Vaassense beken

Rode Beek kwelbeek Open in Atlas
Nieuwe Beek sprengenbeek Open in Atlas
Geelmolense Beek sprengenbeek Open in Atlas
Dorpse Beek sprengenbeek Open in Atlas
Hartense Molenbeek sprengenbeek Open in Atlas
Egelbeek kwelbeek Open in Atlas
 

 

Rode Beektop
De Rode Beek is de oorspronkelijke beek, een kwelbeek en de oerbeek van Vaassen. Vroeger ontsprong deze beek bij de ‘Motketel’ en stroomde door het dal oostwaarts naar de Cannenburch. Tegenwoordig komt het bovenste deel van de beek uit in de Geelmolense Beek. De huidige Rode Beek ontspringt in een kwelgebiedje uit een aantal slootjes die liggen ten noorden van de forellenkwekerij Het Hol. Het water van de Rode Beek is ijzerhoudend en rood. De Nieuwe Beek is, zoals de naam al aangeeft, later gegraven om water aan te voeren uit sprengen ten westen van het Korte Broek. De beek heeft een aantal fraaie sprengkoppen. De Nieuwe Beek is dwars door een hogere rug gegraven. Hij kruist daarbij de Geelmolense Beek onder een aquaduct. De beek mondt uit in de Grift.

Het aquaduct van de Nieuwe Beek (onder) en de Geelmolense Beek (boven)

Het aquaduct van de Nieuwe Beek (onder) en de Geelmolense Beek (boven)

De Rode Beek is in dit gebied de oorspronkelijke beek. De beek ontsprong in een nat gebied oostelijk van de ‘Motketel’. Op de kaart van Nicolaes van Geelkercken, uitgegeven door Pontanus in 1639, staat dit gebied als water ingetekend. De beek voorzag de gracht van de havezate, later kasteel, de Cannenburch van water. Aan de bovenloop zijn vermoedelijk ten tijde van Maarten van Rossum sprengen gegraven om de watertoevoer te vergroten ten behoeve van de nieuw op te richten Rollekootse molen. Deze sprengen zijn later deels afgesneden door een kleine dalkruising van de Geelmolense Beek. Het lager liggende deel werd afgeleid naar de Geelmolense Beek. De bovenloop van de Rode Beek werd voorheen Vrouwe Martens water genoemd, naar de echtgenote van Marten van Isendoorn: Anna van Voorst.

De Rode Beek bezit geen sprengkoppen meer en is teruggekeerd naar de oorsprong: een kwelbeek. Het kwelgebied bevindt zich naast de Motketel in het Kroondomein het Loo. Het Kroondomein heeft hier in 2014 een nat natuurlandschap ontwikkeld. Kwelwater blijft langer in dit gebied achter maar de Rode Beek blijft voldoende watervoerend.

Nieuwe Beektop
De Nieuwe Beek is aangelegd tussen 1694 en 1698, samen met de bouw van de molens aan deze beek: de Papiermolen Het Kraaienest en de Bloemkolksmolen. De kwaliteit van het water van de Rode Beek (ijzerhoudend) gaf aanleiding tot het graven van de Nieuwe Beek (helder water). De Rode Beek voerde oorspronkelijk het water naar de Molens op de Rollekoot (aanvankelijk graanmolens) en naar de korenmolen van de Cannenburch. De laatste kreeg daarna watertekort. Door een ingewikkelde constructie werd vervolgens water uit de Geelmolense Beek naar de molen van de Cannenburch gebracht.

De Nieuwe Beek is opgeleid langs de hogere rand van het Korte Broek en buigt dan naar het noorden af langs de bebouwde kom van Vaassen. Hier ligt de rugdoorsnijding. Vervolgens kruist de beek de Geelmolense Beek door middel van een aquaduct waarbij de Nieuwe Beek onder de Geelmolense Beek door stroomt. De Nieuwe Beek en de Rode Beek lopen langs de zuidzijde van de Emmalaan parallel, gescheiden door een houten schot en een lage wal.

Het scheidingsschot tussen de Nieuwe Beek en de Rode Beek

Het scheidingsschot tussen de Nieuwe Beek en de Rode Beek

Het is de laatste plaats waar nog een schot in de lengte van de beek aanwezig is om helder en ijzerhoudend water te scheiden. De derde beek, de vroegere aftakking van de Geelmolense Beek voor voeding van de molen van de Cannenburch, liggend tussen de Rode Beek en de Emmalaan, wordt nu door een aftapping van water uit de Rode Beek gevoed. Dit water mondt aan het begin van de Emmalaan uit in de later gegraven Hartense Molenbeek. Met de Hartense Molenbeek (aan de noordzijde), de aftakking van de Geelmolense Beek, de Rode Beek en de Nieuwe Beek (aan de zuidzijde), liggen nu vier beken over een afstand van 650 meter parallel naast elkaar langs de Emmalaan, de hoofdas van de parkaanleg van de Cannenburch.

