Waar blijft het Veluwse water?

Water is essentieel voor onze beken. De overheid denkt echter dat er (ook) op de Veluwe in het jaar 2040 tot wel 30 % méér grondwateronttrekking mogelijk moet kunnen zijn. Er vindt nu een voorverkenning plaats met VITENS en de Waterschappen.

Heeft dit voornemen invloed op onze fraaie beken? Dan moeten we meer weten over de hydrologie van de Veluwe. Gelukkig hebben we als Bekenstichting sinds kort een Werkgroep Hydrologie.

Die deskundigen hebben mij duidelijk gemaakt dat in het zogenaamde hydrologische systeem van de Veluwe drie dingen van belang zijn. U raadt het al: als eerste de neerslag. Die neerslag wordt geraamd op  zo’n 1,1 miljard m3/jaar.
En dan als 2e de infiltratie; namelijk de hoeveelheid van de neerslag die wegzakt naar het grondwater. Maar er verdampt ook veel (de helft?) van de neerslag vóórdat die kan wegzakken. Over die verdamping weten we nog te weinig.

Grote hoeveelheden van het water wat in de Veluwe infiltreert worden bovendien opgepompt in de Flevopolders én -voor drinkwaterwinning in de Betuwe. De deskundigen hebben een voorlopige waterbalans opgesteld waarin alle waterhoeveelheden worden gekwantificeerd. Die balans geeft het volgende inzicht:

In perspectief:
Beken zijn verantwoordelijk voor totale afvloei van maar 40 à 50 mln m3 / jaar Wanneer je de Veluwse beken dus zo’n 30 % extra zou laten draineren (de mogelijke doelstelling van de Overheid) zou dit ~ 12 mln m3 / jaar verschil maken.

Op de totale waterbalans is dit verwaarloosbaar! Mutatis mutandus zou het dempen van beken dus marginaal invloed  hebben op hydrologisch systeem.

Mij (JvdV) is geleerd dat je altijd eerst moet besparen. Zeker op het gebruik van zo’n kostbaar goed als (drink-)water. De grootste onttrekkers worden echter door velen beschouwd als gegeven factoren, aangezien alles vast lijkt te staan in vergund recht.

Meer water zou daarom beschikbaar kunnen komen door:

  • Meer infiltratie en vervolgens meer pompen (zoals in Epe)
  • Draaien aan de knop van verdamping

Dat moeten we dan maar gaan doen.

Jan van de Velde, 16  februari 2016