van de Keijenberg thee, met uitzicht op de vijver en het beekdal.
In de volksmond heet deze poel ‘het Slangengat’, vanwege de veel voorkomende (broedende) ringslangen.
Enkele jaren geleden is het heuveltje vrijgekapt en is een houten bank in een zeshoekige vorm geplaatst.
De Bosvijver (of Kolk) is rond 1850 gegraven als (heren)zwembad. Aan de zuidkant van het bruggetje stond een kleedhokje en hier was een duikplank. Koning Willem III zwom hier regelmatig.

Sprengkop van de Halveradsbeek

Sprengkop van de Halveradsbeek

Tussen de Bennekomseweg en de Hartenseweg ligt een slootjesstelsel in het zogeheten Hartense moeras. Op de lage delen in het beekdal voedden deze de Halveradsbeek. Deze beek was een combinatie van een sprengenbeek en een laaglandbeek. Bij een laaglandbeek is geen sprake van een bron, maar van een oorspronggebied. De toevoer bestaat voornamelijk uit aan de oppervlakte komend kwel. Enkele jaren geleden is de bovenloop van de Halveradsbeek gedempt ten behoeve van natuurontwikkeling. De loop is nog wel zichtbaar als ondiep stroompje in het moeras. Aan de zuidkant van de Hartenseweg stond de Oliemolen, de omgebouwde Hartense papiermolen. Rond 2012 is het fabrieksterrein Beukenlaan gesaneerd en teruggegeven aan de natuur als onderdeel van de Gelderse Poort. Voor zover bekend is dit het enige industrieterrein van Nederland en wellicht daarbuiten wat volledig is uitgekocht, afgebroken en heringericht voor natuurdoeleinden. Slechts één muur herinnert aan de industrie in het beekdal. In de oude ramen van deze muur is prachtige glaskunst te vinden waarin de oude beroepen van papiermakerij zijn verbeeld. Er is eveneens een kunstobject met de muur geïntegreerd waarin de papierrollen van weleer zijn weergegeven. Tot slot is aan de binnenzijde van de muur een reliëftekening van het hoogteprofiel het gehele Renkums beekdal opgenomen. Ter plaatse van de Oliemolen is een waterval monument geplaatst waarin een verwijzing is opgenomen naar de Hartense papiermolen.

 

Monument Oliemolen

Monument Oliemolen

De Oliemolenbeek buigt na de molen naar het westen. Evenwijdig aan de Laan van ONO zijn nog delen van de oude beekloop terug te vinden in het bosje. Ter hoogte van de ommuurde tuin is de oude loop weer opgepakt en hersteld. Sluitstuk van de herinrichting van het voormalige industrieterrein is de aanleg van een fraaie brug over de Halveradsbeek waarin de beeknaam in de brug is opgenomen. De hier verondiepte Halveradsbeek meandert zo tussen het Hartens Moeras en het nieuwe natuurgebied.

Deel van de fraai uitgevoerde leuning van de nieuwe brug over de natuurlijk ingerichte Halveradsbeek (2015)

Deel van de fraai uitgevoerde leuning van de nieuwe brug over de natuurlijk ingerichte Halveradsbeek (2015)

Tevens wordt anno 2015 een kunstmatige sprengkop aangelegd  voor de educatieve waarde die helaas minder fraai is vormgegeven.

Het monument van de Renkumse papierindustrie aan de Hartenseweg op de oude locatie langs de Oliemolenbeek

Het monument van de Renkumse papierindustrie aan de Hartenseweg op de oude locatie langs de Oliemolenbeek

Waar de Molenbeek bij de Hartenseweg komt, staat nu het monument van de papierindustrie van Renkum. Het monument is opgebouwd met enkele elementen uit de voormalige papiermakerij: een kollergangsteen, stenen van papierstof, een oude gevelsteen van Sanders/Beekman, de grondleggers van de papierindustrie in Renkum. Naast het monument wordt de Molenbeek onder de Hartenseweg doorgeleid en stroomt nu om het zogenaamde balkon langs de dorpsrand van Renkum.

