Workshop 20 maart 2010

Foto 1 – Aandachtige luisteraars van beide organisaties

Workshop ‘Kennis en Inspiratie’

Verslag opgesteld door Anton Koot, Gebiedscoördinator N.O. Veluwe/IJsselvallei van Waterschap Veluwe

Inleiding
Op 20 maart 2010 is een workshop gehouden met vertegenwoordigers van Waterschap Veluwe (12 personen) en de Stichting tot Behoud van Veluwse Sprengen en Beken (20 personen). Doel hiervan was om ‘Kennis en inspiratie voor eigendom, beheer en onderhoud van beken en sprengen op de Veluwe’ met elkaar te delen en afspraken te maken over hoe we gaan samenwerken in de toekomst. We zaten met zijn allen letterlijk bovenop de materie; de locatie van de Sprengenhorst en de omgeving bood ons voldoende inspiratie.

Foto 2 – Jan van de Velde pleitte voor het ensemble-denken

En wat is er besproken?
Nadat Lia Slobbe ons als dagvoorzitter welkom heette, volgde een algemene toelichting van Anton Koot over het kader waarbinnen Waterschap Veluwe met beken en sprengen omgaat. Hij maakte duidelijk dat in het begin (1984) het waterschap nog wat onwennig met de beken en sprengen omging en alle steun nodig had om goede herstelplannen te maken. Vervolgens schetste hij een ontwikkeling die anno nu een veel bredere gebiedsgerichte integrale aanpak voorstaat met daarbij een andere rol voor de bekenstichting. Richard Meijer gaf vervolgens als hydroloog een aanvulling op de taken van het waterschap door aan te geven dat er een fundamentele verandering in benadering van het watersysteem nodig is. In plaats van ‘zo snel mogelijk het water uit het gebied’ geldt nu veel meer ‘zo veel mogelijk water in het gebied vasthouden’. Dit betekent met name in het bekengebied op de oostflank van de Veluwe minder ontwateren (sprengen laten verlanden, beken ondieper maken) en voor grote delen van het Wisselse Veen en Tongerense Veen meer richten op natte natuur in plaats van cultuurhistorie. Nadat de zaal weer rustig was… nam Jan Koornberg het woord en hij vertelde als specialist cultuurhistorie van het waterschap dat niet alles verloren gaat. Veel beken zullen nog steeds een belangrijke cultuurhistorische waarde behouden en herstel zal altijd maatwerk blijven. Als voorbeeld nam Jan ons mee langs de Vaassense Beken. Daarnaast heeft het waterschap specifiek beleid ontwikkeld voor de overige cultuurhistorie; het Watererfgoed. Tenslotte gaf Jan van de Velde als voorzitter van de stichting in zijn relaas weer dat er bij de stichting veel betrokkenheid is bij hun beken en sprengen. Die betrokkenheid uit zich in toenemende zorg over de ontwikkelingen en gebiedsaanpak van o.a. waterschap en provincie. Jan vreest dat dit ten koste gaat van het unieke ensemble van het beken en sprengenlandschap. Molenplaatsen en de daarvoor aangelegde sprengenbeken rechtvaardigen een gegarandeerde wateraanvoer.

Veldbezoek en lunch
Na deze sprekers werd het tijd om de benen te strekken en iets van de mooie omgeving van de Wenumse Beek te bekijken. In groepen per cluster (noord, oost en zuid Veluwe) zijn de medewerkers van het waterschap en de contactpersonen langs de beek naar landgoed Rotterdamse Kopermolen gelopen en onderling is er veel gepraat en besproken. Tijdens de lunch op Sprengenhorst zijn stellingen besproken en betrokken… waarbij de dagvoorzitter uitblonk in het strak en helder leiden van de zeer levendige discussie.

Conclusies
We hebben gemerkt dat het goed is om elkaar op deze manier te zien en te spreken en willen met deze personen vaker bijeenkomen. Dit zal door beide besturen nader ingevuld worden. Daarnaast was het vooral ook een waardevolle dag waarbij de afstand onderling verkleind is en afspraken zijn gemaakt wanneer en hoe we elkaar benaderen. Tenslotte zijn taken en verantwoordelijkheden van beide partijen verhelderd en is in goed overleg een overlegstructuur opgesteld die verspreid is naar de deelnemers.