Terugblik Symposium 6 februari 2020: Toekomst voor het sprengenbekenlandschap, zicht op nieuwe functies.

Een geanimeerd symposium waar discussies zijn gestart en veel contacten zijn gelegd. Het is tevens de titel van een inventarisatierapport dat in opdracht van de Bekenstichting door Cultuurland Advies is opgesteld.

Het symposium kan beschouwd worden als een vervolg op het symposium van 2017 ‘De Veluwe Sprenglevend’ (zie: https://www.sprengenbeken.nl/de-veluwe-sprenglevend-water-stroomt-niet-vanzelf/) en vormt de afsluiting van een traject van zeker een jaar waarin projectbureau Cultuurland Advies, samen met een stuurgroep/ projectgroep vanuit de Bekenstichting en een begeleidingsgroep  van verschillende overheden, instanties, gebiedseigenaren en bewoners  onderzocht heeft hoe (nieuwe) functies  bij kunnen dragen aan het behoud van sprengenbeken en het cultuurhistorisch waardevolle sprengenbekenlandschap. Het water liep als een geleidelijke stroom door de lezingen, met aan het eind een levendige discussie over prioriteiten en aanpakken in beekdallandschappen. 

De titel verwijst ook naar het inventarisatierapport dat in opdracht van de Bekenstichting door Cultuurland Advies is opgesteld. Vanuit verschillende gezichtspunten, water, ecologie en cultuurhistorie werden de inleidingen verzorgd:

Jan Olaf Tjabringa van Cultuurland Advies liet in zijn inleiding weten hoe hij al in zijn vroege jeugd betrokken is geraakt bij het sprengenbekenlandschap in zijn eigen omgeving en waarom hij de opdracht van de bekenstichting, om te onderzoeken hoe de sprengenbeken en het sprengenbekenlandschap behouden kan worden voor de toekomst, graag heeft aanvaard. We mogen dit opvatten als een warm pleidooi om vooral ook de jeugd te betrekken bij de toekomst voor de sprengenbeken. Binnen de opgaven voor gebiedsontwikkeling op de Veluwe is de aandacht voor de sprengenbeken als dragers voor het sprengenbekenlandschap in de toekomst een belangrijk onderwerp, waaraan niet voorbij gegaan kan worden. Hij schetste de landschappelijke contouren en de diverse onderdelen van het sprengenbekensysteem, te weten sprengkoppen, beekwal, opgeleide beek, wijerd, molengoot, waterval en benedenloop van de sprengenbeek. Cultuurhistorische waarden kunnen, als ze goed geïnventariseerd zijn, meegenomen worden bij gebiedsontwikkelingen en herinrichting van een sprengenlandschap. De bijdrage van Jan Olaf is hier te downloaden:

Download hier de bijdrage van Jan Olaf Tjabbinga

Jan Olaf heeft de methodiek voor de cultuurhistorische veldinventarisaties toegelicht.

Zie voor de methodiek bijlage 2, p. 50 van het rapport ‘Toekomst voor het sprengenbekenlandschap. Nieuw zicht op functies.’, uitgave Bekenstichting, februari 2020  of:

Download hier het rapport omtrent de toekomst van het sprengenbekenlandschap

Yolt IJzerman, lid van de stuurgroep vanuit de Bekenstichting en dagvoorzitter van het symposium,  schetste de context. Hij gaf aan dat het project vooral bedoeld is om onder de aandacht te brengen dat de sprengenbekenstelsels als cultureel erfgoed behouden dienen te blijven en dat, om die reden, de sprengenbeken als dragers van dit unieke landschap als cultureel erfgoed beheerd dienen te worden. Alleen dan worden er gunstige voorwaarden geschapen voor de specifieke ecologie. Nu is het beheer van sprengenbeken veelal gericht op het behalen van ecologische doelen.

