De cultuurhistorie van de Horsthoekerbeken.

Inleiding

De Bekenstichting heeft twee prachtige wandelrouteboekjes uitgegeven. “Te voet langs stromend water”.  Het eerste wandelboekje bevat 8 wandelroutes tussen Hattem en Apeldoorn. Het tweede deel bevat 8 wandelroutes tussen Apeldoorn en Arnhem.

Als liefhebber van wandelen is het voor mij een feest om deze routes te lopen, omdat naast natuur ook veel cultuurhistorie te vinden is in de nabijheid van de routes. Op dat laatste aspect wil ik uitgebreider ingaan. Ik begin met de route langs de Horsthoekerbeken, die liggen op de grens van de gemeenten Heerde en Epe.

Vertrekkend vanaf de parkeerplaats  van de begraafplaats Engelmanskamp aan de Elburgerweg te Heerde stuit u al vrij snel op de Renderklippen.

kaart Horsthoekerbekenroute

De Renderklippen.

De Renderklippen bestaan uit met  heide begroeide stuwwallen. Deze stuwwallen zijn ontstaan door gletsjers die tijdens de voorlaatste ijstijd (het Saalien; 238.000-128.000 jaar geleden) de grond opstuwden. Het klimaat veranderde  echter 128.000 jaar geleden.  Het resultaat, de stuwwallen, bleven achter. Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien 75.000-10.000 jaar geleden, bereikte het ijs Nederland niet. Wel was er dan sprake van een toendralandschap, waar de wind vrij spel had. Dit had als gevolg, dat veel zand verstoof en als een deken het landschap bedekte. Tevens zijn er toen stuifduinen gevormd. Op de Renderklippen komt u prehistorische grafheuvels tegen uit de steentijd (2800 tot 2100 v. Chr.). De grond van de Renderklippen bestaat uit arme zandgrond, die niet geschikt is voor landbouw. De heide is ontstaan en wordt in stand gehouden door menselijk ingrijpen; men hoedt er al eeuwenlang schapen. Anno 2014 kunt u tijdens de wandeling nog steeds de herder met zijn schapen tegenkomen.

Renderklippen met schaapskooi  (foto: Henri Slijkhuis)

Renderklippen met schaapskooi
(foto: Henri Slijkhuis)

Na de Renderklippen ziet u de sprengen van de Noordelijke, Middelste en Zuidelijke Horsthoekerbeek.

De Sprengen

De drie Horsthoekerbeken vormen een mooi voorbeeld van sprengenbeken die zijn aangelegd voor het aandrijven van molens. Uit de vroegste gegevens over de molens is af te leiden dat de beken in het derde kwart van de 17e eeuw moeten zijn gegraven. De beken worden in drie trajecten onderverdeeld. Het eerste traject is het deel dat water produceert en spreng wordt genoemd. Het tweede traject is het transportgedeelte en het derde traject wordt het opgeleide deel genoemd. Het tweede en derde traject vormen samen de beek. De scholtis *, Luyer Daendels, laat in  het derde kwart van de zeventiende eeuw, de Noordelijke en Middelste Horsthoekerbeek aanleggen. Hij laat vervolgens aan elk van de beken een molen bouwen. Later worden aan deze beken meer molens gebouwd. In dezelfde tijd laat Henderick van Isendoorn  van de Cannenburch op het grondgebied van de gemeente Epe de Zuidelijke Horsthoekerbeek graven, waaraan hij twee molens bouwt.

De historie van de molens en molenaars is vaak heel goed vastgelegd. Over het graven van de beken weten we vrijwel niets. Dat geldt ook voor de Horsthoekerbeken. Ze hadden, in tegenstelling tot natuurlijke wateren, vaak niet eens een naam. In de literatuur wordt gesproken over “Griftbeken”en “Horsthoekerbeken” en om ze te onderscheiden worden ze de eerste, tweede en derde Horsthoekerbeek genoemd. Het waterschap Veluwe heeft de verwarrende naamgeving opgelost door ze aan te duiden als Noordelijke, Middelste en Zuidelijke Horsthoekerbeek. De beken worden vaak bij de gemeente Heerde gerekend. Dat klopt echter niet, omdat de Zuidelijke Horsthoekerbeek helemaal binnen de grenzen van de gemeente Epe ligt. In Epe staat de Zuidelijke Horsthoekerbeek ook wel bekend als “Molenbeek”.

De sprengen van de Horsthoekerbeken zijn in redelijke staat gebleven. Ze voeren alle drie water. De gravers hebben indertijd goed geweten, waar de beste plekken zijn om te graven. In het eeuwenlange bestaan is er wel het nodige veranderd. Zo kennen de noordelijke en zuidelijk beek allebei een dode tak. Hoe dat is gekomen valt, door gebrek aan schriftelijke bronnen, weinig over te melden.

