Vrijwilligersgroep in Eerbeek aan de slag

door Henri Slijkhuis, foto´s Eric Harleman

15 oktober 2015

Een grijze, druilerige dag. Maria Bruggink van de Bekenstichting loopt met de fiets aan de hand met een groep vrijwilligers over een pad langs de Coldenhovense Beek. Dit is de naam van de handmatig gegraven bovenloop van de Eerbeekse Beek. Haar fietstas zit vol thermosflessen met koffie en bekertjes. De mannen en vrouwen hebben zich om 9 uur´s morgens verzameld bij het Dieperinkbrugje in Eerbeek. Het is de eerste keer, dat de groep onder begeleiding van Dennis Dorman van het Waterschap Vallei en Veluwe, zich gaat wagen aan onderhoud van een spreng.

Ook op een regenachtige herfstdag zijn de sprengen prachtig

Ook op een regenachtige herfstdag zijn de sprengen prachtig

Egbert van Gessel is de coördinator. Hij is vorig jaar met pensioen gegaan, woont aan de Eerbeekse Beek en vindt het logisch, dat hij als water- en natuurliefhebber aan de slag gaat met het onderhoud van de beek. Alle vrijwilligers zijn lid van het IVN of andere natuurclubs. Er zijn ook twee molenaars van de Eerbeekse Watermolen van de partij. Zij willen zoveel mogelijk water op het rad van hun molen krijgen en daarvoor zijn goed onderhouden sprengen belangrijk.

De mannen en vrouwen in Eerbeek zijn niet de enige groep vrijwilligers, die zorgen voor schone sprengen en beken. In Apeldoorn zijn al jarenlang mensen actief om de Koningsbeek schoon te houden. In Laag-Soeren start men binnenkort ook met onderhoudswerkzaamheden.

Beekruimen is beslist geen mannenmaangelegenheid

Beekruimen is beslist geen mannenmaangelegenheid

Deze vrijwilligers handelen in de traditie van de Bekenstichting. Deze Stichting is in 1979 opgericht in verband met de deplorabele staat, waarin zich vele sprengen en beken bevonden. In de begin jaren tachtig van de vorige eeuw zijn ook grote onderhoudsprojecten uitgevoerd, waarbij veel betrokkenen de handen uit de mouwen hebben gestoken.

Alle vrijwilligers hebben van Dennis Dorman een greep gekregen om bladeren, takken en andere troep uit de spreng te scheppen. Eén van de vrijwilligers vraagt zich bezorgt af of hij daarmee niet de leemlaag in de bodem lek prikt. Dennis stelt hem gerust. Tot aan het Dieperinkbrugje, dat op ruim anderhalve kilometer van de sprengkop ligt,  zit er geen leem in de bodem. Er kan dus naar hartenlust de hele morgen geschept worden.

Een ander vraagt zich af of de spreng hier en daar niet te diep is. Men heeft alleen maar laarzen aan. Dennis geeft als tip om maar niet vooraan te gaan lopen. “Als je je voorganger in een gat ziet stappen, weet je dat het daar diep is”. De stemming zit er al goed in.

Aan de slag met het verwijderen van blad en takken

Aan de slag met het verwijderen van blad en takken

Vol goede moed wordt bij de sprengkop begonnen.  Maria Bruggink verwondert zich over de geringe hoeveelheid troep  in het water van de sprengkop en spreng. Het blijkt, dat deze spreng pas een paar jaar geleden geheel is opgeknapt en er daarom nog schoon uitziet. Een ander roept daarop gekscherend, dat dit dan maar als proefbeek moet worden gezien om het vak van beekruimer te leren. Doordat de spreng zo schoon is, “vordert” de groep met een ongekende snelheid en als de koffietijd aanbreekt is het Dieperinkbrugje al in zicht.