De Nieuwe Beek wordt langs de Emmalaan opgeleid naar de voormalige molenplaats ’t Kraaiennest. Hiervan getuigt nog een waterval. In het woonhuis is de vroeger gevelsteen van het ’t Kraaiennest verwerkt.

Gevelsteen 't Kraaiennest

Gevelsteen ‘t Kraaiennest

Vervolgens stroomt de beek langs de zuidzijde van het park van kasteel de Cannenburch, kruist de Dorpsstraat en is aan de oostzijde van Vaassen opgeleid naar de voormalige Bloemkolksmolen. In de vroegere wasserij Welgelegen, thans evangelisatiecentrum bevindt zich inpandig nog een waterval. Bovenstrooms is de beek verbreed om als wijerd te dienen.

Oorspronkelijke bovenloop Rode Beek
Vanaf een wandelpad dat de ‘Motketel’ in zuid-noord richting haaks doorkruist, is goed te zien waar hier de oorspronkelijke beek ligt. Komend van de parkeerplaats aan de Elburgerweg kruist men eerst via een bruggetje de (hier opgeleide) zuidtak van de Geelmolense Beek en daalt dan een stukje af naar de noordtak van deze beek. Deze watergang, gelegen in het laagste deel van het dal, maakte oorspronkelijk deel uit van de bovenloop van de Rode Beek. Ook het voorkomen van verscheidene bijzondere planten wijst erop dat de beek hier veel ouder is dan de enkele honderden jaren later gegraven sprengenbeken. In de kwelstroken komen paarbladig goudveil en bittere veldkers voor. Het mijtertje, een in bronmilieus groeiend voorjaarspaddestoeltje, wordt hier soms gevonden. Op de beekwallen groeit de zeer zeldzame smalle beukvaren. En wie hier in het vroege voorjaar komt, heeft kans de beekprik te zien.

Nieuwe Beek: van ‘heidebeek’ naar ‘houtwalbeek’
De Nieuwe Beek is een voorbeeld hoe een tot het midden van de vorige eeuw in de heide gelegen sprengenstelsel door het achterwege blijven van onderhoud in enkele tientallen jaren in een houtwalbeek veranderde. De rijke begroeiing van de kwelstroken: klimopwaterranonkel, bronkruid, moerasviooltje, zenegroen en decimeters hoge moskussens, verdween in die tijd volledig, evenals de struikheide en de jeneverbessen die op de beekwallen groeiden. Bij de Nieuwe Beek met zijn steile oevers groeide, naast allerlei algemene varens, een zeldzame varensoort: de gebogen driehoeksvaren.

Geelmolense Beek en Dorpse Beektop
De talrijke sprengen van de Geelmolense Beek liggen in bijzonder mooi oud loofbos. Beekwallen ontbreken hier veelal. Dit kan ermee te maken hebben dat deze sprengen, weliswaar sterk vergraven, wellicht de oorspronkelijke bronnen van de Rode Beek waren. De bovenloop van de beek heet Geelmolense Beek, de benedenloop Dorpse Beek.

Sprengkop van de Geelmolense Beek

Sprengkop van de Geelmolense Beek

De sprengkoppen van de Geelmolense Beek liggen in het zuidelijke gedeelte van de ‘Motketel’ ten westen van Vaassen. In dit sprengengebied ontspringen twee sprengenbeken: de Geelmolense Beek en de Hartense Molenbeek. De Dorpse Beek mondt uit in de Grift.

De Dorper Molens worden al in 1559 als kopermolen genoemd, maar de molens verder stroomopwaarts zijn pas in de loop van de 17e eeuw gebouwd. Tussen 1694 en 1698 werden afspraken gemaakt over de waterverdeling. De beide Brinker Molens en de stroomafwaarts gelegen Papiermolen De Citadel kregen elk een derde van het water dat van de Geelmolens afkwam. Na gebruik liep het water van de ene Brinkermolen (1/3 deel) en de Citadel (1/3 deel) door naar de volgende molens op deze beek (dus 2/3 deel), de Dorper Molens. Het water van de andere Brinkermolen moest echter via een duiker onder de bovenbeek van het Kraaiennest door naar de Hartense Molenbeek worden geleid om de korenmolen bij de Cannenburch van voldoende water te voorzien.