Sprengkop Noordelijke Horsthoeker beek 2014  (foto: Henri Slijkhuis)

Sprengkop Noordelijke Horsthoeker beek 2014
(foto: Henri Slijkhuis)

Iets ten westen van de sprengenkoppen van de Zuidelijke Horsthoekerbeek is recent een historische boswal in ere hersteld.

Historische boswal

In het Sprengenbos ligt een circa 400 meter lange aarden wal die een halfrond perceel aan drie zijden begrenst. Voor 2012 was deze wal nauwelijks zichtbaar. De wal lag verscholen in het bos, waarbij zowel het terrein binnen en buiten de wal als het wallichaam zelf waren beplant met grove den, Japanse lariks en douglas. Door jarenlange erosie was de wal op veel plekken nog maar enkele decimeters hoog en was langzaam aan het verdwijnen. De wal werd daarnaast doorsneden door rechte wegen die tijdens de bosaanleg aan het begin van de twintigste eeuw waren aangelegd als onderdeel van een blokgewijze verkaveling. Ook de bijbehorende greppel aan de buitenzijde van de wal, die is ontstaan door de winning van zand voor het wallichaam en daarnaast diende als extra barrière, was door erosie en strooiselophoping op tal van plaatsen zeer ondiep geworden.

In het voorjaar van 2012 is de wal over de gehele lengte hersteld door met een graafmachine het wallichaam op te hogen en de naastgelegen greppel uit te diepen. Hierbij zijn de oorspronkelijke afmetingen aangehouden.

Over de geschiedenis van de wal is weinig bekend. In archiefstukken is niets over de aanleg van deze wal terug te vinden. Door de bestudering van historisch kaartmateriaal is achterhaald wanneer de wal ongeveer moet zijn aangelegd en wat de vermoedelijke functie van de wal is geweest.

Er wordt aangenomen dat de wal omstreeks 1850 is aangelegd door buurschap Vemde om een net aangelegd bos te beschermen tegen vraat van schapen die op de omringende heide liepen.

Herstelde historische boswal bij Renderklippen (foto Henri Slijkhuis)

Herstelde historische boswal bij Renderklippen
(foto Henri Slijkhuis)

Na dit uitstapje komt u op de voormalige spoorlijn terecht, die nu als fietspad dienst doet.

Voormalige spoorlijn

Dit kaarsrechte fietspad is de voormalige spoorlijn. De spoorlijn is geopend in 1887 en loopt tot Hattemerbroek. Twee jaar later wordt bij Hattemerbroek de aansluiting op de spoorlijn Amersfoort-Zwolle tot stand gebracht, zodat vanaf 1889 van Apeldoorn naar Zwolle gereisd kan worden. De spoorlijn is van grote betekenis voor de regionale economie. Aftakkingen zijn aangelegd naar de Industrie en de Venz  in Vaassen en in  Heerde naar zeepfabriek de Klok en de Berghuizer Papierfabriek. In alle plaatsen zijn bedrijven ontstaan dichtbij de spoorlijn. Na de Tweede Wereldoorlog neemt het busvervoer sterk toe en komt ook het autogebruik in beeld voor grotere delen van de bevolking. Al in 1950 komt er daarom een einde aan het passagiersvervoer tussen Apeldoorn en Zwolle en in 1972 wordt gestopt met goederenvervoer over deze lijn. De laatste delen van de spoorlijn worden in het najaar van 1980 weggehaald. Het  huidige fietspad is een blijvende herinnering aan deze spoorlijn. Op onderstaande foto ziet u de voormalige spoorbrug over de Middelste Horsthoekerbeek.

Fietspad en spoorbrug ter hoogte van Middelste Horsthoeker beek  (foto Henri Slijkhuis)

Fietspad en spoorbrug ter hoogte van Middelste Horsthoeker beek
(foto Henri Slijkhuis)

Zwembad de Wijerd

Hoewel het voormalige zwembad de Wijerd te ver van de route afligt om even langs te lopen is het verhaal van dit bad te mooi om niet te vertellen. De onderste molen in het buurtschap Vemde aan de Zuidelijke Horsthoekerbeek had een grote wijerd nodig om tot voldoende water te komen voor de aandrijving.

In 1911 is deze wijerd als zwembad “De Wijerd” in gebruik genomen. Het verving het slecht geconstrueerde zwembad “De Klaarbeek” aan de zuidkant van het dorp Epe, dat sinds 1901 is gebruik was, maar jarenlang meer een modderpoel was dan een zwembad. Vervuiling door een bovenstrooms gelegen watermolen zorgde voor vervuild water in dit zwembad.