Vroegere functies van de sprengen, zoals het laten draaien van watermolens om waterkracht op te wekken, zijn nu veelal achterhaald. Het economische belang van de watermolenindustrie, te weten malen van koren, produceren van papier, het bewerken van koperen platen of het zorgdragen voor een schone was door waterkracht, is voor het grootste deel verleden tijd. Daar is de aandacht voor de cultuurhistorie en de beleving van het sprengenbekenlandschap bij toerisme en recreatie en voor in de plaats gekomen. Vandaar dat nu onderzocht wordt of er nog meer nieuwe functies een bijdrage kunnen leveren aan het behoud van dit bijzondere cultureel erfgoed; ook in het kader van de huidige klimaatopgaven. Het voeden van het Apeldoorn kanaal met sprengenwater is nog steeds een belangrijke functie van de Vrijenbergspreng, maar daarmee wordt in de huidige tijd misschien wel teveel kostbaar sprengenwater aan de watervoorraad op de Veluwe onttrokken. Gedurende vele eeuwen hebben de sprengenbeken een unieke en zeer waardevolle ecologie doen ontstaan. Maar zonder het sprengenwater en een goed beheer van de cultuurhistorie in het landschap wordt ook de specifieke ecologie bedreigd.

Wim Zeeman, hydroloog bij de Bekenstichting, benadrukte bij het behoud van de cultuurhistorie het belang van de watervoorraad en de waterkwaliteit. Hij gaf aan dat de verdroging van de Veluwe een grote bedreiging vormt voor het sprengenbekenlandschap, want zonder het sprengenwater van de Veluwe geen sprengenbeken. Met tabellen liet hij het effect van de verdroging zien op de watervoorraad, maar ook de onttrekking van het drinkwater door Vitens, en het afvoeren van het waardevolle sprengenwater naar de grote rivieren, de randmeren en andere oppervlakte wateren, speelt bij de verdroging van de Veluwe een grote rol.

Eerst nam Wim ons mee ‘terug naar het verleden’ en schetste de situatie van het water op de Veluwe van de prehistorie tot het recente verleden. Met de blik op de toekomst besprak Wim trends als klimaatverandering, bevolkingsgroei en toenemende aandacht voor duurzaamheid en vroeg zich af of we meer kommer dan kwel  kunnen verwachten. Hierbij liet hij de rol van instanties en andere betrokkenen de revue passeren. Hij hield een pleidooi voor adaptief waterbeheer.

Wat staat ons, volgens hem, te doen:

  1. Beïnvloeden van beleid van provincie, waterschappen en gemeenten..
  2. Begeleiden kennisontwikkeling en participeren in onderzoek (STOWA; COP-ER; WUR; Van Hall-Larenstein; provincie; waterschappen).
  3. Meten samen met provincie en waterschappen, ea.
  4. Onderhoud plegen. Betrekken van vrijwilligers voor het handwerk, naast machinaal onderhoud.

Doel:     Herstel en ontwikkeling van onze sprengenbeken voor alle soorten functies.

Download hier de bijdrage van Wim Zeeman

Piet Verdonschot,

Duidelijk is dat Piet Verdonschot het ecologisch functioneren van sprengenbeken voorop stelt. Hij ziet de relatie tussen cultuurhistorie en ecologie als een dilemma. Ook bij het symposium van 2017 had hij al aangegeven dat vanuit het oogpunt van duurzaamheid en ecologie, sprengen en sprengenbeken geleidelijk zouden mogen verdwijnen door verlanden of opvullen (verondiepen tot aan het maaiveld), zodat natuurlijke bron- en kwelsystemen beter kunnen gaan functioneren. Hij zegt: ‘Ook als we niet de ecologische doelen voorop stellen, maar wel de cultuurhistorische, dan nog zou er vanuit ecologische doelen gekozen moeten worden voor het behoud van sprengen en sprengenbeken.’  

Als voorbeeld noemde hij de Beekhuizerbeek. Nu is de Beekhuizerbeek van oorsprong een natuurlijke beek, waarbij in de bovenloop sprengen zijn gegraven om meer wateropbrengst te bewerkstelligen. Hij gooide bij dit voorbeeld de knuppel in het hoenderhok door aan te geven dat bij deze beek de sprengkoppen en de bovenbeek opgegeven zou moeten worden om het lager gelegen oorspronkelijke brongebied ecologisch beter tot z’n recht te laten komen. Dit is dus voer voor discussie!

Bij de meeste sprengenbeeksystemen op de Veluwe geldt dat ook de benenloop door mensen gegraven is ten behoeve van de watermolenindustrie. In vroegere tijden was hier zeker sprake van een sterk debiet, maar door de verdroging van de Veluwe is hier niet overal meer sprake van. Moeten we daarom zo’n sprengenbeeksysteem opgeven? Sprengenbeken zijn kunstmatige beken en vragen om regelmatig onderhoud.