Deze voorziening is nog gedeeltelijk aanwezig langs de Emmalaan. De duiker van de Brinkermolen is verdwenen maar de verlaatsloot voert nog een deel van de Rode Beek naar de Hartense Molenbeek.

Het lijkt erop dat de Geelmolense Beek grotendeels is gegraven in het eerste kwart van de 17e eeuw, maar de sterke uitbreiding van het aantal molens rond 1670 moet tot aanvullend graafwerk hebben geleid. Om meer water naar de beek te leiden werd de bovenloop van de Rode Beek (de natuurlijke beek door het dal) naar de Geelmolense Beek geleid.

In het sprengengebied ‘Motketel’ is ook een kleine maar goed waarneembare dalkruising te vinden. Forellenkwekerij Het Hol maakt gebruik van het hoogteverschil van de voormalige molenplaats Het Hol waar de Holtse Molens stonden. Even daarna stroomafwaarts mondt de oorspronkelijke bovenloop van de Rode Beek uit in de Geelmolense Beek. Hierna volgt een lange opleiding. De vrij zware begroeiing van de imposante beekwallen heeft grotendeels het veld moeten ruimen voor de bodemsanering die hier begin deze eeuw is uitgevoerd. De wallen zijn opnieuw ingeplant. De opleiding, die vanaf de Elspeterweg goed te zien is, leidt naar de voormalige Geelmolens. Nu staat daar een monumentale boerderij. Er rest nog een herstelde waterval. Vervolgens wordt de beek opnieuw opgeleid voor de voormalige Brinkermolens, later de bordpapierfabriek van Jan van Delden. De beek kruist daarbij aan de Gortelseweg via een aquaduct de Nieuwe Beek. Wat van de molenplaats nog rest is het hoogteverschil, een waterval in een paar trappen. Vanaf de openbare weg is dit niet goed zichtbaar; het terrein is verkaveld voor particuliere woningbouw. Als Dorpse Beek gaat de beek door de bebouwde kom van Vaassen naar het terrein van Vaassen Flexibele Packaging (voorheen aluminiumindustrie Vaassen: AIV). De beek wordt tegenwoordig om het fabrieksterrein geleid. Aan de oorspronkelijke beek op het terrein stonden de Dorper Molens.

De omgeleide beek bij de voormalige Dorper Molens. Het verval wordt overbrugd als vistrap

De omgeleide beek bij de voormalige Dorper Molens. Het verval wordt overbrugd als vistrap

 

Hartense Molenbeektop
“De officiële naam van deze beek is Hattemse Molenbeek”.
De sprengen van deze beek liggen in de landerijen van de buurtschap Niersen, grotendeels in een boog om de sprengen van de Geelmolense Beek heen.

De Hartense Molenbeek in Niersen

De Hartense Molenbeek in Niersen

Ze zijn dus later gegraven. Op de wallen stonden tot ver in de vorige eeuw zware iepen. Hoewel kerngezond moesten ze geofferd worden in het kader van de bestrijding van de iepziekte. Sprengenbeken werden vaak genoemd naar molenplaatsen. De molenplaats hier was Het Hattem. Vermoedelijk door een schrijffout in een verkoopakte heet de beek nu Hartense Molenbeek. Oude aktes vermelden ook de naam Hogebeek. De beek mondt uit in de Grift.