Het zwembad de Wijerd ontvangt zijn water van de hoger gelegen sprengen van de Zuidelijke Horsthoekerbeek.. Overtollig water kan eenvoudig worden geloosd op de lager gelegen weilanden. Door de grote doorstroming is de kwaliteit van het water hoog..

In 1927 wordt  zwembad De Wijerd uitgebreid. Er komt een kantine en er worden 120 kleedhokjes geplaatst. Dit is mogelijk, doordat in 1927 molen-eigenaar Dijkgraaf de molen en wijerd aan het bestuur van het zwembad de Wijerd verkoopt. Dit bestuur  verkoopt het molengebouw vervolgens direct door aan de gebroeders Bagerman, die in 1928 er een wasserij van maken. Dit bedrijf met de naam Eper Stoomwasserij B.V. bestaat nog steeds.

Het zwembad de Wijerd is voor vele generaties Epenaren een begrip. De temperatuur van het beekwater wordt ivm de relatief korte afstand ten opzichte van de bron zelfs tijdens een hittegolf maar weinig opgewarmd. Deze aangepaste wijerd  is tot 1999 in gebruik geweest als openluchtzwembad.

Terug naar de route. Na een flink stuk fietspad komen we bij de Bovenste molen van de Noordelijke Horsthoekerbeek.

Bovenste molen aan de Noordelijke Horsthoekerbeek

Het is de oudste van de vier molens die in de Horsthoek gebouwd zijn. Jan Jansen van Münster is de eerste pachter van water en grond en bouwer van de papiermolen. We zijn dan in 1662. De molen is tot 1884 in gebruik geweest als papiermolen. Dus meer dan twee eeuwen. Evenals de vele andere papierwatermolens op de Veluwe is dit bedrijfje niet opgewassen tegen de schaalvergroting elders in het land en volgt in 1884 de ombouw tot wasserij. J.W. van Klaveren is de laatste wasserij-eigenaar. Hij stopt met het bedrijf aan het eind van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Tegenwoordig is het pand in gebruik door Jeugd met een Opdracht. De opgeleide beek ten behoeve van de voormalige molen is nog steeds heel goed in het landschap zichtbaar.

Noordelijke Horsthoeker beek, Bovenbeek van vroegere Bovenste molen. (foto: Henri Slijkhuis)

Noordelijke Horsthoeker beek, Bovenbeek van vroegere Bovenste molen.
(foto: Henri Slijkhuis)

Dullinkspapiermolen, nu wasserij gebr. Bagerman

Op korte afstand van de Bovenste molen (niet aan de route) ligt de Dullinkspapiermolen. Deze molen ligt niet aan de Noordelijke, maar aan de Middelste Horsthoekerbeek. De stichtingsdatum van deze molen is onbekend, maar het kan niet lang na de stichting van de Bovenste molen geweest zijn.. Rondom 1670 lijkt aannemelijk. In 1695 wordt de papiermolen voor de eerste keer verkocht. Ook deze papiermolen wordt eind 19e eeuw omgezet naar een wasserij. In 1897 wordt een stoomketel geplaatst en gaat men over op machinaal wassen. De molen wordt in 1902 toebedeeld aan Jacob en Cornelis Bagerman. Nazaten zijn tot op de dag van vandaag bedrijfsmatig aan het wassen.  Het gebouw is duidelijk zichtbaar ten westen van de weg Epe-Heerde en ten zuiden van viaduct de Horsthoek,

De belangrijkste cultuurhistorische objecten heeft u nu gehad. Na een korte wandeling door een landschap met weilanden en later bos komt u weer bij het startpunt uit.

Henri Slijkhuis


 * De  Scholtis of Schout is een lokaal ambtenaar belast met bestuurlijke en gerechtelijke taken en het handhaven van de openbare orde.

 Meer lezen:

  1. Te voet langs stromend water op de Veluwe. Deel 1. Van Hattem tot Apeldoorn. Info: info@sprengenbeken.nl; tel. 0578-631459
  2. B.D. Volkers, E.J. Zuurbier, het Heerder Bekenpad. Water: bron van welvaart in Heerde. Uitgegeven door Heerder Historische Vereniging en Stichting tot behoud van Veluwse Sprengen en Beken; juni 1997
  3. H. Hagens, Op kracht van stromend water. Negen eeuwen watermolens op de Veluwe, Hengelo, 2000
  4. Menke e.a., Veluwse beken en sprengen. Een uniek landschap, Utrecht 2007
  5. Martijn Boosten, Herstel van een historische boswal in het Sprengenbos in Epe; Vakblad natuur, bos en landschap, december 2012