 

Het industrieterrein Beukenlaan heeft plaats gemaakt voor natuur. De beken krijgen hierin weer de ruimte

Het industrieterrein Beukenlaan heeft plaats gemaakt voor natuur. De beken krijgen hierin weer de ruimte

Aan de Halveradsbeek stond, vlak ten zuiden van de Hartenseweg de papiermolen van BoekeIman.

De Renkumse Molenbeek met op de achtergrond het industriegebied Beukenlaan vóór de afbraak daarvan

De Renkumse Molenbeek met op de achtergrond het industriegebied Beukenlaan vóór de afbraak daarvan

Onderaan de Waterweg waar de Molenbeek onder de weg door is, stonden de Papiermolen op Harten en de Hartense korenmolen. Bij het boven de grond aanleggen van de beken rond industriegebied Beukenlaan in 1999 werden hier twee delen van molenstenen gevonden.

In de weide lag van de 14e tot de 18e eeuw een belangrijk kasteel van het hertogdom Gelre: kasteel Grunsfoort, zeer strategisch in het moerassige beekdal gelegen. De beken rond deze weide vormen in grote lijnen de buitenste slotgrachten. De contouren van het kasteel zijn met palen aangegeven. Aan de Beukenlaan staat tussen de beken een informatiebord over het kasteel. Op de plek van de huidige ijsbaan lag eens de ‘bultenakker’, een urnenveld uit 800 tot 100 jaar voor Chr. De ijsbaan wordt gevoed door beekwater. De watermolen bij het Huis De Kortenburg, gebouwd als papiermolen, is later omgebouwd tot korenmolen.

De Kortenburgsebeek in de uiterwaarden

De Kortenburgsebeek in de uiterwaarden

Het gebied tussen de weg Kortenburg en de rijksweg N225 heet Het Broek. Waarschijnlijk heeft men hier vroeger de weilanden bevloeid vanuit de Kortenburgse beek en de Molenbeek. Deze ‘vloeiweiden’ werden eind winter, vroege voorjaar, bevloeid met het voedsel- en mineraalrijke water uit de beken. Hierdoor kon de boer eerder oogsten, wat een tweede hooioogst later mogelijk maakte, en kreeg het gras een hogere voedingswaarde.

Aan de Molenbeek lag de Papiermolen bij de oude kerk te Renkum, ook wel de Nieuwe Molen achter de kerk genoemd. Deze molen lag aan de weg die tegenwoordige “Onder de Bomen” heet. Het was een papiermolen die vanaf 1715 nog twee keer van eigenaar wisselde tot deze in 1800 werd gesloopt.

De Papiermolen Achter de Bock was gelegen op het gebied van het voormalige klooster van Renkum; dit is nu terrein van Parenco. Het heldere beekwater werd hier in de 19e eeuw ook gebruikt voor de aanmaak van mout voor een bierbrouwerij, verbonden aan het logement De Bok.

De huidige Bokkedijk (rijksweg N225) had al in 1654 een voorganger: ‘onser lieff Frauwen diicksken’ met in het midden een sluisje, waardoor het water van de ‘Rietkamp’ in de ‘Strang’ liep. In die tijd was de Rijn nog nauwelijks bedijkt, waardoor het water niet zo hoog kwam als nu. Voor de Tweede Wereldoorlog stond het water bij hoge Rijnstanden soms tot boven de Hartenseweg in het beekdal; dit was deels Rijnwater, deels gestuwd beekwater. Vlak na de Tweede Wereldoorlog is de dijk opgehoogd. Ook is hier een stenen boog over de beek te zien met een waterval.

Oranje Nassau Oord

Oranje Nassau Oord

Koning Willem III liet deze stenen boog met waterval eind 19e eeuw aanleggen in de vijver bij de het paleis Oranje Nassau’s Oord (ONO). Tot in de 70’er jaren van de 20e eeuw zwom door hem uitgezette forel in de beken. Later werd Oranje Nassau’s Oord een sanatorium en nu is het een verpleeghuis.