De oudste molen, de korenmolen van de Cannenburch, moet zijn gebouwd aan de oorspronkelijke beek, de Rode Beek. De Hartense Molenbeek werd daarvan een gegraven bovenloop. Op de Rollekoot stond aan deze bovenloop een molen die door Maarten van Rossum is gebouwd. In de tweede helft van de 17e eeuw is de beek verder ontwikkeld en werden nieuwe molens gebouwd: het Clundermolentje, een tweede Rollekootsmolen en de beide Hattemse molens. Na 1700 werd stroomafwaarts van de Cannenburcher korenmolen, als één van de Molens van Oosterhof, de Nieuwe of Amsterdamse Kopermolen gebouwd. Daarvoor stond in de buurt daarvan een Korenmolen, eveneens een Molen van Oosterhof. De Hartense Molenbeek loopt min of meer parallel met de Niersenseweg, deels ook er langs. Stroomafwaarts is een complex van zijsprengen gegraven, die veel (rood) water leveren. In deze sprengen zijn allerlei kwelverschijnselen – zoals puntbronnetjes – goed te bekijken. Verder oostelijk ligt nog zo’n complex van zijsprengen. Dit staat al lang – mogelijk zelfs bijna een eeuw – droog. In de bovenloop van de beek herinnert een stuwtje aan de molenplaats van het Clundermolentje. Verder stroomafwaarts, eerst langs de Niersenseweg, later van de weg afbuigend, wordt de beek opgeleid naar de voormalige molenplaats Het Hattem. Enkele watervallen op het terrein van de villa Het Hattem herinneren daaraan. Verdergaand wordt de beek opnieuw opgeleid naar de huidige wasserij De Rollekoot, gelegen op de vroeger molenplaats van de Rollekootsmolens. De opgeleide beek is goed te zien waar deze als het ware de Niersenseweg raakt en daar waar de beek de Gortelse weg kruist. De voormalige wasserij staat aan de oostkant van de Gortelse weg. Verder stroomafwaarts stroomt de beek aan de noordzijde van de Emmalaan en wordt aan de west- en noordzijde van het bos van kasteel de Cannenburch opgeleid naar de wijert van  korenmolen de Cannenburch. Dit is de eerste in de gemeente Epe gestichte molen en de enige die als bedrijf nog functioneert. De maalderij maakt tegenwoordig geen gebruik meer van het water als energiebron, maar wordt elektrisch aangedreven. De molengoot en de waterval zijn nog aanwezig. De eigenaren van deze molen hebben, naast het bezit van de wijert, ook het recht om het water op te stuwen in een aantal vijvers van kasteel de Cannenburch. De siervijvers en de slotgracht van de Cannenburch worden gevoed door de Hartense Molenbeek en lozen op de lager gelegen Rode Beek. Ten oosten van Vaassen is de beek weer opgeleid voor de voormalige Amsterdamse Kopermolen, thans wasserij van E. van Delden. Bovenstrooms van deze wasserij ligt nog een fraaie wijert.

Verdwenen ‘Helfterbeek’top
Tussen de Hartense Molenbeek en de noordelijker gelegen sprengen van de Nijmolense Beek heeft nog een – nu verdwenen – beek gelegen. Deze ontsprong met een gegraven spreng in het boscomplex de Helfterkamp, noordelijk van de Rollekoot. Een andere tak kwam uit het noorden; deze is later de andere kant op geleid als spreng van de Nijmolense Beek. Deze Helfterbeek lag geheel in een ondiep smeltwaterdal. Hij stroomde naar het oosten en voedde noordelijk van de Cannenburch de Nijmolense Beek. De betekenis van deze beek is onbekend. Molens hebben er niet aan gestaan. Tot eind vorige eeuw was de gegraven spreng in de Helfterkamp, hoewel droog, qua vorm nog intact.

Egelbeektop
De Egelbeek is van oorsprong een natuurlijke beek. De beek ontspringt in een kwelgebied, het Korte Broek, ten zuidoosten van de sprengen van de Nieuwe Beek. De beek stroomt langs de zuidkant van Vaassen en mondde tenslotte uit in het Apeldoorns Kanaal. In de 20e eeuw werd de Egelbeek, die aanvankelijk uitmondde in de Grift, verlengd en via een aquaduct over de Grift heengevoerd om het Apeldoorns Kanaal van water te voorzien. Door de lage ligging was de Egelbeek niet geschikt voor de bouw van molens.  In 2009 heeft het Waterschap besloten om de beekmonding weer terug te brengen naar de Grift.

Beekherstel van de Egelbeek, voorzien van afgevlakte natuurvriendelijke oevers

Beekherstel van de Egelbeek, voorzien van afgevlakte natuurvriendelijke oevers

Het Korte Broek is in de 19e en 20e eeuw ontgonnen tot grasland, waarbij een slotenpatroon werd aangelegd voor ontwatering. Eind 90’er jaren van de 20e eeuw zijn die ingrepen grotendeels ongedaan gemaakt, waardoor het broekgebied zich herstelt tot moerasgebied. Plantensoorten, karakteristiek voor kwelgebieden, zoals bronkruid en klimopwaterranonkel zijn weer teruggekeerd. Bij de monding – in vroeger jaren in de Grift – voorzag de beek een eendenkooi van water. De plas met de vangarmen is op de kaart van De Man (1812) goed te herkennen. De kooi hoorde tot de Koninklijke domeinen van het Loo. Het was gewenst dat het kooigebied in de oorspronkelijke ‘Hooge en vrije Heerlijckhijdt van het Loo’ lag. Deze heerlijkheid vormde de basis van de latere gemeente Apeldoorn. Dit leidde tot een opmerkelijke uitstulping van de gemeentegrens van Apeldoorn in noordelijke richting. In de 20e eeuw vestigde de Heidemij in hetzelfde gebied een dependance van haar visvijvers aan de Nijmolense Beek te Emst. Het complex heette ‘De Poel’. Na beëindiging van dit bedrijf werden de drooggelegde vijvers aangeplant met populieren.