Verslag Jaarvergadering 2011

Evenals vorige jaren vond de jaarvergadering plaats bij de Wenumse Molen. De opkomst en sfeer was goed te noemen. Voor de donateurs heeft de bijeenkomst meer het karakter van een gezellige reünie. Het is bij uitstek de gelegenheid om wat bij te praten in een gezellige ambiance.

De jaarvergadering was snel afgelopen. T.a.v. van financiën zijn er geen schokkende zaken te melden. De penningmeester, Dick Wouda, werd dan ook al snel decharge verleend met dank voor het uitstekende werk dat hij ook dit jaar weer verricht heeft.
T.a.v. de begroting van volgend jaar is de suggestie gedaan voor de Wijerd een goedkopere drukkerij te zoeken. Ook het afschaffen van de acceptgiro’s zou financieel schelen.

Na de pauze was het woord aan Marit Borst. Marit werkt bij de gemeente Renkum en doet onderzoek naar grondwaterstromen in de gemeente Renkum. Zij ging in op de betekenis van kleischotten in de bodem, die de oorzaak zijn van schijnwaterspiegels. Wanneer deze worden aangesneden door te diep boren ontstaat er lekkage van water. Dit kan verstrekkende gevolgen hebben voor niveau van het oppervlakte water. Vooral in deze tijd worden er steeds meer kelders gebouwd waarbij de kans van het doorboren van zo’n kleischot niet denkbeeldig is. Door gebruik te maken van bepaalde meettechnieken( radar, boring, sondering) kunnen deze kleischotten gelokaliseerd worden. Die is echter behoorlijk arbeidsintensief.
Deze informatie is voor omliggende gemeenten de moeite waard. Vooral wanneer al bekend is dat het gebied veel van deze kleischotten heeft. Door regelgeving kan voorkomen worden dat er bij bouwwerkzaamheden kleischotten doorboord worden met alle gevolgen van dien.

Vervolgens vertelde Ruud Schaafsma ons een interessant verhaal over de historie van de watermolens bij Doorwerth en Oosterbeek. Geïnteresseerden hiervoor konden na afloop hiervan een lezenswaardig boek hierover kopen: ‘De Oosterbeekse en Doorwerthse beken. Een cultuurhistorische wandelgids.’

Na afloop konden we weer terugkijken op een gezellige en informatieve bijeenkomst.

Maria Bruggink

Aandacht voor watermolenbiotopen

Jan Aalbers heeft bij de Provincie naar voren gebracht dat de molenbiotopen van sprengenbeken de voortdurende aandacht en meer zorg van onze provincie verdienen.

Hieronder volgt het verslag van de inspraak bijdrage van Jan Aalbers:

Voortgezette vergadering van de Commissie Ruimtelijke Ordening, Wonen en Milieu op 8 december 2010 – PS2010- 867

Agendapunt 5. Heroverweging molenverordening (PS2010-856)

Geachte voorzitter, geachte commissieleden,

De Gelderse molenverordening heeft al jaren mijn bijzondere aandacht vanwege de beschermende werking die daarin is vastgelegd voor de molenbiotoop van watermolens.

Watermolens zijn de cultuurhistorische exponenten van de vroege industriële geschiedenis van onze provincie. Vooral op de Veluwe hebben waterradmolens met bovenslagraderen de waterenergie benut om korenmolens, papiermolens, kopermolens, volmolens etc.aan te drijven en – later – wasserijen van schoon water te voorzien.

De molenbiotoop van waterradmolens is niet ruimtelijk/planologisch beschermd. Gelukkig zijn er wel in de molenverordening bepalingen over het minimaal nuttig vermogen, mag de watertoestroom niet verslechteren en mogen ook geen waterhuishoudkundige maatregelen worden genomen die de stuwhoogte, de stuwvijvergrootte en molenkolkgrootte negatief beïnvloeden.

Ik noemde de waterradmolens als cultuurhistorische exponenten. Zij vormen het sluitstuk van het geheel aan sprengenkoppen, sprengen, opgeleide beken, verdeelwerken, waterscheidingsschotten, aquaducten, kortom het gehele cultuurhistorische ensemble dat naast de huidige bescherming van de molenverordening heel goed een aanvullende bescherming in ruimtelijke/planologische zin kan gebruiken. Het provinciale Beken-en –Sprengenprogramma kan daarmee ook een ruimtelijk/planologische borging krijgen na de geplande afronding in 2013.

Graag geef ik u in overweging om bij een eventuele herziening van de Gelderse molenverordening en/of het opnemen daarvan in de Ruimtelijke Verordening Gelderland de molenbiotoop van waterradmolens in de ruimst mogelijke zin, dus inclusief het waterleverende beekstelsel en zelfs de bijbehorende grondwaterhuishouding, onder het beschermingsregime te plaatsen. Voor windmolens kan de verordening zich mogelijk beperken tot het binnenstedelijk gebied, voor waterradmolens zal de verordening een veel ruimere werking moeten hebben.

U kunt het Gelders cultuurhistorisch erfgoed een grote dienst bewijzen door de molenverordening en de Ruimtelijke Verordening mede onder de bescherming van het provinciale WRO-instrumentarium te brengen en liefst ook door de gemeentelijke planologische bescherming via bestemmingsplannen te helpen vormgeven.

Een toepasselijke uitspraak van een waterradmolen-eigenaar in dit verband is:
“Als ik water heb … drink ik wijn ! Maar…. Als ik geen water heb… drink ik water !

Hartelijk dank voor uw aandacht !

Redactie: Jan Aalbers is adviseur van de Bekenstichting.