Piet bespreekt verder de overeenkomsten en verschillen tussen natuurlijke beken en sprengenbeken en geeft daarbij voor beide de relatie aan tussen ecologie en cultuurhistorie. De 5S-en zijn daarbij van cruciaal belang: systeemcondities; stroming; structuren; stoffen en soorten. Daarbij komen ook nog de menselijke activiteiten en de cultuurhistorische objecten. Hij houdt een pleidooi voor gedifferentieerd onderhoud van de habitat en doet een aantal aanbevelingen voor het beheer van de macro-systemen en het behoud van het sprengenbekenlandschap. De punt- en lijnobjecten in het landschap moeten zo mogelijk behouden blijven. (Met punt-objecten bedoelt hij bijvoorbeeld watermolens en met lijn objecten bedoelt hij een watergoot.)

Een deel van de sprengenbeken kan dienen voor recreatieve doelen door het sprengenbekenlandschap beleefbaar en toegankelijk te maken voor wandelaars en andere geïnteresseerden. Daarbij kan het cultuurhistorische verhaal verteld worden aan de hand van objecten en het erfgoed in het sprengenbekenlandschap. Voor de details:

Download hier de bijdrage van Piet Verdonschot

De discussiepunten voor het nagesprek kwamen als vanzelf uit de bovenstaande inleidingen. Er ontstonden discussies over de samenhang van beken en het omringende landschap, de relatie tussen cultuurhistorie en ecologie en de noodzaak van water in de beken.  Voor het vervolg op dit thema zijn er weer veel waardevolle contacten gelegd.

Waterschappen:

De heemraden van de waterschappen hebben aangegeven dat zij hetgeen naar voren is gekomen onder de aandacht zullen brengen binnen hun organisaties. Als cultuurhistorie een serieus onderdeel wordt van beleid, dat niet terzijde gelegd kan worden bij het beheer en behoud van sprengenbeken,  hebben we ons doel bereikt.

Frans ter Maten, heemraad Waterschap Vallei en Veluwe, benadrukte de HEN-SED status van de sprengenbeken en het belang van het CEW kompas. Ook Natura 2000 kan men niet naast zich neerleggen bij beheer en onderhoud.

Berend Jan Bussink, heemraad Waterschap Rijn en IJssel, ging in op de verkoeling door beeklopen in de stad en op het behalen van de klimaatdoelen.

Yolt IJzerman sloot als dagvoorzitter de discussie af met enkele aanbevelingen:

Hij bepleite een meer integrale aanpak bij de diverse instanties. Bijvoorbeeld door:
–              de kracht van het erfgoed benutten door deskundige en bevlogen mensen.
–              de waterkwaliteit en de ecologie in samenhang met de cultuurhistorie beschouwen.
–              bij ecologische beheer van het sprengenbekenlandschap de erfgoedwaarden leidend laten zijn bij behoud of herinrichting van het sprengenbekenlandschap. Meer aandacht voor de natuurwaarden en de biodiversiteit.
–              beken beter beleefbaar te maken voor een breed publiek door behoud boeiend landschap, stromende waterlopen.
–              de beken een kwalitatieve bijdrage te laten leveren aan de leefomgeving, binnen en buiten de bebouwde kom.
–              aandacht voor de klimaatadaptatie.
–              oude functies in ere herstellen: aandacht voor industrieel water en werkende watermolens.

Yolt liet weten dat er bij een viertal beken al een nul-meting, als voorbeeld voor andere beken, is uitgevoerd. Hierbij wordt de sprengenbeek samen met het omringende landschap en de cultuurhistorische elementen daarin, als een ensemble beschouwd.

De uitwerkingen van deze nul-metingen worden gepubliceerd in De Wijerds van 2020 en 2021.

–              In juni 2020 een verslag van de inventarisaties van de Wenumse beek;
–              In september 2020 een verslag van de Zuiderlijke Heerder beek;
–              In maart 2021 een verslag van de Rozendaalse beek en
–              In juni 2021 een verslag van de Beekhuizerbeek.

Verslag Marianne Poorthuis, lid stuurgroep project als cultuurhistoricus,

‘Toekomst voor het sprengenbekenlandschap. Nieuw zicht op functies sprengenbeken.’

februari/oktober 2020.